dinsdag 30 november 2021

Barbara de Beaufort & Aaldrik Pot • 1 december 2018

• Uit Met huid en haar. Brieven over verlangen naar buiten - het tweede boek met brieven vol natuurobservaties die Barbara de Beaufort en Aaldrik Pot elkaar schreven. De eerste brief is van De Beaufort, de tweede van Pot.

30 NOVEMBER
Sinister soms hoe snel mijn onbewuste smeekbeden worden verhoord. Vanaf gistermorgen had ik geen computer meer ter beschikking, want overvol met foto's en dus bij de computerdokter voor het toevoegen van opslagruimte.
En wat ga je dan doen.
Voelen hoe verslaafd je bent.
Je voornemen dat nooit, nooit meer te worden.
En dan genieten van niet achter je pc kunnen zitten. Vanmorgen dus een heerlijke ronde over het land gemaakt, lauwe vochtige zuidenwind in de neus, genietend van elke stap.
Voor het eerst lijkt de grond niet meer keihard, dankzij de regen. Langs het akkerpad vind ik om de paar meter wel een reeënligplaats.
Maar ik mis de hazen, met angst in het hart. Hoewel ik ze vorig jaar om deze tijd precies zo miste, geloof ik.
De uitgebloeide zonnebloemen van Ubbo worden druk bezocht door groenlingen, vinken, mezen en kepen, en het smalende lachje van de tjakkers klinkt uit de top van de perenboom. De kamperfoelie bloeit nog steeds, met kleine, gedrongen bloemen. Als ik mijn neus erin steek, ruik ik een verre echo van de zomer.

1 DECEMBER
Gelukkig, de snerpende pijn is gaan liggen. Daarom kon ik 's avonds ook aansluiten bij het Von Humboldt Genootschap. We bespraken Term Insecta van Anne Sverdrup-Thygeson. Heerlijk boek vol korte essays over hoe insecten de mensheid overeind houden.
We hielden huis in een van de zogenaamde Cabiners, een houten huisje midden in het bos. Er staan er nu vier in de bossen rond Schoonloo en Gieten. Je kunt ze boeken en zo een vierdaagse trektocht maken van hut naar hut. Die waar wij zaten was net geplaatst en dus mochten wij uitproberen of alles naar behoren werkte. Dus stond er een grote pan met soep op het kleine houtkacheltje te pruttelen en genoten we van het voorrecht op deze bijzondere plek midden in het bos.
Buiten was het aardedonker. De wind trok aan en de regen sijpelde langs het grote raam aan de voorkant. Af en toe stak ik mijn hoofd even buiten de deur om de wind te horen en de regen te ruiken. En ik hoopte op een bosuil, maar die vond het waarschijnlijk gewoon schijtweer.

maandag 29 november 2021

Wim Kan • 30 november 1968

• Wim Kan (1911-1983) was cabaretier. Zijn dagboeken zijn te lezen bij de dbnl.

Vrijdag 29 november
Ergernissen leidend naar de toppen der verhoogde bloeddruk. Als René ziek is (om twaalf uur werd dit gemeld), kan je niet gewoon overdag repeteren omdat: Sant geen oppas bij haar kinderen kan krijgen, Wieteke in Woerden een kindermatinee heeft, Frits tot twee uur een afspraak had, en als je dan de repetitie om half zeven in Dordrecht zet, zit je midden in Rotterdam op het spitsuur en kun je eigenlijk niet één echte afspraak maken. ‘Mijn vaders graf, dat willen ze verhuizen’, een liedje van Jaap van de Merwe studeert Frits in met Marnix de tweede stem. Gisteravond zouden ze het in Dordrecht doen (vanuit een loge), maar natuurlijk liep Marnix weer drie keer uit de rails. Op de vraag van Ol: heb je dan vrijdag niet gerepeteerd? zei hij: nee... ik kan overdag niet repeteren... ik heb een baan! Onze kleedster Minneke, eerste avond in Dordrecht geen kam, geen borstel, geen afschmink, geen handdoek. Verkleding van ‘Arie de badman’ in het pikdonker moeten doen met een klein, lullig spiegeltje!... Tot slot met paard en al me te pletter gegaloppeerd tegen de vaste manteau. Geen douche, geen stromend warm water, zelfs na afloop geen emmertje warm water om me te mandiën*. Toen liet ik in de kleedkamer een woordje vallen!...

