• Schrijver en volkskundige J.J. Voskuil (1926-2008) hield in 1981 een dagboek bij van twee reizen naar Frankrijk.
VRIJDAG I MEI
L. is weer fit, ik nog niet. We besluiten een dag te blijven. Hoge, smalle straatjes die door trappen onder de huizen grillig met elkaar verbonden zijn. Onder een van die gewelven ontmoeten we een man die bezig is pamfletten van de CGT te verspreiden. Om halfelf is er een i-meidemonstratie bij het stadhuis, om twaalf uur vertrek naar het bos van Valbelle, waar om halfeen de aperitief zal worden geserveerd.
Door sloppen en stegen bereiken we de rand van het stadje, aan de voet van de citadel. We dalen af naar de rivier en zitten daar op een bank. Om elf uur keren we onder de huizen door terug naar het plein. Geen spoor van de demonstratie. Het stadhuis ligt met geopende glazen deuren verlaten midden op het plein. Er staan wat auto's. Voor een café onder de arcaden zit een twintigtal mannen en jongens te drinken. We drinken een kop koffie op de kleine boulevard om de hoek, keren tegen twaalf uur terug naar het plein en wachten op een bank op de gebeurtenissen. Precies om twaalf uur komen er twee mannen uit het stadhuis. De een heeft een groot, wit karton bij zich, de ander een fles mineraalwater. Ze stappen in een auto en rijden weg. Als er om kwart over twaalf nog niets gebeurd is, stappen we op en lopen door het stadje naar het hotelrestaurant aan de voet van de citadel. Het bestaat uit een grote ruimte met donkere tafels en stoelen, hoge ramen, oude borden met bloemen, en er zitten veel mensen. Het is er gezellig maar duur en het eten is niet best. Niettemin verlaten we het etablissement in een tevreden stemming. We zitten opnieuw enige tijd aan de rivier, nu op de andere bank, en lopen dan de brug over naar een groepje huizen en een kerk aan de andere kant. Er blijkt daar een dorpsfeest te worden gehouden met jeu de boules. De wedstrijden hebben plaats op een wat bredere plek achter de kerk en spelen zich af tussen een twaalftal mannen die volgens strakke regels te werk lijken te gaan. Hun concentratie wordt doorkruist door het lawaai van twee draaimolens en twee schiettenten op het pleintje voor de kerk. Er is een geïmproviseerd terrasje waarop wat mensen zitten. In de draaimolen draaien een stuk of wat kinderen rond. Een meisje gooit met een pijl een ballon in een van de schiettenten stuk. Er is ook nog een kraampje met suikerspinnen en in een tent achter het terras zie ik een man tussen een groepje mensen een duif optillen, een vermaak waarvan de zin me ontgaat en dat ik ook niet wil kennen. Het is warm geworden. Een stel jongens in zwarte, leren pakken maakt lawaai. Op een veld beneden de weg spelen een paar mannen met een voetbal. L. wijst erop dat ze nu twee keer gelijk heeft gehad: demonstraties en feesten zijn niks. Dat wist ze van tevoren en toch wilde ik ernaar toe.
We klimmen naar de citadel. Twee oude vrouwen die in hun deuropening zitten, roepen ons ongevraagd achterna hoe we lopen moeten. Als we de ingang bereikt hebben en een paar mensen voor ons naar hun achterzak zien grijpen, keren we weer terug. Henri iv schijnt te hebben gezegd dat dit zijn sterkste fort was. De taxichauffeur taxeerde het op de tijd van Napoleon. We gaan in het park in de schaduw op een bank zitten en kijken een uur of twee over de daken van het stadje tot in de verte de trein van kwart voor vijf het stationnetje binnenrijdt. Dan drinken we een glas bier op de boulevard, lopen nog eenmaal rond en keren tevreden naar het hotel terug.
donderdag 30 april 2015
woensdag 29 april 2015
Michiel de Ruyter -- 30 april 1665
• Michiel de Ruyter (1607-1676) was een Nederlandse admiraal. Zijn scheepsjournaal dat hij bijhield van de zeereis die hij in 1664-1665 maakte, is gepubliceerd als De reis Van Michiel Adriaanszoon De Ruyter.
