woensdag 30 april 2025

Alice • 1 mei 196x

• In de jaren 70 was Go ask Alice (1971) een bestseller. Het is een dagboek van een 15-jarig meisje dat aan de drugs raakt. Tegenwoordig wordt aangenomen dat het boek is geschreven door Beatrice Sparks.

Vertaling door ChatGPT onderaan.

May 1
Gramps had a stroke. It happened during the night, and Mom and Dad are flying out there today. They'll be gone when we get home from school. They are so sweet. They were more worried about leaving me than anything else. I'm sure they know how lonely and frustrated I am and I'm sure they ache inside as I do about Gramps. I used to think I was the only one who felt things, but I really am only one infinitely small part of an aching humanity. It's a good thing most people bleed on the inside or this would really be a gory, blood-smeared earth. Gran will be so lonely if Gramps dies. I just can't picture her without him. It would be like cutting a full person in half. Sweet old Gramps, he used to call me his Five-Star General. I think I'll write to him before I leave for school and sign it "Gramps' Five-Star General." No one else will know what I'm talking about, but he'll know.
Bye now.

(?)
Dad just called to see if we were all right and to tell us Gramps is worse. He's in a coma now and all of us are pretty upset, particularly Alex. When I tucked her in bed like Mom always does and kissed her goodnight, she asked if she could come and get into bed with me if she got scared during the night. Sweet little thing. But what do you say to someone when they feel rotten and there are no answers???
Then I went into Tim's room and kissed him goodnight. He's pretty upset too and I guess we're all in rotten shape, even Dad.

Ongecorrigeerde vertaling door ChatGPT

1 mei
Gramps heeft een beroerte gehad. Het is ’s nachts gebeurd, en mama en papa vliegen er vandaag naartoe. Ze zullen weg zijn als wij thuiskomen van school. Ze zijn zo lief. Ze maakten zich meer zorgen over het achterlaten van mij dan over wat dan ook. Ik weet zeker dat ze begrijpen hoe eenzaam en gefrustreerd ik ben, en dat ze net zo veel pijn voelen als ik over Gramps. Vroeger dacht ik dat ik de enige was die dingen voelde, maar ik ben eigenlijk maar een oneindig klein deeltje van een mensheid vol pijn. Het is maar goed dat de meeste mensen vanbinnen bloeden, anders zou deze aarde echt bloederig en met bloed besmeurd zijn. Gran zal zich zo eenzaam voelen als Gramps sterft. Ik kan me haar gewoon niet voorstellen zonder hem. Het zou zijn als het doormidden snijden van een compleet persoon. Lieve, oude Gramps, hij noemde me altijd zijn Vijfsterren-generaal. Ik denk dat ik hem een briefje schrijf voordat ik naar school ga en onderteken met "Gramps' Vijfsterren-generaal." Niemand anders zal begrijpen waar ik het over heb, maar hij zal het weten.
Dag hoor.

(?)
Papa belde net om te vragen of alles goed met ons gaat en om te vertellen dat het slechter gaat met Gramps. Hij ligt nu in coma en we zijn allemaal behoorlijk van slag, vooral Alex. Toen ik haar in bed stopte, zoals mama altijd doet, en haar een welterustenkus gaf, vroeg ze of ze vannacht bij mij in bed mocht kruipen als ze bang werd. Lieve kleine meid. Maar wat zeg je tegen iemand die zich rot voelt en er geen antwoorden zijn???
Daarna ging ik naar Tim’s kamer en gaf hem ook een welterustenkus. Hij is ook erg van slag, en ik denk dat we er allemaal slecht aan toe zijn, zelfs papa.

dinsdag 29 april 2025

Paul Léautaud • 30 april 1914

Paul Léautaud (1872-1956) was een Franse schrijver. Dit fragment komt uit Literair dagboek 1893-1921 (vertaald door Matth. Kockelkoren).

