donderdag 23 november 2023

Luise Rinser • 24 november 1944

• Luise Rinser (1911-2002) was een Duitse schrijfster en politiek activiste. Ze publiceerde verschillende boeken met dagboekaantekeningen. In oktober 1944 werd ze gevangen genomen wegens Wehrkraftzersetzung ('ondermijning van de weerbaarheid'). Met kerstmis werd ze weer vrijgelaten. Ze hield tijdens haar gevangenschap een Gefängnistagebuch bij. 

Onderaan een machinevertaling (ChatGPT) van de Duitse tekst.

23. November 1944 Heute morgen vier Uhr wieder Alarm. Ohne Licht anziehen auf eins, zwei, drei und wieder hinunter in den Flur. Ich saß in der Nahe von Betty, der Auschwitzerin. »Ach, endlich sehe ich dich wieder, Liebling«, rief sie und zog eine halbe Zigarette aus ihrer Tasche: »Da, die versprochene. Mehr habe ich nicht.« Ich steckte ihr einen Apfel zu, und wir lehnten uns aneinander, um uns zu warmen. Aber sie ist so nervös und verrückt, daß ich ihre Nähe nicht ertrage. Sie wird immer magerer. Sie erzählte, sie sollte am vergangenen Samstag nach M. gebracht werden auf Schub ins KZ, aber die Strecke war bombardiert. — Sie machte mich auf ein sehr hübsches, schwarzhaariges, blasses Madchen aufmerksam, das mir noch nie aufgefallen war, obwohl ich wußte, daß sie schon seit sechs Wochen in Einzelhaft saß, Strümpfe strikkend. Sie hatte rotgeränderte Augen und sah elend aus. Betty flüsterte, das heißt, sie glaubte zu flüstern: »Die hat Syphilis.« Das Mädchen wandte sich ab. Ich sagte: »Glaube ich nicht. Wie kannst du das so behaupten, Betty?« »Aber geh«, sagte sie, »das sieht man doch. Außerdem wäre sie sonst schon lange nicht mehr in Einzelhaft.« Ich fragte nachher beim Heraufgehen Frau M.; sie sagte, ja, das sei leider wahr, und es sei ein Skandal, daß sie nicht fortkomme. Sie sei sogar hochgradig syphilitisch. Ihr Eßgeschirr komme aber trotzdem zu dem unsrigen, ihr Eimer werde mit dem unsrigen geleert; die Gefangenen, die dies tun mussen, hatten sich geweigert, aber ohne Erfolg. — Das fehlte mir gerade noch, hier angesteckt zu werden. Übrigens schade um das entzückende Geschöpf. — Heute war große Umquartierung. Unsere Zelle ist fast ganz neu besetzt. Die Polin Helena ist entlassen, die beiden Entflohenen, Rosi und Anni, haben scharfen Arrest bei Wasser und Brot in der völlig dunklen Zelle; an die Stelle dieser drei kamen Frau K., Mariechen und Resi, die Braut des Deserteurs, mit denen ich auf Zelle 45 schon zusammen gewesen war. Sie waren auch zum Außendienst in der Brotfabrik bestimmt worden. Fermmer war ein ganz zartes, kleines blondes Mädchen da, eine Neue, fünfzehn oder sechzehn Jahre alt; sie hatte verbotenen Umgang mit einem amerikanischen Internierten gehabt. Sie liegt vergnügt auf ihrer Pritsche, hat alle Bücher, die wir weggeworfen haben, um sich versammelt und, während sie liest, singt sie sämtliche modernen Schlager. Sie hat eine süße tiefe Stimme, aber irgend etwas gefällt mir nicht an dem Kind. Ich glaube, die Kleine ist gerissen. Sie sieht allzu unschuldig aus und lachte allzu lustig, als Käthe, die Banater Hochstaplerin, Witze erzählte. Diese Witze waren ziemlich obszön. Alle anderen wieherten vor Vergnügen. Schließlich erzählte Mariechen, die inzwischen eine Woche in der Schmiedezelle gewohnt hatte, was sie dort erlebt hatte. An den Abenden, wenn sie sich langweilten, »bekamen sie Sehnsucht«, so drückte Mariechen sich aus, das heißt, sie hatten Verlangen nach Liebe, genau gesagt, nach sexuellem Vergnügen. Sie befriedigten es ungeniert, jede mit sich selbst oder paarweise, wie es gerade kam. Sie hatten auch einige primitive Hilfsmittel dazu. Die Vorbereitungen bestanden entweder in Nackttanzen oder in Unfug. Ich wunderte mich darüber, daß ich bisher noch nie etwas bemerkt hatte, noch mehr darüber, daß diese Mädchen Verlangen nach solchen Dingen hatten. Ich denke, das Brom, die ungewürzte, fettlose Nahrung und der Mangel an Anreiz täten ihre Schuldigkeit. Aber Mariechen klärte mich auf. Die Schmiedemädchen bekommen taglich zwei große Scheiben Wurst zur Jause, dazu eine Flasche Bier. Außerdem arbeiten sie mit Männern zusammen, mit Zivilarbeitern, die ihnen Lebensmittel zustecken, dafür aber natürlich einen kleinen Gegendienst verlangen, der trotz aller Aufsicht durch das böse Fraulein Sch. hinter Maschinen, Bretterstößen, in Kohlenkellern und, wenn's nicht anders geht, im Klo in aller Eile geleistet wird. Es scheint, sie führen dort ein recht lustiges Leben. Deshalb sehen sie auch weitaus besser, gepflegter und weniger vergrämt und verlassen aus als wir anderen. M. erzählte, einmal sei eine davon sogar schwanger geworden, aber die Manner haben ihr ein Mittel dagegen gegeben.