op donderdach item [april] den 30 smorgens sons rysynge waren wy dwars van de suytoost hooeck van de barbades wy seylde voort met goede coelte naer de baey daer wy nevens den vysamyrael van meppelen en Cap sweers ten 11 vren by quamen de andere schepen volchde mede ten alftwalven begon het suyder fort seer op ons te schyeten en daer naer al de eyngelsche schepen en het noorder fort soo dat sy ons seer schadeloos maeckten en schooten ons alle onse seylen en en loopent want onstucken [aan stukken] en onse beyde draey reepen [draairepen] soo van de fock en schoverseyl met de focke staech en al onse focke want aen styerboort met 4 schooten onder water en 2 schoten door de groote mast en de besaens mast wel alf af en voort het schyp seer schadeloos en 8 man doodt en 12 gequst [gekwetst] den schout by nacht van nes en den Comd / de wylt en al de rest seylde wel een alf schoodt beneden [een halve schootsafstand in lij van] de schepen dye alsamen seer vyament [vehement, hevig] soo wt de forten als eyngelsche op de onse schooten en de eyngelsen dye lagen soo dycht aen lant onder faveur [bescherming] van de forten soo dat al onse lants schepen sonder eenyge vruycht hebben moeten af wycken want wy met onse schepen soo naer nyet en conde comen in fyn [enfin] soo resolverde wy met den ganschen cryckxraet ons coers naer maertenycko [Martinique] te stellen alsoo wy in de vloodt seer gebreck van water en fycktaly en hadden en boven dyen ongeraden was ander mael te ervaten [de strijd te hervatten] al soo wy naer haer in een bocht mochten laveren en nyet wel boven dyen by haer conde comen door de droocht / soo syn wy ontrent 4 vren onderseyl gegaen hoope op een beter avantage [een gunstiger gelegenheid] en seylde al dyen nacht met trvadych / en buygych weder noort west wel soo noorlyck aen tot den eersten mey
op donderdach item [april] den 30 smorgens sons rysynge waren wy dwars van de suytoost hooeck van de barbades wy seylde voort met goede coelte naer de baey daer wy nevens den vysamyrael van meppelen en Cap sweers ten 11 vren by quamen de andere schepen volchde mede ten alftwalven begon het suyder fort seer op ons te schyeten en daer naer al de eyngelsche schepen en het noorder fort soo dat sy ons seer schadeloos maeckten en schooten ons alle onse seylen en en loopent want onstucken [aan stukken] en onse beyde draey reepen [draairepen] soo van de fock en schoverseyl met de focke staech en al onse focke want aen styerboort met 4 schooten onder water en 2 schoten door de groote mast en de besaens mast wel alf af en voort het schyp seer schadeloos en 8 man doodt en 12 gequst [gekwetst] den schout by nacht van nes en den Comd / de wylt en al de rest seylde wel een alf schoodt beneden [een halve schootsafstand in lij van] de schepen dye alsamen seer vyament [vehement, hevig] soo wt de forten als eyngelsche op de onse schooten en de eyngelsen dye lagen soo dycht aen lant onder faveur [bescherming] van de forten soo dat al onse lants schepen sonder eenyge vruycht hebben moeten af wycken want wy met onse schepen soo naer nyet en conde comen in fyn [enfin] soo resolverde wy met den ganschen cryckxraet ons coers naer maertenycko [Martinique] te stellen alsoo wy in de vloodt seer gebreck van water en fycktaly en hadden en boven dyen ongeraden was ander mael te ervaten [de strijd te hervatten] al soo wy naer haer in een bocht mochten laveren en nyet wel boven dyen by haer conde comen door de droocht / soo syn wy ontrent 4 vren onderseyl gegaen hoope op een beter avantage [een gunstiger gelegenheid] en seylde al dyen nacht met trvadych / en buygych weder noort west wel soo noorlyck aen tot den eersten mey
dinsdag 28 april 2015
P.J.M. Aalberse -- 29 april 1920
• Piet Aalberse (1871-1948) was een Nederlandse katholieke politicus. Hij hield van 1891-1947 een dagboek bij.
donderdag 29 april 1920
’t Is vanmiddag in den ministerraad weer tot een botsing gekomen. De aanleiding was een voorstel van Ruijs om alle vernietigingsbesluiten eerst aan ’t oordeel van Binnenlandsche Zaken te onderwerpen. Dit sloeg op De Visser en mij; de anderen hebben geen gemeenteraadsbesluiten ter vernietiging voor te dragen. Onafhankelijk van elkaar hadden we nota’s ingediend, waarin aangetoond werd dat dit principieel en practisch onmogelijk was.
