Brentwood, dinsdag 1 oktober 1940
De gisteren door een Franse brief uit Kaapstad gekomen bevestiging van de zelfmoord van Ter Braak bij de inval van de Duitsers in Holland doet me diepe pijn. Misschien was zijn opstel over 'Lotte' zijn laatste werkstuk. Mijn brief zal hem niet meer bereikt hebben. De vrienden vallen. De woestijn rukt op. [...] Het Griekse schip waarmee Heinrich en Golo moeten komen, wordt veilig genoemd. Problematiek van Moni's toekomst. Zorgelijk ook Heinrich's gezellin. - Nieuwe Britse vliegtuigen van groot formaat die een effectief afweermiddel lijken te zijn. 4 uur durend bombardement van Berlijn. De goede Führer neemt mensen in zijn kelders op en spreekt tot hen. De Duitse bladen verklaren dat de honger Engeland zal vellen. (Voorbereiding op de eigen honger.) Spanje staat trouw aan de kant van de As[-mogendheden], maar wil niet aan de oorlog deelnemen voordat Engeland volkomen verzwakt is. Volledige stilstand, naar het lijkt, van de Egyptische veldtocht van de Italianen. — Ter Braak heeft zich in de nacht van de 14de op de 15de mei gedood. Op de 15de volgde hem de Holl. romancier E. du Perron. H. Marsman kwam eind juni bij de torpedering van de 'Ber[e]nice' om.
Thomas Mann (1875-1955) was een Duitse schrijver. Hij hield zijn leven lang een dagboek bij. Gedeeltes daaruit zijn in het Nederlands vertaald (door Paul Beers) in Duitsland heeft me nooit met rust gelaten. Amerikaans dagboek 1940-1948.
maandag 30 september 2013
zondag 29 september 2013
Randy Newman -- 30 september 1994
Vrijdag 30 september
Rond half zeven vanochtend landden we op Schiphol en tegen het eind van de middag had ik er al een stuk of drie interviews op zitten. Ze laten er in Holland geen gras over groeien, zeg. Waar heb ik al deze belangstelling toch aan te danken? Per slot van rekening is er in geen tijden meer een plaat van mij verschenen. Ik kan het eigenlijk nog steeds niet bevatten dat ik nu hier ben voor een theatertournee van liefst dertien concerten. De komende twee weken zal ik vanuit mijn tijdelijke standplaats Amsterdam het land doorkruisen tot aan Groningen en Maastricht toe. Alleen Nijmegen ontbreekt ditmaal op het programma. Moeten ze me daar in de bergen soms niet meer?
Op het gevaar af slijmerig over te komen, wil ik toch eerst even kwijt dat Nederland een speciale plek in mijn hart inneemt. Per slot van rekening was dit het eerste land ter wereld waar mij enige erkenning ten deel viel en daarbij heeft het publiek zich de afgelopen twintig jaar buitengewoon loyaal betoond. Bovendien zou ik me geen alerter en attenter gehoor kunnen wensen. Mijn teksten worden hier uitstekend begrepen, terwijl we er ook nog eens hetzelfde gevoel voor humor op na blijken te houden, wat in de Verenigde Staten toch wel even iets anders ligt. Vandaar dat ik deze tournee niet eerst en vooral vanwege het geld doe, al laat ik mij er daarom natuurlijk niet minder goed voor betalen. Ik ga heus niet de grote mogol uithangen.
Randy Newman (1943) is een Amerikaanse zanger. In 1994 hield hij een 'Hollands Dagboek' bij.
Rond half zeven vanochtend landden we op Schiphol en tegen het eind van de middag had ik er al een stuk of drie interviews op zitten. Ze laten er in Holland geen gras over groeien, zeg. Waar heb ik al deze belangstelling toch aan te danken? Per slot van rekening is er in geen tijden meer een plaat van mij verschenen. Ik kan het eigenlijk nog steeds niet bevatten dat ik nu hier ben voor een theatertournee van liefst dertien concerten. De komende twee weken zal ik vanuit mijn tijdelijke standplaats Amsterdam het land doorkruisen tot aan Groningen en Maastricht toe. Alleen Nijmegen ontbreekt ditmaal op het programma. Moeten ze me daar in de bergen soms niet meer?
