zondag 2 juli 2023

L.P.J. Braat • 2 juli 1946

• L.P.J. Braat (1908-1982) was beeldhouwer en schrijver. Uit: Ziekenlogboek.

Amsterdam, 2 Juli 1946
Vanaf het ogenblik dat ik, nu bijna vier weken geleden, wat bloed opgegeven heb, voel ik een grenzeloos wantrouwen jegens mijn lichaam. Ik heb de gewaarwording, te leven in een onbewoonbaar verklaarde woning. Door mijn vorige ziekte, ruim drie maanden geleden, was ik al wantrouwig geworden, maar nu heb ik de zekerheid mijn lichaam met recht als iets bouwvalligs te kunnen beschouwen. En ondertussen springt, als een fel en hongerig wolfje, de pleuris van de ene long op de andere...

Sinds een maand ben ik nu ook, voor het eerst in mijn leven, geheel en al zonder toekomstplannen. Wat een merkwaardige sensatie! Vroeger leefde ik steeds maanden, soms wel een geheel jaar met mijn gedachten vooruit en trachtte ik bij voorbaat zoveel mogelijk mijn werkzaamheden te regelen. Nu is dat volslagen uit. Bijna zonder enige interesse lig ik in bed, hoewel er geen kracht in of buiten mij is die mij beletten kan vaak innig te verlangen naar een hartverlamming en een goede kennis te benijden, die daar zojuist aan overleed. En dan al dat gedaas ‘in woord en geschrift’, van mijn welmenende vrienden en familieleden...

Robin Hannelore • 1 juli 1988

• Robin Hannelore (1937) is een Belgische Nederlandstalige schrijver en dichter, vooral bekend in de Belgische Kempen. Hij schreef twee natuurdagboeken, waaronder Dagboek van een groenridder.

Zilverschoon
[1 juli]
In deze tijd van het jaar legt de zon alle denkbare schakeringen van groen bloot. Het lichtste groen is beslist dat van de abelen (zilverpopulieren) en de zilverlinden. Maar ook tussen de kruiden op de bermen glanst diezelfde zijdeachtige, viltige kleur in de blaadjes van de droogbloem (ook zevenjaarsbloem genoemd, omdat ze, geplukt, zeven jaar goed zou blijven) en het viltkruid. Het mooiste ‘zilvergroen’ vinden we echter aan de onderkant van de geveerde (de gezaagde deelblaadjes staan gedeeltelijk in paren en gedeeltelijk verspringend) Potentilla anserina: het zilverschoon. De soortaanduiding ‘anserina’ zou duiden op de voorkeur die de ganzen voor dit plantje zouden hebben. Ook het bloempje met zijn vijf kelkblaadjes is wondermooi: de gele kleur is die van een waterzonnetje op een sombere dag. Een aftreksel van het zilverschoon zou zeer doelmatig zijn als gorgeldrank bij tandpijn. En ook tegen diarree placht men een dergelijke tee te drinken. In de volksgeneeskunde was het zilverschoon dus al even waardevol als zijn soortgenoot, de tormentil (Potentilla erecta). Ook dit (tegen allerhande tormenten aangewende) plantje, waarvan de gele bloempjes vierbladig zijn, behoort voor de meeste mensen nu tot het vulgaire onkruid. Sic transit gloria mundi.

donderdag 29 juni 2023

Mensje van Keulen • 30 juni 1978

• Mensje van Keulen (1946) is schrijver. In 1977-'79 hield ze een dagboek bij dat is gepubliceerd als Neerslag van een huwelijk.

30 juni
In plaats van de ballade voor Thomas, schreef ik zes erotische versjes onder de naam Lola De la Fuente, ging om drie uur dronken en voldaan naar bed en stond vanmorgen zowaar vroeg op om aan de ballade te werken. Maar toen moest ik naar de markt, want Gerrit [Komrij] en Charles [Hofman]vonden het handiger hier te eten voor we naar Koen en Dory gaan. Ik maakte soep en sneed me. Bloed droop uit mijn duim over mijn hand, drupte op de vloer, leek niet te stelpen, drie pleisters dreven eraf. Snel een Kleenex toen de telefoon ging, desondanks bloed op de hoorn. En toen kwam de post. Een paperas moet ondertekend wegens onder invloed rijden in september vorig jaar, dat gaat me fl 250 kosten. Voor het huisje moet een boiler gekocht, een radiator, meubels, er moet een andere auto komen, enz. Al met al reden genoeg om niet te klagen, want het is niets dan luxe.

