donderdag 4 november 2021

Klaus Mann • 5 november 1948

• Klaus Mann (1906-1949) was een Duitse schrijver. Zijn dagboeken uit de periode 1933-1949 zijn vertaald als Opgejaagd, gedoemd, verloren (vertaald door W. Hansen).

[Amsterdam] 2 november 1948
Voel me tamelijk down ('wegval'). In de ochtend naar dokter B., die 'busy' is. Later naar dokter De G. Inj. 2 n.— en ik voel me goed...
Gewerkt: 'Vulkan' (niet genoeg), corrigeer Mucha's manuscript. F. vanmiddag op bezoek. Met hem hier vanavond gegeten, post van Heinz (Berlijn) en Emmi Oprecht. Gelezen: The Steeper Cliff. Inj. (6 n. in totaal).

[Amsterdam] 3 november 1948
De verrassing met Truman: heel vermakelijk! Telegram verstuurd aan Christopher ('... kom graag...'). Brieven geschreven aan Mielein en Harold. Kantoor. Met F. gegeten. Brief van Paul Schneider-Dunker (!). Gewerkt: 'Der Vulkan' (niet genoeg). De avond met Hubsi doorgebracht, hier gegeten. Later gewandeld (sigaretten gekocht op de zwarte markt) en drinks. Verder niets. Enkele bladzijden Mucha herzien, The Steeper Cliff gelezen.

[Amsterdam] 5 november 1948
Gewerkt: ontevreden met het begin van het hoofdstuk 'Vulkan', nogmaals van voren af aan begonnen. 7 bladzijden... De 'neef van Jaap komt langs: kondigt het bezoek van Jaap aan: hij wil de gestolen pakken terugbrengen, enz. (??). F. op bezoek. Inj. (n., 2 b.). Rens komt niet opdagen. Vanavond thuis. Gewerkt: prospectus Gumpert (voor Qu.). Laat uitgegaan naar het Leidse Plein om een hapje te eten... Nobelprijs voor T.S. Eliot. Goed.

[Amsterdam] 6 november 1948
Behoorlijk intelligente tekst over Eliot gelezen (Herald Tribune), enkele gedichten van hem herlezen (Four Quartets). Gewerkt: 'Vulkan' (5 bladzijden). Bermann en Tutti komen langs (afscheidsbezoek).
20.30 uur: Weintraub en Kohn, uitvoerig gesprek, chez eux. 23.00 uur: Tom Rot ('Kring') en een paar andere typen... Post van Vicko, Horch (artikel 'Lecturing...' door Vogue aangenomen), enz.

[Amsterdam] 7 november 1948
Regenachtige zondag...
Bijna de hele dag met flauwekul verknoeid: Gumpert-prospectus afgemaakt, 'dementi' wegens Van der Pas, brieven geschreven aan Speyer, Nebel en Opi. Apotheek, arts, inj. (4 n.). Half 7: F. en Rini, vanavond gegeten chez eux. Gelezen: gedichten van Peter Viereck, Terror and Decorum, E. W. Eschmann, Erdachte Briefe (nogal merkwaardig, maar 'arty'), The Steeper Cliff.

[Amsterdam] 11 november 1948
Rit naar den Haag (Engels visum) en andere voorbereidingen. Probeer om 8.30 uur 's avonds te vliegen: vlucht afgezegd. De nacht in het Amstel doorgebracht.

Londen, 12 november 1948
Aankomst in Londen in de vroege middag. Hotel Waldorf. 18.00 uur: barones Budberg. De avond met Zarek doorgebracht.

woensdag 3 november 2021

Keith Vaughan • 4 november 1977

• Keith Vaughan (1912-1977) was een Britse schilder. Zijn dagboeken zijn in het Nederlands vertaald door Harry Oltheten, onder de titel Dagboek 1939-1977. Hij pleegde op 4 november 1977 zelfmoord. Nadat hij de pillen had ingenomen, begon hij in zijn dagboek te schrijven ...

