zaterdag 2 juli 2022

George Orwell • 3 juli 1941

• George Orwell (1903-1950) was een Britse schrijver en journalist. Van 1941-1943 werkte hij voor de op India gerichte Eastern Service van de BBC, waardoor hij de politieke en militaire ontwikkelingen op het vasteland op de voet volgde. Zijn dagboeken zijn gepubliceerd als Diaries. Gedeeltes eruit zijn hier te lezen. De Nederlandse vertaling (van Nelleke van Maaren) is gepubliceerd in de reeks Privé Domein.

3 juli 1941
Stalins uitgezonden toespraak [...] is in feite volledig in tegenspraak met alles wat hij en zijn volgelingen de afgelopen twee jaar hebben gezegd. Niettemin was het een prachtige, vechtlustige toespraak, precies de passende tegenhanger van die van Churchill, en hij maakte duidelijk dat niet naar een compromis wordt gestreefd, in elk geval niet op dit moment. [...] Aan Groot-Brittannië en de VS wordt in vriendelijke termen en min of meer als bondgenoten gerefereerd, hoewel er vooralsnog blijkbaar nog geen formele alliantie bestaat. Ribbentrop & Co worden ‘kannibalen’ genoemd, net zoals ook de Pravda ze betitelde. Een reden voor de merkwaardige woordkeus die vertaalde Russische toespraken vaak vertonen, is blijkbaar dat het Russisch een zo grote woordenschat aan scheldwoorden heeft dat er geen Engelse equivalenten voor bestaan. Een beter voorbeeld van de morele en emotionele oppervlakkigheid van onze tijd dan het feit dat we nu allemaal min of meer pro-Stalin zijn is niet denkbaar. Die weerzinwekkende moordenaar staat nu aan onze kant, en dus zijn de zuiveringen enz. opeens vergeten. Hetzelfde geldt voor Franco, Mussolini enz., mochten die uiteindelijk onze kant kiezen. Het enige dat je werkelijk in het voordeel van Stalin kunt zeggen, is dat hij waarschijnlijk persoonlijk oprecht is, in tegenstelling tot zijn volgelingen, want zoals hij eindeloos van front verandert, is in elk geval zijn eigen beslissing. Het is een kwestie van ‘als hij in het water springt, springen we allemaal in het water’, en hij springt vermoedelijk omdat de geest in hem gevaren is.

Franz Kafka • 2 juli 1913

• Franz Kafka (1883-1924) was een Tsjechische schrijver. Zijn dagboeken 1910-1923 zijn in het Nederlands vertaald door Nini Brunt.

1 juli. Het verlangen naar gedachteloze eenzaamheid. Alleen tegenover mijzelf staan. Misschien zal ik het in Riva bereiken.

Eereergisteren met Weiss, schrijver van de 'Galeere'. Joodse arts, jood van het soort dat het dichtst staat bij het type van de Westeuropese jood en met wie men zich daarom dadelijk verbonden voelt. Het geweldige voordeel der christenen, die in de algemene omgang dezelfde gevoelens van verbondenheid voortdurend hebben en daarvan genieten, bijvoorbeeld een christelijke Tsjech onder christelijke Tsjechen.

Het paar op de huwelijksreis, dat uit het Hotel de Saxe kwam. 's Middags. De kaart in de brievenbus laten vallen. Gekreukelde kleren, trage gang, sombere, lauwe middag. Op het eerste gezicht weinig karakteristieke gezichten.

[...]

2 juli. Gesnikt bij het verslag van het proces van de drieëntwintigjarige Mane Abraham, die haar kind van negen maanden, Barbara, uit ellende en honger wurgde met een mannendas, die zij als kouseband gebruikte en die zij afdeed. Zeer schematisch verhaal.

Het enthousiasme waarmee ik in de badkamer van mijn zuster een komische filmvoorstelling gaf. Waarom kan ik dat nooit bij vreemden?

Ik zou nooit met een meisje zijn getrouwd waar ik een jaar lang mee in dezelfde stad had gewoond.

3 juli. De uitbreiding en de verheffing van het bestaan door een huwelijk. Tekst uit een preek. Maar ik voel het bijna.

Als ik iets zeg, verliest het dadelijk en voorgoed zijn belang; als ik het opschrijf, verliest het dat ook altijd, maar verkrijgt het dikwijls een nieuw.

Een band van gouden kogeltjes om een gebruinde hals.

donderdag 30 juni 2022

Frederik van Eeden • 1 juli 1918

• Frederik van Eeden (1860-1932) was schrijver en psychiater. Hij hield een groot deel van zijn leven een dagboek bij.

