maandag 31 augustus 2015

Astrid Lindgren -- 1 september 1939

Astrid Lindgren (1907-2002) was een Zweedse kinderboekenschrijfster. Eerder dit jaar is haar oorlogsdagboek gepubliceerd.

Sept. 1939
Oh! War broke out today. Nobody could believe it.
Yesterday afternoon, Elsa Gullander and I were in Vasa Park with the children running and playing around us and we sat there giving Hitler a nice, cosy telling off and agreed that there definitely wasn’t going to be a war – and now today! The Germans bombarded several Polish cities early this morning and are forging their way into Poland from all directions. I have managed to restrain myself from any hoarding until now, but today I laid in a little cocoa, a little tea, a small amount of soap and a few other things.
There’s a terrible despondency weighing on everything and everyone. The radio churns out news reports all day long. Lots of our men liable for military service are being called up. A ban has been imposed on private motoring. God help our poor planet in the grip of this madness!

zondag 30 augustus 2015

Wolfhilde von König -- 30 augustus 1939

Wolfhilde von König (1925—1993) was als meisje lid van de Hitler-Jugend en hield in de oorlogsjaren een dagboek bij, dat in het Engels is vertaald als Wolfhilde’s Hitler Youth Diary 1939-1946.

Munich, 28 August 1939
Vati was recruited into the German Army this morning. We are all surprised, because Vati isn't all that young any more. He will first go to Grosskarolinenfeld. Hopefully he can soon return.

Munich, 30 August 1939
I wonder what our Führer will announce on September l in Parliament. Polish acts of terror against their ethnic-Germans take ever stronger forms. Fearful apprehension is visible on the faces of all the people that I see on the streets, in shops, or that I may pass anywhere else. There is anxiety and worry about the future: "War or Peace."

P.J.M. Aalberse -- 29 augustus 1939

Piet Aalberse (1871-1948) was een Nederlandse katholieke politicus. Hij hield van 1891-1947 een dagboek bij.

dinsdag 29 augustus 1939
Wat zal ’t worden? Oorlog of vrede? Vandaag schijnt ’t de beslissende dag te zullen worden. Welk een verantwoordelijkheid voor hen, die de beslissing moeten nemen! Valt Duitschland Polen aan, dan volgt onmiddellijk de oorlogsverklaring van Engeland en Frankrijk. Wat zal Italië doen? Ik geloof, dat Mussolini, den ondergang van zijn eigen land voorziende, gelijk Italië ook in 1914 deed, Duitschland in den steek zal laten. Het plan schijnt, dat Engeland en Frankrijk zich aanstonds met volle kracht op Italië zullen werpen. Maar als ’t zich neutraal verklaart, wat zal dan Duitschland doen? Hier wordt geloofd, dat (als Italië aan den As trouw blijft!) Duitschland zich in ’ t westen slechts verdedigen zal en dan met alle overige krachten, sterk gemotoriseerd, op Polen zal werpen. Roemenië is Polens bondgenoot. De Duitschers schijnen erop te rekenen, dat ze Polen in vijf à zes weken onder den voet kunnen loopen. Daarna zouden ze zich dan naar het westen kunnen keeren. Griekenland en Turkije staan ook aan de kant van Engeland en Frankrijk. Spanje zal, nu nazi-Duitschland plotseling een verbond met Rusland heeft gesloten, zich wel neutraal houden. Wat zal Rusland doen? Ik hoop, dat de bolsjeviki Duitschland in den steek zullen laten: verdiende loon.

