• Wim Verstappen (1937-2004) was een Nederlandse filmregisseur. Van 29 juni tot 6 juli 1977 hield hij voor NRC Handelsblad een 'Hollands dagboek' bij, toen hij bezig was met de Vestdijk-verfilming Pastorale 1943.
Vrijdag [1 juli]
Eerste draaidag. Om kwart over zes pik ik overbuurvrouw-regieassistente Vivian Pieters op en rij naar een boerderij in Lienden waar om half tien het eerste shot er op staat: Hein Boele en Pim Vosmaer (als onderduikers, de Joodse Cohen en de Indische Jan Intveld) die de boerderij verlaten om een weekend in Amsterdam vakantie te nemen, de eerste stap in wat een van de grootste scènes in de film gaat worden, hoe Cohen uit de band breekt en doet wat hij niet doen kan, de trein naar Amsterdam neemt en daar ook zonder problemen komt, op de terugweg ook door alle controles heenzwijnt, niet weet dat de boerderij intussen verraden is, en door Duitsers opgepakt wordt vijf minuten nadat hij weer terug is. Het is even spannend hoe of de acteurs het zullen gaan doen. Veel mensen menen dat je daar als regisseur wel wat aan doen kan, maar dat is een van de grote misvattingen over mijn vak. Een goed acteur is een goed acteur, en een slecht acteur kan je niet echt oppeppen tot grote prestaties. Pim Vosmaer, vers van de Arnhemse toneelschool, doet het heel goed en houdt ook bij veel repetities de spanning van de eerste keer vast, iets waar acteurs het wel eens lastig mee hebben. Hein Boele gaat de rol van zijn leven spelen, is onze indruk. De crew haalt opgelucht adem. Met de rolbezetting zit het dus goed. Een fotograaf van 'onze bladen' staat op de set (iedereen kankert altijd graag op de Telegraaf en ik lees zelf de krant ook niet vaak, maar het blijven de beste news-getters van Nederland; ik bedoel ze staan er nu toch en de kunstredacties van de andere kranten zijn straks dan maar weer kwaad dat zij de primeur niet hebben), en deze fotograaf stelt, als hij ziet dat we in een koeiestal draaien, voor dan maar een prent te maken waarop de acteurs hun koppen door de staken steken. Dat lijkt hem wel leuk. Hitchcock heeft wel eens gezegd dat acteurs vee zijn, maar daarom zijn het nog geen koeien, zeg ik.
Zaterdag [2 juli]
De boer toont mij 'de krant'. Mensen die de Telegraaf lezen, noemen dat ding altijd 'de krant', alsof het de enige in Nederland zou zijn. De fotograaf heeft een schitterende foto gemaakt gisteren. Zowel zijn eerste indruk over de film als mijn eerste indruk over hem blijken dus fout geweest te zijn. Her artikel bij de foto citeert mij, ik geef een kat naar mijn film Alicia. Het afgelopen jaar heb ik echter met geen enkel lid van de kunstredactie van die krant gesproken, en ik vind zelf Alicia een erg aardige film die ik nooit af zal vallen. Wat moet ik? Een ingezonden stuk aan de Telegraaf sturen? Een brief naar Hugo Metsers, Willeke van Ammelrooy en Mijanou van Baarsel sturen dat ik helemaal niet negatief denk over die film waar zij zich zo voor ingezet hebben? Er zijn nu al heel wat acteurs voor de camera geweest, en ik wil nu nóg wel eens iemand tegenkomen die beweert dat Vestdijk bloedeloos is. De acteurs hebben niet de minste moeite met begrip voor wat ze spelen moeten, en dat komt toch omdat de oude Vestdijk in zijn roman afgeronde en complete portretten van volbloed mensen geschilderd heeft.191-2014>
maandag 30 juni 2025
zondag 29 juni 2025
Hanny Michaelis • 30 juni 1942
• Hanny Michaelis (1922-2007) was een Joodse Nederlandse schrijfster. Haar oorlogsdagboek is onlangs in twee delen verschenen bij Van Oorschot (bezorgd door Nop Maas).
