woensdag 30 november 2016

Louis Sébastien Mercier -- 1 december 1783

• Louis Sébastien Mercier (1740-1814) was een Franse schrijver, die beroemd is geworden met Tableau de Paris, een beschrijving in 1050 op zichzelf staande hoofdstukken van het dagelijks leven in Parijs, de ‘hoofdstad van de wereld’. Gedeelten eruit zijn in het Nederlands vertaald (door Willem Derks) onder de titel Niemand ontbijt meer met een glas wijn. Tableau van Parijs 1781-1788. Het fragment hieronder gaat over de eerste vlucht met een waterstofballon. De eerste vlucht met een heteluchtballon had kort daarvoor plaatsgevonden, op 15 oktober.

1 december 1783
Gedenkwaardige dag! [Jacques] Charles en [Nicholas-Louis] Robert verhieven zich in de lucht ten overstaan van een immense menigte die de tuin van de Tuilerieën was binnengelopen of binnengeklommen en de poorten had geforceerd. Wie dit heeft gezien, heeft alles gezien op het gebied van een talrijke, deinende en gevarieerde mensenmenigte. Tweehonderdduizend mensen staken hun armen in de lucht met houdingen van verbazing, bewondering en vreugde; sommigen huilden van angst om de dappere fysici, anderen vielen op hun knieën, verstikt van verbazing, schrik of ontroering: alle toeschouwers waren één met de aeronauten, die kalm en rustig het volk groetten met hun vlaggen die hoger dan de torens wapperden. De nieuwheid en de majesteit van die superbe ervaring; een stralende zon, de luchtreizigers nodend die de aarde vaarwel leken te zeggen; de luchtreizigers zelf, die in het luchtruim verdwenen onder de toejuichingen van hun medeburgers die voor hen baden, huilden, beefden; en ten slotte de immense, prachtig ontvouwde ballon, gelijk een ster of de strijdwagen van een godheid die over de elementen heerst: nooit en nergens ter wereld heeft de fysica een buitengewoner ogenblik tot stand gebracht dat zo tot ieders hart sprak, en nooit zal deze unieke dag weerkeren.
Wat de aandachtige waarnemer het meest trof, waren de vrees en het mededogen die aller harten vervulden en die de blijheid van de bewondering iets smartelijks gaven. Ik heb mensen gehoord die, bij al hun emoties over een nieuwe gewaarwording, zichzelf verweten getuige te zijn van een prachtige, maar levensgevaarlijke proefneming en die zich medeschuldig aan de dood van de aeronauten zouden hebben geacht als het mis was gegaan. Er was geen enkele kwaadwillige in die menigte, allen beefden voor hun naasten, allen baden tot de god van de Ruimte om hun behouden terugkeer op aarde. Liefdevolle belangstelling, teder mededogen, hardop geuite emoties, dat waren de deugden die ik om mij heen bewonderde en die op aller gezichten te lezen waren toen de moed, het genie en de onverschrokkenheid zich boven de wolken verhieven. Zou iemand in zijn hele leven niet méér meemaken dan één dag met zo’n veelomvattende, indrukwekkende, diepe, heerlijke ervaring, dan nog zou hij het leven moeten zegenen.
[...]

Samuel Pepys -- 30 november 1661

• Samuel Pepys (1633–1703) was een Britse hoge ambtenaar, die beroemd is geworden vanwege zijn dagboeken.



Saturday 30 November 1661
In the morning to the Temple, Mr. Philips and Dr. Williams about my several law matters, and so to the Wardrobe to dinner, and after dinner stole away, my Lady not dining out of her chamber, and so home and then to the office all the afternoon, and that being done Sir W. Batten and I and Captain Cock got a bottle of sack into the office, and there we sat late and drank and talked, and so home and to bed.