24. November 1944.
Ich bin müde und traurig. Ich will schlafen.


Vertaling door ChatGpt


23 november 1944
Vanochtend om vier uur weer alarm. Zonder licht aankleden, op één, twee, drie, en weer naar beneden naar de gang. Ik zat in de buurt van Betty, de vrouw uit Auschwitz. "Oh, eindelijk zie ik je weer, schat," riep ze en trok een halve sigaret uit haar zak. "Daar, zoals beloofd. Meer heb ik niet." Ik stopte haar een appel toe, en we leunden tegen elkaar aan om warm te worden. Maar ze is zo zenuwachtig en gek dat ik haar nabijheid niet kan verdragen. Ze wordt steeds magerder. Ze vertelde dat ze afgelopen zaterdag naar M. zou worden gebracht voor een transport naar het concentratiekamp, maar de route was gebombardeerd. — Ze wees me op een heel mooi, zwartgekleurd, bleek meisje dat me nog nooit was opgevallen, hoewel ik wist dat ze al zes weken in eenzame opsluiting zat, breiend aan kousen. Ze had rooddoorlopen ogen en zag er ellendig uit. Betty fluisterde, althans dat dacht ze: "Ze heeft syfilis." Het meisje draaide zich om. Ik zei: "Dat geloof ik niet. Hoe kun je dat zo beweren, Betty?" "Maar kom op," zei ze, "dat zie je toch. Bovendien zou ze anders allang niet meer in eenzame opsluiting zijn." Ik vroeg het later aan mevrouw M. toen we naar boven gingen; ze zei dat het helaas waar was en dat het een schandaal was dat ze niet verder kwam. Ze had zelfs een zeer vergevorderd stadium van syfilis. Haar eetgerei komt echter nog steeds bij het onze, haar emmer wordt met de onze geleegd; de gevangenen die dit moeten doen, weigerden, maar zonder succes. — Dat ontbrak er nog aan, hier besmet te raken. Overigens jammer van dat betoverende schepsel. — Vandaag was er een grote herschikking. Onze cel is bijna helemaal opnieuw bezet. De Poolse Helena is vrijgelaten, de twee ontsnapten, Rosi en Anni, zitten in streng arrest met water en brood in de volledig donkere cel; zij werden vervangen door mevrouw K., Mariechen en Resi, de bruid van de deserteur, met wie ik al op cel 45 had gezeten. Ze waren ook toegewezen aan de buitendienst in de broodfabriek. Fermmer was er een heel tenger, klein blond meisje, een nieuwkomer, vijftien of zestien jaar oud; ze had verboden contact gehad met een Amerikaanse krijgsgevangene. Ze ligt opgewekt op haar brits, heeft alle boeken verzameld die we hebben weggegooid en terwijl ze leest, zingt ze alle moderne hits. Ze heeft een zoete diepe stem, maar er bevalt me iets niet aan dat kind. Ik denk dat ze sluw is. Ze ziet er te onschuldig uit en lachte te vrolijk toen Käthe, de oplichter uit de Banat, grappen vertelde. Deze grappen waren behoorlijk obsceen. Iedereen hinnikte van plezier. Uiteindelijk vertelde Mariechen, die inmiddels een week in de smederijcel had gewoond, wat ze daar had meegemaakt. 's Avonds, als ze zich verveelden, "kregen ze verlangen," zo drukte Mariechen het uit, dat wil zeggen, ze hadden behoefte aan liefde, om precies te zijn, aan seksueel plezier. Ze bevredigden het onbeschaamd, elk met zichzelf of met z'n tweeën, zoals het uitkwam. Ze hadden ook enkele primitieve hulpmiddelen daarvoor. De voorbereidingen bestonden uit naakt dansen of gekkigheid. Ik verbaasde me erover dat ik tot nu toe nooit iets had gemerkt, nog meer dat deze meisjes verlangen hadden naar zulke dingen. Ik denk dat het brood, het ongekruid, vetarm voedsel en het gebrek aan prikkels hun werk deden. Maar Mariechen lichtte me op. De smederijmeisjes krijgen elke dag twee grote plakken worst als tussendoortje, plus een fles bier. Bovendien werken ze samen met mannen, met burgerarbeiders, die hun eten toeschuiven, maar natuurlijk een kleine tegenprestatie verwachten, die ondanks alle supervisie achter machines, stapels planken, in kolenkelders en, als het niet anders kan, in het toilet snel wordt geleverd. Het lijkt erop dat ze daar een behoorlijk vrolijk leven leiden. Daarom zien ze er ook veel beter uit, verzorgder en minder verbitterd en verlaten dan wij anderen. M. vertelde dat er eens een zwanger was geworden, maar de mannen hadden haar er een middel tegen gegeven.