Donderdag 30 april 1914
Na de lunch eropuit gegaan met vijftig frs. op zak, vastbesloten die te gaan besteden aan een nieuwe wandelstok. Eerst naar een zaak in de rue du Bac, waar ik wel wat zou kunnen vinden, dacht ik. Alleen maar van die ontzettende stokken met zwaarverzilverde of imitatiezilveren knoppen, kunstig bewerkt, vol tierelantijnen, typisch het soort voor bureauchefs op hun zondagse ommetje. Toen hij zag wat voor een gezicht ik trok, zei die idioot tegen me: ‘Ik merk dat ik niets heb dat mooi genoeg is voor mijnheer.’ ‘Bij God, het is nog waar ook,’ zei ik. Voor noppes naar twee of drie andere zaken. Ik vond iets van mijn gading bij Frizon in de rue de l’Echelle. Hij zei tegen me: ‘Even een ogenblikje. Ik heb juist wat u zoekt.’ Hij gaat naar zijn magazijn en komt terug met een stuk of drie ouderwetse stokken. ‘Kijk, ik heb er hier een paar waar totaal geen vraag meer naar is. Kiest u maar uit. U krijgt ze voor een krats.’ Ik ben weggegaan met een mooi dun bamboestokje, een rechte knop, in imitatie lazuursteen, een geribbeld ringetje van doublé, ’n echte dandy-stok om ’s avond op visite te gaan en dat voor 12 frs. De lust bekroop me om hem die winkelier in de rue du Bac nog even te laten bewonderen.

maandag 28 april 2025

Peter Faber • 29 april 1982

• Peter Faber (1943) is een Nederlandse acteur. In 1982 hield jij voor NRC Handelsblad een 'Hollands Dagboek' bij.

Donderdag 29 april
Krijg van Shireen [Strooker] uitgeperste sinaasappel, koffie, brood, kreukels trekken uit mijn kop. We praten over hoe mooi en licht Devika uit Indonesië is teruggekomen, na een zwerftocht van 3 maanden met vriendin Veroon.
Voor het eerst sinds 3 maanden oefen ik weer piano. Heel voorzichtig Für Elise. Uit stijve vingers en warboel van stippen en strepen groeit de melodie, loopt de afspraak met Frank en Rense om te trainen mis. Ga naar het Kattengat en bespreek met Rense de act die we zondag in Carré zullen doen voor Amnesty International. Afsluiting conferentie politieke moorden.
Op het Waterlooplein koop ik ongeveer vijftig paar schoenen, voor de koopman een prachtige dag. Is het voor de televisie? Nee, voor politieke moorden, in Carré. O ja, ze kosten 1 gulden per paar. Thuis zitten Shireen, Frans en Martin Cleaver Zwoele Zomeravond te vertalen voor voorstellingen in New York. Ik ga bij de Italiaan eten. Behalve zwart-en-witte kat de enige gast. Gaat e goed met de arm? Ik buig en strek demonstratief. Ah, goed zo. Moet e spelen? Ja, vanavond. Waar? Bovenkerk. Ah, isse goed. Kinderen zijn door Ger uit school gehaald. Ga eerst met Daan piano oefenen. Zit naast hem en zie hoe zijn handen zich spannen en krampen onbeweeglijk hangen om vervolgens op de noot te duikelen, uiterst geconcentreerd met open mond een boerendansje. Om half zes komt Roel, mijn technische chef en duizendpoot, me halen. Ik denk dat Bovenkerk bij Nes aan de Amstel ligt. Roel denkt bij Amstelveen. We verdwalen. Dan pas kijken we op de kaart. Bistro de Paardestal in Bovenkerk blijkt de plek te zijn waar ik 's zomers na het roeien met de heren vaak ijs at. De ruimte met tafels in koffie-compleetopstelling en lage balken boven mijn hoofd. Eigenaresse, gastvrij en sterk, doet denken aan Jasperina de Jong. En ze vertelt dat ik speel voor artsen uit de Haarlemmermeer.
En vijf kwartier trekt voorbij. Met de spanning alsof het pas vijf minuten begonnen is. Bloemen, dankwoord en fles wijn voor Roel. Val thuis letterlijk en figuurlijk in uitzending 'Kinderen achter prikkeldraad'. Blijf genageld, zonder drinken, roken, kijken. De gruwelen houden niet op. Herinner me Golda Meir, wilde nooit meer een voet op Duitse bodem zetten. Het is allemaal gebeurd, de daders zijn onzichtbaar geworden, de meeste althans, maar het systeem dat dit mogelijk maakte niet. Welke nieuwe lichting (zonder geheugen) gaat in die voetsporen verder en maakt een nieuw vernietigend web? Elk systeem dat denkt van de wereld als een klomp klei een fruitschaal te maken, eindigt met erin een asbak. Maar die kinderen, hoe hard zou ik schreeuwen en dodelijk vechten voor mijn kinderen? Of zou ik ingesausd te laat zijn? Shireen en Devika komen thuis, op de televisie loert nu Iwan de Verschrikkelijke via Duitsland 2 de kamer in.



