donderdag 24 november 2022

Klaus Mann • 25 november 1939

• Klaus Mann (1906-1949) was een Duitse schrijver. Zijn dagboeken uit de periode 1933-1949 zijn vertaald als Opgejaagd, gedoemd, verloren (vertaald door W. Hansen).

[New York] 23 november 1939
Weer over morfine gedroomd (in E's aanwezigheid onder haar treurige blik, genomen). Vreemd: dat verlangen... En het is meer dan 1 1/2 jaar geleden dat ik volledig ben gestopt...

Thanksgivingday en Medi's trouwdag (Borgese hield vast aan die zinnige combinatie).

[New York] 25 november 1939
Eergisteren in Princeton: het huwelijksfeest, heel snoezig en leuk verlopen. Medi [Manns zus Elisabeth] lijkt behoorlijk gelukkig: de overrijpe bruidegom is het in ieder geval, ondanks alle trotse gevoeligheid... 's Ochtends de korte, sobere plechtigheid in de kerk met Roger Sessions en Hermann Broch als getuigen. Turkey-lunch bij de Sessions (de vrouw een heel Hollands type, de kleine jongen, brave mensen), 's Avonds party: Auden (die zijn bruilofts-Carmen meebrengt en nog tijdens het dinner moet vertrekken om vanwege immigratie naar Canada af te reizen), Gumpert, madame Kahler, de Sessions en de Shenstones. Champage en lichte ontroering. Nieuwsgierigheid van de pers (telefoon van Times, Tribune, enz.).
Mijn ouders nu zo alleen in het grote huis. No children around.

Gisteren met Gumpert hierheen gereisd. Veel werkzaamheden, correspondentie (bijv. brief aan E), telefoontjes, enz. Weer een 'verklaring' moeten opstellen dat ik geen communist ben, ditmaal in het Engels, voor de Committee for Cultural Freedom...

woensdag 23 november 2022

Johanna van Woude • 24 november 1895

• Johanna van Woude (1853-1904) was een bekende Nederlandse schrijfster. In 1895 werd ze door haar echtgenoot beschuldigd van een poging tot vergiftiging, en werd ze in voorlopige hechtenis genomen en verhoord. Ze hield in die dagen een dagboek bij.

24 November. 
Het is Zondag. Kerkgezang komt tot mij door de stille winterlucht. De ramen van de kerk kan ik zien uit mijn venster. — Zooals de juffrouw mij verteld heeft, kan door een kleine verandering de preekstoel spoedig in een altaar worden omgetooverd, zoodat zoowel Roomschen als Protestanten kunnen worden bevredigd. Iedere bezoeker draagt buiten zijne cel een kap, en iedere zitplaats is zóó ingericht, dat niemand zijn buurman kan zien. Nooit ziet de eene veroordeelde den anderen in het gelaat. Dit is een kiesche maatregel.

De predikant heeft mij willen bezoeken, maar ik heb deze beleefdheid afgewezen. - Ik behoefde ook niet naar de kerk. Ik heb een paar bouquetten buiten het raam gezet en het raam hoog opgeschoven. Wat is het een vriendelijk gezicht!

Wat een saaie dag! Dit is de eerste dag geweest die me lang viel.

Geen Rechter-Commissaris gezien, geen Officier van Justitie, geen Directeur, — alleen de juffrouw maar, die zich evenzeer verveelde als ik, en als zij mij mijne maaltjes bracht er blijkbaar naar hunkerde dat ik haar zou uitnoodigen te gaan zitten en wat te praten.

Zoo heeft zij mij vandaag nogal eens gezelschap gehouden.

Arme ziel! Wat een leven, altijd achter die gesloten deuren! Ze is nog zoo jong!

Haar eenige kameraad is haar poes, een wonderlijk zenuwachtig beest, dat nooit buiten de vrouwenafdeeling komt en doodelijk ontstelt als het een man ziet. Dan vliegt het de lange gang op en neer als in razernij, zoodat de matten rechts en links vliegen.

Die poes is haar liefste onderwerp van gesprek. Eens, zoo vertelt zij mij, is hij dagenlang weg geweest. In een onbewaakt oogenblik heeft hij de vrouwenafdeeling weten te verlaten, en toen, overal mannen ziende en de terugtocht afgesloten vindend, heeft hij zich onder een kast verscholen, zonder den moed te hebben die schuilplaats weer te verlaten, tot zijne wanhopige meesteres, die zelfs de dakgoten had doorzocht, hem vond.