Op het gevaar af slijmerig over te komen, wil ik toch eerst even kwijt dat Nederland een speciale plek in mijn hart inneemt. Per slot van rekening was dit het eerste land ter wereld waar mij enige erkenning ten deel viel en daarbij heeft het publiek zich de afgelopen twintig jaar buitengewoon loyaal betoond. Bovendien zou ik me geen alerter en attenter gehoor kunnen wensen. Mijn teksten worden hier uitstekend begrepen, terwijl we er ook nog eens hetzelfde gevoel voor humor op na blijken te houden, wat in de Verenigde Staten toch wel even iets anders ligt. Vandaar dat ik deze tournee niet eerst en vooral vanwege het geld doe, al laat ik mij er daarom natuurlijk niet minder goed voor betalen. Ik ga heus niet de grote mogol uithangen.
Randy Newman (1943) is een Amerikaanse zanger. In 1994 hield hij een 'Hollands Dagboek' bij.
zaterdag 28 september 2013
Peter Handke -- 29 september 1976
Na een moeilijke nacht de dromen de revu te laten passeren en achteraf het gevoel hebben op een bepaald punt werkelijk lijfelijk in gevaar te zijn geweest
Donder in de morgen: een echt geblaas op het eind, en dan een gebrom, heel dichtbij; dan weer een donderslag, heel lang, die langs de hele hemel gaat - en dan weer terugkomt, omkeert!, en na lange tijd heel ergens anders ophoudt
Tevredenheid: bij een bushalte in de warme zon met een kind op een stoepje zitten wachten
Bij het kinderpartijtje met de beminnelijke, geroutineerde, hun levensspel zo op het oog met vaste hand afwikkelende bourgeois-vrouwen in de tuin: het oude gevoel me in zo'n soort gezelschap uit te sloven, en toch steeds de verkeerde dingen te doen, nodig een handje te helpen, gedwongen vriendelijk te doen tegen deze vreemden en hun voor mij nog vreemdere kinderen, die bij voorbeeld vijandig en stijf op een kluitje zitten of hun schiet- en vechtspelletjes bedrijven, waarbij mijn als afgedaan veronderstelde besef weer bij me bovenkomt tot de lagere standen te behoren, een onterechte parvenu uit een milieu te zijn dat die naam niet eens mag dragen
De onderwijzer wiens kind aan leukemie is overleden, heeft het hele jaar dat de ziekte duurde als hij lesgaf stil gebeden op de momenten dat hij niet sprak
De Oostenrijkse schrijver Peter Handke (1942) publiceerde in 1977 een journaal onder de titel Das Gewicht der Welt.
Donder in de morgen: een echt geblaas op het eind, en dan een gebrom, heel dichtbij; dan weer een donderslag, heel lang, die langs de hele hemel gaat - en dan weer terugkomt, omkeert!, en na lange tijd heel ergens anders ophoudt
Tevredenheid: bij een bushalte in de warme zon met een kind op een stoepje zitten wachten
Bij het kinderpartijtje met de beminnelijke, geroutineerde, hun levensspel zo op het oog met vaste hand afwikkelende bourgeois-vrouwen in de tuin: het oude gevoel me in zo'n soort gezelschap uit te sloven, en toch steeds de verkeerde dingen te doen, nodig een handje te helpen, gedwongen vriendelijk te doen tegen deze vreemden en hun voor mij nog vreemdere kinderen, die bij voorbeeld vijandig en stijf op een kluitje zitten of hun schiet- en vechtspelletjes bedrijven, waarbij mijn als afgedaan veronderstelde besef weer bij me bovenkomt tot de lagere standen te behoren, een onterechte parvenu uit een milieu te zijn dat die naam niet eens mag dragen
De onderwijzer wiens kind aan leukemie is overleden, heeft het hele jaar dat de ziekte duurde als hij lesgaf stil gebeden op de momenten dat hij niet sprak
De Oostenrijkse schrijver Peter Handke (1942) publiceerde in 1977 een journaal onder de titel Das Gewicht der Welt.
Adriaan Morriën -- 28 september 1986
(Lissabon, zondag 28 september) Na tien dagen in het appartementje te hebben gewoond, zijn wij uit Nazaré vertrokken. De eigenares van het pand kwam ons uitgeleide doen, een allervriendelijkste, aimabel gebruinde dame van omstreeks vijftig, die Engels met ons sprak en zich er, met een glimlach, over beklaagde dat de mensen in Portugal sinds de democratisering egoïstisch er en minder hoffelijk waren geworden. Zij maakte die opmerking als antwoord op de lof die wij de bewoners van Nazaré, oud en jong, hadden toegezwaaid. Bij het afscheid kuste zij ons, ook mij, na mij eerst toestemming te hebben gevraagd, waardoor aan de hartelijkheid van haar kus respect werd toegevoegd en het verschil in leeftijd tussen haar en mij werd bevestigd.