4 november 1977 9.30 am Ik heb de capsules genomen met wat whisky. Het irreële van de situatie is treffend. Ik voel me niet anders dan anders. Ramsay is gisteren teruggegaan naar Harrow Hill. De beslissing dat het gedaan moest worden kwam daarna plotseling. Ik kan me niet nog eens een paar jaar in deze toestand voortslepen. Het is een heldere zonnige morgen. Vol leven. Op een morgen als deze zijn velen me voorgegaan. Ik ben klaar voor de dood, maar wel een beetje bang. Natuurlijk kan het allemaal niet werken en word ik straks wakker. Het kan me eigenlijk niet schelen. Toen de beslissing onvermijdelijk leek had ik minder moed nodig dan ik dacht. Ik geloof dat er nog niet veel is gebeurd hoewel het flesje leeg is. Op dit moment voel ik me heel erg levend. Patrick belde en vroeg me om vanavond met hem te eten. Maar ik had het besluit al genomen hoewel ik nog niet tot actie was overgegaan. Ik kan niet geloven dat ik zelfmoord heb gepleegd omdat er nog niets is gebeurd. Geen grote klap en doorgesneden polsen. 65 was lang genoeg voor mij. Het was geen complete mislukking ik maakte een paar [Op dit punt worden de woorden onleesbaar].

dinsdag 2 november 2021

Astrid Lindgren • 3 november 1942

• Astrid Lindgren (1907-2002) was een Zweedse kinderboekenauteur. In 2015 is haar oorlogsdagboek gepubliceerd (Nederlandse vertaling).

3 november
Vlak nadat ik de laatste keer schreef, is weer een groot aantal Noren gefusilleerd.
Verder valt er eigenlijk niet echt bijzonder nieuws te rapporteren. Stalingrad is nog steeds niet gevallen, in de woestijn hebben de Engelsen Rommel een behoorlijk pak slaag gegeven, de Russen schreeuwen nog steeds om een tweede front, maar daar zien we nog niets van.
We gaan de vierde oorlogswinter tegemoet, en als wij in Zweden al moe zijn bij die gedachte, wat moeten andere volkeren dan wel niet zijn? Wanneer je op de oorlog terugkijkt, kun je verschillende stadia onderscheiden in de manier waarop mensen reageren: na de gruwelijke vertwijfeling die je helemaal in het begin voelde, kwam een lange periode van relatieve onverschilligheid, alleen onderbroken door hevige schokken zoals bij de capitulatie van Noorwegen, de nederlaag van Frankrijk enz. En nu begint de werkelijke oorlogsmoeheid zich te laten voelen: de mensen zijn de oorlog zo beu dat ze zich geen raad weten, het is allemaal zo somber. De winter zal waarschijnlijk tamelijk lastig worden, althans voor ons in de grote steden, maar aan hoe het zal zijn in andere landen durf je niet te denken. In Noorwegen komt er vast hongersnood (de Duitsers pakken alles) en in Finland zal het niet veel beter zijn. De oorlogsmoeheid in Duitsland, vooral in Berlijn, schijnt enorm te zijn. ïn Denemarken neemt de irritatie toe, koning Christiaan is van zijn paard gevallen en was stervende, maar lijkt godzijdank aan de beterende hand te zijn.
De familie Lindgren heeft vandaag de 44ste verjaardag van Sture gevierd met een lekkere pytt-i-panna en gerookte paling en taart, dus hier lijden we geen honger. Nog niet tenminste.

8 november
In Afrika loopt de boel voor de Duitsers in het honderd. Rommel is bezig aan een rommelige aftocht en wordt door de Engelsen achternagezeten. Dit is feitelijk voor het eerst, dat je hoort praten over een echte militaire nederlaag voor de Duitsers, dus veel mensen zien daar een aanwijzing in van het uiteindelijk debacle voor de Duitsers. De Italianen hebben om een wapenstilstand verzocht om hun doden te kunnen begraven. Verder zijn de Amerikanen aan de Afrikaanse kust aan land gegaan, op Franse grond, en daardoor heeft Frankrijk vandaag Amerika de oorlog verklaard. Dus er lijken nu weer wat dingen te gebeuren.

maandag 1 november 2021

Peter Matthiessen • 2 november 1973

• Peter Matthiessen (1927-2014) was een Amerikaanse schrijver. In De Sneeuwluipaard (vertaling Victor Verduin) doet hij verslag van een trektocht door de Himalaya.