Toen Ruijs er niet meer uit kon, wierp hij ’t over de gemeentefinantiën. Daarmee moest rekening worden gehouden en dit was de taak van Binnenlandsche Zaken. Zoo kwam hij weer op de finantiën in ’t algemeen; beweerde weer dat ’t nu maar uit moest zijn met wetsontwerpen die geld kosten; dat Peerbolte, onder den druk van Kan uit, met geld smeet, dat de woningpolitiek onnoodig schatten verslond, enz enz.
Toen ben ik ook uit mijn slof geschoten en heb Peerbolte krachtig verdedigd. Ik merkte op dat tien jaren lang voor volksgezondheid en woningpolitiek niets was gedaan; de ministers van Binnenlandsche Zaken lieten door Kan (secretaris-generaal) alles tegenhouden. Geen wonder dat nu de afdeeling Volksgezondheid, onder Kan uit gekomen, bij mij, die wèl voor deze groote volksbelangen veel voel, thans veel geld noodig heeft, zelfs wanneer zij zich tot ’t strikt noodzakelijke beperkt; dat zooveel mogelijk naar zuinigheid en bezuiniging werd gestreefd en dat ik er dus met kracht tegenop kwam dat aan mijn departement met geld gesmeten werd. Ruijs kroop weer in zijn schulp en kon dit doen, omdat de minister van Finantiën meedeelde dat hij juist een nota gereed had over de woningpolitiek. Dat zal weer een lollig kluifje worden.
Ik geloof dat ’t nu tijd wordt om eens met Nolens te gaan praten. De groote botsing kan nu niet langer uitblijven. Voorshands neem ik ’t geval niet al te tragisch op. Ze kunnen mij niet laten schieten zonder ’t geheele kabinet onmogelijk te maken!
donderdag 29 april 1920
’t Is vanmiddag in den ministerraad weer tot een botsing gekomen. De aanleiding was een voorstel van Ruijs om alle vernietigingsbesluiten eerst aan ’t oordeel van Binnenlandsche Zaken te onderwerpen. Dit sloeg op De Visser en mij; de anderen hebben geen gemeenteraadsbesluiten ter vernietiging voor te dragen. Onafhankelijk van elkaar hadden we nota’s ingediend, waarin aangetoond werd dat dit principieel en practisch onmogelijk was.
Toen Ruijs er niet meer uit kon, wierp hij ’t over de gemeentefinantiën. Daarmee moest rekening worden gehouden en dit was de taak van Binnenlandsche Zaken. Zoo kwam hij weer op de finantiën in ’t algemeen; beweerde weer dat ’t nu maar uit moest zijn met wetsontwerpen die geld kosten; dat Peerbolte, onder den druk van Kan uit, met geld smeet, dat de woningpolitiek onnoodig schatten verslond, enz enz.
Toen ben ik ook uit mijn slof geschoten en heb Peerbolte krachtig verdedigd. Ik merkte op dat tien jaren lang voor volksgezondheid en woningpolitiek niets was gedaan; de ministers van Binnenlandsche Zaken lieten door Kan (secretaris-generaal) alles tegenhouden. Geen wonder dat nu de afdeeling Volksgezondheid, onder Kan uit gekomen, bij mij, die wèl voor deze groote volksbelangen veel voel, thans veel geld noodig heeft, zelfs wanneer zij zich tot ’t strikt noodzakelijke beperkt; dat zooveel mogelijk naar zuinigheid en bezuiniging werd gestreefd en dat ik er dus met kracht tegenop kwam dat aan mijn departement met geld gesmeten werd. Ruijs kroop weer in zijn schulp en kon dit doen, omdat de minister van Finantiën meedeelde dat hij juist een nota gereed had over de woningpolitiek. Dat zal weer een lollig kluifje worden.
Ik geloof dat ’t nu tijd wordt om eens met Nolens te gaan praten. De groote botsing kan nu niet langer uitblijven. Voorshands neem ik ’t geval niet al te tragisch op. Ze kunnen mij niet laten schieten zonder ’t geheele kabinet onmogelijk te maken!
maandag 27 april 2015
Eugène Delacroix -- 28 april 1853
• Eugène Delacroix (1798-1863) was een Franse schilder. Dagboekfragmenten en brieven van zijn hand zijn verzameld in Ik heb het niet over middelmatige mensen (vertaling: Joop van Helmond).