Onderweg, in de auto, met Janneke achter het stuur, dacht ik terug aan de lieve gestalten die ik in Nazaré had gezien, de bevallige bewegingen, de vriendelijke blikken, in een glimlachende verscheidenheid, alles regelrecht 'uit het volk'. Vanaf mijn uitkijkpost op het balkonnetje had ik veertien-, vijftienjarige jongens oudere vrouwen zien begroeten en kussen, vrouwen die klaarblijkelijk hun grootmoeders waren, althans tot hun familie of de vriendenkring van hun ouders behoorden. Ik had de hoffelijkheid bewonderd waarmee die jongens dat deden. Na het uitwisselen van begroeting en kus bleven zij enkele ogenblikken met hun grootmoeder staan praten, informeerden, kwam het mij voor, naar haar gezondheid, beantwoordden de vragen die hun werden gesteld en namen afscheid op de ridderlijke manier die zij stellig van hun vaders hadden afgekeken. 'Je stad en je grootmoeder moeten oud zijn,' zei ik tegen Janneke. 'Zo is het,' bevestigde zij.
Adriaan Morriën (1912-2002) was een Nederlandse schrijver. In Plantage Muidergracht zijn ook dagboeknotities van hem opgenomen.
Onderweg, in de auto, met Janneke achter het stuur, dacht ik terug aan de lieve gestalten die ik in Nazaré had gezien, de bevallige bewegingen, de vriendelijke blikken, in een glimlachende verscheidenheid, alles regelrecht 'uit het volk'. Vanaf mijn uitkijkpost op het balkonnetje had ik veertien-, vijftienjarige jongens oudere vrouwen zien begroeten en kussen, vrouwen die klaarblijkelijk hun grootmoeders waren, althans tot hun familie of de vriendenkring van hun ouders behoorden. Ik had de hoffelijkheid bewonderd waarmee die jongens dat deden. Na het uitwisselen van begroeting en kus bleven zij enkele ogenblikken met hun grootmoeder staan praten, informeerden, kwam het mij voor, naar haar gezondheid, beantwoordden de vragen die hun werden gesteld en namen afscheid op de ridderlijke manier die zij stellig van hun vaders hadden afgekeken. 'Je stad en je grootmoeder moeten oud zijn,' zei ik tegen Janneke. 'Zo is het,' bevestigde zij.
Adriaan Morriën (1912-2002) was een Nederlandse schrijver. In Plantage Muidergracht zijn ook dagboeknotities van hem opgenomen.
donderdag 26 september 2013
Cornelis Rijnsdorp -- 27 september 1940
27 september 1940
Ricarda Huch's Die Blütezeit der Romantik heeft nog niets van zijn frisheid verloren, na veertig jaar. Boven de strevingen van de romantiek zag ik telkens het woord uit de Spreuken: ‘Wie op zijn hart vertrouwt is een zot.’
Gisteren, onder het gapen, maakte ik onwillekeurig juist de mondstand die een zanger in de radio (grammofoonplaat) moest hebben gemaakt, toen hij die bepaalde, krachtige hoge toon uitbracht. Ik gaf me hiervan geen verstandelijke rekenschap, maar kreeg de wonderlijke sensatie, dat die zanger op dat ogenblik ineens uit mijn mond zong.
Dit dagboek zet een dunne lijn onder mijn dagelijks denk- en gevoelsleven en geeft mij het gevoel alsof ik iets vertrouwender en steviger door de dag ga, over die lijn heen.
Cornelis Rijnsdorp (1894-1982) was een Nederlands schrijver en recensent. Van 1940 t/m 1950 hield hij een 'literair dagboek' bij.
Ricarda Huch's Die Blütezeit der Romantik heeft nog niets van zijn frisheid verloren, na veertig jaar. Boven de strevingen van de romantiek zag ik telkens het woord uit de Spreuken: ‘Wie op zijn hart vertrouwt is een zot.’
Gisteren, onder het gapen, maakte ik onwillekeurig juist de mondstand die een zanger in de radio (grammofoonplaat) moest hebben gemaakt, toen hij die bepaalde, krachtige hoge toon uitbracht. Ik gaf me hiervan geen verstandelijke rekenschap, maar kreeg de wonderlijke sensatie, dat die zanger op dat ogenblik ineens uit mijn mond zong.
