woensdag 29 oktober 2014

Jan Wolkers -- 30 oktober 1972

• Jan Wolkers (1925-2007) was een Nederlandse schrijver en kunstenaar. De dagboeken die hij in de jaren '70 bijhield zijn vrijwel allemaal uitgegeven.

Maandag 30 oktober 1972
In 'Spitsuur Amsterdam' heeft een van de mensen van de redactie het over het interview met mij dat in Filmfan staat met een fragment uit mijn nieuwe roman De Walgvogel.
Als ik om zes uur Maria en Karina naar Engels heb gebracht, loop ik door de Leidsestraat naar Americain. Een jong meisje spreekt me aan. Vraagt of ik van de televisie ben. Ze heeft me wel eens gezien. Ze is erg mooi, heeft amandelvormige ogen, amberkleurig. Lijkt erg op Marijke. Ziet eruit als zeventien maar is veertien. Ze zit op de Mavo en zegt dat ze secretaresse wil worden. Aan de leestafel even de kranten ingekeken. Daarna naar het Nieuwscentrum. Een van de redacteuren van Filmfan geeft me vast het eerste nummer met het interview. Erg goed.

Dinsdag 31 oktober 1972
Haal het ontwerp voor het omslag voor de Nieuwsbrief van het Palestina Komitee terug. Zeg geen woord tegen die klootzakken.
Begin weer, na een onderbreking van een maand, aan De Walgvogel: 'Het Panorama Mesdag'.

Woensdag 1 november 1972
Om één uur receptie ter gelegenheid van het verschijnen van Filmfan. Bij het Athenaeum Nieuwscentrum.
De hele meute van draaiers en schipperaars en rechts tuig werpt zich op Groeneveld.
Nog geen vrede in Vietnam. Precies wat ik verwachtte. Ik hoop dat de Vietcong voor de Amerikaanse verkiezingen de boel platwalst.

dinsdag 28 oktober 2014

Monique van de Ven -- 29 oktober 1982

• Monique van de Ven (1952) is een Nederlandse actrice. In 1982 hield ze op verzoek van NRC Handelsblad een 'Hollands dagboek' bij, ter gelegenheid van de première van haar film Ademloos.

Vrijdag
Word wakker, en denk: hè, nee! Met loden benen hijs ik me in bad, en langzaam begin ik m'n tempo te verhogen. M'n gekreukeld gezicht ontplooit zich als ik nog wat kritieken lees. Voorbespreking tv-programma Sonja B. Hol naar bank waar m'n geld uit ondergrondse tunnels wordt gezogen. Zoek 'n boeket bloemen uit voor Joop A., want vind altijd dat je je bewondering moet laten blijken. Veel te vaak wordt dat uitgesteld. Het goeie voornemen belandt op een lijstje, wordt overgeschreven op een nieuw lijstje, wordt overgeschreven op een nieuw lijstje...
Boterhammetje met kaas. Duw woorden tot zinnen door kabel over oceaan naar J. in Californië. Naar Hilversum, rij nu zelf, dus even zoeken. Prima interview Hans v. W.; Punt uit.
Op weg naar Arnhem. Zie onderweg afslag Apeldoorn, Ermelo, Clenk terug aan: feestelijke ontvangst in psychiatrisch ziekenhuis Veldwijk t.g.v. opening theaterzaal en vertoning 'Ademloos': Burgemeesters, bestuursleden, kortom: nette pakken. Zaal vol personeel, patiënten, ongeduldig enthousiasme. Plezier mensen met wat handtekeningen. Film begint: licht uit, geen geluid. Licht aan, film stopt. Licht uit, licht aan. Gelach, pauze. De fanfare improviseert, wij ook; er worden vanuit de zaal vragen gesteld als: Bent U verliefd op de kapitein van de Liefdesboot?
Linda, Mady en ik proberen zo goed mogelijk antwoord te geven. Ondertussen: Er komt een Man uit de Grote Stad om de projektor draaiend te krijgen.
Twee uur later: film begint. Geluid luid, alsof er continu twee intercitytreinen om de feestzaal razen. Onvergetelijke avond. Arnhem: Willen hapje eten. Mady wil Balkan, ik wil wild. Het wordt: een open haardvuur, een goed glas wijn... dus Balkan. Discussie met publiek na afloop van voorstelling bevestigt onze indruk: ontroering.
Met toneelschoolmensen naar stamcafé. Heimwee naar die tijd slaat toe.
's Nachts heel laat loop ik in het donker de trap op en schrik me een hartverlamming: Rupert haalt uit door de spijlen van de trap. Eet nog een gekregen bonbon en schrijf met volle mond en één oog dicht...

Lev Tolstoj -- 28 oktober 1910

• Lev (Leo) Nikolajevitsj Tolstoj (1828–1910) was een Russische schrijver die veel invloed heeft gehad op de Russische literatuur en politiek. Hieronder de brief die hij zijn vrouw schreef toen hij haar na 48 jaar verliet. Hij overleed drie weken later, op 20 november.