Zij moet tegenwoordig zijn bij ieder bezoek dat ik ontvang, zelfs van directeur of dokter.

‘Waarom toch?’ vraag ik haar verwonderd. Zij vertelt mij hoe onaangenaam zij het zelf vindt, maar het voorschrift luidt nu eenmaal zoo; en de reden is dat een beschuldigde langzamerhand de sympathie zou kunnen wekken en iemand overhalen tot het medenemen van brieven of tot het verrichten van andere diensten. Juist geen compliment aan de bezoekers, dunkt mij.

Vandaag zou een bezoek mij welkom zijn geweest maar tot dusver heb ik nog alle bezoeken afgeslagen. Het wordt mij overigens gemakkelijk genoeg gemaakt, want ik mag bezoek in het bureau van den directeur ontvangen.

Maar waartoe die onnoodige aandoeningen! Ik schreef heden daarover het volgende aan een lieve, oude vriendin:
‘Neen, het is beter dat u niet komt. Ieder bezoek doet mij aan. In zoo vreeselijke omstandigheden blijft men niet normaal en is men zeer gevoelig, zoowel voor iedere verdenking, waarmede de rechterlijke macht ons pijnigt, als voor ieder bewijs van liefde en gehechtheid. Die laatsten doen goed, als wij in eenzaamheid de ons bestormende gedachten kunnen in bedwang houden, maar hen, die ik liefheb, te zien en te spreken, het zou mij maar een hartstochtelijke tranenvloed kosten en wat daaraan annex is: hoofdpijn en zenuwachtigheid en zwaarmoedigheid. Daarom spreek ik maar liever niemand en blijf dan het kalmst, en dat is zeer noodig. Mijne zelfbeheersching wordt al zwaar genoeg op de proef gesteld. Want terwijl men zelf meent volkomen oprecht te mogen spreken en ook vertrouwd te zullen worden, bemerkt men dat ieder woord tegen ons wordt uitgelegd en dat - ook zonder bewijzen - aan onze schuld reeds vast wordt geloofd. Dat zegt men mij tenminste, maar ik kan het nog altijd niet gelooven. Er is toch een wet in ieder menschenhart, die verre staat boven menschenwetten. En terwijl de menschenwet hun gebiedt in alles schuld te vinden, zal die andere goddelijke wet, welke Menschenliefde heet, hen zich doen afvragen: ‘Dwalen wij niet?’
Er zijn vele bloemen om mij; hooge, weelderige planten chrysantemums, bouquetten van reseda, rozen en anjelieren. En de brieven stroomen....

Hoe kon ik mij ongelukkig voelen met zooveel liefde, komende tot mij uit alle oorden des lands, zelfs van uit het buitenland.

Neen, als soms wel eens tranen in mijn oogen komen, zijn zij gemengd met tranen van dankbaarheid....
O, hoe vreeselijk, hoe ondragelijk zou het zijn, als ik door de uitspraak der Rechtbank ook maar één van hen teleurstelde! Reeds jarenlang was het juist dat geloof, die trouw, welke mij aanspoorde te wijken, noch ter rechter, noch ter linker....

Wat zal het einde zijn!

dinsdag 22 november 2022

Roald Dahl • 23 november 1944

• Roald Dahl (1916-1990) schreef zijn hele leven brieven aan zijn moeder. Een selectie is gepubliceerd als Liefs van Boy (vertaald door Auke Leistra). 

