dinsdag 1 maart 2022

Judith Herzberg • 2 maart 1980

• Judith Herzberg (1934) is een Nederlands dichteres en toneelschrijfster. In 1980 hield ze tijdens de draaidagen van de film Charlotte (gebaseerd op het leven van de Joodse kunstenares Charlotte Salomon), waarvoor zij het scenario geschreven had, een dagboek bij, dat is gepubliceerd onder de titel Charlotte.

zondag 2 maart
Birgit [Birgit Doll, hoofrolspeelster] heeft van Charlotte gedroomd. Ze stond achter het gordijn in haar kamer, en was heel oud. Ik weet niet wat ik zeggen moet. Ik sta tegenover haar, in mijn kamer. Voel me krankzinnig ontroerd worden. Om de tranen wat woorden mee te geven zeg ik hoe blij ik ben dat juist zij haar nu speelt. Omhelzing. Zo dringt georganiseerde verbeelding het echte gevoel binnen.

maandag 3 maart
De auto's die ons uit het hotel moeten halen hebben allemaal vertraging door de plotselinge sneeuw. Elke ochtend een verrassing wie er nog meer in het busje zal zitten. Vanochtend Max Croiset. Vraagt me wat ik ervan vind, als, in de scène waarin Daberlohn een verloofde blijkt te hebben, hij, Max, (als echtgenoot van Paulinka, Albert) toch iets van leedvermaak vertoont door middel van een monkelplooitje. Het moet hem toch een heel kleine voldoening geven, op z'n minst, om Paulinka zo verbaasd op deze mededeling te zien reageren. Monkelplooitje blijkt een woord van Gezelle te zijn. Max is belezen en loopt over van wetenswaardigheden. Verdiept zich elk vrij moment in zijn Tucholsky, vijfde deel, waaruit hij ook af en toe iets voorleest. Frans [Frans Weisz, regisseur] ijsbeert in de studio. Door de sneeuw beginnen we een uur te laat. Zo iets is te voorzien, vindt hij. 'Gebrek aan talent,' zeg ik, om hem vóór te zijn.
[...]

maandag 28 februari 2022

George Orwell • 1 maart 1941

• George Orwell (1903-1950) was een Britse schrijver en journalist. Van 1941-1943 werkte hij voor de op India gerichte Eastern Service van de BBC, waardoor hij de politieke en militaire ontwikkelingen op het vasteland op de voet volgde. Zijn dagboeken zijn gepubliceerd als Diaries. Gedeeltes eruit zijn hier te lezen. De Nederlandse vertaling (van Nelleke van Maaren) is gepubliceerd in de reeks Privé Domein.

1.3.41. De B.’s, die pas een paar weken geleden naar Londen zijn gekomen en niets van de blitz hebben gezien, zeggen dat ze de Londenaren erg veranderd vinden, iedereen is hysterisch, praat op veel luidere toon enz. enz. Als dat zo is, is het iets wat geleidelijk aan is gekomen en wat je niet opvalt als je er middenin zit, net als het groeien van een kind. De enige verandering die mij werkelijk is opgevallen sinds de luchtaanvallen begonnen, is dat de mensen veel meer geneigd zijn met vreemden op straat te praten... De stations van de ondergrondse stinken nu niet erg meer, de nieuwe metalen stapelbedden zijn heel goed. En de mensen die je er ziet, zijn betrekkelijk goed voorzien van beddengoed en lijken in alle opzichten tevreden en normaal – maar dat is juist wat me zorgen baart. Wat moet je denken van mensen die dat onmenselijke leven maandenlang nacht na nacht blijven leiden, ook in perioden van 3 of meer weken dat geen vliegtuig in de buurt van Londen komt? ... Het is afschuwelijk in alle stations nog kinderen te zien, die het allemaal vanzelfsprekend vinden en veel plezier hebben met rondjes rijden op de Inner Circle-lijn. Een tijdje geleden kwam D. J. vanuit Cheltenham naar Londen en in zijn trein zat een jonge vrouw met haar twee kinderen die ergens in het westen van het land geëvacueerd waren geweest en nu door haar werden teruggebracht naar Londen. Toen de trein Londen naderde, begon een luchtaanval en de vrouw was de rest van de reis in tranen. Wat haar had doen besluiten terug te komen, was het feit dat er toen al ruim een week geen aanval op Londen was geweest, en dus had ze geconcludeerd dat ‘het nu in orde was’. Wat moet je denken van de mentaliteit van zulke mensen?