I am this day in very good health, only got a little cold. The Parliament has sat a pretty while. The old condemned judges of the late King have been brought before the Parliament, and like to be hanged. I am deep in Chancery against Tom Trice, God give a good issue; and myself under great trouble for my late great expending of money vainly, which God stop for the future. This is the last day for the old State’s coyne to pass in common payments, but they say it is to pass in publique payments to the King three months still.

zondag 27 november 2016

Ilya Gerber -- 27 november 1942

• Ilya Gerber (1924-1943?) was een Litouwse Joodse jongen, die tijdens de oorlog in het getto van Kovno een dagboek bijhield. Fragmenten eruit zijn opgenomen in Geborgen bladzijden.

27 november 1942
Ik heb sinds de negentiende niet geschreven omdat er geen heel belangrijk Joods nieuws was, behalve dat brigades [voedsel] de laatste tijd niet in hun zakken meesmokkelen, en niet in kleine pakjes, maar in feite in hele bundels. Soms kom je met succes door de Krisciukaiciopoort en soms niet. Als de gettocommandant bij de poort staat, worden de bundels of pakken geconfisqueerd, en soms voel je zijn zweep. Maar als hij er niet is, kost het je wat ervoor nodig is om de partizaan [Litouwse helper van de Duitsers] of de politieagent om te kopen, en kun je er ongehinderd door. Bij de Varniupoort is het anders: hier komt de commandant niet zo vaak en natuurlijk maken Joden van de gelegenheid gebruik om met honderden kilo's te komen. Brigades komen beladen met pakken uit de stad en maken een omweg en komen het getto binnen via de Varniustraat.
Maar de Varniupoort is heel duur. Als arbeider van de Bostonbrigade weet ik dat. Eerst vroeg de Litouwse politie ongeveer driehonderd roebel [dertig Reichsmark] om je door te laten. Maar de Joodse politie of de mensen van het Arbeitsamt willen ook wat verdienen! Dus bedenken ze een nieuwe betaalmethode: het geld wordt niet rechtstreeks aan de Litouwer gegeven, maar gaat via de Joodse politieagent. Je komt bij de poort en de Joodse bewaker eist: 'Om door de poort te mogen betaal je vierhonderd roebel.' En een paar dagen later: 'Vandaag betaal je zeshonderd roebel.'
Er gaan een paar dagen voorbij en er is een nieuwe eis: 'Je betaalt achthonderd roebel!'
En we betalen. Hebben we een keus? Stel dat ze [ons eten] confisqueren? En hoe vaak is het niet gebeurd dat ze [sowieso] alles hebben geconfisqueerd, die lekkere jongens?

1 december 1942
Het is vandaag de derde dag dat de winter zijn ware bewolkte gezicht en ijskoude aard laat zien. Buiten is het koud, de wind blaast op al zijn blaas- en rietinstrumenten ter begeleiding van de witte sneeuw. Het kost moeite je ogen open te houden, en af en toe wordt je de adem benomen, afgesneden door de snijdende wind. [...]
Vandaag bracht ik de rantsoenen voor mijn werk in Boston mee naar huis. Je krijgt die rantsoenen één keer per maand: 2,8 kilo brood, 300 gram boter, wat suiker en koffie.
De laatste tijd wordt gesproken over de grote overwinningen van het Rode Leger. Ze vallen op alle fronten aan, van de Kaukasus tot de Witte Zee. Bij Terek [aan het Kaukasus-front] zijn ze door de Duitse linies gebroken. Ze ronden de schoonmaak van Stalingrad af, het offensief tussen de Wolga en de Don heeft de Russen goede resultaten opgeleverd, zoals de Duitse krant zelf vermeldt. In het getto doen zelfs al vele geruchten de ronde dat er slag wordt geleverd aan de grens met Estland en dat de bevrijding van de Joden vanuit het noordoosten snel naderbij komt... In Afrika, zegt men, worden de Duitsers neergeslagen.
Zie je wel! Nog een dag, een paar dagen en de bevrijding is nabij. Je moet alleen niet je geduld verliezen, dan komt het allemaal goed... Overmorgen is het Chanoeka!

donderdag 24 november 2016

Martine Bijl -- 25 november 1983

• Martine Bijl (1948) is een Nederlands zangeres, actrice, schrijfster en cabaretière. In 1983 hield ze voor NRC Handelsblad een 'Hollands Dagboek' bij, naar aanleiding van de première van haar eerste theatershow.