Dinsdag 30 juni '42 ± half 12 's morgens • Vannacht erg onrustig geslapen. De hele nacht B. verteld van de deportatie naar Polen en mijn dagboeken in zijn zorg aanbevolen (!). 's Morgens vroeg herhaaldelijk wakker geworden met een loodzwaar gevoel en steeds opnieuw gevlucht in de slaap, met de neiging om als een mol in de grond te kruipen en alles te vergeten. Voor het opstaan met mammie er een lang gesprek over gehad. Tot de conclusie gekomen, dat zoiets nog wel een maand of 3 kan duren, en ons met de illusie gevleid, dat er binnen die tijd heel wat kan gebeuren. Ook is het niet zeker, dat we er zouden moeten omkomen, er bestaat nog een kleine kans, dat we het ondanks Engelse bommen, Duitse mitrailleurs en Poolse epidemieën overleven. Hóe, dat is de vraag. Ik heb het stukje van gisteravond overgelezen en me geërgerd aan mijn grondeloos egoïsme. Ik kan alleen maar denken aan wat mij persoonlijk raakt. Het klinkt onmenselijk wreed en gevoelloos, maar ik geloof, dat ik Nico zou verkiezen boven mijn ouden. Het regent al de hele morgen. De Amstel ligt in een grijs zilverlicht en de straten glimmen van vocht. Duivendrecht gaat half schuil in grijze nevels. Er hangt iets onzegbaar mclancholieks over alles. Wat een verschil met gisteren, toen ik 's middags op het dak heb gelegen, dommelend in de hete zon. Op het zand krioelde het van kleine, halfnaakte kinderen met emmers en schopjes, de lucht weerklonk van hun schelle stemmen. Het was een allergrappigst gezicht, al die bruine lichaampjes. Overal zaten groepjes moeders te breien en te kletsen, het had wel iets van Zandvoort. [...]
Dinsdag 30 juni '42 ± half 12 's morgens • Vannacht erg onrustig geslapen. De hele nacht B. verteld van de deportatie naar Polen en mijn dagboeken in zijn zorg aanbevolen (!). 's Morgens vroeg herhaaldelijk wakker geworden met een loodzwaar gevoel en steeds opnieuw gevlucht in de slaap, met de neiging om als een mol in de grond te kruipen en alles te vergeten. Voor het opstaan met mammie er een lang gesprek over gehad. Tot de conclusie gekomen, dat zoiets nog wel een maand of 3 kan duren, en ons met de illusie gevleid, dat er binnen die tijd heel wat kan gebeuren. Ook is het niet zeker, dat we er zouden moeten omkomen, er bestaat nog een kleine kans, dat we het ondanks Engelse bommen, Duitse mitrailleurs en Poolse epidemieën overleven. Hóe, dat is de vraag. Ik heb het stukje van gisteravond overgelezen en me geërgerd aan mijn grondeloos egoïsme. Ik kan alleen maar denken aan wat mij persoonlijk raakt. Het klinkt onmenselijk wreed en gevoelloos, maar ik geloof, dat ik Nico zou verkiezen boven mijn ouden. Het regent al de hele morgen. De Amstel ligt in een grijs zilverlicht en de straten glimmen van vocht. Duivendrecht gaat half schuil in grijze nevels. Er hangt iets onzegbaar mclancholieks over alles. Wat een verschil met gisteren, toen ik 's middags op het dak heb gelegen, dommelend in de hete zon. Op het zand krioelde het van kleine, halfnaakte kinderen met emmers en schopjes, de lucht weerklonk van hun schelle stemmen. Het was een allergrappigst gezicht, al die bruine lichaampjes. Overal zaten groepjes moeders te breien en te kletsen, het had wel iets van Zandvoort. [...]
Hanny Michaelis • 29 juni 1942
• Hanny Michaelis (1922-2007) was een Joodse Nederlandse schrijfster. Haar oorlogsdagboek is onlangs in twee delen verschenen bij Van Oorschot (bezorgd door Nop Maas).