3.3.41. Gisteravond met G. de schuilkelder in de crypte onder de kerk in Greenwich bezocht. De gebruikelijke houten stapelbedden met jutezakken, smerig (als het warmer wordt ongetwijfeld ook vol luizen), slecht verlicht en stinkend, maar die avond niet bijzonder vol. De crypte is gewoon een stelsel van smalle gangen tussen gewelven waarop de namen staan van de families die daar begraven zijn, meest recentelijk omstreeks 1800... G. en de anderen benadrukten dat ik het niet op z’n ergst zag, omdat in nachten dat het er propvol is (250 mensen) de stank nagenoeg ondraaglijk zou zijn. Ik bleef echter volhouden, hoewel geen van de anderen het met me eens was, dat het voor kinderen veel erger is om tussen gewelven vol lijken te spelen dan een hoeveelheid levende menselijke geur voor lief te moeten nemen.

4.3.41. In Wallington. Overal bloeien krokussen, een paar muurbloemen hebben knoppen, sneeuwklokjes op hun best. Paartjes hazen zitten in het winterkoren naar elkaar te staren. Af en toe, met maanden tussenruimte, steek je in deze oorlog een paar ogenblikken je neus boven water en merk je dat de aarde nog altijd rond de zon draait.

zondag 27 februari 2022

J.H. Leopold • 28 februari 1890

• De dichter J.H. Leopold hield een reisdagboek bij toen hij in 1890 in Italië was.

28 Februari.
Vandaag is het regendag, aldoor grijze lucht, grijze zee en regenbuien. Laat wordt men wakker, want het is donker en als men beneden komt, brandt er in de binnenkamers gas. Buiten is het eenzaam, modder ligt er op de straten en de marmeren tuintrap is glibberig en morsig. In huis is het koud en kil en de gasten zitten bij elkaar, lezen, werken, spelen, en kleumende en zich in de handen wrijvende wordt de dag doorgebracht. Er is van 's morgens vroeg, tot 's middags een gele streep boven den horizont, die niet grooter wordt; verder is de lucht grijs en weerkaatst grijs in de zee. Een groot verschil met gisteren. Vroeg wordt men wakker, want al is de zon nog niet op, het is helder overal. Er hangt boven den horizont een grijze nevel, overigens is de hemel wolkenloos en de zee blauw. Dan rijst de zon boven de nevels, haar licht is op de bergen, het glijdt lager over de gladde olijven en blijft hangen aan de witte huizen en oude grijze torens, de hanen kraaien, de vogels zingen en nu en dan vliegt er een uit de nabijzijnde gladstammige eucalyptus naar het gindsche olijvenbosch, licht bruin als hij vliegt in golvenden baan door het zonnelicht.
Langzaam komt het licht overal, alleen onder de olijven is het donker op het zwartgroene gras, en misschien zal de zon er den geheelen dag niet doordringen. Er is een schuine streep zonneschijn op mijn vensterbank gekomen en op de opengeslagen jalouziën, en straks zal de zon mijn geheele kamer met stralen licht vullen.
Vreemd, dat in den vreemde het bekende, het hanengekraai, de vogelezang het aangenaamst aandoet.