23 november Washington

Lieve Mama,
Vandaag is het Thanksgiving Day, en er is hier niemand aan het werk behalve wij. De straten liggen er verlaten bij, maar het is heerlijk weer, redelijk warm met een gele zon. Zaterdagavond heb ik gedineerd met president Roosevelt en Mrs R. Vreselijk gelachen. Er waren maar een stuk of zes mensen. De pres. werd naar binnen gereden toen wij een cocktail achteroversloegen in de Rode Kamer, en zijn beroemde aberdeenterriër Fala sprong voor hem uit. De pres. zag er gezond en stevig uit en voelde zich duidelijk prima na zijn verkiezingsoverwinning.
Aan tafel zat ik één stoel van hem af, en heb ik veel met hem gepraat. Aan tafel ontspant hij zich, dan vertelt hij moppen en haalt hij herinneringen op aan zijn voorlopers. Eén keer toen hij een goeie had verteld, keek hij me aan en zei: 'Die heb ik ook aan de koning verteld.' 'O,' zei ik.
Hoe dan ook, we tapten allemaal moppen en we moesten allemaal lachen, en eenieder heeft zich kostelijk vermaakt. Maar de president is op dieet. Hij at alleen wat heldere soep. En verder een heel klein stukje geroosterde eend, en een lepel waterijs. Meer niet. 'Jij ziet er heel goed uit vandaag,' zei hij tegen mij. 'Ik voel me anders heel beroerd,' zei ik.
[...]

Veel liefs voor allen
Roald

maandag 21 november 2022

Jan Terlouw • 22 november 2004

• Jan Terlouw (1931) is een Nederlandse schrijver en voormalig politicus. In het najaar van 2004 hield hij op verzoek van uitgeverij De Prom een 'herfstdagboek' bij, dat is gepubliceerd als Achter de barricaden.

Maandag 22 november
Alweer een Welsumer kriel dood. Geen reden voor paniek, het is niet de vogelpest of een verwante kwaal. Ouderdom. Kippen kunnen best negen jaar worden, maar deze van zes jaar oud had ook al de leeftijd van de redelijk sterken bereikt.
Ik moet weer eens naar de Randstad, vergadering van het hoofdbestuur van Schuttevaer in Rotterdam. Netjes gepland in de middag, zodat ik niet voor dag en dauw weg hoef. Randstedelingen plegen voor vergaderingen in het westen het aanvangsuur op negen uur te stellen, is de bijeenkomst in het oosten of het noorden van het land dan vinden ze elf uur al vroeg. Eigenaardig genoeg berusten wij daar meestal in. Zou je dat willen, dan kun je als perifere provincies best een vuist maken. Toen ik nog commissaris der koningin was in Gelderland, pleitte ik er binnenskamers wel eens voor om ons als Brabant, Gelderland en Limburg, aaneen te sluiten. Bij elkaar vijf miljoen inwoners. Daar kun je wat mee. Maar ach... denken wij van het platteland dan, waarom zou je je opwinden.
Een deze keer slecht bezochte vergadering van het Schuttevaerbestuur. En dus ook te veel taartjes. Kees Wubbeling en ik zijn deze maand jarig geweest. Ik was het vergeten, Kees heeft voor ons beiden de taartjes besteld. Ik ben natuurlijk vergeten mijn financiële deel bij te dragen en Kees prakkiseert er niet over me daaraan te herinneren. Daar is zo'n dagboek dan weer goed voor. Nu ik het heb opgeschreven zal ik er ooit aan denken.
We hebben besloten dat er een brief gaat naar de afdelingen waarin ik mijn aftreden bekendmaak. Het dagelijks bestuur is gemandateerd om een opvolger te zoeken. Maar alle leden mogen suggesties doen. Beetje weemoedig toch.

zondag 20 november 2022

Benno Barnard • 21 november 2015

• De Nederlandse schrijver Benno Barnard (1954) hield in 2014-2017 een dagboek bij. Gedeelten daaruit zijn gepubliceerd in Liter. Het gehele dagboek is gepubliceerd als Zingen en creperen.

21 november 2015
61 vandaag. Het is tevens het eerste lustrum van de dood van mijn vader (als lustrum het juiste woord is).
Drie jaar voor hij overleed, verscheen Praten tegen langzaam water, een keuze uit de gedichten die hij tussen 1942 en 2007 had geschreven. Helemaal achterin staan deze regels:
Denk mijn naam wanneer ik dood ben,
denk mijn naam maar roep mij niet,
ik ben vergeten hoe ik heet.

