Tegal, 24 April 1909.
De politie-soldaten arriveerden gisteren per eerste tram van Pekalongan. Menadonezen, Christenen, jon-ge, stevige kerels, in militair uniform, gewapend met klewang b g en karabijn, een martiaal troepje, dat dadelijk aan het patrouilleren is gezet en met gejuich en versnaperingen werd ontvangen in het Chinese kamp. Gaf instructie alleen op mijn persoonlijk bevel van de karabijn gebruik te maken, tenzij aangevallen. Politie-posten staan aan de kruiswegen en verdere nasporingen zijn aan de gang. Gisterenochtend keerde ook de Luitenant der Chinezen, Tjoe Hong Tjiouw, van Semarang terug, die mijn vertrouwen heeft en ook dadelijk medewerkte de Chinese gemeente tot kalmte te brengen en de toko's weer te doen openen en ze aanmaande, geen wraakoefening te beramen, aangezien de schuldigen wel zouden worden gevonden en gestraft. Beide nachten vergingen rustig doch overdreven verhalen doen de ronde van aanstaande, wederzijdse samenzweringen en bewapening. De wijkmeester van Wijk I bestelde een nieuwe revolver, die nu in zijn bezit is, een ongewenst voorbeeld. Mijn voorstel tot zijn ontslag gaat nog vandaag in zee, want van Lie Kau Eh vernam ik vertrouwelijk, dat dezelfde wijkmeester de promotor is geweest van de quasi begrafenisstoet, die werd ingelast in de feestoptocht, gehouden tijdens het Tjap Gomehfeest, begin Februari en een demonstratie betekende tegen Tjoe Hong Tjiouw, de genoemde geschikte Luitenant.


Geen opmerkingen:
Een reactie posten