October 28, 1910, 4:00 a.m.
My departure will grieve you, I am sorry for that, but please understand and believe that I could not act otherwise. My position in the house is becoming and has become unbearable. Apart from everything else, I can no longer live in these conditions of luxury in which I have heen living, and I am doing what old men of my age commonly do: leaving this worldly life in order to live out my last days in peace and solitude.
Please try to understand and do not follow me if you learn where I am. Your coming would only make your position and mine worse and would not alter my decision. I thank you for your honorable forty-eight years of life with me, and I beg you to forgive me for anything in which I have been at fault toward you, as I with all my soul forgive you for any wrong you have done me. I advise you to reconcile yourself with the new position in which my departure places you and not to have an unkindly feeling toward me. If you want to report anything to me, give it to Sasha. She will know where I am and will send on what is necessary; but she can't tell you where I am for I have made her promise not to tell anyone.

zondag 26 oktober 2014

Peter R. de Vries -- 27 oktober 2005

Peter R. de Vries (1956) is een Nederlandse misdaadverslaggever. In 2005, toen hij kortstondig lijsttrekker was van een door hem opgerichte politieke partij, hield hij op verzoek van NRC Handelsblad een 'Hollands dagboek' bij.

Donderdag [27 oktober]
Dat het opzetten van een nieuwe partij niet alleen gezelligheid met zich meebrengt, blijkt vandaag. Er ontstaat een binnenbrandje over het artikel in De Telegraaf van gisteren. Jan Nagel vindt het overigens net als wij frappant dat uit de Telegraaf-enquête blijkt dat 41 procent van de ondervraagden mij een `aanwinst' in de politiek vindt, terwijl wij aanstaande maandag juist naar buiten wilden brengen dat aan het einde van onze zesweekse campagne (op 16 december) 41 procent van de kiesgerechtigden mij `een aanwinst' moet vinden, willen wij doorgaan. 41 procent is de meerderheid van de 80 procent die bij de vorige Tweede-Kamerverkiezingen zijn stem heeft uitgebracht. Jan schrijft in een mailtje dat hij de berichtgeving `ronduit ergerlijk' vindt, want te vroeg. Dat De Telegraaf het heeft over exact 41 procent en ook het feit dat ik `een aanwinst' zou zijn, heeft zijn argwaan gewekt. `Dat is niet toevallig, dat moet dus gecommuniceerd zijn. We zouden dat pas maandag doen. We moeten elkaar wel volledig kunnen vertrouwen...', aldus Nagel. Kennelijk verdenkt hij ons van een stiekem een-tweetje met De Telegraaf, wat mij in het verkeerde keelgat schiet. Daar is geen sprake van! Peter Schouten en ik waren net zo verbluft over het artikel als hij. Er volgen een paar verhitte mailtjes, waarin ik Jan zeg wat ik van deze `insinuatie' vind. Jan schrijft terug dat hij mijn verontwaardigde reactie `niet die van een echte leider' vindt. Nou dan maar niet. `Dat heb je zelf veroorzaakt', repliceer ik. De opponenten die zich nu vergenoegd in de handen wrijven dat het gelazer al weer is begonnen bij die nieuwe partij moet ik teleurstellen: de vrede was weer gauw getekend, juist omdat we eerlijk tegen elkaar zijn.

's Middags belt Jac uit Amerika. Ze heeft het met de kids enorm naar haar zin, maar ze zijn wel benieuwd wat er hier allemaal gebeurt. Royce gromt als hij hoort dat ik gisteravond weer een duik op hem ben uitgelopen. Hij is mijn vaste duikbuddy, maar we hebben ook altijd wat sportieve competitie met elkaar.

's Avonds anderhalf uur `kracht'-getraind in de sportschool en daarna snel op mijn thuiskantoor me aan de voorbereiding van de persconferentie gezet.

Peter Handke -- 26 oktober 1976

• De Oostenrijkse schrijver Peter Handke (1942) publiceerde in 1977 een journaal onder de titel Das Gewicht der Welt - door Hans Hom in het Nederlands vertaald als De last van de wereld.

Van iemand die besloten had om eens een tijdlang alleen te leven werd gezegd: Waarom verstopt hij zich eigenlijk?'

De hebbelijkheid van mij om soms met raadgevingen en aanmoedigingen in de toekomst van anderen in te grijpen: als wilde ik voor plaatsvervangers zorgen voor iets wat ik in mij zelf niet kan ontwikkelen

Terwijl ik de ramen aan het lappen ben hoor ik vanaf de straat voor me klappen; maar het waren maar op sandalen langsrennende kinderen (de noodzaak ten minste éénmaal per dag een mooie zinsbegoocheling te hebben, opdat dat saaie naast- en na elkaar een beetje in elkaar schuift)

Toen ik geprezen werd, had ik de voorstelling dat ik iedereen mijn profiel moest laten zien

Het grote aantal rijschoolauto's in de stille voorsteden

Na een deprimerende, als dove dag, waarop ook 's avonds niets opklaart: ook al zou me nu de verlichting ten deel vallen - deze dag is door niets meer te redden ('Waar hangt mijn ziel uit vandaag?' - En: 'Dat kunnen nog leuke dromen worden!')

