maandag 30 november 2020

Virginie Loveling • 1 december 1914

• Virginie Loveling (1836-1923), zus van schrijfster Rosalie Loveling en nicht van schrijver Cyriel Buysse, was een Vlaamse schrijfster en dichteres. Tijdens de Eerste Wereldoorlog hield ze een oorlogsdagboek bij.

1 December. Dinsdag '14.
Het waait hard, het regent bij poozen. Koud is het niet. Voor de eerste maal krijgen wij bij middel van kaarten 250 gram brood, dagelijks per persoon. Het is wit. Duitsch geld is hier in omloop.

Het kanon dondert vervaarlijk hoorbaar bij elken windstoot uit zuidwestelijke richting:
‘Het is aan den IJser,’ zegden de menschen luisterend tot elkander. Dat woord IJser was – hier ten minste – van geen beteekenis. Thans ligt het op ieders lippen:
‘Het gaat er op los aan den IJser – aan den IJser krijgen de Duitschen klop,’ zegt een ander. ‘Ze moeten volstrekt over den IJser tot den laatsten man,’ heeft de Keizer bevolen. Aldus geraakt men hier ook vertrouwd met duitsche woorden en plaatselijke namen uit Engeland en Frankrijk. Deze morgen vertelde mijn meid, wat ze van den melkboer had gehoord: ‘De Duitschers moeten over den IJser kunnen gaan en vandaar naar Calais om de kust van Engeland, Folkestone en Dover te beschieten.’ Andere dienstboden deelen mede dat Duitschers zeggen ‘Verzeihung’ of ‘Schade,’ als ze in een huis hebben aangebeld en geen logies krijgen kunnen.


Op bevel van den militairen Kommandant moeten morgen voor elf uur al de politieagenten aan de overheden de wapens indienen tot zelfs den witten schorsingsstok van 't straatgerij.
Elken morgen in de vroegte ruischen langs den Steenweg en de Leopoldlaan zware soldatenstappen. Gaan ze heen, komen ze binnen? Ge kunt het niet gissen... ze hebben gedood of gaan dooden.

Bertha von Suttner, die met ‘Die Waffen nieder,’ den nobelprijs voor den vrede behaalde, stierf dit jaar in de zalige overtuiging, dat ze tot het verspreiden der broedermin op aarde veel had mogen mede helpen...
Helaas!


Met het vooruitzicht op een plotseling alarm hebben de geestelijken meerendeels een wereldlijk costuum gereed liggen, naar verzekerd wordt.

zondag 29 november 2020

Elisabeth Bentinck • 30 november 1918

• Gravin Elisabeth Bentinck (1892-1971) was de dochter van graaf Godard van Aldenburg Bentinck, die de Duitse keizer en keizerin na hun verbanning uit Duitsland enkele jaren onderdak bood in zijn kasteel in Amerongen. Elisabeth trouwde in 1920 met de adjudant van de keizer, Sigurd von Ilsemann. Zijn dagboeken zijn onlangs in het Nederlands vertaald. In het boek zijn ook dagboekfragmenten van Elisabeth Bentinck opgenomen.

30 november 1918.
's Middags reden wij met de majesteiten naar het bos. De keizer vertelde de keizerin velerlei over het bezit van papa. In aanmerking nemende, dat de keizerin een ernstige hartaanval gehad heeft, gaat het haar tamelijk goed. Gontard had gevreesd, dat de opwinding van de laatste tijd en ook het weerzien met de keizer onder zulke troosteloze omstandigheden haar dood zouden betekenen. Het is ongelooflijk hoe zij zich beheerst. Haar eerste en laatste gedachte is de keizer, hoe zij hem kan helpen zijn zware lot te dragen, zich zelf nooit sparend, steeds aanwezig voor hem. Ja, men kan zeggen: een bijna abnormale genegenheid tegenover de echtgenoot, die menigeen zou kunnen beschamen. Ik weet het niet, maar het schijnt een ideale echtverbintenis te zijn, die op mij in zekere zin de indruk maakt van iets hoogs en heiligs. Welhaast niemand kan begrijpen wat de keizerin innerlijk beleeft, in de eerste plaats ook door de scheiding van haar kinderen. Tot haar vele deugden behoort een overweldigende liefde tot haar kinderen, waardoor haar plicht de echtgenoot naar het vreemde land te volgen, bijzonder moeilijk werd. (Dit, evenals de voortdurende zorg over een mogelijke uitlevering van de keizer aan de vijanden, ondermijnde haar gezondheid en bracht haar vroegtijdig in het graf. Haar groot geloof hielp haar al deze lasten te dragen. Hoe vaak hoorde ik uit haar mond: 'De keizer mag niet merken, hoe ik lijd, hij heeft al zoveel te dragen.' In tegenwoordigheid van de keizer toonde zij zich altijd zorgeloos en vergenoegd, de sporen van zorg op haar gelaatstrekken verbergend. Hoe vaak gedurende haar verblijf in Amerongen vroeg zij papa bij haar te komen, die met zijn vaste geloof en rustige manier van doen haar dikwijls heeft getroost.)