Gymnasiast, 15 jaar • 27 februari 1944

• Gymnasiast, 15 jaar - Amsterdam. Uit: Dagboekfragmenten 1940-1945, geselecteerd door T.M. Sjenitzer-van Leening

[27 februari]
- Vannacht heb ik niet lekker geslapen. Ik was erg verkouden. Na t ontbijt ging ik m'n huiswerk maken maar 't ging niet vlot want m'n ogen traanden van de verkoudheid. 's Middag aten we maar zo'n beetje boterham. Toen de eetrommel opgeruimd was ging ik m'n werk voor wiskunde maken. Ik heb er wel twee uur aan één stuk door op gezeten en dan terwijl je verkouden bent. Aan 't eind van de middag heb ik met mama vader en Bartje gewandeld langs de IJsel en door 't park. 't Was triest weer doodstil en miserig en koud. Ik kwam hierdoor niet in een goede stemming. Ik dacht aan van alles.  Aan een meisje waar ik veel van zou kunnen houden en aan de invasie en 't einde van de oorlog. 't Duurt zo verschrikkelijk lang en ik hoop al niet meer op de invasie. Hij komt niet. De Engelsen zijn te sloom. Ze kunnen alleen maar bombarderen maar 't kan me allemaal niets meer schelen. De Russen gaan te hard in 't Oosten de Engelsen te langzaam in Italië.

vrijdag 25 februari 2022

Ina Steur • 26 februari 1941

• Uit Als het weer eens vrede was, een dagboek over de jaren 1940-1945  van Ina Steur (1923-2007). Het fragment hieronder gaat over de Februari-staking.

Woensdag, 26 Februari 1941
Half negen naar de fabriek, daar staan alle kantoor- en werklieden te praten. Ze zijn het niet eens, want er is gezegd 24 uur proteststaking en nu moeten we om half negen al beginnen. Er is verdeeldheid onder de mensen, de één zegt: 'Kom ik ga naar huis', en een ander: 'Jongens laten we de fabriek in gaan'. Zo gaat het overal, de mensen weten niet wat ze doen moeten, en dat komt voornamelijk omdat er geen organisatie meer is. Een derde gaat naar huis gegaan, een derde blijft op de fabriek, een derde staat voor de poort.

Om half tien vergaderen de fabrieksraad en de directie en daar wordt besloten te staken tot 27 Februari half negen. Wat ongeveer algemeen enthousiast wordt begroet. ± tien uur thuis. Om twaalf uur ga ik naar buiten. Als ik een geweldige volksoploop zie, ren ik er hard naartoe. Daar zijn een stel mannen en jongens een tram aan het oplichten. Ik ga er gauw tussen staan en duw mezelf uit het lid. Ja hoor, heel langzaam gaat de tram omhoog en plof daar ligt-ie, mét conducteur, in nauw contact met Moeder Aarde. Er gaat een hoeraatje op, gevolgd door de roep: "De Grüne Polizei!" Alles gaat op de loop.

Ik ga in de ingang van een winkel staan en kan goed kan zien wat ze doen. Er komt een auto aanstormen met twaalf van die gasten. Ze springen eruit met het geweer in de aanslag en rennen de Insulindeweg in. Ze schieten op denkbeeldige daders. De sufferds kunnen toch niet raken, dus dat is niet erg. Alle straten zetten ze af in de hoop iets te vinden, maar lauw hoor, niets. Om één uur is die tram alweer opgetakeld.

Om drie uur wandel ik naar de Dapperstraat. Ik kom juist op tijd om weer iets te beleven. In de Commelinstraat wordt een man weggehaald door een wagen met twaalf politieagenten. Er komen natuurlijk een hoop mensen bij staan. Zo'n mof begint te dreigen met zijn geweer, maar daar geven de mensen niets om. Dan pakt hij iets uit zijn zak, naar mij voorkomt een sigarettendoosje, steekt het aan met een sigarettenaansteker en gooit het tussen het volk. Iedereen stuift weg. In tijd van een seconde is de hele straat leeg. Net op tijd, want daar geeft me dat ding toch een knal, geweldig. Dat is een handgranaat! Daar komt die rotmof midden op de weg staan en steekt zijn hand op, zo sarcastisch mogelijk. Net of ie zeggen wil: 'Heb ik jullie even laten lopen.' Dan gaat hij weg met de man en de wagen."