Vrijdag
De dag valt 's ochtends niet meteen aan scherven, maar begint tijdens het ontbijt wel een paar bedenkelijke barstjes te vertonen. We luisteren naar het radio-interview waarin drs. Janmaat de vragen van Max van Weezel en Henk van Hoorn tracht te omzeilen door toonloos, onstuitbaar en zonder één stemverheffing aan het woord te blijven over zaken die de kern van de gestelde vraag nauwelijks raken. Van Hoorn bijt zich schijnbaar emotieloos in het onderwerp vast, maar Janmaat maakt dankbaar gebruik van de machteloze woede van Van Weezel. Ik troost me met de gedachte dat er nu niet, zoals vijfenveertig jaar geleden, een grote Duitse baas is om de kleine doctorandus te helpen zijn Blut und Boden-theorieën in daden om te zetten. Rond het middaguur moet ik even op en neer naar Hilversum. Via de autoradio bespreekt een meneer het verstikkende heteroseksuele klimaat in Nederland. Het begint zachtjes te regenen. De dag wordt verder bepaald door ons optreden in Hulst. We gaan vroeg op pad. Schoon smokinghemd voor Henk mee, en twee banaantjes voor onderweg.
De toneelfaciliteiten in Hulst blijken gering, maar het zaaltje is vol en gezellig en na afloop krijg ik bloemen van de wethouder. Tijdens de rit naar huis maar weer eens de radio aan. Een dame vertelt nu over de steun- en actiegroep 'Bi is Best', die morgen in Amsterdam zal demonstreren. Het blijft tobben met de seksualiteit in Nederland.
Thuis krijgen de katten extra brokken.
Wij gaan verstikkend heteroseksueel naar bed.

woensdag 23 november 2016

Matthieu Galey -- 24 november 1979

• Matthieu Galey (1934-1986) was een Franse schrijver. Zijn na zijn dood (hij overleed aan ALS) verschenen Dagboek 1953-1986 (vertaald door Joop van Helmond) wordt als een literair meesterwerk beschouwd. In 1979 werkte hij aan een boek over schrijfster Marguerite Yourcenar. Zij zou in 1981 de eerste vrouw worden die toetrad tot de zeer respectabele Académie française – een orgaan dat zich bezighoudt met enerzijds de woordenschat van het Frans, en anderzijds met de positie van deze taal buiten Frankrijk.

November 1979
Yourcenar (aan telefoon) over die toestand rond de Académie [française]: 'Ik heb niet geschreven, ik heb niets getekend. En ik ben gekozen, dat wordt reclame, zoals die spots voor coca-cola, waarin altijd één zwarte rondloopt op vijftien blanken.

Die toestand rond haar toetreding tot de Académie sticht veel beroering in het wereldje. De heren, die tegen zijn, zijn ziedend omdat ze onder druk zijn gezet – onder wie Mistler – en gooien allerlei spitsvondigheden in de strijd. Peyrefitte heeft Yourcenar gevraagd een fotokopie over te leggen van haar paspoort om aan te tonen dat ze wel degelijk Française is. Hij wilde eveneens dat de consul op kwam draven om de zaak officieel te bevestigen! ('En waarom niet, als we toch bezig zijn, een certificaat van goed zedelijk gedrag?' zegt Marguerite tegen me.) En Druon hels: 'Dat opent de deuren voor calamiteiten. Binnenkort zitten er veertig vrouwen een eind weg te breien tijdens de zittingen voor het woordenboek.

Op de Picasso-tentoonstelling [...] schuiven groepjes leden van de Académie, onder wie Gautier, Or. messon, enz. – zij die Yourcenar steunen – aan wie ik vertel dat Grace [Yourcenars partner] dood is. 'Aha! dat is een goed bericht,’ zeggen ze in koor. Nu kunnen ze pleiten voor vertedering, de arme ziel die alleen achterblijft en getroost moet worden, met tussen de regels de boodschap dat ze zich nu, verlost van dat blok aan het been, gemakkelijker kan verplaatsen om de zittingen bij te wonen...

vrijdag 18 november 2016

Robert Craft -- 18 november 1968

• Robert Craft (1923) is een Amerikaans dirigent, muziekwetenschapper en schrijver. Hij is vooral bekend geworden door zijn langdurige vriendschap met de componist Igor Stravinsky, die resulteerde in onder meer Igor Strawinsky. De kroniek van een vriendschap.