zaterdag 28 november 2020

Mensje van Keulen • 29 november 1976

• Mensje van Keulen (1946) is schrijver. In 1976 hield ze een dagboek bij dat is gepubliceerd als Alle dagen laat (2006). Een fragment eruit verscheen in Maatstaf.

29 november, Sicilië
Een hostess wachtte acht mensen, onder wie haar oude moeder, op en al hadden we geen reis met accommodatie geboekt, we mochten met haar busje van Catania naar Taormina en kregen zodoende een haperende uitleg over wat we hadden kunnen zien als het niet donker was geweest. Het hotel waar het busje stopte was volgens de hostess 'best heel goed en Engels van binnen'. De hostess logeerde er zelf ook met haar moeder. Maar behalve dat het een mooi uitzicht bood, was het binnen niks dan een afstotelijke rommel, kitsch en vies eten. Na het ontbijt, waar de hostess met haar moeder aan het tafeltje naast ons gingen zitten, zeiden we de man aan de balie, die Duits tegen ons sprak en door zijn grote, rooie neus vervaarlijk sissend snoof, dan ook gedag en vonden al snel een nogal duur, maar bevallig hotel.
Evenals in Franse en Spaanse provinciestadjes stikt het van de winkels met waardeloze rommel, lelijke kleding en cadeaus. We kwamen de hostess met haar moeder nog twee keer tegen en zagen haar ook nog een keer verderop lopen. Maar de Ionische zee schittert, de Etna rookt en het stadje ligt beeldschoon aan de baai en is erg mooi met zijn steegjes, balkonnetjes vol planten, geraniumstruiken, rozen, palmen, cactussen, bomen vol grote sinaasappelen en citroenen. Ook in de paradijselijke tuin van het hotel hangen de vruchten voor het grijpen of ploffen voor je op de grond. Onze kamer is ouderwets ingericht, maar comfortabel en de badkamer heeft een verwarmde vloer en openslaande deuren naar een balkon.

Waar je ook eet of drinkt, de obers bedienen snel, ongeduldig. Vanavond waren we in een restaurant de enige gasten en werden geholpen door vier man personeel dat maar heen en weer liep om te zien of ons bord al leeg was. Het leek wel of ze schaatsten op de vreselijke achtergrondmuziek die van een 'glijdend' bandje, dus ook nog vals, kwam.
Vervelend is ook: 'Thunfisch'. 'Fünfzehntausend Lire'.

Ik hoop dat Lon het naar zijn zin heeft. Tot nu toe lijkt het goed te gaan, al liggen we voor ons doen erg vroeg in bed.

Dinsdag
De vis die we in La Buca aten, had een rij vraatzuchtige tandjes. Het personeel was weer ongeduldig, de taart kwam te snel en was te koud. Andere gasten na het lezen van hun rekening: 'C'est un absurdité.' 'Now this is a lot.'
In mijn benen zit, ondanks een lang, heet bad, nog de wandeling naar Castelmola. Het dorpje ligt niet ver van hier, maar langs de weg werd het bij iedere honderd meter armoediger. Ezels, schapen, geiten, zwervers, huisjes van golfplaten. Het dorpje leek op een doolhof, ik verwachtte telkens iemands balkon op te lopen. Mensen keken me na, ze lachten om me, kinderen renden gierend van de lach de donkere vertrekken in. Dat is in Taormina trouwens ook zo. Er mag dan een casino zijn, er mogen dan toeristen komen, de bevolking is weinig gewend.

vrijdag 27 november 2020

J.G. Kist • 28 november 1794

• Joost Gerard Kist (1756-1815) was predikant van de Sint Maartens-kerk te Zaltbommel. Hij hield in 1794/'95 een dagboek bij. 

