• Juffrouw ’t Hart, onderwijzeres aan de Openbare School te Piershil, schreef kort na de watersnoodramp van 1 februari 1953 haar herinneringen op.
De stormramp.
Zaterdag, 31 januari 1953.
Het had de hele dag al gestormd. Al vroeg waren de vloedborden geplaatst, want men verwachtte met die n.w. storm hoog water. Omstreeks 6 uur was het eb en dan bereikte het water zijn laagste stand. Toen we op die tijd bij het Kaaislop kwamen, stond het water nog hoog tegen de vloedborden. De gorzen stonden vol en op de Sluisjesdijk spatte het water tussen de huizen door over de dijk. Je kon bijna niet tegen de wind in lopen. De mensen hadden geen rust; zo vaak kon je niet bij de Kaai komen of er stonden veel mensen en hoe later op de avond hoe meer die ongerustheid toenam. Plotseling begon het water te zakken en dat betekende een doorbraak in de onmiddellijke omgeving. In 1916 hadden we dat ook meegemaakt, toen in de Ka op het eind van de haven een groot gat geslagen was, waardoor de Noordpolder, hier meestal de Anwas genoemd, volstroomde.
Diezelfde polder moest het ook nu weer ontgelden. De bewoners van de Kaai kregen nu niet alleen aan de voorkant, maar ook aan de achterkant het water binnen. Ook de huizen aan de buitenkant van de Molendijk liepen meteen vol. De bewoners konden gelukkig bijtijds hun woningen verlaten en vonden onderdak bij familie en kennissen. Op aanraden van mijn moeder haalde ik onze oude buurvrouw Dubel uit haar huis en bracht ze bij ons. Nadat de “oudjes” gezellig bij de haard gezeten waren , beloofde ik voor een lekker “bakkie” koffie te zorgen, maar eerst wilde ik even kijken, hoe ver het water al gestegen was. De voordeur kon moeilijk open vanwege die storm, zodat ik de achterdeur uitging. Toen ik op zij van het huis kwam, zag ik het water over de dijk stromen en in de dijksloot storten, net een brede waterval. Vlug ging ik weer naar binnen, waar we verschillende dingen naar de zolder brachten, terwijl we steeds uitkeken naar het stijgende water, dat langs ons huis stroomde en veel wrakhout meevoerde.
De dijk, de onderweg en onze tuin lagen bezaaid met kisten (met erop ‘Zuidland’), balken, planken en allerlei kleinere voorwerpen. Nog steeds hebben we als herinnering een knop van een ledikant, die hier aangespoeld was. Al gauw was de electrische stroom verbroken en moesten de kaarsen aan. Dat was erg tobben onder die omstandigheden. Bij alle bewoners van de onderweg liepen de kelders vol, behalve bij ons. Met het oog op de storm was het raampje gesloten en ook het venster zat muurvast. Wel hebben we water op de vloer van het zijkamertje gehad. Daar waren de roosters niet afgesloten. In het schoolhuis was een erg diepe kelder. Het was een angstwekkend geluid, toen het water door het kelderraam, dat door de sterke stroom gebroken was, naar beneden stortte. Hadden we kunnen vermoeden, wat de gevolgen van die stormvloed waren, dan hadden we niet zo rustig bij de kachel gezeten en zouden we ook naar de zolder gevlucht zijn. We gingen wel naar bed, maar van slapen kwam niet veel, voornamelijk door het loeien van de wind om het huis. Al vroeg in de morgen liepen er mensen over de dijk. Dat was mogelijk, omdat het water gezakt was nadat de eb ingetreden was. Wij zagen tussen de 2 huizen op de dijk een dak van een gebouw, dat er nooit geweest was. En wat bleek? De schuur naast het huis van Andeweg was in elkaar gestort en het dak daarvan was door de stroom achter langs het huis tegen de dijk gespoeld. Later in de ochtend is het in elkaar gezakt en verdwenen.
Alle huizen aan de Molendijk, de Sluisjesdijk en op de Kaai hebben erg geleden, maar gelukkig zijn er geen mensen verdronken. Sommige families hebben het erg moeilijk gehad. Pas op 3 februari hoorden we door een autoradio welke vreselijke gevolgen de stormramp veroorzaakt had. Wij dachten, dat wij alleen maar hinder van het hoge water hadden, net als in 1916.244-2017>
woensdag 31 januari 2024
Frans Kellendonk • 31 januari 1980
• De Nederlandse schrijver Frans Kellendonk (1951-1990) vond zijn dagboeken niet het publiceren waard, maar De Revisor publiceerde er wel een selectie uit.