zondag 27 april 2025

Jacob van Loo • 28 april 1794

• Jacob van Loo (1754-1797) was predikant te Ootmarsum. Zijn Dagboeken 1777-1797 zijn te lezen bij Google books.

Den 28 April.
Gewigtige dag. Mijne dochter C….. vertrok naar Amsterdam, om daar het wollennaaijen en de Fransche winkel te leeren. J…. brengt haar, en H…. geleidt haar tot Almelo.
Zij kwam des morgens op mijne kamer, gansch alleen – viel mij om den hals – schreide bitter – bad mij niet te willen schreijen, maar mij sterk te houden – en verzekerde “dat zij alles wilde doen, wat haar mogelijk was, om mij tot blijdschap te wezen.” Een roerend toneel! Ik was enkel vader – geheel gevoel – nooit, nooit doortintelde mij het gevoel voor dit meisje zoo, dat bij alle hare wilde en levendige temperamentsfeilen, toch zeer veel goede zijden heeft.
O Gij! die haar op dezen weg gebragt hebt, bewaar haar, bekeer haar, verbeter haar – Vader! Erbarmende, teederlievende Vader! – o! laat haar aan uwe hand door alle de kronkelpaden des levens gaan. Doe haar uwe gunst ondervinden, en dan zal zij gunst bij menschen vinden. Ach! ik kan haar nu mijnen raad, mijn onderwijs, mijne bestraffing niet mededeelen – ik kan haar niet terugtrekken, als zij vallen wil, niet ophelpen, als zij struikelt – en hoe dikwijls zal zij nog niet struikelen! – Maar bekleed Gij mijne plaats. God! Vader! haar hart is in uwe hand – en dat was het niet in de mijne – laat dat door uwen Geest vernieuwd worden. Zij is immers gedoopt in den naam van U, Drieëenige Liefde! en zij leeft onder uw opzigt. Laat alles haar van U speken, tot U brengen, met U verbinden – wees haar God en Weldoener naar den Geest en het ligchaam, voor tijdelijke en eeuwige belangen! – – Zij vertrok tegen twee ure – wij weenden stil, en eenzaam!!



Katherine Murphy Dickson • 27 april 1970

• Katherine Murphy Dickson is een Amerikaanse schrijfster, van onder meer Diary For a Daughter August 1969 - August 1970, dat ze schreef na de geboorte van haar tweede kind.

Vertaling door ChatGPT onderaan.

Friday, April 24,1970
Menstruation for the first time since I became pregnant with Katherine Louise. I feel empty and anxious to do things. My dreaminess has gone. I have almost no thoughts. Denise had a baby girl Tuesday.

Saturday, April 25,1970
I was thinking yesterday about the dominant feeling of my childhood being that my mother would die. Why did I fear separation from her so much? Do all children feel that and to that extent? And I think this feeling is directly connected with my two childhood surgeries, my initial school experiences, bladder infections when I left New York and returned to Boston, and when I got married. I still don't understand it all. That plus the sort of nightmarish feeling that everything around me is coming alive or at least growing unboundedly like yeast. Or more like piles of clutter getting ever bigger. Out of control. Maybe like pieces of my own unconscious out of place. That plus the thing about feeling. They probably all fit together in some key way. My inner landscape.