Ik maak me bezorgd over Rie in Zevenaar. Wim moet als medicus daar blijven. Maar als de Duitschers zich, vooral als Italië afzijdig blijft, op Rotterdam zullen werpen om Engeland te kunnen aanvallen en een duikbootenbasis te hebben, gelijk in 1914-1918 in Zeebrugge, dan loopt de weg over Zevenaar. Als dan, wat ’t plan is, de mooie nieuwe bruggen opgeblazen worden, dan zit de bevolking gevangen. Ik heb ’t advies gevraagd aan mijn collega in den Raad van State generaal Muller Massis: hij zegt: geen gevaar, zeker de eerste zes weken niet. Maar oud-minister Van Dijk, pas afgetreden, was daar niet zoo zeker van, als Italië neutraal bleef; hij zei: ik zou ’t zekere maar voor ’t onzekere nemen en je dochter met haar twee kleintjes naar Den Haag laten komen. Ik heb haar alles door de telefoon uitgelegd, ze moet ’t nu zelf maar beslissen. Ze wil namelijk haar man niet alleen achter laten en blijft dus liever.

’t Is ’n moeilijk te beslissen geval. Wellicht komt vandaag de uitkomst. Ik geloof nog steeds niet in het uitbreken van den oorlog, die een wereldramp zal worden als de geschiedenis nog niet gekend heeft. Ik geloof, dat Hitler maar steeds dreigt, maar tenslotte niet zal doorzetten, indien Engeland en Frankrijk maar sterk op hun stuk blijven staan. En dit schijnt nu wel ’t geval te zijn. Een da capo van München zou voor de toekomst evenzeer vol onheil zijn en den oorlog alleen uitstellen.

donderdag 27 augustus 2015

Abraham Rutgers van der Loeff -- 27 augustus 1867

Abraham Rutgers van der Loeff (1808-1881) was predikant te Noordbroek, Zutphen en Leiden. Zijn dagboeken staan hier online.

zondag 25 augustus 1867
Wij hielden de gids bij ons en stegen om 9 uur weer te paard om langs de pittoreske bergpaden langs den Weissen Alpen en de Kleinen Scheideck 6000 voet hoog te komen. Een belangwekkende maar moeijelijken tour die ons heerlijke gezigten opleverde op de Silberhorn, Jungfrau en Eiger. De doodelijke stilte daarboven werd gedurig afgebroken door het gekraak in de verte van ijsbreuken, het gedonder van lawinen en het ruischen van watervallen, maar toch ook de muzijk van Alpenhoorn en vee-klokjes. Wij verkwikten ons wat in het logement daarboven en dwaalden door een groot dal de Staubbach af naar Lauterbrunnen, waar wij nog vroeg genoeg aankwamen om te paard naar Murren te gaan en dus weer 6500 op te stijgen. Woester en Romantischer pad laat zich haast niet denken. Wij logeerden in het hoogste dorp van Europa zeer goed in den Silberhorn. Maar hadden helaas savonds weer regen.

maandag 26 augustus 1867
Gelukkig was de morgenstond weer helder, zoodat wij uit ons hotel (Silberhorn) het verrukkelijkste panorama genoten. Te 7 uur smorgens keerden wij voor een groot deel te voet weer naar Lauterbrunnen terug. Hier verlieten ons de gidsen met hunne paarden. Wij bezochten nog de Staubbach en andere kleine watervallen en reden toen in een gemakkelijk wagentje naar Interlaken. De steeds dalende weg langs de bruisende Lutschinia met wunderschön Interlaken, ligt tusschen het meer van Brienz en dat van Thun en een vlakte die wel het paradijs mag heeten. Het dorp heeft een pragtige straat met wel 15 logementen de een al roijaler dan de ander, afgewisseld door bazars en villas. Na ons diner in 't hotel Interlaken deden wij nog een wandeling naar de Rügeberg doch raakten een weinig aan 't dwalen, zoodat het reeds zeer donker was toen we ons logement eindelijk terugvonden. Transcriptie aantekening

dinsdag 27 augustus 1867
Wij hielden hier rustdag, kregen en schreven onze brieven en deden vanmiddag een flinke wandeling door het dal naar de zijde van Brienz. Na het genot eenen goede maaltijd onder (?) gezang, wilden wij weer eene wandeling doen, doch (...)

dinsdag 25 augustus 2015

Gertrude Bell -- 26 augustus 1899

Gertrude Bell (1868-1926) was een Britse archeologe en ontdekkingsreizigster. Haar dagboeken en foto's staan hier online.