Mensen verbieden om in mijn bijzijn woorden als 'vleesboom' te gebruiken.

woensdag 22 oktober 2014

Richard Grayson -- 23 oktober 1971

• De Amerikaanse schrijver Richard Grayson (1951) houdt al bijna zijn leven lang een dagboek bij. Fragmenten uit de jaren '70 staan hier online.

Saturday, October 23, 1971
Things are really hard for me. I cry all the time. This morning I was crying soon after I woke up. Dad walked into my room and said, “Those who try to get sympathy only get contempt.”

That made me feel even worse and I just lay in bed until noon, crying, only softly, muffling myself with my pillow. Dad said I’m too old to cry (“You’re going to be 21”), but I think I’ve just gotten old enough to be hurt badly enough to cry this much.

My cold has now broken out and my nose is all stuffed. I just don’t feel like living anymore. I want to die.

Yesterday I went to Kings Plaza and got my horoscope from a computer. It read: “Your love life will change for the better in all respects . . . Beware of close friends, rainy streets, and extracurricular activities . . . Forget the past: You are on the right track. Stay there.”

It sounds favorable, but I have no desire to see if any of it comes true. I don’t think I’ve ever been this unhappy. Unlike what Dad thought, I’m not crying for sympathy, I’m crying because that’s what I feel like doing.

Get a hold of yourself, I tell myself, and I do, for a couple of hours, and then – pow! – it hits me and I get sick or have an anxiety or just feel so damn lonely. It seems that everyone has someone but me.

I dragged myself to the movies and even saw Boys in the Band for the third time; it does improve with age. Alice called when I arrived home; she’s a good friend. She said there’s nothing I can do about Shelli except leave her alone to make up her mind.

But while cleaning my room, Gisele said I should sleep with Shelli “since you can’t really lose anything anymore.” She laughed when I asked if she knew any voodoo curses and then told me about a spurned wife she knew back in Haiti who put a curse on her husband and another woman so they “stuck together like dogs” when they had sex and couldn’t be pried apart.

dinsdag 21 oktober 2014

Keith Vaughan -- 22 oktober 1944

• Keith Vaughan (1912-1977) was een Britse schilder. Zijn dagboeken zijn in het Nederlands vertaald door Harry Oltheten, onder de titel Dagboek 1939-1977.

22 oktober 1944 P. is negentien en de jongste hier. Hij heeft een fris gezicht, verlegen ogen en dik kastanjebruin haar. Hij zit ineengedoken in de leunstoel bij de kachel met zijn enorme laarzen in de witte as. Hij zorgt ervoor dat hij zijn ogen steeds op de grond gericht houdt, maar schijnt toch intens te luisteren naar alles om hem heen. Als iemand het woord tot hem richt kijkt hij glimlachend op, een en al verlegenheid. De oudere garde plaagt en koestert hem maar hij glimlacht alleen maar en zegt niets.
Aanvankelijk kreeg hij wachtdienst maar toen hij op een koude nacht ineengekruld en diep in slaap werd gevonden op de vloer van het wachthuisje kreeg hij achtentwintig dagen detentie en mocht toen hij terugkwam af en toe een gevangene escorteren.
Op een dag kreeg hij een brief van zijn moeder. Die was in een 'ijverig' kinderhandschrift en duidelijk meermalen herschreven. Ze had niets meer van hem gehoord en was bezorgd. De kapitein liet hem komen. Bleek en bang ging hij naar binnen en furieus blozend kwam hij even later naar buiten. Zijn anders zo gladde onschuldige gezicht bood een vreemde ruwe aanblik alsof diep in zijn binnenste iets heftigs was ontwaakt dat naar buiten wilde.
Hij is analfabeet. Het schijnt dat men hem op de een of andere manier bij lees- en schrijflessen over het hoofd heeft gezien. Op zijn veertiende ging hij werken in een staalfabriek waar hij metalen platen die uit een machine kwamen moest pakken en opstapelen. Later sneed hij met een brander schroot in nette stukken opdat ze opnieuw gesmolten konden worden. Zijn papieren zeggen 'zeer povere scholing' Een formulier (vertrouwelijk) meldt: 'Ontbeert intelligentie en opleiding. Kan niet lezen en schrijven. Heeft weinig talent.'
Officieel wordt zijn baantje in vredestijd benoemd als 'schrootjongen. Wat wordt er van schrootjongens in de nieuwe wereld? Kunnen ze omgesmolten worden tot een nuttig ingrediënt voor de Wiederaufbau?