zondag 30 juni 2019

Sigurd von Ilsemann • 30 juni 1934

• Sigurd von Ilsemann (1884-1952) was vleugeladjudant van de Duitse keizer Wilhelm II. Hij schreef Der Kaiser in Holland. Aufzeichnungen des letzten Flügeladjutanten Kaiser Wilhelms II.

30 juni 1934
Enkele dagen geleden kwam een zekere v.R. bij mij, een kennis van mijn zwager, die beweerde in opdracht van verschillende heren uit Berlijn te komen; hij noemde ook namen en deelde mij — en later ook Grancy — het volgende mee: in het kabinet heerste een grote crisis en het zou spoedig aftreden; daarna een overgangskabinet. Of Hitler daar nog deel van zal uitmaken is de vraag, omdat hij lichamelijk niet sterk is (epileptische aanvallen), vervolgens een militaire dictatuur, tenslotte de monarchie. Men was definitief voor het huis Hohenzollern, maar het stond nog niet vast, of de keizer persoonlijk werd gewenst, in elk geval moest hij naar Duitsland terugkeren en dan eventueel zijn opvolger aanwijzen. Deze gedachten verduidelijkte hij nog, maar hij wees er op, dat hij niet met een officiële opdracht kwam, maar zou zorgen, dat Z.M. over de toestand ingelicht werd en hij moest te weten komen, hoe de keizer daar tegenover stond. Wij hebben deze heer duidelijk gemaakt, dat de keizer in principe tegenover zulke dingen geen standpunt innam en hebben de keizer met deze fantasieën niet lastig gevallen. Grancy heeft H.M. ingelicht.

donderdag 27 juni 2019

Bartholomew Sharpe • 28 juni 1681

• Bartholomew Sharpe (ca. 1650–1690) was een Britse piraat. Zijn logboek is bewaard gebleven. Hieronder beschrijft hij enkel een fraai gelegen natuurlijke haven.

June the 28th 1681
Tuesday about two of the clock in the afternoon we weighed anchor haveing made an end of coreneing of our ship and we were bound for the sea from gulfo Dulce which I named King Charles's harbour by reason that those Indians gave the harbour freely for the use of the English at all times when I made the peace with them[.] this is a very excellent harbour and very secure from all winds that blows deep water and a bold shore and no danger but what you can see here is good water & great plenty of fish oisters mussles & good plantans on the NW side of this harbour is good anchoring from 25:20 & 14 fathom water cloce by the shore lowland on the So Et side is a considerable Island which is about 2 miles in length it is indifferent high & the enterance is on the No Wt side of it and about 6 leagues distant from it lyes a point of land which I called point Barica on which doe grow cocoa nut trees: & a little distance from it lyes an indifferent bigg Island & high this harbour lyes in No & So about 4 leagues & the WtN oWt & EtS oEt part about 6 leagues

woensdag 26 juni 2019

Bertolt Brecht • 27 juni 1920

• Bertolt Brecht (1898-1956) was een Duitse schrijver. Uit: Dagboeken (vertaald door Hans Hom).

Zondag, 27
Van tijd tot tijd overvalt me plotseling de gedachte dat de dingen die ik maak misschien wel te primitief en te ouderwets zijn, of plomp en te weinig gedurfd. Ik ga op zoek naar nieuwe vormen en experimenteer met mijn gevoel als de allermodernsten. Maar dan kom ik toch altijd weer bij het punt uit dat het wezen van de kunst eenvoud, grootheid en gemoedsaandoening is en het wezen van haar vorm koelheid. Dit is gebrekkig uitgedrukt, ik weet het.

We zijn 's middags en 's avonds bij Otto, een vreemd meisje (Hilde Münch geheten), Bi en ik. Bi bakt pannekoeken en wordt in kimono gefotografeerd. Later zitten we nog even op het Domplatz, ze is erg moe en heeft koorts; ik vraag haar haast smekend met het vertrek naar haar werk tot maandag te wachten, tot de uitslag over haar longen er is. Ze belooft het te zullen doen en we nemen afscheid.

's Zomers kan ik nooit goed werken. Ik heb geen zitvlees. Ook ben ik te eenzijdig positief. Zo hindert me nu bij het uitwerken van de Galgei en de Hanne [Galgei werd later het toneelstuk Mann ist Mann] de in eerste instantie negatieve strekking. Zolang Ligarch en zijn grollen de voornaamste troef in de Galgei vormden, ging het me beter af.