24 november 1944
Ik ben moe en verdrietig. Ik wil slapen.

woensdag 22 november 2023

Alice • 23 november 196?

• In de jaren 70 was Go ask Alice (1971) een bestseller. Het is een dagboek van een 15-jarig meisje dat aan de drugs raakt. Tegenwoordig wordt aangenomen dat het boek is geschreven door Beatrice Sparks.

Vertaling door ChatGPT onderaan.

November 23
It has happened again and I don't know whether to weep or rejoice. Well, at least this time we were all adults doing our adult thing and not influencing a bunch of little kids. Granted some people wouldn't consider me quite an adult, but everyone thinks both Chris and I are eighteen so I guess that's all that matters.
Anyway, Shelia lives in the most fabulous apartment with the most spectacular view. She has a doorman who is even more regal looking than the doormen where I work — and they are pretty impressive. We took the elevator up to her apartment, trying to act sophisticated and unimpressed when actually after our dirty little fly trap both of us were panting. Even the elevator was impressive with gold vinyl paper on two sides and black paneling on the other two.
Shelia's apartment was like walking into a decorating magazine. Two whole walls were glass overlooking the twinkling city. I tried to keep my mouth from hanging open, but it was like finding myself on a movie set.
Shelia kissed us each lightly on our cheeks and led us into the room where brightly colored pillows were stacked around a large gold and antiqued mirrored coffee table. There was an oversized buff colored shaggy fur chair next to the fireplace, and the whole thing was really too much.
Then the doorbell was ringing and the most beautiful human beings I have ever seen in my life began arriving. The men were so gorgeous, they were like tanned statues of the Roman Gods, and the women were so breath-taking that it made me happy and frightened all at the same time. But after awhile it dawned on me that we're young and shiny and healthy and these women are old, old, old. They probably couldn't even go out of the house in the morning without half a ton of makeup on. So we really didn't have anything to worry about at all.
Then I smelled it. I almost stopped talking in the middle of a sentence, the smell was so strong. Chris was over on the other side of the room but I saw her looking around and knew she had smelled it too. The air seemed to be getting thick and parts of my head were begging for it. I didn't know whether to run or stay or what. Then I turned around and one of the men passed me a joint and that was it. I wanted to be ripped, smashed, torn up as I had never wanted anything before. This was the scène, these were the swingers and I wanted to be part of it!
The rest of the evening was fantastic. The lights and music and sound and San Francisco were part of me and I was part of them. It was another incredible excursion and it went on for I don't know how long. Chris and I both used Shelia's apartment for a crashpad, and it was early afternoon before we pulled ourselves together enough to go back to our own dingy four walls.
I'm a little worried about what actually happened. I don't know if we were smoking hash, which is hard to get right now, or what. But I hope I won't have to go through this am-I-or-aren't-I-until-next-month bit again. One thing — if we are going to get back on the merry-go-round I really am going to start taking the pill. I can't stand the suspense, and besides now all I need to topple completely would be to find myself. . . but I won't even think about it.

(?)

Shelia has parties almost every night and we are always invited. I haven't found anyone l'm really into yet but it's fun, fun, fun and we nearly always use her place as a crash pad — which is a lot better than having to come back to this hole we're in. Chris found out that Shelia was once married to ..... and her alimony is enough to support her and all her friends in any habit they happen to have. Boy, wouldn't it be nice to have money like that!!! I think l'd live just the way she does, only better.