Den 28 November. - 's Morgens is onze cavallery onder commando van den major van Ermel, 20 man en 8 officieren, uitgetrokken.
Enige van de officieren wierden niet betreurd, wijl zij zich niet hadden bemind gemaakt. Onder anderen was het noch korte dagen te voren gebeurd, dat men den heer Geukema, die niet beleevd genoeg of in het geheel niet groete, den hoed afnam.
Dese officieren waren Schratzer, Hogeveen en Pellerijn. Slegte bravoure voorwaar! Twee jonge gewapende officieren enen ouden ongewapenden man brutaal te beledigen!

Schratzer, Pellerijn en de Mey zijn met het detachement vertrokken, de andere officiers zijn naar het depo gegaan. Er zijn enige dragonders van Byland binnengekomen.

Den 30 November. - 's Middags onder de kerktijd kwamen er Hollandsche en Zwitzersche guarde in, welke voor een nagt ingequartierd wierden in het huis van den jood in de Kerkstraat.

Den 1 December. - 's Morgens trokken de troepen wederom uit naar Rossum.

Den 4 December. - Er kwamen deze week vele vluchtelingen terug. Mevrouw Vermeulen van het Kerkhov met de kinderen, vrouw Warreman (van den Dodder), Mulkhuizen en vrouw, mevrouw Trumpy, vrouw Van de Vaarte etc.

Den 11 December, Donderdag. - Wierd 's morgens om vijv uure wakker door het allerzwaarst canonneren, zo het scheen langs de gehele Maaskand. - Ten agt uure duurt het noch. Er komen vele vluchtelingen in de stad.

Het verschrikkelijk schieten veroorzaakt zeer veel consternatie in de stad, zodat er maar weinig menschen in de kerk waren.

Men hoorde noch dien avond, dat er van St. Andries tot Wel toe een aanval scheen gedaan te worden; sommigen meenden om over te komen, anderen dagten, dat de Fransen slegs voorhadden de ligging, zwaarte en werking onzer batterijen te leren kennen.

Allerlij leugens wierden er verbreid van zwaar verlies der Fransen, van het gevangen nemen van 16 Fransen, van het in den grond schieten van schuiten. Naderhand bleek dit alles onwaar te wezen. De waarheid is, dat van onze zijde gesneuveld zijn een collonel der jagers, een luitenant Van der Meulen, onder de canonniers een cadet en vijv of zes gemene en ontrent zoveel gekwesten.

Het getal der Franse doden en gekweste kan niemand bepalen.

Te Hedel waren alle inwoners uit het dorp gevlucht na de Lugt, Kerkwijk en Delwijnen. 's Avonds was alles wederom in rust zowel als de volgende nacht.

donderdag 26 november 2020

Novalis • 27 november 1790

• Een dagboekblad van de Duitse dichter Novalis (1772-1801).

Weißenfels 1790

Von unsrer Wiege an vorfolgen uns Vorurtheile, Schwachheiten, und Mängel, die uns das Drückende des Lebens in seiner ganzen Schwere fühlen lassen. Alle unsre Wünsche bleiben unerfüllt, unsre Pläne scheitern, unsre schönsten Hoffnungen, unsre blühendsten Aussichten verschwinden. Oft schein ich mir allein in der Welt zu seyn, und um mich herum und in mir selbst scheinen mir nur Plaggöttinnen zu hausen, die mir das Vergnügen, das mir oft so herrlich, so wonnevoll meine Fantasie bildet, verscheuchen. Die traurigste Lage ist es gewiß, und ich weiß es aus einer leider jugendlichen Erfahrung: sich unterdrückt, mißhandelt und von Eigensinn und Laune gefesselt zu sehn, ohne Freund in dem Labyrinth trauriger Ideen und Gegenstände herum zu irren, seine Wißbegierde, das Drängen und Streben nach Ruhm und Belohnung gehemmt und gehindert und in elende, drukkende menschliche, bürgerliche Verhältnisse sich gespannt zu sehn — Skepticismus an Allen, trauriger Menschenhaß muß unmittelbar daraus entstehen. --- Die schönsten Jahre der Menschheit, die herrliche Jugend, wo nur Grazien und Blumen sich an unsre Fantasie drängen, wo ein gewisses, unaussprechbares Gefühl von Unsterblichkeit, ewiger Dauer uns vergöttert, können sie in dieser Lage genossen und gefühlt werden. Unglücklicher, dem dies Schicksal zu Theil ward - bin ich der Unglückliche? - Höhere Jugend, höhere Freuden - "Himmlische Luft, Freyheit, Freyheit - die Welt hienieden ist ein Gefängniß."

woensdag 25 november 2020

Sigurd von Ilsemann • 26 november 1918

• Sigurd von Ilsemann (1884-1952) was vleugeladjudant van de Duitse keizer Wilhelm II. Hij schreef Der Kaiser in Holland. Aufzeichnungen des letzten Flügeladjutanten Kaiser Wilhelms II. In het Nederlands vertaald (door J. Bogerd) als Der Kaiser in Nederland.