donderdag 24 februari 2022

Typiste, 25 jaar • 25 Februari 1941

• Typiste, 25 jaar - Amsterdam. Uit: Dagboekfragmenten 1940-1945, geselecteerd door T.M. Sjenitzer-van Leening

Dinsdag, 25 Februari 1941 - Vandaag was 't net zo'n geladen dag als na de capitulatie. De oorzaak hiervan zijn ongewild de Joden.
Twee weken terug voelde de W.A. van de N.S.B. zich geroepen relletjes in de Jodenbuurt uit te lokken. in troepen trokken ze door de Jodenwijken, ruiten ingooiend en Joden molesterend. De verhalen, die de ronde deden, waren veelal sterk overdreven en de waarheid er van was niet te controleren. De knokploeg van de Jordaan kwam er aan te pas en kwam de W.A.-mannen en verder N.S.B. even flink ‘afdrogen’. Gevolg van deze relletjes was, dat een W.A.-man Koot vader van 8 kinderen, 't leven liet. De oudste spruit was bij de heldendood van Pa tegenwoordig. Zeventien jaar was 't wurm en lid van de Jeugdstorm. De Jodenwijk was voor iedereen afgesloten, bruggen opgehaald desondanks waren die W.A.-mannen toevallig, ongewapend, daar verzeild geraakt en toen stortte een gewapende bende Joden zich op hen en één had Koot zo toegetakeld en in z'n gezicht gebeten dat hij aan de gevolgen overleed. Een ongewapende W.A.-man bestaat niet, want zij hebben alles wat de behoorlijke Nederlanders niet hebben en dan een ongewapende-toevallig-in-de-Jodenbuurt-zijnde-W.A. man is 't toppunt van tegenstrijdigheden, waaraan trouwens de ‘nieuwe orde’ over 't algemeen erg lijdt. Een Pa, die tot heil van 't Vaderland, acht spruiten in 't leven heeft geschopt, moet eerst aan die spruiten denken en dan aan relletjes uitlokken. Enfin, met de nodige propaganda is die man begraven, waarbij natuurlijk de tegenpartij zich niet onbetuigd heeft gelaten. De mop (overigens demonstrerende hoe de mensen op 't ogenblik denken) doet de ronde, dat de directeur van de begraafplaats Zorgvlied Mussert opbelde en zei, dat 't monster hem goed was bevallen en dat hij de hele partij wel wilde hebben. Aan 't graf van dien Koot is natuurlijk wraak gezworen, die niet op zich heeft laten wachten. Zaterdag, Zondag en gisteren zijn Joden meestal tussen 18 en 40 jaar overal opgepakt en weggevoerd. Wanneer ze rustig op straat liepen, werden ze plotseling door de Grüne Polizei in hun overvalwagens gesleurd, In de Jodenbuurten moest iedereen z'n stamkaart tonen en aangezien Nederland nog nooit 't zotte idee in z'n hoofd heeft gehaald op de stamkaart je afstamming te vermelden, voldeed een Joodse voornaam of achternaam al. Zo zijn er ontzettend veel weggevoerd op de meest minderwaardige en naar wij kunnen aannemen op wel niet bijster liefdevolle wijze. Waarheen? De een zegt Duitsland om er dwangarbeid te verrichten en gezien Duitslands tekort aan arbeidskrachten en z'n pressen tot werken in Duitsland van bouwvak-, haven- fabrieks- werf- en dok- en alle andere arbeiders uit de bezette gebieden, lijkt dit wel aannemelijk. Een ander beweert ze zitten hier in concentratie-kampen. Hoe 't zij, vele mannen zijn vanuit hun gezinnen weggesleurd door mensen, die hier zonder reden zijn komen binnenvallen...

woensdag 23 februari 2022

Frederik van Eeden • 24 februari 1913

• Frederik van Eeden (1860-1932) was schrijver en psychiater. Hij hield een groot deel van zijn leven een dagboek bij.