Maandag 29 juni '42 's nachts 1 uur • Vanavond zijn pappie en mammie thuisgekomen met het bericht, dat binnenkort alle Joden (en de Duitse het eerst) naar Polen en Duitsland zullen worden gedeporteerd om in de fabrieken te werken of te worden vergast. De Joodse Raad is gisteravond om zo uur bijeengeroepen, en prof. Cohen heeft zich zo lang mogelijk verzet, maar er was niets aan te doen omdat het bevel uit Berlijn kwam. Nu is ook het raadsel van de steeds koortsachtiger inventarisatie opgelost. We zullen in gezinsverband worden weggestuurd en het blijft alleen nog de vraag of het binnen één of twéé maanden zal gebeuren. Het is verschrikkelijk, een gevoel alsof het zwaard van Damocles je ieder moment kan treffen. Het gevoel van een ter dood veroordeelde. En geen vooruitzicht op een naderend einde! Zoals de zaken nu staan, kan het nog 2 jaar ook duren. We hebben nog een uur bij elkaar gezeten met sombere gezichten en geprikkeld door elkaars pessimistische beweringen. Mammie zat met een wezenloos gezicht tegen de stoelleuning te trommelen en praatte steeds maar over kristal en de naaimachine inpakken, wat pappie en mij ontzettend irriteerde. Ik kon alleen aan Nico denken en aan alles wat ik moet achterlaten, misschien voor altijd. Meer dan ooit heb ik hem nodig, om in zijn armen uit te huilen en me door hem te laten geruststellen. Ik benijd mensen zoals Betty Santcroos, die tenminste samen met hun mannen kunnen gaan en niet degeen van wie ze houden hoeven achter te laten. Ik zit nog steeds aangekleed op de rand van de divan. Buiten klinkt het geronk van vliegtuigmotoren. Als het maar uit kon zijn voor het ergste gebeurde! Ik geloof niet aan een god, ik kan niemand bidden in de hoop, dat het verhoord zal worden. Ik kan alleen maar vol vertwijfelde hoop luisteren naar de Engelse bommenwerpers en met een dichtgeknepen keel aan Nico denken. Het is allemaal zo luguber en wanhopig. En ik voel me zo verschrikkelijk eenzaam en hulpeloos. Nico, als ik je nog maar eenmaal kon spreken voor het te laat is ... Maar ik ben het immers niet alleen. Ik heb geen recht mezelf zo te beklagen wanneer honderdduizenden hetzelfde lot delen. Het is een schrale troost, maar het is er een.
Maandag 29 juni '42 's nachts 1 uur • Vanavond zijn pappie en mammie thuisgekomen met het bericht, dat binnenkort alle Joden (en de Duitse het eerst) naar Polen en Duitsland zullen worden gedeporteerd om in de fabrieken te werken of te worden vergast. De Joodse Raad is gisteravond om zo uur bijeengeroepen, en prof. Cohen heeft zich zo lang mogelijk verzet, maar er was niets aan te doen omdat het bevel uit Berlijn kwam. Nu is ook het raadsel van de steeds koortsachtiger inventarisatie opgelost. We zullen in gezinsverband worden weggestuurd en het blijft alleen nog de vraag of het binnen één of twéé maanden zal gebeuren. Het is verschrikkelijk, een gevoel alsof het zwaard van Damocles je ieder moment kan treffen. Het gevoel van een ter dood veroordeelde. En geen vooruitzicht op een naderend einde! Zoals de zaken nu staan, kan het nog 2 jaar ook duren. We hebben nog een uur bij elkaar gezeten met sombere gezichten en geprikkeld door elkaars pessimistische beweringen. Mammie zat met een wezenloos gezicht tegen de stoelleuning te trommelen en praatte steeds maar over kristal en de naaimachine inpakken, wat pappie en mij ontzettend irriteerde. Ik kon alleen aan Nico denken en aan alles wat ik moet achterlaten, misschien voor altijd. Meer dan ooit heb ik hem nodig, om in zijn armen uit te huilen en me door hem te laten geruststellen. Ik benijd mensen zoals Betty Santcroos, die tenminste samen met hun mannen kunnen gaan en niet degeen van wie ze houden hoeven achter te laten. Ik zit nog steeds aangekleed op de rand van de divan. Buiten klinkt het geronk van vliegtuigmotoren. Als het maar uit kon zijn voor het ergste gebeurde! Ik geloof niet aan een god, ik kan niemand bidden in de hoop, dat het verhoord zal worden. Ik kan alleen maar vol vertwijfelde hoop luisteren naar de Engelse bommenwerpers en met een dichtgeknepen keel aan Nico denken. Het is allemaal zo luguber en wanhopig. En ik voel me zo verschrikkelijk eenzaam en hulpeloos. Nico, als ik je nog maar eenmaal kon spreken voor het te laat is ... Maar ik ben het immers niet alleen. Ik heb geen recht mezelf zo te beklagen wanneer honderdduizenden hetzelfde lot delen. Het is een schrale troost, maar het is er een.
Hanny Michaelis • 28 juni 1942
• Hanny Michaelis (1922-2007) was een Joodse Nederlandse schrijfster. Haar oorlogsdagboek is onlangs in twee delen verschenen bij Van Oorschot (bezorgd door Nop Maas).