4 juli
Ik begrijp niet waarom de film Cria cuervos zo geroemd wordt. Het verhaal klopt niet en dan ook nog Geraldine Chaplin die het ene moment de moeder (overleden aan een ziekte, die wordt uitgebeeld door een gillende Chaplin met een teiltje bloederige doeken naast het bed) speelt en het andere moment de dochter die over haar jeugd vertelt. Heden en verleden zijn nauwelijks te onderscheiden. Verder wordt er een stomme, lamme grootmoeder rondgereden en gaat een marmotje dood, ook dat nog. Er is één mooie scène en wel als de tante, de voogdes, een beker vergiftigde melk te drinken heeft gekregen. Terwijl meisje en huishoudster praten, zie je de tante niet die in hetzelfde vertrek zit, maar hoor je wel het ratelen van haar naaimachine.
De volgende ballade zit vast, ik lig 's nachts in mijn bed nog te rijmen, probeer een zin te onthouden en ben hem de volgende dag natuurlijk kwijt.
De erotische versjes bleken niks, weg ermee.
De hoofdpijn wordt erger, ik kan mijn ogen amper draaien, zou moeten gaan liggen, een pil innemen. Werd dat hoofd maar leeg. Niets denken, niets voelen, niets weten, niets hoeven weten, niet werken, niet hoeven werken, niemand zien, niemand hoeven zien, de personen die mijn pen uit moeten komen, moeten me ook met rust laten.
Ik wou dat ik in Zeeland zat. Denk ook: Wat ben ik begonnen met een huisje aldaar? Kan ik het afbetalen? Is het niet te ver? Ik dacht het tijdelijke van het leven erdoor wat meer rek te geven, bespottelijk, het besef van het tijdelijke is er juist door toegenomen.

woensdag 28 juni 2023

Jan Boonstra • 29 juni 1947

• Jan Boonstra was als dienstplichtig soldaat gedetacheerd op West-Java, en hield daar een dagboek bij: Dagboek Indonesië.

29-6- '47 Zwart Schaap [naam van de plaats waar Boonstra dan zit]
Gisteravond hoorden we zeggen dat al de inlandse troepen van ons hier in stelling liggen. Wij moeten nu ook hier in 't Zwarte Schaap van die eenmans gaten en loopgraven maken. Maar de grond zit hier vol met dikke stenen van de krater van Gedèh. We kunnen zodoende slecht in de grond komen, maar verder maken wij met zandzakken een mitrailleurstelling. Dit is om een eventuele aanval af te slaan.
Gisteravond stonden er 4 verdedigingsposten in Tjiheran, om de woning van de garnizoensmajoor van ons. Die is ook niet bang.
Iedere auto die hier passeert wordt secuur gecontroleerd op papieren en inhoud. Het blijft hier spannend!

29-6- '47 Zwart Schaap
Vanmorgen naar de mis geweest, en nu mogen wij niet meer 't kamp verlaten wegens de gespannen toestand. De aalmoezenier vertelde vanmorgen onder de preek nog, indien er bericht komt dat we binnen een bepaalde tijd moeten vertrekken, dat we dan de generale absolutie van hem zouden krijgen. Dat staat gelijk als 'n katholieke biecht in noodgeval'.
't Kan een kwestie zijn van dagen of van uren. Niemand weet er iets van hier.' Maar als ze je zoiets vertellen wordt 't je toch koud om 't hart.'
't Is hier stiller als ooit op de weg. Je ziet geen auto meer langskomen. Nee, 't ziet er raar uit.

3-7-'47 Zwart Schaap
De toestand is weer wat minder gespannen nu. Zondagavond vernamen wij dat Amerika 'n ultimatum aan de Republiek gesteld had, en dat bracht 'n hele verandering in de toestand. De consignatie werd onmiddellijk opgeheven. Nu zou de duur van het ultimatum morgenavond opgeheven zijn. Maar er gaat gevochten worden. Zojuist hebben we vernomen we dat de TRI, zeg maar het leger van Indonesië, een aanval op onze Stoottroepen hebben gedaan met ongeveer 300 man. Van onze kant slechts één lichtgewonde.
Toen ik zondagavond weer uit mocht om 6 uur ben ik nog gauw even naar die Loerah gegaan en heb de 78-toerenplaat [met stemmen van thuis] nog eens gedraaid.
Volgens geruchten zou er in het Nederlandse Parlement zijn voorgeslagen om de dienstplicht van de dienstplichtigen op anderhalf jaar te stellen [was 20 maanden?]. Nou, dan zouden wij er gauw ervan afkomen als dat doorkwam, maar ik ben er bang voor'.

dinsdag 27 juni 2023

Maurice Paléologue • 28 juni 1905

• Maurice Georges Paléologue (1859-1944) was een Frans diplomaat, schrijver en historicus. Woensdag, 28 Juni 1905
‘Om 7 uur 's avonds, in de Rue Royale, zag ik, met muziek voorop, een linie-regiment defileren, het 104de, terugkerend van het kamp van Châlons na een maand van marsen en oefeningen. De mannen, keurig in de rij, gebruind, met stoffige uniformen, marcheerden kranig: klassieke typen van de Franse soldaat. In militair opzicht is het ras waarlijk nog niet gedegenereerd.
Wat als schouwspel niet minder geruststellend is, is de menigte die, opgehoopt langs de trottoirs, op banken staande, de soldaten ziet voorbijtrekken. Een bewogen, warme, meelevende menigte, die het vaandel groet en waaruit herhaalde malen kreten opstijgen van ‘Leve Frankrijk! Leve het leger.’
Het lijdt geen twijfel of het nationaal gevoel begint te herleven. Vanmorgen vertelt mijn kleermaker mij:
‘Ach, mijnheer, zullen de Duitsers ons nog lang voor de mal houden? Men moest ze maar op een goede dag eens op de vingers tikken! Als ze ons de oorlog verklaren, welnu, dan zal er gevochten worden!’
‘En Uw werkvolk, wat denkt dat ervan?’
‘Al mijn arbeiders zouden U hetzelfde zeggen als ik doe.’