31 januari 1980
Wij nemen aan dat onze taal organisch verweven is met onze werkelijkheid, dat ons Nederlands uit ons Nederland is voortgesproten zoals bomen en bloemen uit onze grond. Maar evengoed is het denkbaar dat de taal de werkelijkheid niet zozeer beschrijft alswel schept.
De oplossing ligt denk ik in de groei van de taal. Hoe kan een taal verrijkt en gecompliceerd worden als ze niet door iets anders, dat geen taal is, wordt gevoed? Maar eerst moet onderzocht worden of talen inderdaad groeien.392-2019>
31 januari 1980
Wij nemen aan dat onze taal organisch verweven is met onze werkelijkheid, dat ons Nederlands uit ons Nederland is voortgesproten zoals bomen en bloemen uit onze grond. Maar evengoed is het denkbaar dat de taal de werkelijkheid niet zozeer beschrijft alswel schept.
De oplossing ligt denk ik in de groei van de taal. Hoe kan een taal verrijkt en gecompliceerd worden als ze niet door iets anders, dat geen taal is, wordt gevoed? Maar eerst moet onderzocht worden of talen inderdaad groeien.392-2019>
maandag 29 januari 2024
Mensje van Keulen • 30 januari 1977
• Mensje van Keulen (1946) is schrijver.
30/31 januari
Gisteren begon ik de dag in Antwerpen met twee dikke pannekoeken en vanmiddag eindigde het met frites met tartaarsaus. Daartussen een Italiaan, een broodjeszaak en drank. Ik heb een buik of ik van het carnaval kom, al at ik net weer een vanillepuddinkje en drink nu bier. Niet iedere kater is onplezierig, soms lijkt het wonderlijk genoeg juist te helpen bij het werk.
Tot vijf uur in de ochtend hebben Tineke en ik gedanst in een café met vier jongens uit Amsterdam. Ze waren 20, 21. Ik wilde niet naar bed, riep maar weer dat het pas halfeen was.
Op de Vogeltjesmarkt kwamen we vanmorgen de jongens tegen. Ik heb ze gedag gezegd en voelde me een beetje schuldig.Tien jaar jonger, wat moet je ermee. Ik heb op die markt niets gekocht. Oude trommeltjes, beelden, lijstjes, om te rillen, ik heb allang meer dan genoeg van dergelijke prullaria. Wel houd ik van Antwerpen. De grauwe, boomloze straten zijn soms een lust voor het oog. De cafés waar dames van alle leeftijden op hun gemak zitten of dansen op de muziek van een of twee muzikanten.
30/31 januari
Gisteren begon ik de dag in Antwerpen met twee dikke pannekoeken en vanmiddag eindigde het met frites met tartaarsaus. Daartussen een Italiaan, een broodjeszaak en drank. Ik heb een buik of ik van het carnaval kom, al at ik net weer een vanillepuddinkje en drink nu bier. Niet iedere kater is onplezierig, soms lijkt het wonderlijk genoeg juist te helpen bij het werk.
Tot vijf uur in de ochtend hebben Tineke en ik gedanst in een café met vier jongens uit Amsterdam. Ze waren 20, 21. Ik wilde niet naar bed, riep maar weer dat het pas halfeen was.
Op de Vogeltjesmarkt kwamen we vanmorgen de jongens tegen. Ik heb ze gedag gezegd en voelde me een beetje schuldig.Tien jaar jonger, wat moet je ermee. Ik heb op die markt niets gekocht. Oude trommeltjes, beelden, lijstjes, om te rillen, ik heb allang meer dan genoeg van dergelijke prullaria. Wel houd ik van Antwerpen. De grauwe, boomloze straten zijn soms een lust voor het oog. De cafés waar dames van alle leeftijden op hun gemak zitten of dansen op de muziek van een of twee muzikanten.
zondag 28 januari 2024
Adriana Modoo • 29 januari 1944
• Adriana Modoo (1902-?) was in 1942 onderwijzeres in Djokjakarta. Net als alle andere Nederlanders werd ze na de Japanse bezetting geïnterneerd in een kamp. Van de jaren in het kamp hield ze een dagboek bij, waaruit fragmenten zijn opgenomen in De Japanse bezetting in dagboeken. Vrouwenkamp Ambarawa.