Donderdagochtend 28 april. [1853] – Er moet een hoop worden opgeofferd om een schilderij volledig tot zijn recht te laten komen en ik geloof dat ik dat vaak doe, maar ik kan het nu eenmaal niet uitstaan wanneer de kunstenaar op de voorgrond treedt. Toch zijn er een hoop erg mooie dingen ontstaan door overdrijving in effectbejag; zoals onder meer het werk van Rembrandt en in ons land dat van Decamps. Die overdrijving ligt in hun aard en stoort in hun werk niet. Deze overweging komt bij me op als ik kijk naar mijn portret van M. Bruyas; Rembrandt zou alleen het hoofd hebben laten zien; de handen zouden net als de kleren amper zijn weergegeven. Zonder te willen beweren dat ik de voorkeur geef aan de methode om alle voorwerpen al naargelang hun belang weer te geven, want ik heb grote bewondering voor Rembrandt, denk ik dat ik me onbeholpen zou voelen als ik dat soort effecten zou uitproberen. Ik sta in dat opzicht meer aan de kant van de Italianen. Veronese is het nec plus ultra in de getrouwe weergave van alle onderdelen in het schilderij; datzelfde geldt voor Rubens, en hij heeft in de pathetische onderwerpen misschien op de roemrijke Paolo voor dat hij, door middel van een zekere overdrijving, de aandacht op het hoofdonderwerp weet te vestigen en zo de zeggingskracht weet te vergroten. In die aanpak schuilt daarentegen iets gekunstelds dat net zo sterk of misschien wel beter voelbaar is dan de dingen die Rembrandt opoffert, en dan de vaagheid die hij zo opvallend laat overheersen in minder belangrijke onderdelen. Wat mijn eigen werk aangaat, vind ik het een noch het ander bevredigend. Ik wil eigenlijk het liefst – en ik geloof dat vaak te hebben bereikt – dat kunstgrepen nergens zichtbaar worden, maar niettemin de aandacht naar de plek wordt getrokken waar die moet liggen; hetgeen, nogmaals, alleen te bereiken is door dingen op te offeren; maar dat moet met oneindig veel meer verfijning gebeuren dan in de stijl van Rembrandt, wil het tegemoetkomen aan mijn streven. [...]
Donderdagochtend 28 april. [1853] – Er moet een hoop worden opgeofferd om een schilderij volledig tot zijn recht te laten komen en ik geloof dat ik dat vaak doe, maar ik kan het nu eenmaal niet uitstaan wanneer de kunstenaar op de voorgrond treedt. Toch zijn er een hoop erg mooie dingen ontstaan door overdrijving in effectbejag; zoals onder meer het werk van Rembrandt en in ons land dat van Decamps. Die overdrijving ligt in hun aard en stoort in hun werk niet. Deze overweging komt bij me op als ik kijk naar mijn portret van M. Bruyas; Rembrandt zou alleen het hoofd hebben laten zien; de handen zouden net als de kleren amper zijn weergegeven. Zonder te willen beweren dat ik de voorkeur geef aan de methode om alle voorwerpen al naargelang hun belang weer te geven, want ik heb grote bewondering voor Rembrandt, denk ik dat ik me onbeholpen zou voelen als ik dat soort effecten zou uitproberen. Ik sta in dat opzicht meer aan de kant van de Italianen. Veronese is het nec plus ultra in de getrouwe weergave van alle onderdelen in het schilderij; datzelfde geldt voor Rubens, en hij heeft in de pathetische onderwerpen misschien op de roemrijke Paolo voor dat hij, door middel van een zekere overdrijving, de aandacht op het hoofdonderwerp weet te vestigen en zo de zeggingskracht weet te vergroten. In die aanpak schuilt daarentegen iets gekunstelds dat net zo sterk of misschien wel beter voelbaar is dan de dingen die Rembrandt opoffert, en dan de vaagheid die hij zo opvallend laat overheersen in minder belangrijke onderdelen. Wat mijn eigen werk aangaat, vind ik het een noch het ander bevredigend. Ik wil eigenlijk het liefst – en ik geloof dat vaak te hebben bereikt – dat kunstgrepen nergens zichtbaar worden, maar niettemin de aandacht naar de plek wordt getrokken waar die moet liggen; hetgeen, nogmaals, alleen te bereiken is door dingen op te offeren; maar dat moet met oneindig veel meer verfijning gebeuren dan in de stijl van Rembrandt, wil het tegemoetkomen aan mijn streven. [...]