Zondag 28 juni '42 ± half 11 's avonds • Mijn wens om van Nico te dromen is vervuld: Donderdagnacht droomde ik, dat hij uit St. Michielsgestel was ontsnapt en afscheid van me kwam nemen voor hij naar Rusland zou uitwijken. Ik moest lachen bij het idee, dat Nico met zijn neiging tot het conservatisme in een land als Rusland verzeild zou raken, maar ondanks dat was ik erg verliefd, wat zich uitte in een zekere bereidwillige tegemoetkomendheid toen hij me in zijn armen nam en me op mijn mond zoende. Ik onderging de zoen met het gevoel: 'Zie je wel, het is helemaal niet zo erg', en ik slaagde er zelfs in mijn afkeer te overwinnen voor het geval als hij eventueel zijn tong tussen mijn lippen zou steken (een gebaar waaraan ik met steeds meer tegenzin en schaamte heb teruggedacht, niet in het minst om mijn eigen willoosheid in dit opzicht, die ziet op instemming tenslotte) en voelde me bijzonder toegevingsgezind, wat niet wegnam, dat ik blij was, toen hij het niet deed. Deze droom is wel typerend voor mijn instelling t.o.v. hem. Erg bemoedigend is het niet. Maar wie weet hoe zalig ik het zal vinden om weer door hem te worden gezoend, misschien is die hele afkeer niets anders dan te laat besefte schaamte en ongewoonte. Sinds gisteren geniet ik van mijn vacantie, het is heerlijk. Maar als het langer dan 2 gesplitste weken zou duren, zou het oude gevoel van doelloosheid de overhand krijgen. Dat ligt trouwens altijd op de loer, maar als ik minder te doen heb en meer tijd om na te denken krijgt het eerder de kans me te overvallen. Het is mijn grootste vijand omdat ik er zo machteloos tegenover sta. Op sommige momenten denk ik dat het leven eigenlijk niets is dan een langzaam, zinloos en attractieloos voortrollen naar het einde, en dat illusies en verwachtingen met geen ander doel ontstaan dan om de baan wat minder eentonig te doen lijken. Maar op andere momenten voel ik me gelukkig met mezelf en mijn bestaan en ben ik dankbaar voor alles en niets. Een ding staat vast: ik zou met niemand ter wereld willen ruilen. Als ik niet tevreden ben met wat ik ben en heb, betekent het nooit, dat ik een ander lot of zelfs een andere persoonlijkheid verkies. [...]
Zondag 28 juni '42 ± half 11 's avonds • Mijn wens om van Nico te dromen is vervuld: Donderdagnacht droomde ik, dat hij uit St. Michielsgestel was ontsnapt en afscheid van me kwam nemen voor hij naar Rusland zou uitwijken. Ik moest lachen bij het idee, dat Nico met zijn neiging tot het conservatisme in een land als Rusland verzeild zou raken, maar ondanks dat was ik erg verliefd, wat zich uitte in een zekere bereidwillige tegemoetkomendheid toen hij me in zijn armen nam en me op mijn mond zoende. Ik onderging de zoen met het gevoel: 'Zie je wel, het is helemaal niet zo erg', en ik slaagde er zelfs in mijn afkeer te overwinnen voor het geval als hij eventueel zijn tong tussen mijn lippen zou steken (een gebaar waaraan ik met steeds meer tegenzin en schaamte heb teruggedacht, niet in het minst om mijn eigen willoosheid in dit opzicht, die ziet op instemming tenslotte) en voelde me bijzonder toegevingsgezind, wat niet wegnam, dat ik blij was, toen hij het niet deed. Deze droom is wel typerend voor mijn instelling t.o.v. hem. Erg bemoedigend is het niet. Maar wie weet hoe zalig ik het zal vinden om weer door hem te worden gezoend, misschien is die hele afkeer niets anders dan te laat besefte schaamte en ongewoonte. Sinds gisteren geniet ik van mijn vacantie, het is heerlijk. Maar als het langer dan 2 gesplitste weken zou duren, zou het oude gevoel van doelloosheid de overhand krijgen. Dat ligt trouwens altijd op de loer, maar als ik minder te doen heb en meer tijd om na te denken krijgt het eerder de kans me te overvallen. Het is mijn grootste vijand omdat ik er zo machteloos tegenover sta. Op sommige momenten denk ik dat het leven eigenlijk niets is dan een langzaam, zinloos en attractieloos voortrollen naar het einde, en dat illusies en verwachtingen met geen ander doel ontstaan dan om de baan wat minder eentonig te doen lijken. Maar op andere momenten voel ik me gelukkig met mezelf en mijn bestaan en ben ik dankbaar voor alles en niets. Een ding staat vast: ik zou met niemand ter wereld willen ruilen. Als ik niet tevreden ben met wat ik ben en heb, betekent het nooit, dat ik een ander lot of zelfs een andere persoonlijkheid verkies. [...]
donderdag 26 juni 2025
Frederik van Eeden • 27 juni 1913
• De Nederlandse schrijver en psychiater Frederik van Eeden (1860-1932), hield naast een uitgebreid dagboek ook een dromenboek bij.