Fri. 25. [25 August 1899] Woke soon after 6. Splendid morning. Washed my hair and was driven out of my room by the flies. Held counsel with Mathon at breakfast, we decided to sleep at the Refuge de l'Alpe tonight and try the Meije Sunday. Sleeping at the Chatelleret tomorrow. Off at 2.30 and reached the refuge at 4.40. The German woman after me. There came in later two other Germans, Dr Wilhelm Paulcke and Lieutenant Lohmsiller who had been doing the Ruine. They talked to my friend and I felt rather shy and glad she was there. Mme Castillan gave us a very good dinner and I had a room to myself. Delicious evening. Early to bed.

Sat 26. [26 August 1899] The others off at 3, and at 4.30. A long walk up the moraine, then up the glacier cutting steps. I fell over and let a stone down on my head, but Marius caught me. Reached the Col at 8.15 and slept for an hour there. Rather done. Got down to the Chatelleret at 11 quite fresh. No rope. We lunched and I took the Republic and lay under a rock till 3 sleeping and looking at the Meije. Then made a toilette by the help of the Torrent des Etaneons and cooked some chocolate. At 5 came a Mr Turner with Rodier as guide; nice boy, he was feeling very ill. Sat by me talking while I eat my soup. Then I went out and watched the sun set on the Meije and all the rocks turn red and then grey. Very forbidding. By this time the two Germans had arrived without a guide. Mathon made my bed in a corner of the shelf and we talked while they had supper. Lights out at 8. Mr Turner next to me and Mathon beneath, I didn't sleep at all. At 10 Rodier had a nightmare woke up and insisted on knowing the time. "C'est encore trop matin" said he. At 12 we all got up.

maandag 24 augustus 2015

Georg Heym -- 25 augustus 1906

Georg Heym (1887-1912) was een Duitse schrijver. Dagboekfragmenten van hem zijn te lezen bij Gutenberg.

25. VIII. 1906. Alle Tage ist das Leid dasselbe. Daß ich manche Male noch in plötzlichem Lustrausch mich zu betäuben suche, mag für des Lebens Erhaltung gut sein. (...) Mir gelingen jetzt ganz schöne Gedichte. Eigentlich wunderbar. Wo ich seelisch wieder einmal vollständig runter bin, schaffe ich Lieder, die viel Freude atmen. Als wünschte ich, auch einmal so froh zu sein. Und ich habe auch jetzt einen wunderschönen Schmuck in meinem Zimmer, einen Totenkopf nämlich, den ich von dem alten Kirchhof an der schönen Klosterkirche, wo man jetzt baut, geholt habe. Er ist sicher schon uralt. Ob er noch von Waldemars Zeit her ist; denn dabei war ein Stein mit der Jahrzahl 1319. Ich bekränze ihn mit Weinlaub und hab ihn sehr lieb.

26.8.1906 Der Gedanke nur kurz, der mir heut kam. Früher machte ich meine Gedichte aus unklaren inneren Stimmungen, die sich mir zu den Gedichten verklärten. Sie waren alle längere Zeit in mir, ich fühlte sie in mir, ehe ich sie gestalten konnte. Mir fällt heut auf, daß ich 2 Gedichte, die ich heut machte, auch das gestrige, nur aus einem plötzlichen, zufälligen Erscheinen ihres Gegenstands, ihres Inhalts vor meinen Augen geschaffen habe. Gestern sah ich einen voll mit Früchten beladenen Zweig, heute hörte ich plötzlich den Regen auf den Bäumen, dann sah ich den Weinstock aus der Erde dringen. Es entstanden wie von selbst mir davon 3 Gedichte. Früher war es aber schöner, wenn ich mit mir ringen mußte. Fast ist es so, als sollte ich noch verschenken, was ich irgend besitze, damit mein Tod mich nicht unvorbereitet trifft. Ich glaube, ich sterbe bald.

zondag 23 augustus 2015

Bart Vos -- 24 augustus 1982

Bart Vos (1951) is een Nederlandse bergbeklimmer. Zijn Himalaya-dagboek bevat dagboeken van drie beklimmingen in de Himalaya.