Zaterdag 30 november 11.15 uur
Gisteravond Rijswijk. Heen in de mist. Drie avonden totaal uitverkocht. Daverend succes (leek mij). Maar... een half uur na de pauze, toen de kleedster al naar huis was, kwam het bericht dat alles ingepakt moest worden, omdat er morgen gewoon school was!!! Heb Ol de laatste jaren niet meer zo boos gezien. Alles kwam dan ook op haar neer! Hele kamers vol kleren moesten vakkundig ingepakt. Een hopeloze toestand. De douche (de does zoals meneer Van Liempt zegt) drie minuten lopen ver weg! En zo is er altijd iets om de bloeddruk te verhogen.

* mandiën - Indisch: je wassen met een emmertje water en een bakje om t water op te scheppen en uit te gieten.

zondag 28 november 2021

Johanna van Woude • 29 november 1895

• Johanna van Woude (1853-1904) was een bekende Nederlandse schrijfster. In 1895 werd ze door haar echtgenoot beschuldigd van een poging tot vergiftiging, en werd ze in voorlopige hechtenis genomen en verhoord. Ze hield in die dagen een dagboek bij. 

Vrijdag 29 November.
Daar is mij vannacht iets ingevallen!
Ik ben in het bezit van morfine, een fleschje vol, denkelijk genoeg om iemand voorgoed te doen inslapen. En daarenboven heb ik, reeds sedert een paar jaar, ook een doktersrecept er voor, waarop ik altijd meer had kunnen aankoopen, liters desnoods.
Dokter D. te R. schreef het mij acht jaar geleden voor tegen kramphoest, pijn, en daar ik het eene rustige gedachte vond het altijd in huis te hebben, vroeg ik het recept.
In Maart '94 kocht ik op dat recept een nieuw fleschje vol, hetzelfde dat ik nu nog kan vertoonen, omdat het altijd ongebruikt is gebleven. Ik kan het alles, alles bewijzen. En morfine - ze is reuk- en smakeloos. Als ik vergift had willen toedienen, wat had ik dan beter kunnen kiezen dan dit!
Ik zal het vandaag dadelijk mededeelen, want dit moet toch wel alle verdenking doen wijken.

's Avonds.
Blijkbaar maakte mijn verhaal op den Rechter-Commissaris indruk. Daarbij las hij mij weder een zeer gunstig getuigenis voor. Hij beloofde mij met den Officier te spreken over mogelijke invrijheidstelling. Het schrikbeeld van drie à vier maanden wijkt reeds.
Van half drie tot half zes weer met hem gepraat. Wat wijdt hij mij een tijd! Het andere werk stapelt zich voor hem op, zegt hij. Het is zeer vriendelijk van hem.
Hoe anders is zijn toon reeds!

Ann West • 28 november 1831

• Ann West (1801/2-1842) was een Britse huismoeder die in 1831 met haar gezin naar de Verenigde Staten emigreerde. Ze hield een dagboek bij over de bootreis. Hieronder een fragment over een storm.

28th
An alarming night. Most tremendous gale from the west. Feared the children would roll out of bed. Thomas put two of them to me, and went to the others. Mrs. Blanchard fell out of her berth, and Mr. Manchester fell on the table, and broke it to pieces, and hurt himself so much he is not able to be on deck. All laid except myself. Have been paring some potatoes in hopes of fire by and by, to cook them. We dare not eat, ourselves, nor give the dear children what they want , for fear we should be much longer, and have none. For the winds and waves are continually against us. When it is calm, the wind, what little there is, is fair – as soon as it changes ahead, it blows hard. But thank God we are able to bear up with tolerable spirits at present. But we live in hopes of better days. No fire. A little gruel at the cooks. It is pitiful to hear the children asking for dinner, and we can give them none. What we have, cannot be cooked. At three o’clock this afternoon a most alarming wave rushed on deck. The water came in Christopher’s berth. Knocked the Captain down, and drove him such a distance that we thought he was gone overboard. Bruised his leg. He dares not spare the time to have it bathed. The chief mate being unable to come on deck. One man was driven with such violence, that forced him in the long boat. He clung to a rope, to save himself from a watery grave. The gale continued, fit to rip everything to atoms. But thank God, all safe at present. All the crew are becoming much worn out, continually pulling and hauling ropes night and day. Not enough to eat, and nothing to drink.