Vrijdag 27 juni 1913
Ik droom herhaaldelijk dat ik rook. En dan is de impressie zoo duidelijk dat ik mij met schaamte bedenk hoe ik mijn belofte heb gebrooken. Zoo was het ook deezen nacht. Ik rookte een sigaar en herinnerde mij met eenige schaamte mijn voorneemen.
Maar toen begreep ik dat ik droomde, en ik ging naar Karel Thijm toe, die in een kamer zat, en ik zei tot hem, zeer wel-ooverlegd en bedachtsaam: Zie je wat ik doe? En toen hij me niet begreep, vervolgde ik: ‘Ik rook. En toch heb ik mij voorgenoomen niet meer te rooken. Maar nu droom ik, en nu rook ik toch in den droom, en ik heb er al het plezier van.’
Toen ik dit gezegd had trok ik nog met vol ooverleg aan den sigaar en ik had genoegen omdat ik mijn voorneemen niet had gebrooken en toch het plezier van rooken had.
Ik weet niet hoe deezen droom te klasseeren. Ik was helder, maar mijn gezindheid was niet hoog. Ook had ik volstrekt geen vizioen, geen helder gezicht. Het was niet de heldere sfeer. En toch had ik besef.
Later droomde ik van de zeekust, en hooge golven. Een badplaats [Wijk a/Zee] uitgebouwd in zee.
307-2013>
Vrijdag 27 juni 1913
Ik droom herhaaldelijk dat ik rook. En dan is de impressie zoo duidelijk dat ik mij met schaamte bedenk hoe ik mijn belofte heb gebrooken. Zoo was het ook deezen nacht. Ik rookte een sigaar en herinnerde mij met eenige schaamte mijn voorneemen.
Maar toen begreep ik dat ik droomde, en ik ging naar Karel Thijm toe, die in een kamer zat, en ik zei tot hem, zeer wel-ooverlegd en bedachtsaam: Zie je wat ik doe? En toen hij me niet begreep, vervolgde ik: ‘Ik rook. En toch heb ik mij voorgenoomen niet meer te rooken. Maar nu droom ik, en nu rook ik toch in den droom, en ik heb er al het plezier van.’
Toen ik dit gezegd had trok ik nog met vol ooverleg aan den sigaar en ik had genoegen omdat ik mijn voorneemen niet had gebrooken en toch het plezier van rooken had.
Ik weet niet hoe deezen droom te klasseeren. Ik was helder, maar mijn gezindheid was niet hoog. Ook had ik volstrekt geen vizioen, geen helder gezicht. Het was niet de heldere sfeer. En toch had ik besef.
Later droomde ik van de zeekust, en hooge golven. Een badplaats [Wijk a/Zee] uitgebouwd in zee.
307-2013>
woensdag 25 juni 2025
26 juni 1935
AMSTERDAM, 26 juni - Bij de gemeenteraadsverkiezingen in Amsterdam heeft links de absolute meerderheid behaald.
Opvallend groot was de winst van de communisten die van 4 naar 7 raadszetels zijn gegaan.
De SDAP ging in de hoofdstad van 16 naar 17 zetels.
In totaal telt de hoofdstedelijke raad 45 zetels, echter verdeeld over 12 partijen. Na deze verkiezingsuitslag maakt de CPH - mede onder invloed van een uitspraak van de Communistische Internationale dat samenwerking binnen links tegen het fascisme gewenst is - avances naar de SDAP. Deze wijst ze echter af.
Amsterdam krijgt drie socialistische wethouders, De Miranda, Boekman en Van Meurs.
De overige drie wethouders Baad, Kropman en Rustige, komen uit confessionele hoek.
dinsdag 24 juni 2025
Constantijn Huygens jr. • 25 juni 1689
• Constantijn Huygens jr. (1628-1697) was een Nederlandse staatsman. Hij was daarnaast bekend om zijn werk aan wetenschappelijke instrumenten en als kroniekschrijver van zijn tijd.