Dinsdag, 24 augustus 1982. 18.00 uur. Kamp 2
6000 meter. Ik zit op een stapel slaapzakken in een grote groene bungalowtent. De ‘Takstent’. Johan Taks vertelde dat hij toen hij als jongetje met zijn ouders op vakantie ging, in deze tent kampeerde.
Rob is weer eens aan het koken. Tot nu toe heb ik me daaraan kunnen onttrekken. Ik vind het niet leuk en wil het daarom pas in kamp 4 en hoger zelf gaan doen. Om er vandaag aan te ontsnappen ben ik Gert Reijmerink gaan helpen bij het filmen van de yaks toen die weer op weg gingen.
De rijst met worst en bieten is klaar.

20.55 uur. Zeker een halfuur lang ben ik buiten met de walkietalkie in de weer geweest. Ondanks mijn gepruts is het niet gelukt contact te krijgen met het basiskamp. Ik weet niet waaraan het ligt.
Lig nu diep weggedoken in de slaapzak. Het is koud, de wind jaagt de sneeuw die vanmiddag is gevallen tegen de tent. De yaks zijn net teruggekeerd. Alle lasten zijn weggebracht. Morgen zullen we wel zien waar ze zijn gedropt. Op de plaats van kamp 3 of ver daarvoor. De drie Tibetanen zitten zich aan mijn voeteneind bij de brander te warmen. Ze zijn ook vernikkeld van de kou. Rob had thee voor ze klaargemaakt, maar die hebben ze na een paar vriendelijke slokken laten staan. Pema is nu druk in de weer zijn eigen theebladeren uit te koken.

Het lopen naar dit kamp viel tegen. Met de meer dan 20 kilo zware rugzak met slaapzakken, klimschoenen en kleding kwam ik hier om één uur aan. Ronald was er nog. Hij zat op een slaapzak die in een plas water lag. ‘Oh condens.’ Het interesseerde hem blijkbaar niet dat een van ons de slaapzak 's nachts nodig had. Even later ging Ronald tijdens de lunch tekeer tegen Rob, Johan en mij. Rob zou hem benadelen met het verdelen van het eten. ‘Waar is al dat snoep?’ In kamp 1 had hij een leeg pindazakje gevonden. ‘Waarom krijg ik dat niet?’ Na Robs antwoord dat er voor iedereen in het basiskamp genoeg is, maar dat het door de klimmers zelf omhooggedragen moet worden, werd het vuur op mij gericht. Met ‘die baard’, Johan, had ik zijn verdere verblijf hier als manager verhinderd. ‘Jullie tweeën hebben bij Xander erover zitten zeiken. Ik ga wel naar beneden en weer pendelen.’ Rustig filmde Gert het gesprek. Het leek of Ronald er plezier in had. Gerard van S en Frank geneerden zich. Zij hebben vorig jaar tijdens de beklimming van de Nanga Parbat twee maanden met Ronald opgetrokken. Volgens Frank is het simpel: ‘Nu hij weer terug moet naar het basiskamp gedraagt hij zich als een kind dat zijn zin niet krijgt.’ En zijn uitvallen naar Rob? ‘Oh, dat is oud zeer!’ De boosheid op Johan? ‘Die twee liggen elkaar gewoon niet.’ Frank vindt dat we er voor die twee maanden maar mee moeten leren leven. ‘En hij mag toch proberen de expeditie naar zijn hand te zetten.’
Juist door Ronalds goede contact met Xander kan zijn invloed inderdaad aanzienlijk zijn. Het gevaar is groot dat dit X en dus ook ons zal opbreken. Misschien is Eelco nog in staat tegengas te geven. Van Mathieu verwacht ik dat niet. Die bezint zich nog als de macht allang vergeven is.
Voordat Ronald vertrok en zich, ondersteund door zijn skistokken, met grote stappen van het kamp verwijderde, waren we even met zijn tweeën in de tent. ‘Zo, Mephisto,’ zei hij.