1 juli 1918
Ik at Zaterdag bij der Mouw en het was een heel prettige middag. Hij heeft een lieve, fijne vrouw en een aardig dochtertje. Hij wordt vertroeteld, eeven als [wiskundige en astronoom Erich] Gutkind. Hij zit precies aan tafel te eeten als Gutkind, in een makkelijken stoel, met zijn neus op zijn bord. Ik voelde er thuis en bevriend, en ik sprak geheel vrij. Hij las verzen voor, met jeugdherinneringen. Zeer mooi. Voor hem is Brahman ook al het booze en kwade. Brahman zelf is Judas Iscariot. Hij speelt een spel, met zichzelven. Dat deed mij veel denken, aan het weezen van humor en ironie. Brahman heeft ook humor, goddelijke humor, en wat wij alleen maar leelijk en slecht vinden daar voelt hij humor in en lacht.
Ik dacht hieroover veel. Het is verheeven oover al het kwade dat ons treft te lachen, het in liefdevolle humor te zien. Maar toch ook is er weer iets bekrompens in den lach. Als de ploert het verheevene ziet lacht hij ook. En het kind lacht om hetgeen het later als ernst en verheevenheid ziet.
Ironie is wreed, en de ongevoelige lacht om het leed van anderen. Maar de wijze lacht om eigen leed. Lachen is: zich verheugen. Het is een geluksuiting. Het moet dus een kwaliteit van Brahman zijn. Ik heb mij dikwijls verbaasd dat nooit van Jezus gezegd wordt dat hij lachte.

woensdag 29 juni 2022

Belle van Zuylen • 30 juni 1768

• Schrijfster Belle van Zuylen (1740-1805) correspondeerde vijftien jaar lang met de zeventien jaar oudere militair en rokkenjager Constant d’Hermenches, aan wie (het fragment uit) onderstaande brief gericht was. Uit: Rebels en beminnelijk. Brieven van Belle van Zuylen – madame de Charrière (vertaald door Simone Dubois).

30 juni 1768
We hebben gisteren de koning van Denemarken gezien. Hij lijkt op Prins Adolf van Hesse-Philipsthal, maar een tikje knapper; nog kleiner en slanker; hij lijkt hoogstens vijftien, maar hij is bijna twintig. Hij is buitensporig blond en blank; ik weet eigenlijk niet wat voor fysionomie hij heeft, zelfs niet of hij er wel een heeft. Hij wil graag beleefd zijn, maar weet niet wat hij zeggen moet. We wandelden met hem in de tuinen van Termeer, bij mijn tante Van Lokhorst; zijn gunsteling Graaf von Bolk, een aardige zeer ontspannen hoveling, had gewild dat hij wat met mij zou praten; het had geregend, lachend klaagde ik over wat mijn schoenen, die erg mooi waren, te verduren hadden: Zijne Majesteit keek toen alleen nog maar naar mijn schoenen en sprak met mij over niets anders meer.
Er wordt verteld dat hij als pages geklede meisjes bij zich heeft. Maar hij drinkt nooit wijn, blijkbaar omdat zijn vader zich dood gedronken heeft. [...] Zijn vrouw en zijn onderdanen zijn erg ongelukkig, en zijn minnaressen worden niet beter behandeld, want een tijd geleden liet hij een vrouw die de zijne was geweest in een tuchthuis opsluiten.
Dat is wat ik gezien en gehoord heb over Zijne Deense Majesteit. [...] Stel je voor dat dit slecht opgevoede kind almachtig is in zijn land, dat hij een despoot is. Ik zie wel graag met eigen ogen die acteurtjes, die de belangrijkste rollen moeten spelen.

dinsdag 28 juni 2022

Raphaël Waterschoot • 29 juni 1915

• Raphaël Waterschoot (1890-1962) was een Belgische architect. Tijdens WO 1 hield hij een oorlogsdagboek bij.

26 juni 1915 zaterdag
In Antwerpen verschijnt geene enkele gazette die gewoon was te verschijnen. Komen nog uit: De Nieuwe Rotterdamsche Courant en het Vaderland, 2 Hollandsche en Duitsch gezinde gazetten. Verder nog "Het Vlaamsche nieuws" een nieuw gestichte gazet van eenige maanden oud.

27 juni 1915 zondag
Vandaag is Kermis. Er is niets bijzonders van stadswege te doen. In den namiddag geven een 13 Duitsche soldaten een concert op de Markt in de kiosk. Veel lawijt met den cymbale, genre Nord Deutsche Loyd als er n'en boot vertrekt of als er eene tritsmaatschappij [Groep mensen die tritsen, = een dobbelspel met drie stenen] feest. Weinig volk in de Warande maar vele soldaten.
Een complot! Albert Lentacker en zijne beide zusters schrijven op naam van Edmond een brief naar Papa Lentacker, waarin deze een kleed voor zijne zuster Leonie vraagt. Vader die in de waan verkeert dat alles serieus is bijt, en zoo kwam het dat op zekeren dag n'en draak een nieuw kostuum aan zijn dochter ten geschenke gaf!