29 januari 1944
Een dag of tien geleden zijn de jongens, die in 1927 geboren zijn, naar het mannenkamp te Salatiga gebracht, zoals dat verleden jaar in februari gebeurd is met die van de lichting 1926. Het waren er nu 23. Over twee jaar zou Jelle dus aan de beurt komen op deze manier, als we hier dan nog zitten en nog niet verhongerd zijn.
Overal stinkt het naar rook tussen de barakken. We krijgen zó weinig houtskool dat velen nu de pap koken op een houtvuurtje; er wordt druk gesprokkeld. Met de kleding van vele mensen en kinderen is het treurig gesteld, 't is maar stoppen en verstellen zonder eind. Van de goede stukken van een oud laken heb ik een pyjamajas voor Jelle gemaakt, als bijbehorende broek een oude pyjamabroek van mezelf voor hem veranderd. En zo tobben we naar verder.
Na een paar dagen groentedienst gedaan te hebben, heb ik een ander baantje gekregen: 'tokodame', dat wil zeggen dat ik moet helpen bij de verkoop van de dingen, die we kunnen kopen op onze kaarten à ƒ 1,50 per persoon per maand.123-2016>
29 januari 1944
Een dag of tien geleden zijn de jongens, die in 1927 geboren zijn, naar het mannenkamp te Salatiga gebracht, zoals dat verleden jaar in februari gebeurd is met die van de lichting 1926. Het waren er nu 23. Over twee jaar zou Jelle dus aan de beurt komen op deze manier, als we hier dan nog zitten en nog niet verhongerd zijn.
Overal stinkt het naar rook tussen de barakken. We krijgen zó weinig houtskool dat velen nu de pap koken op een houtvuurtje; er wordt druk gesprokkeld. Met de kleding van vele mensen en kinderen is het treurig gesteld, 't is maar stoppen en verstellen zonder eind. Van de goede stukken van een oud laken heb ik een pyjamajas voor Jelle gemaakt, als bijbehorende broek een oude pyjamabroek van mezelf voor hem veranderd. En zo tobben we naar verder.
Na een paar dagen groentedienst gedaan te hebben, heb ik een ander baantje gekregen: 'tokodame', dat wil zeggen dat ik moet helpen bij de verkoop van de dingen, die we kunnen kopen op onze kaarten à ƒ 1,50 per persoon per maand.123-2016>
Jan de Quay • 28 januari 1945
• Jan de Quay (1901-1985) was een Nederlandse politicus (premier van 1959-1963). Aan het ind van de Tweede Wereldoorlog hield hij een dagboek bij.
28 Januari Zondag
Per auto ’s morgens terug naar Tilburg. Bezoek bij Thomassen om zijn gegevens op te vragen voor event. reis naar Londen met het gezelschap Wyffels, Beel, de Casembroot. - Er moet nl. nog een Sociaal-democraat bij als het kan, vooral nu de S.D.A.P. Ministers met Burger “solidair” zijn uitgetreden. Thomassen vertelde nog, dat H.M. een passage “à la suite” in de benoeming van Prins B. tot opperbevelhebber zou hebben doorgestreept. Dus een niet constitutioneele regeeringsvorm. - Uit de S.D.A.P. kring komt altijd deze critiek; men wil onrust zaaien en de keuze van een nieuwe richting verdacht maken. - Overal die critiek. - Evenzoo volgens Wyffels in Limburg. - De Communisten zouden zich rustig gedragen, maar zich voorbereiden op een putsch. - Er zou (volgens Beel) al een Comm. Regeering in het Noorden zijn met toestemming van Stalin! Is dat zoo. Wie kan het bedrog en de leugen onderscheiden? - ’s Middags afreis naar Brussel met Boerma, Kaag en v. Blankenstein. - Autopech!! Zeven uur Brussel Palace Hotel. - Gegeten en Wouter Visser gezien (in uniform) die zijn vrouw verloor, overreden door een tank. – Vreeselijk zoo’n eenzaamheid, … alles gekregen; geld, positie enz… alles kwijt en alléén. - Bespreking met Posth. Meyes, veel officieren in Mess van M.G. - Eenige biertjes in eenige kroegjes en naar bed.