Dit dagboek zet een dunne lijn onder mijn dagelijks denk- en gevoelsleven en geeft mij het gevoel alsof ik iets vertrouwender en steviger door de dag ga, over die lijn heen.
Cornelis Rijnsdorp (1894-1982) was een Nederlands schrijver en recensent. Van 1940 t/m 1950 hield hij een 'literair dagboek' bij.
Benjamin Britten -- 26 september 1937
Sunday 26 September
Robert Medley & Rupert Doone take me by car down to Croutch in Kent where Brian & Frida Easdale have a cottage. It is a heavenly day & the country's refreshingly beautiful after yesterday's rain & the permanent London gloom. Lunch there & a grand walk in the afternoon. Jack Moeran comes over in the afternoon - & we all go to the old Golding Hop pub. & I get rather drunk on the most potent cyder - & I'm afraid behave somewhat freely! Back in town by 11.45.
Benjamin Britten (1913–1976) was een Engelse componist, pianist en dirigent. Zijn dagboeken uit zijn jonge jaren (1928-1938) zijn gepubliceerd als Journeying Boy.
Robert Medley & Rupert Doone take me by car down to Croutch in Kent where Brian & Frida Easdale have a cottage. It is a heavenly day & the country's refreshingly beautiful after yesterday's rain & the permanent London gloom. Lunch there & a grand walk in the afternoon. Jack Moeran comes over in the afternoon - & we all go to the old Golding Hop pub. & I get rather drunk on the most potent cyder - & I'm afraid behave somewhat freely! Back in town by 11.45.
Benjamin Britten (1913–1976) was een Engelse componist, pianist en dirigent. Zijn dagboeken uit zijn jonge jaren (1928-1938) zijn gepubliceerd als Journeying Boy.
dinsdag 24 september 2013
Alice Fletcher -- 25 september 1881
September 25, 1881
Breakfasted on corn beef and coffee. This 7. A.M. the bay mare balked, not a step would she go, so she was unharnessed. I had passed up the hill from the camping ground to save my weight in the pulling. As I was writing this journal, the mare made off for home, Wajapa running to head her off by the creek, the mare gained and Mr. T. jumped on the other horse and galloped to the rescue, a lively hunt and the refactory animal was captured.
The other horse was put in but as the mare’s back was very sore Wajapa started to walk, leading her, up over steep hills, up, up, up, as we wish greatly to reach Santee for church and to see the Indians. Another trial was made with the mare. She went, but would not pull, the yellow horse doing all the work. At last we came in sight of the Indian tents but before that learned from a white settler just on the line we were four miles out of our way. We went on and in going down and up and up gully, snap went a whiffle-tree on the bay mare’s side and the wagon began to descend. Wajapa managed to turn the horse, stopped and after a half hour of work, Mr. T. galloping off to a sioux tent, getting a stick and tied with ropes and started once more.
Mr. T. said "Some fellers would swear. I’ve been thinking whether it would do any good. I never had such a streak of luck as this since we started". He didn’t swear! Just as we started we came to another gully, a pitch like a - - [drawing]- with mud at the bottom. S. and I got out, wagon went over in safety. Then the rope was discovered to be too slender and another halt was made and a piece of lariat cut off and tied on and at 10.30 were off once more.
Santee sioux tents, here and there, a tall dance pole like a great tent pole on a hill we skirted.
A shed like a high table by every little log or frame house, here hangs the corn, long yellow fringe, the husks are only loosened but still clinging to the cob, the stalks braided, very picturesque.
Susette asked Wajapa to sing as he drove. "What is there for me to be so happy about that I should sing", he made answer.
Shortly after we entered the Reservation. Wajapa pointed out the plateaus where, when he was a boy, the Omahas camped. While there, there came a fearful storm, the creek raised and the water rose to the top of the hill, fifty feet. Two little girls were drowned, packs carried off by the flood, and the place is known as "The place where the Omahas were flooded".
Buffalo grasses are scarce, the bluejoint crowds it out.
Wajapa says it seems as though after the white men came in two years the buffalos were gone.
Wajapa says that the Indians call the bluejoint, Red Grass. It comes where the white people are while the other fine grass follows the buffalo. He thinks the white race may have sprung from Red grass, there is such an affinity - believes the white people are this grass.