Susan Sontag -- 27 april 1958
• Reborn bevat (dagboek)notities van schrijfster Susan Sontag (1933-2004) uit de periode 1947-1963.
26 april 1958
Misselijk, koortsig en raak de greep op mezelf kwijt. Deze passie is een ziekte! Net wanneer ik denk dat ik mezelf weer wat in de hand heb, erbovenop krabbel, steekt die ziekte weer de kop op en krijg ik een stoot onder de gordel... Ik heb lopen denken dat ik minder verliefd was op H; deze affaire doet me beslist geen goed, en haar voortdurende aanvallen op mijn zelfbeeld - of het nu om mijn culinaire voorkeuren gaat (denk maar aan die dag in Sevilla, toen we door de Calle Sierpes liepen nadat ik een amandelmelk had gehad en ze verklaarde dat ik 'geen verfijnde inborst' had) - of om kunst of mensen, mijn gedrag in het openbaar, mijn seksuele behoeftes -raken me in mijn liefde. Ik maak mezelf wijs dat ze met haar vijandige houding en ordinaire gedrag mijn liefde voor haar kapotmaakt, dat ik het slechts hoef te laten gebeuren en dan weer vrij zal zijn, vrij maar droevig. Maar zo is het niet...
27 april 1958
Lees: Torrents of Spring van Hemingway; Oblomov [van Ivan Gontsjarov]; De Profundis [van Oscar Wilde].
'Alle processen zijn processen over ons leven, net zoals alle vonnissen doodvonnissen zijn.' (Wilde)
26 april 1958
Misselijk, koortsig en raak de greep op mezelf kwijt. Deze passie is een ziekte! Net wanneer ik denk dat ik mezelf weer wat in de hand heb, erbovenop krabbel, steekt die ziekte weer de kop op en krijg ik een stoot onder de gordel... Ik heb lopen denken dat ik minder verliefd was op H; deze affaire doet me beslist geen goed, en haar voortdurende aanvallen op mijn zelfbeeld - of het nu om mijn culinaire voorkeuren gaat (denk maar aan die dag in Sevilla, toen we door de Calle Sierpes liepen nadat ik een amandelmelk had gehad en ze verklaarde dat ik 'geen verfijnde inborst' had) - of om kunst of mensen, mijn gedrag in het openbaar, mijn seksuele behoeftes -raken me in mijn liefde. Ik maak mezelf wijs dat ze met haar vijandige houding en ordinaire gedrag mijn liefde voor haar kapotmaakt, dat ik het slechts hoef te laten gebeuren en dan weer vrij zal zijn, vrij maar droevig. Maar zo is het niet...
27 april 1958
Lees: Torrents of Spring van Hemingway; Oblomov [van Ivan Gontsjarov]; De Profundis [van Oscar Wilde].
'Alle processen zijn processen over ons leven, net zoals alle vonnissen doodvonnissen zijn.' (Wilde)
zondag 26 april 2015
Hengameh -- 26 april 2007
Hengameh was in 2007 vijftien jaar oud. Deze dagboekfragmenten zijn te lezen in de serie 'Mein Tagebuch' bij Der Spiegel.
7. Februar 2007
Hey.
Das Internet sagt, ich werde am 03. Juni 2070 sterben. Ich glaub nicht, dass es stimmt. Bei den Bedingungen, die ich ertragen muss, sind es 20 bis 30 Jährchen vorher. Ich darf vielleicht Freitag nicht zur Klassenparty. :'( :'( :'( !!! Warum? Das wüsst ich auch mal gern.
26. April 2007
Jonas ist so supi... Ich muss das ganze WE irgendwie ON sein, weil er da ON gehen wollte. xD Mann, aber der will, glaub ich, was von Nele! (Alter: Fast alle, von denen ich mal was wollte, sind in sie!) Aber was soll's: mit MIR kann man das ja machen... =( Grund genug, Emo zu werden! xD
Aber ich hab voll die Argumente, Emo zu werden:
- die Sache halt mit den Jungs
- ich hab kein eigenes Zimmer
- I don't like my mother
- ich bin dick, klein & hässlich
- man kann meine Ohren langziehen xD
- ich hab kein Internet im Zimmer
Aber ich mag Emos ned. Das ist halt die Sache. Aber was soll's: Man soll immer zufrieden sein, mit was man hat.