Sunday, April 26,1970
Today Frank said he didn't get anything done because I spent so much time talking. I felt angry. Then I felt tarnished and as though I was soiled, needed to go to confession or turn a new leaf. He had asked me earlier if I liked being married better than being single. Afterward, I thought that it was easier to like myself when I was single. Then I wondered why. And I think it was because I didn't have to experience so much my own feelings of anger and hostility. When I feel angry with Frank or hurt by him, I don't like myself. My own negative feelings disturb me.

Monday April 27, 1970
Frank told me a strange Story about Bill Cosby and Robert Culp. Dominance passed from Culp to Cosby as the TV series [I Spy] continued.

Tuesday, April 28, 1970
A terrible beauty is born. I do feel like I am my own person again. Anything I don't do is because of myself. I have a vision of happiness. The binoculars. The drapes. Shopping for vacation. Frank slammed me each time. I told him so this morning. I told him that I was going to be happy in spite of him. In my heart I think I did the right thing by us both. Wrote Dot and Mother last night. I feel caught up on all my letters.


Ongecorrigeerde vertaling door ChatGPT

Vrijdag 24 april 1970
Voor het eerst sinds mijn zwangerschap van Katherine Louise weer ongesteld. Ik voel me leeg en gespannen om dingen te ondernemen. Mijn dromerigheid is verdwenen. Ik heb bijna geen gedachten. Denise kreeg dinsdag een dochtertje.

Zaterdag 25 april 1970
Gisteren dacht ik eraan dat het overheersende gevoel van mijn kindertijd was dat mijn moeder zou sterven. Waarom was ik zo bang om van haar gescheiden te worden? Voelen alle kinderen dat zo intens? En ik denk dat dit gevoel direct verbonden is met mijn twee operaties in mijn jeugd, mijn eerste schoolervaringen, blaasontstekingen toen ik New York verliet en terugkeerde naar Boston, en toen ik trouwde. Ik begrijp het nog steeds niet helemaal. Dat plus het soort nachtmerrieachtige gevoel dat alles om me heen tot leven komt, of in elk geval onbegrensd groeit als gist. Of meer als stapels rommel die steeds groter worden. Buiten controle. Misschien alsof stukken van mijn eigen onderbewuste niet op hun plaats liggen. En dan nog het probleem met gevoel. Ze passen waarschijnlijk allemaal op een of andere belangrijke manier samen. Mijn innerlijke landschap.

Zondag 26 april 1970
Vandaag zei Frank dat hij niets gedaan kreeg omdat ik zoveel tijd pratend doorbracht. Ik werd boos. Daarna voelde ik me bezoedeld, alsof ik vuil was, naar de biecht moest of een nieuw begin moest maken. Eerder had hij me gevraagd of ik het leuker vond om getrouwd te zijn dan om single te zijn. Achteraf dacht ik dat het makkelijker was om van mezelf te houden toen ik single was. Toen vroeg ik me af waarom. En ik denk dat het was omdat ik toen minder geconfronteerd werd met mijn eigen gevoelens van woede en vijandigheid. Als ik boos ben op Frank of door hem gekwetst word, vind ik mezelf niet aardig. Mijn eigen negatieve gevoelens maken me onrustig.

Maandag 27 april 1970
Frank vertelde me een vreemd verhaal over Bill Cosby en Robert Culp. De dominantie verschoof van Culp naar Cosby naarmate de TV-serie [I Spy] vorderde.

Dinsdag 28 april 1970
Een verschrikkelijke schoonheid is geboren. Ik voel echt dat ik weer mijn eigen persoon ben. Alles wat ik niet doe, ligt aan mezelf. Ik heb een visie op geluk. De verrekijker. De gordijnen. Winkelen voor de vakantie. Frank kleineerde me telkens. Ik heb het hem vanochtend verteld. Ik zei hem dat ik gelukkig ging zijn ondanks hem. In mijn hart geloof ik dat ik het juiste heb gedaan voor ons beiden. Gisteravond heb ik Dot en moeder geschreven. Ik voel me weer bij met al mijn brieven.