Maandag 28 en dinsdag 29
Met Cas, Hedda, Edith Blass aan het Starnberger Meer (Pöcking). De hele dag in het water, vanuit de boot. Hedda zwemt als een otter, en Cas schudt in vervoering over het meer zijn hoofd, hoewel hij het de eerste keer bij regen ziet. Op de avond van de tweede dag reizen we hondsmoe huiswaarts, enorm verbrand en heel jolig. Water en zon binnen en wat geur.

Woensdag, 30
s Middags in Augsburg omdat Bi weggaat. Ik zie de foto: er is werkwlijk iets met de ene long. Ze heeft nu ook koorts. Ik krijg het gedaan dat ze thuisblijft. 's Avonds moe terug.

zondag 23 juni 2019

Andreas Oosthoek • 24 juni 2006

• Andreas Oosthoek (1942) is een Nederlandse schrijver en journalist; in 2006 nam hij afscheid als hoofdredacteur van de Provinciale Zeeuwse Courant, en vroeg NRC Handelsblad hem een week lang een 'Hollands Dagboek' bij te houden.

Zaterdag [24 juni]
Recupereren in de tuin, met duinen in ’t verschiet. Ik zocht nog wat zaken bij elkaar voor Rudy Kousbroek met wie ik nazat in het Groot Paradys. Ik sprak hem over zijn jongste PZC-rubriek waarin de Begenadigde Atheïst schrijft over de éénmaligheid van geuren. Mijn ervaringen zijn anders. Zo brengen tv-beelden van massagraven onmiddellijk de lucht in mijn neusvleugels die kenmerkend was voor mijn tijd bij de Dienst Identificatie & Berging. Graflucht derhalve. Ik heb het ook met India: een straatbeeld uit Jaipur levert al gauw de geur op van de ouderwetse Parijse pissoirs voordat die op aanbeveling van madame De Gaulle werden gesloopt. Pis is pis.

[lees verder]

Cola Debrot • 23 juni 1956

• Cola Debrot (1902-1981) was een Antilliaanse schrijver, arts, diplomaat en staatsman. Van een verblijf in Genève voor een internationaal congres in 1956 hield hij een dagboek bij, onder de titel Dagboekbladen uit Genève. Het fragment hieronder is onderdeel van een beschrijving van de congresruimte.

23.6.1956 [...] Achter deze verhoging bevindt zich, wederom iets hoger, een vijftal met glas afgesloten cellen, waarin enkele dames met koptelefoon meer of minder opzichtig acteren en zo op het blote gezicht alleen maar bezig zijn onhoorbaar te spreken; men zou kunnen denken aan een ‘red light district’, maar het zijn de simultaan-vertaalsters, die de grote internationale conferenties opsieren. In deze commissie wordt in vijf talen vertaald: Frans, Engels, Spaans, Duits en Russisch. Het is een plezierige afleiding deze simultaan-vertaalsters achter glas in haar actie te volgen; zij bevinden er zich meestal met hun tweeën. Dit werk is dermate inspannend, dat het niet langer dan enkele minuten achtereen kan worden gedaan, zij moeten elkaar voortdurend aflossen. Het is opvallend, hoeveel knappe vrouwen men onder simultaan-vertaalsters vindt, knap van uiterlijk bedoel ik; maar men heeft er ook enkele onder, die minder aantrekkelijk zijn, enkele zo-zo bedoel ik, voornamelijk bestemd voor het eerbare burgerhuwelijk, en ook enkele monsterachtige lelijkerds die, wonderlijk genoeg, mirabile dictu bedoel ik in het Latijn, vooral op de geestelijken of gewezen geestelijken onder de leden een bijzondere aantrekkingskracht uitoefenen. Dit is een specialiteit van lelijke vrouwen, maar zij moeten dan ook spookachtig lelijk zijn. Het heeft mij altijd verbaasd, dat hierover nog niet een proefschrift is geschreven; ik zal er de heer Prof. dr. jhr.D. van Lennep, hoogleraar in de psychologie te Utrecht, op attenderen, die er altijd op uit is met iets opvallends voor de dag te komen (vastleggen in mijn aantekenboekje, dat over enkele dagen natuurlijk weer onvindbaar is).
[lees verder]

donderdag 20 juni 2019

Marcellus Emants • 21 juni 1875

• De Nederlandse schrijver Marcellus Emants (1848-1923) bezocht Zweden en Lapland in 1875. Zijn journaal van die reis publiceerde hij in Op reis door Zweden. De langste dag van het jaar maakte hij mee in Lapland.