Ongecorrigeerde vertaling door ChatGPT

23 november
Het is weer gebeurd en ik weet niet of ik moet huilen of juichen. Nou ja, in ieder geval waren we deze keer allemaal volwassenen die hun volwassen ding deden en niet een stel kleine kinderen beïnvloedden. Toegegeven, sommige mensen beschouwen mij misschien nog niet als een volwassene, maar iedereen denkt dat zowel Chris als ik achttien zijn, dus dat is alles wat telt.
Hoe dan ook, Shelia woont in het meest fantastische appartement met het meest spectaculaire uitzicht. Ze heeft een portier die er nog majestueuzer uitziet dan de portiers waar ik werk - en die zijn behoorlijk indrukwekkend. We namen de lift naar haar appartement, probeerden volwassen en ongeïnteresseerd te lijken, terwijl we eigenlijk na onze vieze kleine vliegenvanger allebei hijgden. Zelfs de lift was indrukwekkend met gouden vinyl aan twee zijden en zwart paneel aan de andere twee.
Shelia's appartement was als binnenlopen in een decoratiemagazine. Twee hele muren waren van glas met uitzicht op de twinkelende stad. Ik probeerde mijn mond niet te laten openvallen, maar het was alsof ik mezelf op een filmset bevond.
Shelia kuste ons allebei licht op onze wangen en leidde ons naar de kamer waar felgekleurde kussens om een grote gouden en antiek gespiegelde salontafel waren gestapeld. Er stond een oversized buff-gekleurde harige stoel naast de open haard, en het geheel was echt te veel.
Toen ging de deurbel en begonnen de mooiste mensen die ik ooit in mijn leven had gezien binnen te komen. De mannen waren zo prachtig, ze leken wel gebruinde standbeelden van de Romeinse goden, en de vrouwen waren zo adembenemend dat ik tegelijkertijd blij en bang werd. Maar na een tijdje drong het tot me door dat wij jong en stralend en gezond zijn, en deze vrouwen zijn oud, oud, oud. Ze konden waarschijnlijk niet eens 's ochtends het huis uit zonder een halve ton make-up. Dus we hadden eigenlijk helemaal niets om ons zorgen over te maken.
Toen rook ik het. Ik stopte bijna midden in een zin, de geur was zo sterk. Chris stond aan de andere kant van de kamer, maar ik zag haar rondkijken en wist dat ook zij het rook. De lucht leek dikker te worden en delen van mijn hoofd smeekten erom. Ik wist niet of ik moest rennen of blijven of wat dan ook. Toen draaide ik me om en gaf een van de mannen me een joint en dat was het. Ik wilde geript worden, kapotgeslagen, verscheurd zoals ik nog nooit iets had gewild. Dit was de scène, dit waren de swingers en ik wilde er deel van uitmaken!
De rest van de avond was fantastisch. Het licht en de muziek en het geluid en San Francisco waren een deel van mij en ik was een deel van hen. Het was weer een ongelooflijke ervaring en het duurde ik weet niet hoe lang. Chris en ik hebben allebei Shelia's appartement gebruikt als een crashpad, en het was vroeg in de middag voordat we onszelf genoeg bij elkaar hadden geraapt om terug te gaan naar onze eigen armoedige vier muren.
Ik maak me een beetje zorgen over wat er eigenlijk is gebeurd. Ik weet niet of we hasj rookten, wat nu moeilijk te krijgen is, of wat dan ook. Maar ik hoop dat ik niet weer door deze 'ben ik wel of niet'-fase hoef tot volgende maand. Eén ding - als we weer op de draaimolen willen stappen, ga ik echt beginnen met de pil te nemen. Ik kan de spanning niet verdragen, en bovendien hoef ik nu alleen nog maar mezelf te vinden... maar daar wil ik niet eens aan denken.

(?)

Shelia geeft bijna elke avond feestjes en we zijn altijd uitgenodigd. Ik heb nog niemand gevonden waar ik echt voor val, maar het is leuk, leuk, leuk en we gebruiken bijna altijd haar plek als crashpad - wat veel beter is dan terug te moeten naar deze troosteloze plek waar we in zitten. Chris ontdekte dat Shelia ooit getrouwd was met ..... en haar alimentatie is genoeg om haar en al haar vrienden te ondersteunen in welke gewoonte ze ook hebben. Jongen, zou het niet leuk zijn om zoveel geld te hebben!!! Ik denk dat ik net zo zou leven als zij, maar dan beter.

dinsdag 21 november 2023

Benno Barnard • 22 november 2015

• De Nederlandse schrijver Benno Barnard (1954) hield in 2014-2017 een dagboek bij. Gedeelten daaruit zijn gepubliceerd in Liter. Het gehele dagboek is gepubliceerd als Zingen en creperen.