Van Eedens zoon Paul overleed op 21 februari 1913. Diens dood maakte grote indruk op hem, en inspireerde hem tot het boek Pauls ontwaken.

maandag 24 februari
Ik kom van het kerkhof terug. Ik wist vooraf niet wat ik doen zou. Maar op 't oogenblik voelde ik dat ik wat zeggen moest en het ook kon. En ik ben blij het gedaan te hebben. Paul had mij des nachts heerlijke rust gegeeven, ik voelde gestadig zijn zachte werking. In den vorm van wat ik ‘droom-sensatie’ noem. Ik was heerlijk verkwikt van morgen. Ik weet hij zal mij verder helpen.
Ik herinnerde mij van nacht dat Paul, kort voor zijn verheerlijking, teegen zijn moeder sprak van het ‘doodshemdje’. En zij begreep zijn bedoeling. Van daag las ik eerst het fijne sprookje van Grimm, dat hij bedoelde. Welk een helderheid, dat juist als herinnering voor zijn moeder uit te kiezen. Het kindje dat niet rusten kan zoolang moeder schreit, omdat zijn doodshemdje nat wordt van de tranen. Een geest die zooiets bedenkt, lijdt niet, maar is verhelderd. Ik nam mij voor de tuinlieden te zeggen dat ze vandaag den grooten stapel dood hout moesten verbranden op het grasveld. ▫ Toen ik van morgen uit het venster keek, hadden ze 't al uit zich zelf gedaan. Paul's vuuroffer. De vlam, symbool van diepe reiniging en verheffing.

Ignis ascendere
gestit et tendere
ad coeli atria.

De tuinman van Ingen had blijkbaar er zeer teegen opgezien iets teegen me te moeten zeggen. ▫ Van morgen nam hij zijn moed en gaf me een hand zeggend: ‘ik fielsieteer u met uw zoon.’ ▫ ‘Dankje Dirk!’ ▫ Holdert die er bij stond was er door getroffen en zei: ‘hij zeide het rechte, dat is hem ingegeeven.’ ‘Denk om het doodshemdje, moesje!’ zeide Paul. Tweemalen.
Zuster Obbes, mijn dochterken nu, hoorde in den nacht van Zaterdag op Zondag - dus den tweeden nacht na Pauls oovergang - mij roepen: ‘Obbes! Zuster Obbes!’ toen zij kwam zag zij Paul. En ze wist dat hij dood was, en ze was blij hem weer te zien. Het was mijn stem geweest, maar hij had geroepen, en ze praatten en waren verheugd. Toen zag ze ook haar zuster, die in Australië is, en Paul zei dat ze die moest verpleegen. ▫ Toen ze ontwaakte vreesde ze dat haar zuster dood was en dat Paul dit na zijn eigen afsterven weetende haar er van in kennis heeft willen stellen.
Van middag voelde ik in mij de teere, fijne wonder subtiele sensaties van een minnaar die zijn liefde beantwoord heeft gevonden. Het verrukkend besef: ‘het is tòch heerlijke werkelijkheid! het is geen illuzie! het is waarheid!’ En dan het nieuwe huiverig heerlijke gevoel van vertrouwelijkheid met een verheeven weezen. De minnaar voelt dat voor zijn geliefde, ik onderging deze zelfde sublieme aandoeningen door Paul, door het weeten van zijn verheerlijking, en door het gevoelen van de vertrouwelijkheid met hem, nu nog. ▫ Daarbij een gevoel van vastheid in alle nog onvaste dingen van mijn leeven. Het onbreekbaar bevestigen van mijn echt, mijn verbond met mijn lieve vrouw, een zachte herleeving van de aandoeningen van 6 Maart 1901. En het wegvagen van alle bittere, rancuneuze kleingeestige oude gevoelens. ▫ Ik voel nu weer de ‘heerlijke toekomst’, waar ik veel jaren geleeden van sprak. Ik voel dat alleen het bedrog van angst en vrees die toekomst verduisterd heeft.