maandag 26 juni 2023

Frederik van Eeden • 27 juni 1899

• Frederik van Eeden (1860-1932) richtte in 1898 een commune op, Walden genaamd, op het landgoed Cruysbergen. Het idee was dat de bewoners in hun onderhoud zouden voorzien door land- en tuinbouw, maar de opzet mislukte. Walden ging in 1907 failliet. Van Eeden hield de eerst jaren een journaal bij.

27 Juni.
Dinsdag. Het heeft geregend. Louis Coenen en zijn vrouw zijn op Cruysbergen. Dora Hijmans verzorgt de kinderen van Iep. Ruzie tusschen Rijk en Jan Langelaar. Jan had Rijk Woensdag gevraagd of hij 's morgens vroeg de beerput op De Maerle wou leegscheppen. Rijk had gezegd dat hij de boekweit wou wieden. Toen had Jan gevloekt en was Rijk kwaad geworden. Zaterdag maakte Rijk ruzie aan huis en liep weg naar Klaren, om zich daar voor 't maaien te verhuren. Vrouw Langelaar kreeg een zenuwtoeval. Gister maakte Rijk 't weer goed met de vrouw, maar de broers spreken nog niet. Gister aardbeien-partij van Beatrice. Uiterst geslaagd. Hol en Jo Termaat waren gasten, en alle menschen en kinderen van Walden bijeen, behalve Betsy v.H. [Betsy van Hoogstraten, met wie Van Eeden tot kort daarvoor een verhouding had gehad.]

28 Juni.
Bertha Zimmerman geeft volmacht aan haar broer, die dreigt Cruysbergen te verkoopen. Ik bied aan Cruysbergen te koopen op crediet. Het maaien begint.

29 Juni.
Bespreking met den heer W. Zimmerman over 't koopen van Cruysbergen.

30 Juni.
Drie wagens hooi binnengebracht. 21 pond aardbeienjam gemaakt.

1 Juli.
Regen, er liggen nog 4 wagens hooi te veld. Labberton weer hier. Beslissing dat ik met mevr. Van Hoogstraten Cruysbergen zal koopen, voor 30.000, mijn helft bestaande uit een rentelooze hypotheek tot 1905. Dit 's avonds meegedeeld aan de Zaterdag-avond krans, en hen toegesproken om tot hard werk en soberheid te manen.

3 Juli.
's Middags gehooid, doch niets binnengehaald. 's Avonds overdracht met mevr. Van Hoogstraten van Cruysbergen, bij notaris Perk. Jet van Kempen gelukkig weg.

4 Juli.
Hevige storm en regen. Hooi nog te veld. Er is een koeienstal gemaakt van de paardenstal. Er wordt een dorschvloer gemaakt.

zondag 25 juni 2023

Sophia van Württemberg • 26 juni 1848

• Sophia van Württemberg (1818-1877) was de eerste vrouw van koning Willem III. Ze schreef brieven aan een hartsvriendin, Lady Mallet, die door het ontbreken van enige terughoudendheid gelezen kunnen worden als een dagboek.

Het Loo, 26 juni 1848
Gisteravond heb ik ernstige brandwonden opgelopen aan mijn schouders en rug. Wij staken kaarsen aan. Ik ging die neerzetten achter het gordijn. De japon van mijn hofdame vatte vlam. Ik rende naar haar toe, mijn japon vloog ook in brand; zij kwam er met een kleinigheid van af, ik was er erg aan toe. Maar ik gilde niet, en toen ik tevoorschijn kwam van onder de wollen dekens waarin men mij gerold had, zei ik tegen de aanwezigen: 'Ga alstublieft dóór met uw kaartspel'. Een van hen, Mr. Lyons, de broer van Lord Strathmore, riep uit: 'Wat een prachtvrouw, was zij maar koningin van Engeland!'
Meer heb ik niet te vertellen over mijn eenzaam verblijf hier. Ik leef, dat is alles. Uit Duitsland komt slecht nieuws. In Parijs wordt weer gevochten; een weinig benijdenswaardige gang van zaken. Onze Nederlandse Staten-Generaal zullen het ontwerp van de geamendeerde grondwet aanvaarden. Dus is alles rustig...

Het Loo, 6 juli 1848
Ik heb verschrikkelijk veel pijn gehad aan mijn verbrande schouders. Als een Engelsman uit het gezelschap, een halve dokter, mij niet wat balsem had gegeven, had ik mij geen raad geweten.