28 juni 1915 maandag
Leonie Lentacker en haar Vader trekken ondersteuning. In plaats van geld geeft men kaartjes waarop de waarde van 25 centiemen gedrukt staat; dit om te beletten dat mannen of vrouwen dit geld zouden verdrinken. Men is verplicht deze kaartjes in alle voedings en kleêrwinkels te ontvangen.
Gedurende gansch deze week, ter gelegenheid van kermis krijgen wij wit brood aan den prijzen 47 centiem de kilo.
Kolen kosten tegenwoordig 5,00 fr de 100 kgr

29 juni 1915 dinsdag
Papa gaat naar Antwerpen geen nieuws.

30 Juni 1915 woensdag
Om een brief te schrijven met beledigingen aan de Duitschers, krijgen Madame Vermeire van 't Brugsken met hare dochter, ieder 500 mark boete. Deze brief was op n'en smokkelaar gevonden die de Duitschers aangehouden hadden.

maandag 27 juni 2022

Gaston Burssens • 28 juni 1950

• Gaston Burssens (1896-1965) was een Belgische dichter. Zijn dagboek werd gepubliceerd in 1988.

28juni
Eigenaardige Nederlandse - of is het alleen maar Hollandse? - gewoonte om bij zijn eigen huwelijksaankondiging te vermelden dat daar of daar gelegenheid bestaat tot feliciteren. Meer conformistisch kan het wel niet. En curieus als zoiets uitgaat van een non-conformist als Willem Frederik Hermans. Het non-conformisme schijnt thans minder een levenshouding dan een literaire mode te zijn. Als ik eraan denk dat nooit iemand heeft geweten waar en wanneer ik getrouwd ben...!

2 juli
Door de gebeurtenissen op Korea [Noord-Korea viel Zuid-Korea binnen] ruikt het volk weer gevaar. Het snuift als een jachthond en aast op koffie, suiker, rijst en zeep, juist zoals in die goede oude oorlog! Als één moord kon goedgepraat worden, dan zou het dié zijn op de bloed- en petroleumzuchtige staatsleiders.

Dit woord van Jules Renard: au fond de tout patriotisme il y a la guerre: voilà pourquoi je ne suis point patriote!

zondag 26 juni 2022

Louise Colet • 27 juni 1851

• De Franse dichteres Louise Colet (1810-1876) had lange tijd een verhouding met schrijver Gustave Flaubert (1821-1880), die haar vele, vele brieven schreef. Het bovenstaande fragment is afkomstig uit Colets dagboek, en is opgenomen in Gustave Flaubert: De kluizenaar en zijn muze. Brieven aan Louise Colet [vertaald door Edu Borger].

27 juni 1851
Toen hij [Flaubert] opstond om te vertrekken, barstte ik in snikken uit en ik zei: ‘Wij zien elkaar misschien nooit meer.’ – ‘Waarom?’ hernam hij, ‘ik heb u gezegd dat ik u op zal zoeken, daar kunt u op rekenen.’ Ik kuste hem hartstochtelijk; hij kuste mij ook, maar hij was zichzelf steeds meester. Ik wilde tot de laatste boulevard van de stad met hem meelopen. Om geen onaangename indruk bij hem achter te laten probeerde ik vrolijk te zijn en met hem over dingen te praten die hem konden bevallen of interesseren. Wij zijn drie keer blijven staan en zeiden dan ‘wij moeten afscheid nemen’ en telkens kuste ik hem en zei: ‘Tot de volgende lantarenpaal.’ Het was een schitterende nacht, de sterren straalden en het rook lekker in de buitenlucht. Tot slot heb ik hem nog inniger omhelsd, hij beantwoordde mijn liefkozing en onze laatste woorden waren tot ziens. Ik wandelde terug naar het hotel; onder het lopen doemde de herinnering aan Croisset [het huis van Flaubert], waarvan de deur voor mij, voor mij... gesloten bleef, als een belediging, als een felle pijn weer in mij op. Zolang hij bij me was, was mijn enige gedachte hem te beminnen, de herinnering aan het verleden in hem wakker te schudden.
Ik ging langs het hotel, nam plaats in een rijtuig en arriveerde om middernacht op het station. Om half zes ‘s ochtends was ik thuis.