18 november 1968
Pompano Beach. Het culturele niveau zoals dat geadverteerd wordt langs de geestelijke Hema van Route U.S. IA: uitnodigingen voor kegel- en rolschaatsbanen; voor waarzegsters; om te sjoelbakken, minigolf of jai alai te spelen; om plastic drijfhout, elektronische viszoekers (is dat niet 'onsportief'?), 'Spaanse koloniale meubelen op maat' te kopen; een bezoek te brengen aan 'U-Save Shopping Centers', 'Drive-In Funeral Homes', 'Happy Hour Cocktail Lounges', een 'Jungle Garden Safari' ('100 leeuwen in het wild'), het 'Wigwam Dorp van Tucka-buckaway en zijn stam, (die zuinige Seminolen?), een garage waar 'Personalized Waxing' wordt aangeboden (hoe persoonlijk kan autowas zijn?) en een First Church of Christ Scientists, waar men een preek kan horen: 'Waar zult u de eeuwigheid doorbrengen?'
Ik ga naar het strand ondanks een schroeiende hitte, een dreigende hemel en de verlammende blauwe blazen van waterdieren, die, als je ze met een scherp stokje doorprikt (wat kleine jongens graag doen) ontploffen als een feestballon. De mensen horen tot een soort (gepensioneerde dassenverkopers? ex-knuppelfabrikanten?) dat alleen op dit schiereiland voorkomt, al is het soort er niet geboren. Hun belangstelling blijft beperkt, zo blijkt uit de gesprekken die ik onopzettelijk afluister, tot het weerbericht (de satellietfoto's op de tv hier lijken op röntgenfoto's van tuberculeuze longen), het Dow Jones-gemiddelde en 'bij ons thuis'. Hun dochters - sommige heel begeerlijk in badpakken met een decolleté tot aan hun derrière, maar allemaal ondraaglijk jong - gooien met frisbees, plastic schijven ter grootte van een grammofoonplaat. Zelfs hier wordt de klant nog achtervolgd door reclame à la Route IA, maar dan voortgetrokken door vliegtuigjes vlak boven ons hoofd. 'Minnie Pearl's Chicken: All U care to Eat' staat daar te lezen, nogal dubbelzinnig.

woensdag 16 november 2016

Nicolaas Beets -- 17 november 1834

• Nicolaas Beets (1814-1903) was een Nederlandse schrijver. In zijn studententijd hield hij van 1833-1836 een dagboek bij.

Leiden Maandag 17 Nov.
Ik ben tegenwoordig aan de orde van den dag. Heel Leiden, praat van mij en wijst mij na.

Pulcrum est digito monstrari et dicier hic est.**

Dames loopen uit om mij te zien, en willen iets bijzonders aan mij zien. Eene zelfs heeft beweerd dat mijn physionomie den dichter kenteekent! Allerlei valsche geruchten gaan over mij om, gelukkig niet tot mijn schade. Men hoopt mij op publieke plaatsen te zien verschijnen. ‘Of ik lid van 't Concert ben?’ vraagt juffer A. ‘Of ik melancholiek van aard ben’, juffer B. ‘Of ik iets van Byron's karakter heb’, juffer C. ‘Of ik voor de gewone conversatie geschikt ben?’ Mevr. D. ‘Wat kleur van oogen ik heb?’ freule E. ‘Of ik lang of kort ben?’ Juffr. F. En juffr. G.: ‘Of ik tegen zoo veel eer kan, als mij schijnt te wederwaren? Of ik niet aller-ij-se-lijkst pedant ben?’ Moi, je ris.


** Het is schoon met de vinger te worden aangewezen, en dat men van u zegt: deze is het.