9. Mai 2007
Das mit dem Silbermond-Konzi [concert] läuft nicht (leider). Sonst darf ich nicht nach Dänemark und zur Klassenfahrt und circa zwei Wochen später [in den] Iran.
Also dieses Jahr kommt das große Shoppen nicht, aber ich kann damit leben. Man muss auch Opfer bringen. Mein Gott, dann wird's halt nix mit den tollen Chucks!
Ich mag voll gern "Dear Mr. President" von Pink. Ich mochte es auch, bevor es berühmt war. Das ist sooo toll... Ich hasse Bush voll. So 'nen dummen Wichser haben sie ja auch nochmal gewählt! Nur weil Carry in der Wahl aufgegeben hat?! Kein Mensch ist glücklich wegen dem! Man muss ja mal den Text durchlesen. Pink hat Recht, sie spricht allen aus der Seele! Ich nehme mir vor, auch einen Anti-Bush-Text zu schreiben. Das will ich unbedingt.
Hat Bush keine Freunde/Freizeit, um seine Aggressionen auszulassen?! Pink ist 'ne große Frau, ehrlich. Sie hat es ausgenutzt: SIE kann mit diesem Text was erreichen, sie ist öffentlich... wir kämen nicht sehr weit, weißt du? Aber wer nicht kämpft, kann nur verlieren! Also immer dranbleiben muss man! Ich will was bewegen, bevor ich sterbe! Ehrlich: Sei es auch nur eine Erweiterung der Schulordnung!
Die Welt soll etwas besser werden, bevor ich gehe... Bush muss weg, die Nazis auch. Generell kein Rassissmus. Auch die Gewalt sollte reduziert werden, die Drogen, der Alkohol... Aber dazu muss man was tun!
Ich will die Äthiopien-Aktion auf jeden durchziehen, hab auch ganz korrekt meine Stimme gegen Armut abgegeben. Man muss der Regierung Druck machen! Das ist mir nicht egal, was da alles abgeht... Warum werden Menschen vergewaltigt?
Kann man nichts dagegen tun? Ich verstehe das nicht. So viele Menschen sind zu egoistisch! Denken nur an sich! Vor allem die Emos (voll ironisch): hassen sich, sind aber die ganze Zeit damit beschäftigt, wie sie sich traurig machen können! Das find ich voll schlecht!
Vegetarier sind auch nicht schlimm. Außerdem: Ich versuche seit kurzem McDonald's so gut wie möglich zu vermeiden. Bin auf Burger King umgestiegen. Danach kommt Subway, aber weil das so teuer ist, geht man nach 'ner Zeit lieber zum Bäcker oder Dönermann. Man kann schon mit Mülltrennung was durchsetzen!
7. Februar 2007
Hey.
Das Internet sagt, ich werde am 03. Juni 2070 sterben. Ich glaub nicht, dass es stimmt. Bei den Bedingungen, die ich ertragen muss, sind es 20 bis 30 Jährchen vorher. Ich darf vielleicht Freitag nicht zur Klassenparty. :'( :'( :'( !!! Warum? Das wüsst ich auch mal gern.
26. April 2007
Jonas ist so supi... Ich muss das ganze WE irgendwie ON sein, weil er da ON gehen wollte. xD Mann, aber der will, glaub ich, was von Nele! (Alter: Fast alle, von denen ich mal was wollte, sind in sie!) Aber was soll's: mit MIR kann man das ja machen... =( Grund genug, Emo zu werden! xD
Aber ich hab voll die Argumente, Emo zu werden:
- die Sache halt mit den Jungs
- ich hab kein eigenes Zimmer
- I don't like my mother
- ich bin dick, klein & hässlich
- man kann meine Ohren langziehen xD
- ich hab kein Internet im Zimmer
Aber ich mag Emos ned. Das ist halt die Sache. Aber was soll's: Man soll immer zufrieden sein, mit was man hat.
9. Mai 2007
Das mit dem Silbermond-Konzi [concert] läuft nicht (leider). Sonst darf ich nicht nach Dänemark und zur Klassenfahrt und circa zwei Wochen später [in den] Iran.
Also dieses Jahr kommt das große Shoppen nicht, aber ich kann damit leben. Man muss auch Opfer bringen. Mein Gott, dann wird's halt nix mit den tollen Chucks!