Lidija Tsjoekovskaja • 26 april 1935

• Lidija Tsjoekovskaja (1907-1996) was een Russisch schrijfster en dichteres. Ze was bevriend met de dichteres Anna Achmatova, Een dagboek van haar ontmoetingen met Achmatova is verschenen als Ontmoetingen met Anna Achmatova 1938-1962.

26 april 1935
Anna Andrejevna [Achmatova] heeft The old man and the sea gelezen. Naar aanleiding daarvan volgde een monoloog over Hemingway.
'Nee, ik vind het geen goed boek. Toen ik het las dacht ik: Ik wou dat ik uw zorgen had, meneer de onderwijzer. Want hij is het zelf met zijn dame, die aan het slot komt opdagen, en alles is beschreven vanuit hun standpunt... In A farewell to arms had hij iets te zeggen - iets persoonlijks, categorisch - maar hier hoor ik niets. Ik houd het meest van zijn A farewell to arms en Snows of the Kilimanjaro... Heeft, u gemerkt dat hij absoluut niet Amerikaans is? Hij is Europeaan, Parijzenaar, wat u wilt. De Verenigde Staten komen bijna niet in zijn werk voor, meestal zijn het andere landen. En heeft u gemerkt dat alle mensen in zijn verhalen eenzaam zijn, zonder familie, zonder ouders? In A farewell to arms wordt van iemand gezegd: "hij had zelfs ergens een vader". Het volkomen tegenovergestelde van Proust; bij Proust zijn alle helden omringd door tantes, ooms, papa's, mama's, familieleden van het keukenmeisje.'

Vandaag is Anna Andrejevna wat opgewekter en levendiger. Ze ligt zelfs niet op bed.
Er kwam iemand - een naaister, of gewoon zo maar iemand - om haar een zomerjas te verkopen. Terwijl zij Anna Andrejevna liet passen, zei ze: 'Alleen van achteren is bij u te kort, maar de voorkant zit prima. Toen ik de naam Achmatova hoorde, moest ik even gaan zitten. Want neem nou bijvoorbeeld Poesjkin: "'t Is winter, de boer viert feest", en verder ben ik alles vergeten. Maar uw versjes ken ik allemaal van buiten. Dat over de koning met de grijze ogen is heel mooi. Ja, de rug moet uitgelegd worden, maar de voorkant past precies. Ik heb u bij iemand op de foto gezien met een pony, heel jong, heel pikant.'



donderdag 24 april 2025

Wies Roosenschoon • 25 april 1959

• Wies Roosenschoon (1929-2015) was lerares Nederlands met een passie voor literatuur. In Tirade zijn dagboekfragmenten van haar gepubliceerd. Portret door Elisabeth Eskes-Rietveld.

25 april 1959
T., ingenieursexamen.
Ik zou gezegd hebben: ‘Gij vrouwen hier verzameld, en in het bijzonder jullie drieën, nieuwbakken ingenieurs! Gisteren meisjes met fladderharen, vandaag vrouwen met hoeden op, morgen Dames Irs. Er zijn van die situaties.
Je komt een kruidenierswinkel binnen, argeloos. “En zus, wat zal het zijn?” Jazeker. Vooruit dan maar. Na het afwegen van de suiker is het zicht toch iets veranderd. “Had u nog meer gehad willen hebben, juffrouw?” Om tenslotte te evolueren naar: “Dag, dame” bij het weggaan. Een rare wijze snijboon van een Duitse dichter, Christiaan Morgenstern, heeft gezegd dat in iedere man ergens nog een kind leeft dat spelen wil. Uiteraard in iedere man, hij was zelf een man. We geloven het graag. Maar in die vrouwen, wat zit daar dan binnenin? Dame te zijn, mevrouw te zijn, anyhow? Of is daar toch ook nog een heel klein meisje aan het roepen, soms, dat ze eigenlijk zo graag wou tollen vandaag? Dit is dan mijn wens, drie Vrouwen Ingenieurs: mag het je beschoren zijn te blijven zweven in die grensgebieden tussen Zus en Dame’.