22 november
Zondag. Ergens in de Achterhoek, een Bredevoort geheten dorp. Over een aan mijn vader [Willem Barnard/Guillaume van der Graft, overleden op 21 november 2010] gewijd gebeuren giet de hemel stralend herfstweer uit: in de beuken hangt bladgoud en de oude huizen in hun schaduw zijn door een kunstenaar uit de Gouden Eeuw getekend. In de grote bakstenen kerk — een mooi bewijs dat niet alleen roomse barokarchitecten wisten hoe je bakstenen moest opstapelen — houden sprekers toespraken, muzikanten maken muziek; en er is ook een interview met de zoon, die vooral zijn best doet de ernst van de sprekers te relativeren door te wijzen op de humor en aardsheid van zijn vader en die niet ontevreden terugkeert naar zijn plaats; daarna een boekenmarkt, een etentje, een zekere lichtheid in zijn hoofd wanneer hij afscheid neemt van zijn zussen en in zijn auto stapt, om terug te keren naar de ex-roomse, onverdraaglijk geworden druilerigheid van Vlaanderen.
Vroege jaren zestig. De pastorie in Rozendaal. Aan tafel vroeg mijn oudste zus: ‘Papa, wat is een erectie?’
Dat kwam tamelijk onverwacht. In een roman zou mijn moeder een hoestbui hebben gekregen, maar mijn vader liet zijn mes en vork zakken en zei (terwijl hij hooguit een of twee spieren vertrok): ‘Dat is een staande ovatie van een heer voor een dame.’
Ik kan niet ouder dan acht of negen zijn geweest - ik moet dat woord toen voor het eerst hebben gehoord. Van sommige woorden herinner ik me het precieze moment waarop ze zich bij mijn vocabulaire voegden.
Die papa.

maandag 20 november 2023

J.A. Schuurman • 21 november 1868

• J.A. Schuurman was een Nederlandse predikant. Hij hield een dagboek bij van zijn reis naar Java in 1868, dat is gepubliceerd als Mijne reis naar Java.

Zaturdag, 21 November.
Konde ik u, vrienden en vriendinnen, bij ons op de campagne tooveren, gijlieden zoudt met mij uitroepen: “zoo iets hebben wij nooit gezien!” Sinds twee dagen heeft de regen opgehouden en voor het meest verrukkelijke weder plaats gemaakt. De hemel is wolkenloos, de zee bijkans spiegelglad, zoodat heden middag de boot neergelaten werd en de kapitein met een der passagiers door drie matrozen zich een poosje liet roeijen op de onmetelijke wateren. Wel vorderden wij heden en gisteren middag zeer weinig, maar het is alles te schoon, dan dat ik begeeren zou dat wij harder liepen. “Waarlijk, van zulke luchten kan men zich in Holland geen denkbeeld maken. Het water is nog sterker blaauw gekleurd dan dat in het meer van Genève. De schaduw was heden avond niet donker zooals immer, maar op de zeilen teekende de schaduw van de touwen zich lichtblaauw af. Prachtig dook de zon onder en na eerst den vlakken waterspiegel met goud overtrokken te hebben, werd daarna zoowel water als lucht violetkleurig, terwijl het aan den horizont in donkerpurper overging. Konde ik het u omschrijven! Een der medereizigers, mede opgetogen, riep uit: “verduiveld mooi!” “Neen,” sprak ik, “Goddelijk schoon!” Ja, ook de zee met al hare schoonheid, is het werk van Gods scheppende magt. Deze avond was op zich zelven reeds eene heerlijke voorbereiding voor den dag des Heeren. Alles voorspelt een even kalmen Zondag. Ik zal dan weer het Evangelie des kruises mogen verkondigen, waarnaar ik verlang en met u gemeente! al is het ligchamelijk verre van u, in den geest weer vereenigd zijn, ja met u in den gebede toetreden tot denzelfden genadetroon, waar ik u en gij immers ook mij blijft gedenken.


zondag 19 november 2023

Koos van Zomeren • 20 november 2004

• Koos van Zomeren (1946) is een Nederlandse schrijver. In Nog in morgens gemeten werkt hij dagboekaantekeningen uit 2003/2004 uit.

17 november Neerlandistiek in Oldenburg. Als we Duits spreken is het 'Sie' en betrekkelijk formeel. Als we overgaan op Nederlands is het meteen 'je' en 'jij' en heel ontspannen. Buitengewoon hartelijke en attente mensen, die spitsvondige en naar het ondeugende neigende grapjes maken. Na verloop van tijd realiseer je je dat ze Nederlands zijn gaan doen omdat ze denken dat Nederland leuk is. Wat een pijnlijk misverstand. De schijn ophouden.