Ich mag voll gern "Dear Mr. President" von Pink. Ich mochte es auch, bevor es berühmt war. Das ist sooo toll... Ich hasse Bush voll. So 'nen dummen Wichser haben sie ja auch nochmal gewählt! Nur weil Carry in der Wahl aufgegeben hat?! Kein Mensch ist glücklich wegen dem! Man muss ja mal den Text durchlesen. Pink hat Recht, sie spricht allen aus der Seele! Ich nehme mir vor, auch einen Anti-Bush-Text zu schreiben. Das will ich unbedingt.
Hat Bush keine Freunde/Freizeit, um seine Aggressionen auszulassen?! Pink ist 'ne große Frau, ehrlich. Sie hat es ausgenutzt: SIE kann mit diesem Text was erreichen, sie ist öffentlich... wir kämen nicht sehr weit, weißt du? Aber wer nicht kämpft, kann nur verlieren! Also immer dranbleiben muss man! Ich will was bewegen, bevor ich sterbe! Ehrlich: Sei es auch nur eine Erweiterung der Schulordnung!
Die Welt soll etwas besser werden, bevor ich gehe... Bush muss weg, die Nazis auch. Generell kein Rassissmus. Auch die Gewalt sollte reduziert werden, die Drogen, der Alkohol... Aber dazu muss man was tun!
Ich will die Äthiopien-Aktion auf jeden durchziehen, hab auch ganz korrekt meine Stimme gegen Armut abgegeben. Man muss der Regierung Druck machen! Das ist mir nicht egal, was da alles abgeht... Warum werden Menschen vergewaltigt?
Kann man nichts dagegen tun? Ich verstehe das nicht. So viele Menschen sind zu egoistisch! Denken nur an sich! Vor allem die Emos (voll ironisch): hassen sich, sind aber die ganze Zeit damit beschäftigt, wie sie sich traurig machen können! Das find ich voll schlecht!
Vegetarier sind auch nicht schlimm. Außerdem: Ich versuche seit kurzem McDonald's so gut wie möglich zu vermeiden. Bin auf Burger King umgestiegen. Danach kommt Subway, aber weil das so teuer ist, geht man nach 'ner Zeit lieber zum Bäcker oder Dönermann. Man kann schon mit Mülltrennung was durchsetzen!
donderdag 23 april 2015
Samuel Pepys -- 24 april 1661
• Samuel Pepys (1633–1703) was een Britse hoge ambtenaar, die beroemd is geworden vanwege zijn dagboeken.
Wednesday 24 April 1661
Waked in the morning with my head in a sad taking through the last night’s drink, which I am very sorry for; so rose and went out with Mr. Creed to drink our morning draft, which he did give me in chocolate to settle my stomach. And after that I to my wife, who lay with Mrs. Frankelyn at the next door to Mrs. Hunt’s.
And they were ready, and so I took them up in a coach, and carried the ladies to Paul’s, and there set her down, and so my wife and I home, and I to the office.
That being done my wife and I went to dinner to Sir W. Batten, and all our talk about the happy conclusion of these last solemnities.
After dinner home, and advised with my wife about ordering things in my house, and then she went away to my father’s to lie, and I staid with my workmen, who do please me very well with their work.
At night, set myself to write down these three days’ diary, and while I am about it, I hear the noise of the chambers, and other things of the fire-works, which are now playing upon the Thames before the King; and I wish myself with them, being sorry not to see them.
So to bed.
Wednesday 24 April 1661
Waked in the morning with my head in a sad taking through the last night’s drink, which I am very sorry for; so rose and went out with Mr. Creed to drink our morning draft, which he did give me in chocolate to settle my stomach. And after that I to my wife, who lay with Mrs. Frankelyn at the next door to Mrs. Hunt’s.
And they were ready, and so I took them up in a coach, and carried the ladies to Paul’s, and there set her down, and so my wife and I home, and I to the office.
That being done my wife and I went to dinner to Sir W. Batten, and all our talk about the happy conclusion of these last solemnities.
After dinner home, and advised with my wife about ordering things in my house, and then she went away to my father’s to lie, and I staid with my workmen, who do please me very well with their work.
At night, set myself to write down these three days’ diary, and while I am about it, I hear the noise of the chambers, and other things of the fire-works, which are now playing upon the Thames before the King; and I wish myself with them, being sorry not to see them.
So to bed.
Abonneren op:
Posts (Atom)