Deze ochtend neem ik een bad in mijn zonnige tent en zoek mijn spullen uit. Dawa kreunt nog steeds van de sneeuwblindheid, maar Jang-bu en Phu-Tsering zijn de Zwarte Rivier overgestoken om takken van de lage jeneverbesstruiken te sprokkelen voor brandhout. GS [George Schaller, vriend en bioloog] is ergens op de Somdo-berghellingen naar zijn schapen aan het kijken; halverwege de ochtend komt hij halfbevroren terug. Na snel een paar chapati's te hebben gegeten, gaan we op speurtocht naar de andere schapekuddes in dit gebied; we gaan naar het oosten en volgen het Saldang-pad dat langs de noordelijke oever van de Witte Rivier loopt. Zoals bij de Saure en andere rivieren die van oost naar west lopen, is in dit seizoen de noordkant bedekt met sneeuw en aan de andere kant van het water zien we sporen van marmotten in de sneeuw die in vreemde patronen vanuit een hol naar buiten lopen; misschien waren de dieren, die door de sneeuwstormen van de moesson te vroeg onder de grond moesten verdwijnen, naar voedsel aan het zoeken. Maar ze zijn nu in hun winterslaap, er zijn geen verse marmotsporen, het land lijkt leeg.
Sneeuwwolken komen over de berg opzetten en de glinsterende rivier wordt zwart, over zwarte rotsen. Een eenzame zwarte dzo [kruising tusen rund en jak] besnuffelt de stenige grond. GS heeft de uitwerpselen van een grote karnivoor opgeraapt en bekijkt ze van alle kanten en vraagt zich hardop af waarom hier in het lager gelegen gebied vossesporen zo zeldzaam zijn, terwijl ze bij de Zwarte Plas zo overvloedig voorkwamen. "Te groot voor een vos denk ik..." Terwijl GS spreekt, zoek ik de berghellingen af naar bharal: op deze golvende heuvels ten oosten van Somdo hebben we er nog geen een gezien. Plotseling roept hij, "Wacht! Stil! Twee sneeuwluipaarden!" Ik zie nog net een lichte vorm wegschieten achter een lage heuvel bedekt met plekken sneeuw, als GS geïrriteerd mompelt, "Staart is te kort! Moeten vossen zijn geweest —!"
"Nee!" zeg ik. "Veel te groot —!"
"Wolven!" roept hij uit. "Wolven!" En daar verschijnen ze.
Zonder haast weglopend over de open glooiing achter het heuveltje, brengen de wolven de kale heuvels tot leven. Twee van ze, op de noordelijke helling, springen en spelen, maar spoedig houden ze op om ons op te nemen; hun tamheid is verbazingwekkend. Dan steken ze de heuvel over om zich bij drie andere te voegen die een rotsige geul beklimmen. De troep stopt steeds even om ons aan te staren en door de teleskoop genieten we van elk glanzend haartje: twee zilveren wolven en twee vaalgouden en een die de niet-kleur van rijp heeft: deze rijpkleurige wolf, een groot mannetje, schijnt de leider te zijn. Ze hebben allemaal zwarte staartpunten en een sierlijke zwarte tekening op de rug. "Daarom is er geen teken van vos of luipaard!" zegt GS, "en daarom blijven de blauwschapen in de buurt van de rivierkliffen, weg van dit open land!" Ik vraag of de wolven, de vos en de luipaard zouden jagen en doden en hij zegt van wel. Om de een of andere reden heeft de verschijning van de wolven ons verrast; dit soort mythische dieren hoort thuis in Tibet. Dit is de Aziatische variant van Canis Lupus, de gewone wolf die we beide ook in Alaska hebben gezien, maar het blijft altijd weer een opwindend dier: de lege heuvels waar de troep van is verdwenen, is tot leven gekomen. In een stuk sneeuw zijn vijf paar wolvesporen te zien en oude uitwerpselen van wolven die langs het pad liggen, bevatten hard, grijs spul en zachte gele haren — blauwschaap en marmot.
Een oude vrouw komt het pad afgedaald; zij is in haar eentje komen lopen van Saldang via de Shey Pas in het oosten; we zijn net zo verrast door haar verschijning als zij door de onze. De oude vrouw heeft de vijf jangu gezien en nog twee andere, maar ze schijnt minder bevreesd voor de wolven dan voor de grote vreemdelingen. We denken aan die ene dzo die op minder dan een kilometer van de plek staat waar de wolven door ons toedoen weer zijn omgedraaid naar het oosten. Later vertelt Namu ons dat wolven elk jaar twee of drie dzo's doden en vijf of zes schapen in de kralen. Ze gaat er op uit om haar dzo op te halen en is voor zonsondergang terug met het eenzame beest.

zondag 31 oktober 2021

Claire Goll • 1 november 1919

• Claire Goll (1890–1977) was een Duits-Franse journaliste, schrijfster en dichteres, en echtgenote van de dichter Yvan Goll. Uit: Alles is ijdelheid (vertaald door Frans de Haan en Marianne Kaas).