29th
We went to bed at six. The wind abated at nine. Had a tolerable night. Morning calm. Children quite merry, talking of what they "shall have when they get to New York." Amelia says "if she does not have some roast goose, and apples, she shall come back again." Every day when we cook at all, we cut about one quarter of a pound of ham, in small bits, and boil with potatoes. We made this morn, enough for two days, for fear we may not be able to cook tomorrow, but Bob robbed us of half. We had very little for breakfast. Only two meals a day.

Bergman • 27 november 1986

• Schrijver Bergman (Aart Kok, 1921-2009) hield enige maanden een dagboek bij waarin hij herinneringen aan het Kralingen uit zijn jeugd neerschreef. Uit: Leve Kralingen en omstreken/Dagwerknotities.

'86-27/11
Over de Nieuwe Oostbrug het Haringvliet Z.Z. op, liep ik langs de vertrouwde pakhuizen en patriciërswoningen waarvan er maar een in mijn geheugen is blijven steken: Het Museum voor de Scheepvaart, een ontdekking van Ad Vos die niets kostte. Wij beleefden arme tijden, hadden geen plattegrond in huis en de tram was een ongehoorde luxe. Wat wij te weten kwamen, ontdekten wij op onze zwerftochten te voet, nog steeds de beste manier om de bewoonde wereld stukje bij beetje te leren kennen. De suppoosten begonnen ons te kennen en waren bereid met een gemoedelijkheid die niets neerbuigends had, hun kennis te spuien en zetten allerhande machinerieën die ons met ontzag en onbegrip vervulden in werking. Een curiosum, waarop zij nogal trots waren, was een kleinschalig model van de onzinkbare reddingsboot, een spiegelbeeldconstructie, aan beide zijden zeewaardig. Sloeg de sloep om dan roeide je met de onderkant, nu bovenkant, rustig verder. Het ei van Columbus. Of het idee ooit in produktie is genomen? Toen al had ik mijn twijfels. In gedachten zag ik het ranke huikje in de woeste golven kantelen en kantelen en kantelen en de bemanning maar zwemmen en aan boord klauteren en rustig doorroeien en weer kantelen en waar is die vervloekte rotboot gebleven. Verbeeldingskracht is een rem op het geloof.

'86-28/11
Nog een toevluchtsoord voor regenachtige dagen was de leeszaal/bibliotheek van dit museum. In mijn herinnering een langwerpige ruimte met boekenkasten aan weerszijden en een lange dubbele leestafel in het midden. Een oase van stilte waar ik tussen ernstige, bebrilde heren in kamgaren kostuums nautische tijdschriften doorbladerde en lijvige boekwerken met afbeeldingen van schepen, schepen en schepen van de planken trok. Ik leerde de Engsele vloot kennen met zijn dreadnoughts (een woord dat ik niet kende maar instinctief begreep) als de Hood, de Nelson en de Royal Oak. Die vloot zou de wereldzeeën schoonvegen en het gespuis dat onze belangen zou willen dwarsbomen een kopje kleiner maken, werd mij duidelijk. Men liet mij rustig begaan. Niemand zei, hé joh, wat mot jij hier. In de jaren na 1937, toen ik vrijwel dagelijks het gebouw passeerde, heb ik nooit meer één stap over de drempel gezet. In die tijd repten mijn voeten zich naar de tijdeloze werelden in de literaire kaartenbakken van de Gedempte Botersloot. Instinctief begreep ik ook dat dreadnoughts en onzinkbare reddingsboten gedoemd waren vroeg of laat in de golven te verdwijnen.

donderdag 25 november 2021

Lidija Tsjoekovskaja • 26 november 1958

• Lidija Tsjoekovskaja (1907-1996) was een Russisch schrijfster en dichteres. Ze was bevriend met de dichteres Anna Achmatova. Een dagboek van haar ontmoetingen met Achmatova is verschenen als Ontmoetingen met Anna Achmatova 1938-1962 (vertaling Kristien Warmenhoven).