Een Sint Jansdag in Lappmarken
[...] De zon, die nog helder wit aan den hemel glansde, toen wij de ongebaande, steile helling beklommen, zonk nu met warmen gloed naar den horizont af. De korte jeugd van het noorden spoedde ten einde; het stervensuur der lente was nabij.
[...]
Donkerrood zonk de lentezon voor 't laatst in de armen der geliefde nevelen neder, die als vloeiend goud aan den middernachtelijken hemel zweefden.
Een vurige omhelzing was haar laatste groet; dankbaar gloeiden aarde en hemel in haar laatste stralen en spiegelden de kalme watervlakken nog eens haar' goddelijken glans.
Toen was het volbracht. De korte droom was uitgedroomd.
Met ijskouden adem blies Borreas over de ijle dampen heen, die als grauwe schimmen uiteenstoven en vernietigd waren voor zij den horizont bereikten. De diepe gloed verbleekte tot een helder wit licht, dat statig aan den hemelboog oprees.
De zomerzon was geboren.
Langs de toppen der bergen, in de diepste schuilhoeken der bosschen, der sidderende meeren, in de spleten van het gesteente, overal drongen de stralen der nieuwe zon verzorgend en rijpend door, overal voltooiden zij het werk door den koesterenden adem der lente begonnen, opdat eenmaal natuur gerust het hoofd zou kunnen neerleggen, wanneer de blinde Hodur gebiedend zijn' staf over de aarde zou uitstrekken, en de ingesluimerde tot den langen slaap in het vale lijkkleed wikkelen.

woensdag 19 juni 2019

G.H.C. Hart • 20 juni 1940

• De Nederlander George Henry Charles Hart (1893-1943) was een hoge bestuursambtenaar. Tijdens het eerste oorlogsjaar (dat hij doorbracht in Londen) hield hij een dagboek bij.

Donderdag 20 juni 1940
Wat moet men er allemaal over in een dagboek schrijven? Dat de geallieerden van een week geleden elkander thans vinnig te lijf gaan met de bitterste verwijten? Dat de wapenstilstand er voor het arme Frankrijk vreeselijk zal uitzien. Dat de Franschen ook naar Rome zullen moeten om de voorwaarden te vernemen van den overwinnaar Mussolini, die te laf was om te vechten?
Ik laat 't maar achterwege.
Maar er komt bij ons, bij enkelen een hoogst bedenkelijke gedachte naar voren: de wensch om, met Frankrijk en België samen, een afzonderlijke vrede met Duitschland te verkrijgen en te redden wat er te redden valt, dat wil m.i. zeggen: overgave op genade of ongenade aan Hitler.
Dit punt geeft tot steeds heftiger en pijnlijker discussies aanleiding; eenerzijds wordt beweerd dat wij daarmede een vrij grote mate van onafhankelijkheid van Duitschland zouden verkrijgen en dat wij met de ‘realiteit’ moeten rekening houden, dat Engeland en Frankrijk en daarmede ook wij den oorlog nu eenmaal hebben verloren en daarvan de consequenties op de best mogelijke wijze hebben in overeenstemming te brengen met de belangen van het Nederlandsche volk.
Anderzijds - en daarbij behoor ik o.a. met volle overtuiging en felheid - wordt gezegd, dat ‘beperkte vrijheid’ onder de hegemonie van Duitschland of als aanhangsel van het Derde Rijk erger is dan voortzetten van den strijd tot het uiterste en dat het schandelijk is over zulk een vrede te denken, laat staan te praten.
Bovendien, hoe ernstig de situatie ook inderdaad is, Engeland is nog niet verslagen, terwijl de eenige kans op een voor ons aanvaardbare vrede is, aan Engelands zijde te blijven. Het kan niet worden ontkend, dat deze controverse de vriendschapsbanden tusschen Peekema en mij niet aanhaalt, terwijl ook Welter eenigszins aan den verkeerden kant staat, diep onder den indruk als hij is van den ondergang van Frankrijk47.