20 november Gisteravond - tv uit, bosuil aan. Zijn roep in de bosrand. Toen we op het balkon gingen staan, hoorden we dat er een bosuil was én een bosuil die hem van repliek diende, een tweestemmig rommeltje.
Vanmorgen-natte sneeuw, witte veldjes in de volkstuintjes in Klarenbeek.
Zo verloopt hier de herfst en ik vraag me steeds af hoe hij op Herwijnen verloopt. In de vluchtige beelden van het dorp die me steeds voor de geest komen, is het nog volop zomer. Het uitzicht vanaf de dijk over de Diepe Put, de ligging van de uiterwaarden tussen d'n Oven en d'n Hoek enz. Tegelijkertijd het besef dat je daar niets te zoeken hebt, tenzij je er toevallig woont (wat in juli twee weken het geval was) of werkt (idem).

21 november Milan Kundera (in Onwetendheid): '(...) overdag zag ze voortdurend landschappen van haar geboortestreek voor zich opdoemen. Nee, het was geen lange, bewuste, opzettelijk opgeroepen dagdroom, het was iets heel anders: visioenen van landschappen lichtten plotseling, abrupt, razendsnel op in haar hoofd, om meteen weer uit te doven. Ze praatte met haar baas en ineens, als een bliksem, zag ze een paadje tussen de velden. Ze werd heen en weer geduwd in een metrowagen en plotseling dook er gedurende een fractie van een seconde een laantje in een groene wijk in Praag in haar op. De hele dag bezochten die vluchtige beelden haar om het gemis van haar verloren Bohemen te verzachten.'


Christoffel Columbus • 19 november 1492

• Christoffel Columbus (1451-1506) ontdekte Amerika in 1492. Hij hield van die reis (1492-1493) een scheepsjournaal bij.

Zaterdag, 17 November
In de vroege morgenuren begaf ik mij in mijn boot om die eilanden te bezoeken waar ik nog niet geland was en die zich in Zuidwestelijke richting bevinden. Ik zag er vele die een zeer vruchtbaar en liefelijk aanzien hadden; de zee was van eiland tot eiland steeds zeer diep. Enige van de eilanden waren doorsneden door stroompjes, van welke ik aannam dat zij hun ontstaan dankten aan de zoetwaterbronnen, die op de toppen der bergen ontspringen. Iets verder kwam ik bij een kleine, heldere waterloop, die in zijn zandbedding vrolijk verder vlood. Er om heen strekte zich een lieftallig weideveld uit, bedekt met talrijke palmen die veel hoger waren dan degene die ik tot dusver had gezien. Daarnaast zag ik dikke muizen, die ook leken op de muizen in Indië en kreeften van buitengewone afmetingen. Talrijke vogels vlogen voor mijn voeten op. Ik bespeurde een sterke muskuslucht, waar ik uit opmaakte, dat er in deze streken ook muskusdieren leven. Van de zes Indianen, die ik bij de Zeerivier had vastgehouden en aan boord van de Niña had gebracht, hebben er heden twee het hazepad gekozen.

Zondag, 18 November
Ook heden scheepte ik mij met vele mijner mensen op de sloepen in, om het grote, wonderlijke kruis, dat ik uit de twee genoemde balken had laten vervaardigen, op een goed zichtbare plaats, waar geen bomen stonden, aan de ingang van de Puerto del Principe op te richten. In deze buurt zijn de verschillen tussen eb en vloed belangrijk groter dan in iedere andere baai, die ik tot dusver ontdekt heb — een feit, dat niet valt te verwonderen, wanneer men het overgrote aantal eilanden in aanmerking neemt, waarmee de zee hier bezaaid is. De getijden verhouden zich in deze streken geheel anders dan in onze wateren het geval is, want in de baai, waar ik mij nu bevind, was het eb toen de maan zich in het Zuidwest ten Zuiden bevond. Daar het vandaag Zondag is, wilde ik niet verder varen.

Maandag, 19 November
Nog voor het aanbreken van de dag verliet ik de baai bij volkomen windstilte. Later, wat meer naar het Zuiden, nam de wind uit 't Oosten iets toe, zodat de armada een Noord-Noordoostelijke richting insloeg. Bij zonsondergang tekende de Puerto del Principe zich aan de Zuid-Zuidwestelijke horizon op een afstand van ongeveer 7 mijl af. Toen wij naar het Oosten voeren, kregen wij het eiland Baneque op een afstand van ongeveer 60 zeemijl in zicht. De gehele nacht zeilden wij naar het Noordoosten en lieten een kleine 60 zeemijl achter ons. Tot aan de volgende morgen 10 uur legden wij nog een verdere 12 zeemijl af in de richting Noordoost ten Noorden, dus in het geheel 18 mijl.