26 november 1958
Gisteren heb ik, op verzoek van Ljoesja, Anna Andrejevna mee naar huis gebracht. Ljoesja heeft een nieuwe hartstocht: de bandrecorder, en ze wilde de stem van Achmatova opnemen. Anna Andrejevna las zes gedichten en het derde hoofdstuk van het Epos zonder held, nadat ze eerst mijn exemplaar dat sinds lang verouderd was, had verbeterd. Ze waarschuwde ons dat haar stem bij een opname altijd lager klinkt dan in werkelijkheid en inderdaad, toen we de band afluisterden, klonk in de eerste twee gedichten een misplaatste bastoon, maar verderop bleek de opname vrijwel juist te zijn wat het timbre betreft, en helemaal correct qua intonatie. Ze las de verzen uit haar nieuwe rode Soerkov-bundel, waarin ze pagina's had geplakt met een groot aantal verzen die niet waren opgenomen.
Bij de thee vertelde ze me vol bitterheid dat Boris Leonidovitsj [Pasternak] haar had gebeld.
Aanvankelijk was ze verheugd, maar later toen hij zei: 'Een vrouw die mij na staat is van de zomer met haar dochter in Leningrad geweest, maar zonder een brief van mij heeft ze u niet durven opzoeken,' werd ze woedend: 'Dat gaat natuurlijk over Olga. Op haar aandringen heeft hij mij ook gebeld. Maar ik hou mijn deur op slot. Ik wil die oplichtster niet ontvangen.'
Ze zei echter dat ze van plan was met Nina Antonovna [Olsjevskaja] een bezoek te brengen aan Boris Leonidovitsj in zijn buitenhuis.
'Het zal een onuitgesproken condoleantiebezoek zijn. Ik laat de taxi wachten en blijf een halfuurtje. Niet langer. Over zijn zaken rep ik met geen woord; ik zal over het weer praten, over de natuur, over wat hij maar wil. Als hij niet thuis mocht zijn, laat ik een briefje voor hem achter, en daarmee is de kous af.'
Ze is woedend op hem. Jammer. Dit is niet het moment voor woede.
Tegen twaalven heb ik haar naar huis gebracht.

woensdag 24 november 2021

Wouter Jacobsz • 25 november 1572

Wouter Jacobsz (1521-1595) was een Amsterdamse kloosterbroeder die tussen 1572 en 1579 verslag deed van de 'troebelen', oftewel de opstand van de geuzen. Zijn verslag is gepubliceerd als Dagboek van broeder Wouter Jacobsz 1572-1579. 

25 november
[...] Toen de dag was aangebroken hoorden we dat omtrent vijftienhonderd geuzen, allemaal haakschutters, hadden geprobeerd de buitenwachten met een vendel soldaten te verrassen en uit te moorden. Ze kropen over de grond en verspreidden zich in een wijde kring om ons leger in zijn geheel te omsingelen, waardoor niemand zou kunnen ontsnappen. Door Gods genade hadden die van ons hen gezien en ze hebben zich dapper gedragen in deze aanslag: ongeveer zeven of acht van hen hebben ze doodgeslagen en tien man gevangengenomen; aan onze zijde zijn er maar drie man gedood en zes of zeven gewond. Toen deze gevangenen op de pijnbank gelegd werden, hebben ze onmiddellijk bekend dat hun aantal overeenkwam met het aantal dat ik al noemde, dat het hun bedoeling was de stad te overrompelen, de priesters en de religieuzen, mannen en vrouwen, op te hangen, de kloosters te plunderen, de rechters te vierendelen en alle burgers die ze te pakken konden krijgen, dood te steken. Dit biechtten deze gevangenen op, onafhankelijk van elkaar, zodat wat ze zeiden de waarheid wel moest zijn; het leek of ze uit één mond spraken. Vermeld moeten nog worden de schurkenstreken van de geuzen, die ze openlijk bedreven. Er was een vrouw die een kind van zeven of acht weken op haar schouders droeg. Ze schoten het kind dood, zijn darmen puilden uit zijn lijf en het overleed. Een ander kind van ongeveer vier of vijf jaar doorstaken ze en het bleef dood liggen.