26 november 1918
Steeds meer houden de Entente-gezinde Nederlandse kranten zich bezig met de persoon van de keizer. Zij spreken over intriges, teweeggebracht door de 'keizerkliek' hier ter plaatse, over uitlevering van de keizer en melden, dat hij nog steeds geen afstand heeft gedaan. De keizer heeft daarop Grünau nog gisteravond naar Den Haag gezonden, om er voor te zorgen, dat zijn abdicatie officieel wordt bekendgemaakt. Inderdaad is dat nog niet geschied. Tot nu toe had alleen prins Max buiten de keizer om radiografisch aan de wereld bekendgemaakt, dat de keizer afstand had gedaan. Een Hollandse krant schreef: 'Iedere Duitser weet van het aftreden, maar de keizer zelf nog niet.' De keizer is hier zonder twijfel aardig opgeknapt. De zorgelijke rimpels zijn verdwenen, het geestelijk evenwicht is weer hersteld, de gedachten zijn rustiger. Dit is zonder twijfel de grote verdienste van de Bentincks. Vader en kinderen zijn de keizer door hun beschaafde en vriendelijke manier van optreden zeer sympathiek.
Op 22 november reed de keizer met de Bentincks naar het bos, waar zij gingen wandelen. Moltke ontving het IJzeren Kruis eerste klasse, het laatste, dat de keizer heeft uitgereikt. Gontard gaat met graaf Bentinck het in de nabijheid gelegen slot Bellemonte bezichtigen, om het eventueel voor de keizer te kopen.
Iedere avond zitten wij in de rookkamer om de haard. Rantzau verstaat uitnemend de kunst de arme keizer door grappige verhalen wat op te monteren. Nu en dan bracht hij hem tot een schaterende lach. Gontard is daarover buiten zichzelf van woede en heeft Rantzau gezegd geen grappen meer te vertellen; tegen de heer des huizes zei hij: 'Ik herken de keizer gewoon niet, wat moet u wel van hem denken!' De graaf antwoordde, dat hij er zich alleen maar over verheugde, dat de keizer na die vreselijke dagen ook weer eens lachen kon.
Heden kwam het bericht, dat de Keizerin op 28 november hier zal aankomen.
Hirschfeld en Moltke zijn zeer in hun wiek geschoten omdat zij moeten vertrekken en willen daarom geen dienst meer doen.

dinsdag 24 november 2020

Wim Kan • 25 november 1968

• Wim Kan (1911-1983) was cabaretier. Zijn dagboeken zijn te lezen bij de dbnl.

Maandag 25 november 5.20 uur. Keuken Kudelstaart
Zit aan mijn tweede biertje en mijn eerste slaaptablet. Gisteren Ol en ik om half vier samen helaas weg naar Seth [Gaaikema] in Amsterdam. In het donker op de Brouwersgracht naar binnen. Daar zat een (zijn) vriend? Een wat vreemde, vage, onopgeloste situatie. Hij zat daar midden in die kamer. Soms dacht ik: dat huis en die meubelen en alles plus Seth is van hem. Soms dacht ik ook weer: hij zit hier zo maar. In elk geval ontstond er geen enkele sfeer. Het bleef alles uiterlijk, correct, beleefd geïnteresseerd. Seth las een liedje voor dat hij samen met Michel van der Plas voor Ol had gemaakt. ‘Ik ben mevrouw pastoor, het is er eindelijk door...’ Vooral begin wel erg mooi, maar zoals steeds denk ik dan ook weer meteen: het is wat iel nog, wat dun en het zou leuker kunnen. Altijd weer denk ik dat, en als iemand dat dan zegt dan word ik meestal heel boos want... wij allen, genieën en halve grote geesten, wij zitten voortdurend tegen ons eigen plafond aan! En steeds roepen er middelmatige geesten: leuker! mooier! dieper! geëngageerder! Vooruit! Dat kan je best!
Zo zitten we daar dan in Seths nieuwe huis erg op visite, erg onwennig en erg met een gevoel van zakdoekje leggen niemand zeggen.