28 Januari Zondag
Per auto ’s morgens terug naar Tilburg. Bezoek bij Thomassen om zijn gegevens op te vragen voor event. reis naar Londen met het gezelschap Wyffels, Beel, de Casembroot. - Er moet nl. nog een Sociaal-democraat bij als het kan, vooral nu de S.D.A.P. Ministers met Burger “solidair” zijn uitgetreden. Thomassen vertelde nog, dat H.M. een passage “à la suite” in de benoeming van Prins B. tot opperbevelhebber zou hebben doorgestreept. Dus een niet constitutioneele regeeringsvorm. - Uit de S.D.A.P. kring komt altijd deze critiek; men wil onrust zaaien en de keuze van een nieuwe richting verdacht maken. - Overal die critiek. - Evenzoo volgens Wyffels in Limburg. - De Communisten zouden zich rustig gedragen, maar zich voorbereiden op een putsch. - Er zou (volgens Beel) al een Comm. Regeering in het Noorden zijn met toestemming van Stalin! Is dat zoo. Wie kan het bedrog en de leugen onderscheiden? - ’s Middags afreis naar Brussel met Boerma, Kaag en v. Blankenstein. - Autopech!! Zeven uur Brussel Palace Hotel. - Gegeten en Wouter Visser gezien (in uniform) die zijn vrouw verloor, overreden door een tank. – Vreeselijk zoo’n eenzaamheid, … alles gekregen; geld, positie enz… alles kwijt en alléén. - Bespreking met Posth. Meyes, veel officieren in Mess van M.G. - Eenige biertjes in eenige kroegjes en naar bed.
Karel van de Woestijne • 27 januari 1915
• Karel van de Woestijne (1878-1929) was een Belgische schrijver. Aan het begin van de Eerste Wereldoorlog hield hij enige maanden een dagboek bij.
27 Januari.
Vandaag is de Duitsche keizer zeven-en-vijftig jaar oud geworden. En de Brusselaars, die op dezen datum niet bedacht waren - wie zou het hun kwalijk nemen? - werden vanochtend voor het eerst van hun leven verrast op eene hoofdstad, de hunne, die aan alle openbare gebouwen, behalve de specifiek Brusselsche, met de Duitsche kleuren versierd was.
Daargelaten of de Brusselaars aan de nieuwigheid pleizier of onpleizier hadden; of hun aesthetischen zin eerder door horizontaal rood-wit-zwart gestreeld werd, dan met vertikaal zwart-geel-rood: het heeft niets te maken met het gevoel, dat er met het stadsuitzicht iets gebeurd is, wat feitelijk voor de Brusselsche gemoedsrust niet moest gebeuren, omdat die gemoedsrust gevestigd is op onveranderlijkheid. Dat vóór den oorlog die onveranderlijkheid op sommige feestdagen verstoord werd, deed er voor bedoelde gemoedsrust minder toe, omdat zij de wijzigingen onveranderlijk-dezelfde wist. Er zijn nu eenmaal straten waar men vlaggen uithangt, en er zijn er waar dit nooit gebeurt en nooit gebeuren zal, zelfs niet in de ongewoonste omstandigheden, een aardbeving bijvoorbeeld.
Ditmaal echter was de stoornis écht. Niet, weliswaar, topografisch: men zou geen vlaggen vinden, waar men ze nimmer zag. Maar, zal ik maar zeggen, chromatisch; en ook, en ook... Ach, hier vind ik het bijvoeglijk naamwoord niet, dat uitdrukken moet hoe de Duitsche vlag, van anderen, namelijk veel langeren vorm dan de Belgische, bij tooi der straten en gebouwen een indruk maakt, die zeer verschillend, en vooral voor Belgische oogen minder aangenaam is, juist vanwege het ongewone ervan. En misschien ook nog om andere redenen...
Ik heb mijn dagelijksche ochtendwandeling gedaan, en toen ik omtrent het Noorderstation kwam, begon het uit de was-gele lucht in donzige vlokken te sneeuwen. Maar ik vernam tevens muziek uit koper, en toen ik op bekwamen afstand gekomen was, onderscheidde ik het met groote bewustheid uitgevoerde openingsstuk van Franz von Suppé's ‘Dichter und Bauer’. Nog eenige stappen: ik bevond mij onder den drie-mandiepen cirkel van belangstellenden, die door rondstappende Polizei op behoorlijken afstand werden gehouden van een, wel niet zeer talrijke, maar voldoendeluide krijgskapel, die blies. Vóór mij zei een naaistertje tot haar vriendin met misprijzen: ‘Onze grenadiers kunnen dat ook spelen!’ Een pasteibakkers-jongen floot mee, echter een kleinen halven toon te hoog.