23-jarige studente uit Bochum • 18 november 2005

• Het idee was om het dagelijkse leven in de Duitse regio Westfalen-Lippe te documenteren middels eenmalige dagboekbijdragen over een en dezelfde dag: 18 november 2005. Uiteindelijk stuurden tien mensen een bijdrage in. Waaronder deze 23-jarige studente uit Bochum. Vertaling door ChatGPT onder de Duitse tekst.

18. November 2005
Heute, am 18. November 2005, wird ein Freund von mir 32 Jahre alt. Er ist mein Ex-Freund, zu dem ich immer noch guten Kontakt habe. Am 18. November vor 5 Jahren haben wir uns kennengelernt.

Heute Morgen bin ich um 6.17 Uhr wachgeworden. Eigentlich hatte ich mir den Wecker auf kurz nach 8 gestellt. Aber seit gestern habe ich seltsame Halsschmerzen: Keine richtigen, sondern eine Art Kloß im Hals kurz unterhalb des Kehlkopfes. Deswegen wollte ich heute Morgen auch zum Arzt gehen, habe es dann aber doch nicht gemacht, denn ich fühle mich nicht krank oder so. Und ich glaube, dass der „Kloß“ von alleine wieder weg geht.

Dann war ich heute in der Uni. Ich studiere Geschichte und Allgemeine und Vergleichende Literaturwissenschaft (Komparatistik) an der Ruhr-Uni in B., bin mittlerweile im 7. Semester und mache diesen Winter meinen Bachelor-Abschluss. In Geschichte habe ich dieses Semester keine Veranstaltungen mehr, aber ich bin heute freiwillig zu einer Mittelalter-Vorlesung hingegangen. Zugegeben, das MA ist nicht gerade mein Glanzgebiet, aber der Dozent, M. O., ist ziemlich gut, und seine Vorlesungen sind interessant, kurzweilig und vor allem gut verständlich – so gut, dass ich ohne Probleme nacherzählen kann, was er vorgetragen hat.
Die Vorlesung war von 10-12, und meine Freundin hat mich mitgenommen. Sie ist auch im 7. Semester, allerdings schon im Master-Studiengang, sie hat sich etwas mehr mit ihrem Studium beeilt als ich. Wir studieren beide Geschichte, und außerdem sind wir Arbeitskolleginnen: Wir arbeiten beide als Studentische Volontärinnen („Hilfskräfte“) für das Westfälische Industriemuseum. Eine Arbeit in einem Museum später nach dem Studium wäre mein Traumjob! Aber vielleicht promoviere ich ja auch und bleibe an der Uni?

Nach der Vorlesung bin ich ein bisschen durch die Historische Bibliothek getigert, aber nicht lange. Danach war ich in der Mensa, dann zu hause (ich wohne direkt an der Uni). Von 14-16 Uhr hatte ich ein Seminar in Komparatistik, das einzige Pflichtseminar für dieses Semester ist. Das Thema: „Der Meister und Margarita“ von Michail Bulgakov im weltliterarischen Kontext. Die Dozentin: A. B. Aufgrund der fortgeschrittenen Uhrzeit und des Wochentages ist das Seminar eher mäßig besucht, aber das tut der Qualität der Veranstaltung keinen Abbruch, eher im Gegenteil.

Nach dem Seminar war ich noch kurz Geschenkpapier kaufen, habe auf dem Nachhauseweg einen Freund und Kommilitonen in Komparatistik getroffen und eine Viertel Stunde mit ihm verquatscht. Dann war ich wiederum kurz zu hause und habe mir eine Laugenstange und eine halbe Kirschtasche reingezogen, dazu leckeren heißen Tee – hmmmm, ich liebe so ein Zeug!

Und zum guten Abschluss des Tages war ich am Abend mit meiner Freundin beim Unisport. Fitnesstraining. Es war total anstrengend, aber ich bin froh, dass wir hingegangen sind.
Irgendwie habe ich den ganzen Tag nichts anderes gemacht, als mir andauernd selbst in den Hintern zu treten. Aber ich glaube, dass das schließlich doch zu einigem Erfolg geführt hat. Zumindest habe ich nicht schon wieder den halben Tag vor dem Fernseher verbracht.

Gleich bleibe ich noch ein wenig am PC sitzen, werde meine E-Mails lesen und im Netz surfen. Dazu höre ich mir die WDR 2-Zugabe an, eine ganz wunderbare Satiresendung, die jetzt leider nur noch freitags abends kommt und nicht mehr freitags und samstags.