[1 november 1919]
'Over drie weken heb je Picasso leren kennen,’ zei Yvan tegen me toen we op de ochtend van de eerste november 1919 in Parijs aankwamen.
Korte tijd later ontmoette ik Picasso inderdaad bij de kunsthandelaar Henry Kahnweüer.
Is dat nu Picasso?' vroeg ik.
Veel indruk maakte hij niet op me. Ik had gedacht een reus te zien, maar ik kwam tegenover een kleine, zwijgzame man, gekleed in een verschoten gabardine te staan. Alleen aan de magnetische blik in zijn ogen kon je zien dat je met een genie te doen had.
Mijn eerste dag in Parijs gaf me in kort bestek een totaalbeeld van het bestaan. Ik zag eerst in de tuin van het Luxembourg een voedster een kind de borst geven, toen een bruiloftsstoet die het stadhuis uitkwam, daarna een dronkemansruzie en ten slotte een kist op een lijkwagen die getrokken werd door vier paarden opgetuigd met dekens met zilveren sterren erop.
Tot aan het vallen van de nacht liepen we rond op zoek naar een goedkoop hotel. Ten slotte kwamen we terecht in een gribus in de rue Pigalle, wat je noemt een hol van snollen en souteneurs. De eerste nacht al werden we ruw uit onze slaap gewekt door een afschuwelijk gekrijs.
'Help! Help! Ze vermoorden me!'
Gewapend met een stoel rende Yvan de gang op. Hij hoefde zijn heldhaftigheid niet te bewijzen: een pooier gaf een tippelaarster een aframmeling, dat was alles...

Paul Léautaud • 31 oktober 1933

• Paul Léautaud (1872-1956) was een Franse schrijver. Onderstaand fragment komt uit Particulier dagboek 1933.

Zondag 29 oktober 1933. - Vanochtend een briefje van M.D. waarin zij voorstelt woensdagavond of zaterdag van de komende week bij haar te komen. Deksels! Wat een behoefte.
Gelukkige vrouwen, die maar hun mond hoeven open te doen. Ik heb haar net gisteravond een brief geschreven om haar op de hoogte te stellen van mijn dentale ongelukje, en gezegd dat ik niet weet of ik mij de komende tijd zal durven vertonen. Aan de andere kant zou de terugkeer van de 'Gesel' best deze week kunnen zijn. Zij heeft het in haar laatste brief over woensdagochtend. Ik moet een volgende brief afwachten om te weten wat ik moet doen. Donderdagavond met M.D. bij mij thuis, heb ik, ik weet niet meer hoe ik ertoe kwam, het voorbeeld aangehaald van mijn vader in zijn goede dagen, als hij met twee vrouwen tegelijk de liefde bedreef, en met elk drie of vier keer achter elkaar. Zij had de vrijmoedigheid - die zeldzaam is bij vrouwen - om toe te geven dat dat heel plezierig moet zijn (voor een vrouw), omdat het een heel plezierige gewaarwording is (de Gesel heeft me dat al gezegd) te voelen dat een man ejaculeert. Nou en of! Net zoals voor ons om de vrouw die wij liefkozen verschillende keren achter elkaar te zien klaarkomen.

Dinsdag 31 oktober. - Ik trof de 'Gesel' thuis aan toen ik kwam om te lunchen. Vanochtend teruggekeerd, zonder dat ze mij wilde lastig vallen met het verzoek haar van de trein te halen. Ik moet morgen de middag bij haar doorbrengen, ik ben nauwelijks in vorm.
Ik heb dus aan M.D. geschreven dat ik de zaterdag kies, tenzij ik bij mijn terugkomst 'een... dringende "liefdesverklaring" zou vinden'. Ik heb niets gevonden. Maar ik zal morgenochtend iets krijgen.
Ik sta er mooi op, met twee vrouwen die ik moet bevredigen.
De dingen komen altijd te laat. Dat is op alle gebieden zo.
De 'Gesel' begon trouwens met het afratelen van haar argwanende opmerkingen over mijn kuisheid tijdens haar afwezigheid.