Toen begon het wat harder te sneeuwen. Parapluies werden opgestoken, die het gezicht op de spelende militairen zooniet verhinderden, dan toch eenigszins belemmerden. Ik besloot er dan ook toe, mij te verwijderen in de richting van de tramhalte. Ik deed het met te minder moreele tegenstribbeling, dat ik zoowaar mijn eigen regenscherm tehuis had gelaten.
Onderweg vernam ik, dat de waarnemende burgemeester verboden had, dit jaar karnaval te vieren. Tegen dezen maatregel wist ik des te minder iets in te brengen, dat ik waarlijk weinig lust gevoel dit jaar aan de gewoonte der Saturnaliën gevolg te geven. Ik vind het dus een gelukkigen inval, te verbieden dat men zich dit jaar drie dagen voor Asschewoensdag en verder op halfvasten aan uitspattingen over zou leveren. Over dezen dag meen ik niet, nog iets anders te kunnen vermelden.170-2017>
27 Januari.
Vandaag is de Duitsche keizer zeven-en-vijftig jaar oud geworden. En de Brusselaars, die op dezen datum niet bedacht waren - wie zou het hun kwalijk nemen? - werden vanochtend voor het eerst van hun leven verrast op eene hoofdstad, de hunne, die aan alle openbare gebouwen, behalve de specifiek Brusselsche, met de Duitsche kleuren versierd was.
Daargelaten of de Brusselaars aan de nieuwigheid pleizier of onpleizier hadden; of hun aesthetischen zin eerder door horizontaal rood-wit-zwart gestreeld werd, dan met vertikaal zwart-geel-rood: het heeft niets te maken met het gevoel, dat er met het stadsuitzicht iets gebeurd is, wat feitelijk voor de Brusselsche gemoedsrust niet moest gebeuren, omdat die gemoedsrust gevestigd is op onveranderlijkheid. Dat vóór den oorlog die onveranderlijkheid op sommige feestdagen verstoord werd, deed er voor bedoelde gemoedsrust minder toe, omdat zij de wijzigingen onveranderlijk-dezelfde wist. Er zijn nu eenmaal straten waar men vlaggen uithangt, en er zijn er waar dit nooit gebeurt en nooit gebeuren zal, zelfs niet in de ongewoonste omstandigheden, een aardbeving bijvoorbeeld.
Ditmaal echter was de stoornis écht. Niet, weliswaar, topografisch: men zou geen vlaggen vinden, waar men ze nimmer zag. Maar, zal ik maar zeggen, chromatisch; en ook, en ook... Ach, hier vind ik het bijvoeglijk naamwoord niet, dat uitdrukken moet hoe de Duitsche vlag, van anderen, namelijk veel langeren vorm dan de Belgische, bij tooi der straten en gebouwen een indruk maakt, die zeer verschillend, en vooral voor Belgische oogen minder aangenaam is, juist vanwege het ongewone ervan. En misschien ook nog om andere redenen...
Ik heb mijn dagelijksche ochtendwandeling gedaan, en toen ik omtrent het Noorderstation kwam, begon het uit de was-gele lucht in donzige vlokken te sneeuwen. Maar ik vernam tevens muziek uit koper, en toen ik op bekwamen afstand gekomen was, onderscheidde ik het met groote bewustheid uitgevoerde openingsstuk van Franz von Suppé's ‘Dichter und Bauer’. Nog eenige stappen: ik bevond mij onder den drie-mandiepen cirkel van belangstellenden, die door rondstappende Polizei op behoorlijken afstand werden gehouden van een, wel niet zeer talrijke, maar voldoendeluide krijgskapel, die blies. Vóór mij zei een naaistertje tot haar vriendin met misprijzen: ‘Onze grenadiers kunnen dat ook spelen!’ Een pasteibakkers-jongen floot mee, echter een kleinen halven toon te hoog.
Toen begon het wat harder te sneeuwen. Parapluies werden opgestoken, die het gezicht op de spelende militairen zooniet verhinderden, dan toch eenigszins belemmerden. Ik besloot er dan ook toe, mij te verwijderen in de richting van de tramhalte. Ik deed het met te minder moreele tegenstribbeling, dat ik zoowaar mijn eigen regenscherm tehuis had gelaten.