En denk aan mij hoe dwars ik was,
hoe tuk op taal en hoe onzeker
en dat ik van je hield met huid en ziel

maar roep mij niet, lief, roep mij niet,
ik ben vergeten hoe ik heet.
En helemaal voorin staat zijn opdracht voor mij, gedateerd 29 december 2007: ‘Van '54 heb jij alles meegemaakt - maar nu pas heb je een overzicht van wat de vader beleefde - zoals de zoon het met zijn tongbotje deed.’
En daaronder: ‘Als altijd V./W./P.’
Zo heeft hij jarenlang zijn brieven aan mij gesigneerd.
Vader.
Willem.
Papa.

Gaston Burssens • 20 november 1949

• Gaston Burssens (1896–1965) was een Belgische dichter. Dagboekfragmenten uit de periode 194-1950 van hem zijn gepubliceerd onder de titel Dagboek.

20 november
Ensor is dood. Het is de derde maal in tien jaar dat men hem laat sterven. Nu schijnt het toch waar te zijn. Hij die met de dood heeft gespeeld als een kind met zijn knikkers, met hem heeft gespot als een clown met zijn publiek, hem heeft uitgedaagd tot een tweegevecht zonder getuigen, hem heeft uitgenodigd als een vijand zijn vijand, hij die door dit alles zo vertrouwd was geraakt met de lafheid van een 'valse vriend', is in die vriend opgegaan met, naar men zegt, de glimlach op de lippen. Het was te verwachten van iemand die zelfs geen schrik had van zijn publiek. Ensor heeft zich overleefd. Hij is twintig jaar te laat gestorven, als schilder, bedoel ik.
Het afval in Ensors oeuvre is ontzaglijk, zo ontzaglijk als bij Permeke en Jespers. Maar wat er overblijft is zo ontzaglijk groot en groots dat al het afval er onder verdwijnt. (Als Permeke en Jespers dood zijn, zal ik het ook van hen getuigen - als 't God belieft!)

Hugo Brems • 19 november 1982

• Hugo Brems (1944) is emeritus hoogleraar moderne Nederlandse letterkunde aan de KU Leuven. In 1983 publiceerde hij Onze armoede is doorzichtig als glas Fragmenten uit een Pools dagboek, Warschau 14 tot 28 november 1982.

Vrijdag 19.
's Avonds ga ik op visite bij Z., helemaal aan de noordelijke buitenrand van de stad. Voor je daar komt rij je langs kilometers en kilometers identieke flatgebouwen. Je mag al blij zijn als je (daar) mag wonen. Ook de gangen, trappen, hallen en liften van deze relatief nieuwe gebouwen zijn flets en grauw. De gang waarop haar flat uitkomt lijkt wel die van een gevangenis: kaal, breed, recht, met dezelfde deuren met dezelfde drie sloten. Met drie sleutels raken wij binnen. Als het waar is wat neomarxisten vertellen, dat ideologie niet enkel een kwestie is van ideeën, maar van de materiële organisatie van het leven, dan pas ik voor deze ideologie.
De flat bestaat uit een kleine woonkamer (ca. 4 bij 4), een slaapkamer, keukentje en badkamertje, ruim genoeg voor één persoon, maar in principe bestemd voor een gezin met 1 kind. Ik krijg Poolse koffie, d.w.z. een bodempje gemalen koffie in een kop en daar heet water over. Daarna ook koffie op zijn Belgisch, flensjes met appel, een Roemeense cognac. We praten nog over politiek en dagelijks leven: interzonale telefoongesprekken worden systematisch afgeluisterd. En brieven die geopend worden. En dan die politieke gevangene, die zonder vorm van proces gecastreerd werd. Wanneer hij zijn beklag doet, krijgt hij te horen dat privé-bezit verboden is. Dat had hij moeten weten! Dat er geen kip meer te eten is, is de schuld van Reagan. Met zijn handelsrestricties werd de invoer van kippevoeder gestaakt. Dan maar de kuikentjes opgegeten voor die zelf van honger omkwamen.
Ze vertelt hoe het komt dat ze nog geen telefoon heeft. Die heeft ze aangevraagd toen ze daar kwam wonen, in 1979. Het zou heel vlug gaan: twee jaar. Als de twee jaar om zijn een nieuw bericht: nog even geduld, over tien jaar zal de telefoon er zijn. En zo gaat het hier met alles: wachten op telefoon, wachten op tram en bus, wachten voor loketten, wachten in winkels, wachten op een auto die je 4 jaar geleden besteld hebt én betaald, wachten op vrijheid.