Andy Warhol • 30 oktober 1985

• Andy Warhol (1928-1987) was een Amerikaanse kunstenaar. Hij hield een dagboek bij van 1976-1987. Vertaling Christine Quant.

WOENSDAG 30 OKTOBER 1985
Ik denk dat ik er niet langer over kan zwijgen.
[NOOT: Dagenlang heeft Andy het Dagboek zijn verslag niet willen geven van deze dag. Ten slotte heeft hij het op 2 november gedaan.] O.K., omdat het moet. Woensdag. De dag dat mijn grootste nachtmerrie werkelijkheid werd.
Het begon er al mee dat Benjamin mij niet kwam ophalen. Ik ben niet naar de modeshow bij Matsuda geweest. Ik werk het snel af, want anders kan ik het niet aan. Niemand van kantoor wilde met mij mee naar de boekwinkel van Rizzoli in Soho, maar Roberts oude assistent Bernard was net op bezoek, en die zou meegaan. Rupert zette ons af. Het is een langwerpige winkel, maar er werd op de tweede verdieping op een soort overloop gesigneerd.
Ik had zo ongeveer een uur lang exemplaren van America gesigneerd, toen een meisje dat in de rij stond en mij haar exemplaar te signeren gaf - deed wat zij deed. Hier mag het Dagboek zelf schrijven.
[Zij trok Andy's pruik van zijn hoofd en gooide die over de trapleuning naar een man die er de winkel mee uitrende. Bernard hield de vrouw vast terwijl de zaak de politie belde, maar Andy wilde haar geen procesverbaal bezorgen. Mensen bij Rizzoli vroegen of hij liever zou stoppen, maar er stonden nog mensen met boeken te wachten, dus hij zou doorgaan. Zijn jas, een ontwerp van Calvin Klein, had een capuchon; Andy trok deze over zijn hoofd en bleef zo signeren.]
Ik weet niet waarom ik haar niet over de leuning heb geduwd. Zij was knap en goed gekleed, ik denk dat ik kreng tegen haar zei of zoiets, en haar vroeg hoe zij het in haar hoofd haalde. Maar vooruit, het kan mij niet schelen — als er een foto van komt, vooruit maar. Er waren massa's mensen met camera's. Misschien haalt het wel de omslag van Details. Wie zal het zeggen. Als ik het meisje had geslagen of zoiets, dan zou ik fout zijn geweest, en dan had ik een proces aan mijn broek, noem maar op. Het wordt weer net zo gewelddadig als in de zestiger jaren. Meestal sta ik bij dergelijke dingen, maar hier zat ik, en de mensen stonden hoger dan ik, helemaal verkeerd, en ik was moe en alles gebeurde zo snel, maar Bernard heeft mij goed opgevangen. Weet je, je zit daar, iedereen is vriendelijk en je denkt natuurlijk niet dat er iets zal gebeuren. Het was een knap meisje, echt een goed uitziend, goed gekleed meisje. Ze hebben haar daar een tijdje vastgehouden, en haar toen laten gaan. Een heel aparte ervaring. Ik denk dat die mensen iedereen hadden verteld dat zij het gingen doen, want later zeiden velen dat zij iets hadden gehoord. Het was een hele schok. Het deed fysiek pijn, en het deed ook pijn dat niemand mij had gewaarschuwd.
Ik had net een ander magisch kristal gekregen, dat mij zogenaamd moet beschermen en dit soort dingen moet voorkomen.
Het was net een nieuwe schietpartij, het was net niet echt. Ik was daar net een soort clown, die de mensen aan het lachen moest maken. En dat zo vlak voor Halloween. Bernard heeft mij afgezet, en ik heb hem $ 10 gegeven.
Toen belde PH om te vragen hoe laat ik 's morgens naar Washington zou vertrekken, maar ik hield het kort, want ik wilde haar niet vertellen wat er gebeurd was, want dat kon ik niet aan.
Ik denk dat zij er toch achterkwam, want een uur later belde zij terug, zei dat zij trots op mij was, en dat ik een 'groot man' was. En (lacht) dat was een première. Dat was het dan, en nu hoef ik er nooit meer over te praten.

ZATERDAG 2 NOVEMBER 1985
Iedereen is zo (lacht) aardig tegen mij. Niemand praat over wat er woensdag is gebeurd.