Onderweg vernam ik, dat de waarnemende burgemeester verboden had, dit jaar karnaval te vieren. Tegen dezen maatregel wist ik des te minder iets in te brengen, dat ik waarlijk weinig lust gevoel dit jaar aan de gewoonte der Saturnaliën gevolg te geven. Ik vind het dus een gelukkigen inval, te verbieden dat men zich dit jaar drie dagen voor Asschewoensdag en verder op halfvasten aan uitspattingen over zou leveren. Over dezen dag meen ik niet, nog iets anders te kunnen vermelden.170-2017>
donderdag 25 januari 2024
Hette de Jong • 26 januari 1945
• Uit het oorlogsdagboek van middelbare scholier Hette de Jong, geboren op 1 december 1923. In januari 1945 nam hij dienst al vrijwilliger.
Donderdag 25 januari 1945
Russen over de Oder! Krant: Schrik en verwaring in Duitsland! Ardenne: St. Vith en Vianden weer vrij, al zal er niet veel meer dan wat steenhopen van over zijn. St.Joost en Maasbracht bevrijd! Strijdt nadert Roermond. Het Ardennenavontuur van Adolf vindt een roemloos einde! Als je die berichten allemaal hoort en leest is het wonderbaarlijk dat Maastricht en verder Zuid-Limburg er praktisch zonder kleerscheuren doorheen is gekomen. Onbegrijpelijk dat de Moffen onze stad zonder meer hebben prijsgegeven!. Laten we desondanks dankbaar voor zijn!
Vrijdag 26 januari 1945
Overal, in Oost-Pruisen, in de Ardennen, in Noord Limburg trekken de Duitsers terug! Venlo en Roermond gaan hun martelgang. De Duitsers dwingen de inwoners te evacueren.
Zaterdag 27 januari 1945
Russen staan voor Elbing, Posen en Breslau. Luime bevrijd! Duitse aanval bij Boxmeer afgeslagen.
Mijn laatste dag in Maastricht! Morgen vertrek ik als oorlogsvrijwilliger!
Morgen ga ik eens kijken waar de oorlog is! Morgen daadwerkelijk de Moffen te lijf. Maastricht het gaat je goed!
Maastricht ik beloof je raak te schieten uit naam van je door bombardementen omgekomen burgers, uit naam van de gedeporteerde joden, uit naam van jou, Maastricht goede oude stad.
Je gaf me bescherming in de harde Moffenjaren. Ik bracht mijn jeugd door binnen jouw oude wallen! Je hebt me aan je verplicht! Maastricht nogmaals, adieu! Hou je taai!
Als heel de hemel van papier was en al het water ter wereld inkt en al de bomen veranderden in pennen, dan nog zou ik al de verschrikkingen van deze oorlog niet hebben kunnen optekenen!177-2017>
Donderdag 25 januari 1945
Russen over de Oder! Krant: Schrik en verwaring in Duitsland! Ardenne: St. Vith en Vianden weer vrij, al zal er niet veel meer dan wat steenhopen van over zijn. St.Joost en Maasbracht bevrijd! Strijdt nadert Roermond. Het Ardennenavontuur van Adolf vindt een roemloos einde! Als je die berichten allemaal hoort en leest is het wonderbaarlijk dat Maastricht en verder Zuid-Limburg er praktisch zonder kleerscheuren doorheen is gekomen. Onbegrijpelijk dat de Moffen onze stad zonder meer hebben prijsgegeven!. Laten we desondanks dankbaar voor zijn!
Vrijdag 26 januari 1945
Overal, in Oost-Pruisen, in de Ardennen, in Noord Limburg trekken de Duitsers terug! Venlo en Roermond gaan hun martelgang. De Duitsers dwingen de inwoners te evacueren.
Zaterdag 27 januari 1945
Russen staan voor Elbing, Posen en Breslau. Luime bevrijd! Duitse aanval bij Boxmeer afgeslagen.
Mijn laatste dag in Maastricht! Morgen vertrek ik als oorlogsvrijwilliger!
Morgen ga ik eens kijken waar de oorlog is! Morgen daadwerkelijk de Moffen te lijf. Maastricht het gaat je goed!
Maastricht ik beloof je raak te schieten uit naam van je door bombardementen omgekomen burgers, uit naam van de gedeporteerde joden, uit naam van jou, Maastricht goede oude stad.
Je gaf me bescherming in de harde Moffenjaren. Ik bracht mijn jeugd door binnen jouw oude wallen! Je hebt me aan je verplicht! Maastricht nogmaals, adieu! Hou je taai!
Als heel de hemel van papier was en al het water ter wereld inkt en al de bomen veranderden in pennen, dan nog zou ik al de verschrikkingen van deze oorlog niet hebben kunnen optekenen!177-2017>
Abonneren op:
Posts (Atom)