Der VfL Bochum hat vorhin gegen die Alemania Aachen mit 4:1 verloren, und das im eigenen Stadion! Mein Ex-Freund hatte sich Karten für das Spiel selbst zum Geburtstag geschenkt. Er wohnt in Aachen, ist aber Bochum-Fan und heute abend extra nach Bochum gepilgert. Bin gespannt, ob er am Montag trotzdem mit einem VfL-Schal zur Arbeit geht, wie er es ursprünglich vorgehabt hatte!


Vertaling door ChatGPT:

18 november 2005
Vandaag, op 18 november 2005, wordt een vriend van mij 32 jaar oud. Hij is mijn ex-vriend, met wie ik nog steeds goed contact heb. Vijf jaar geleden, op 18 november, hebben we elkaar ontmoet.

Vanochtend werd ik om 6.17 uur wakker. Eigenlijk had ik mijn wekker iets na 8 uur gezet. Maar sinds gisteren heb ik vreemde keelpijn: geen echte pijn, maar een soort brok in mijn keel net onder het strottenhoofd. Daarom wilde ik vanochtend naar de dokter gaan, maar ik heb het toch niet gedaan, want ik voel me niet ziek of zo. En ik denk dat de "brok" vanzelf wel weer verdwijnt.

Toen was ik vandaag op de universiteit. Ik studeer geschiedenis en algemene en vergelijkende literatuurwetenschap (comparatistiek) aan de Ruhr-universiteit in B. Ik zit inmiddels in het 7e semester en ga deze winter afstuderen voor mijn bachelor. Ik heb dit semester geen geschiedeniscolleges meer, maar ik ben vandaag vrijwillig naar een middeleeuwse lezing gegaan. Toegegeven, middeleeuwse geschiedenis is niet bepaald mijn specialiteit, maar de docent, M. O., is behoorlijk goed en zijn lezingen zijn interessant, boeiend en vooral goed te begrijpen. Zo goed zelfs dat ik zonder problemen kan navertellen wat hij heeft verteld.
De lezing was van 10 tot 12 uur, en mijn vriendin heeft me meegenomen. Zij zit ook in het 7e semester, maar al in de masterfase, ze heeft haar studie iets sneller afgerond dan ik. We studeren allebei geschiedenis, en bovendien zijn we collega's: we werken allebei als student-assistenten voor het Westfaals Industriemuseum. Een baan in een museum na mijn studie zou mijn droombaan zijn! Maar misschien promoveer ik wel en blijf ik aan de universiteit?

Na de lezing heb ik een beetje rondgezworven in de historische bibliotheek, maar niet lang. Daarna was ik in de mensa, toen naar huis (ik woon vlak bij de universiteit). Van 14 tot 16 uur had ik een seminar in de comparatistiek, het enige verplichte seminar voor dit semester. Het onderwerp: "De meester en Margarita" van Michail Boelgakov in de wereldliteraire context. De docent: A. B. Vanwege het gevorderde tijdstip en de dag van de week is het seminar matig bezocht, maar dat doet niets af aan de kwaliteit van de bijeenkomst, eerder het tegenovergestelde.

Na het seminar heb ik nog even cadeaupapier gekocht, op weg naar huis ontmoette ik een vriend en medestudent in de comparatistiek en heb een kwartiertje met hem gepraat. Daarna was ik weer even thuis en heb ik een pretzel en een halve kersentaart naar binnen gewerkt, met heerlijke hete thee - hmmmm, ik hou van dat spul!

En tot slot van de dag ging ik 's avonds met mijn vriendin naar de universitaire sport. Fitness training. Het was behoorlijk vermoeiend, maar ik ben blij dat we zijn gegaan. Op de een of andere manier heb ik de hele dag niets anders gedaan dan mezelf constant in mijn kont schoppen. Maar ik denk dat dit uiteindelijk toch tot enig succes heeft geleid. Tenminste, ik heb niet weer de halve dag voor de tv doorgebracht.

Ik blijf nog even achter de computer zitten, lees mijn e-mails en surf op internet. Daarbij luister ik naar de WDR 2-toegift, een prachtig satirisch programma dat nu helaas alleen nog op vrijdagavond komt en niet meer op vrijdag en zaterdag.

VfL Bochum heeft zojuist met 4-1 verloren van Alemania Aken, en dat in hun eigen stadion! Mijn ex-vriend had kaartjes voor de wedstrijd voor zijn verjaardag gekocht. Hij woont in Aken, maar is een fan van Bochum en is vanavond speciaal naar Bochum gereisd. Ben benieuwd of hij maandag toch met een VfL-sjaal naar het werk gaat, zoals hij oorspronkelijk van plan was!