25 Saterd.
Att de Con.[ing] weder te Londen, en vertrock tegen den avont naer Hamptoncourt.
Wachtede de gansche mergen naer de kleermaecker.
Naermiddagh speelde Mevrouw Gunninckhuysen, Mevrouw Creitsmar en Mev. Beckers met mijn vrouw. De vrouwen seyden alle beyde, dat aen haer mans vergaven de goede chiers, die sij in haer absentie met de Ladytjes gemaeckt hadden.
Seyden, dat die hoeren alle daegh bij de Officieren op de wacht quamen.
Daeghs te voren had Jan Wiljet mij geseght, dat er onder het Engelsch Regiment, te Thiel en̅ te Bommel in garnisoen legghen̅, een soorte van een revolte was geweest, en een Officier geweest was, die geseght had, dat hij voor king James wilde leven en̅ sterven, seggende dat die van̅ selve sin waeren, haer vingeren souden opsteken. Dat daerop twee compagnien sulx gedaen hadden. Dat nochthans door de rest van het Regiment, beter sinnen hebbende, de schuldighe gevanghen, den Officr voornt geharquebuseert [gefusilleerd], en vijff soldaten gehangen waren.
26 Sond.
Reed ten 10 ueren naer H. Court.
De Wilde seyde, dat de Con. savonts te voren daer laet was aengekomen, en̅ dat Roesenburgh geseght had, dat hij dien avont seer chagrin en van quaedt humeur was geweest, sonder dat hij de reden daervan wiste.
De Wilde seyde, dat sijn vrouw niet konde resolveren om met sijn vijff kinderen over te komen naer Engelandt. Dat sij hem voorgeslaghen had, te sien ofte hij in Hollant iets anders konde krijghen, en̅ daer te komen wonen. Ick seyde dat dat malle praet was. Waernaer hij mij verloff vraeghde voor sijn swager Hulst, om eens derwaerts over te gaen ende order te helpen stellen omtrent de successie van sijn suster Caetje, onlanghs gestorven: dat hem toestondt.
Savonts liet de Coning de Wilde roepen, als naer bedt gingh, en vraeghde hem of ick te H. Court was, en als hij seyde: Jae, antwoorde: Dan is het wel.160-2015>
25 Saterd.
Att de Con.[ing] weder te Londen, en vertrock tegen den avont naer Hamptoncourt.
Wachtede de gansche mergen naer de kleermaecker.
Naermiddagh speelde Mevrouw Gunninckhuysen, Mevrouw Creitsmar en Mev. Beckers met mijn vrouw. De vrouwen seyden alle beyde, dat aen haer mans vergaven de goede chiers, die sij in haer absentie met de Ladytjes gemaeckt hadden.
Seyden, dat die hoeren alle daegh bij de Officieren op de wacht quamen.
Daeghs te voren had Jan Wiljet mij geseght, dat er onder het Engelsch Regiment, te Thiel en̅ te Bommel in garnisoen legghen̅, een soorte van een revolte was geweest, en een Officier geweest was, die geseght had, dat hij voor king James wilde leven en̅ sterven, seggende dat die van̅ selve sin waeren, haer vingeren souden opsteken. Dat daerop twee compagnien sulx gedaen hadden. Dat nochthans door de rest van het Regiment, beter sinnen hebbende, de schuldighe gevanghen, den Officr voornt geharquebuseert [gefusilleerd], en vijff soldaten gehangen waren.
26 Sond.
Reed ten 10 ueren naer H. Court.
De Wilde seyde, dat de Con. savonts te voren daer laet was aengekomen, en̅ dat Roesenburgh geseght had, dat hij dien avont seer chagrin en van quaedt humeur was geweest, sonder dat hij de reden daervan wiste.
De Wilde seyde, dat sijn vrouw niet konde resolveren om met sijn vijff kinderen over te komen naer Engelandt. Dat sij hem voorgeslaghen had, te sien ofte hij in Hollant iets anders konde krijghen, en̅ daer te komen wonen. Ick seyde dat dat malle praet was. Waernaer hij mij verloff vraeghde voor sijn swager Hulst, om eens derwaerts over te gaen ende order te helpen stellen omtrent de successie van sijn suster Caetje, onlanghs gestorven: dat hem toestondt.
Savonts liet de Coning de Wilde roepen, als naer bedt gingh, en vraeghde hem of ick te H. Court was, en als hij seyde: Jae, antwoorde: Dan is het wel.160-2015>
Abonneren op:
Posts (Atom)