Over sandhills, desolation let loose. Mr. T. rode up one of the hills to see if we were well on our way. At a turn of the road he returned, said he had stirred up a den of rattle snakes. The yellow bluffs of the Missouri came in sight. We seemed perched high in the air. The land appears of little value. As we went over one of the hills we met a wagon load of people. They accosted Wajapa but he could not understand. Then a handsome woman talked English to us. We told her we were on our way to Mr. Riggs. Bye and bye the Mission buildings came in sight, a pretty village. We rode down the steep hills and on to the level ground, passed the Episcopal Mission, on by the Govt. School, and leaving Mr. Riggs Mission at the right went on past the hill were the Indian men in their tent over a rise and down by the creek where we camped, ate our dinner and then the tent was rigged up on a pole and the carriage pole, and S. and I made our toilet for "Meeting". All the Indians came down to the point to water their horses. Women came, girls came, and when they spied us hid in the bushes. Horses hobbled on front feet, got caught in quicksands. [?] making little speed.
The Meeting very interesting.
The Sioux a fine looking race of men. The women good looking, often. They all stoop, and bind their shawls about their shoulders, which increases the difficulty. Some had tattooing on their foreheads. All looked keen yet not with a wide outlook.
Hymn in Dakota service. Missionary Meeting native preachers and missionaries. Mr. Williamson presided with a native preacher.
The Indians raised over five hundred dollars the past year to defray missionary expenses among their own people.
Mr. and Mrs. Riggs took us to their home, lovely sitting room, extension full of flowers, library and study opening off.
Mr. Hall of Fort Berthold there, and old Mr. Riggs - the father, Miss Illsley of New Jersey, there to teach music, having been at Yankton. Mr. Williamson of Yankton and others.
Prayer meeting in the evening - the christian self devotion very marked. So full of simplicity. The women prayed most earnestly for patience and to be careful in their lives and not lose courage in their work. One felt that these were the picked and advanced guard in the Lord’s Army.
Alice Cunningham Fletcher (1838-1923) was een Amerikaanse etnologe. In 1881 verbleef ze enige tijd tussen de Sioux, en hield toen een velddagboek bij.
Breakfasted on corn beef and coffee. This 7. A.M. the bay mare balked, not a step would she go, so she was unharnessed. I had passed up the hill from the camping ground to save my weight in the pulling. As I was writing this journal, the mare made off for home, Wajapa running to head her off by the creek, the mare gained and Mr. T. jumped on the other horse and galloped to the rescue, a lively hunt and the refactory animal was captured.
The other horse was put in but as the mare’s back was very sore Wajapa started to walk, leading her, up over steep hills, up, up, up, as we wish greatly to reach Santee for church and to see the Indians. Another trial was made with the mare. She went, but would not pull, the yellow horse doing all the work. At last we came in sight of the Indian tents but before that learned from a white settler just on the line we were four miles out of our way. We went on and in going down and up and up gully, snap went a whiffle-tree on the bay mare’s side and the wagon began to descend. Wajapa managed to turn the horse, stopped and after a half hour of work, Mr. T. galloping off to a sioux tent, getting a stick and tied with ropes and started once more.
Mr. T. said "Some fellers would swear. I’ve been thinking whether it would do any good. I never had such a streak of luck as this since we started". He didn’t swear! Just as we started we came to another gully, a pitch like a - - [drawing]- with mud at the bottom. S. and I got out, wagon went over in safety. Then the rope was discovered to be too slender and another halt was made and a piece of lariat cut off and tied on and at 10.30 were off once more.
Santee sioux tents, here and there, a tall dance pole like a great tent pole on a hill we skirted.
A shed like a high table by every little log or frame house, here hangs the corn, long yellow fringe, the husks are only loosened but still clinging to the cob, the stalks braided, very picturesque.
Susette asked Wajapa to sing as he drove. "What is there for me to be so happy about that I should sing", he made answer.
Shortly after we entered the Reservation. Wajapa pointed out the plateaus where, when he was a boy, the Omahas camped. While there, there came a fearful storm, the creek raised and the water rose to the top of the hill, fifty feet. Two little girls were drowned, packs carried off by the flood, and the place is known as "The place where the Omahas were flooded".
Buffalo grasses are scarce, the bluejoint crowds it out.
Wajapa says it seems as though after the white men came in two years the buffalos were gone.
Wajapa says that the Indians call the bluejoint, Red Grass. It comes where the white people are while the other fine grass follows the buffalo. He thinks the white race may have sprung from Red grass, there is such an affinity - believes the white people are this grass.
Over sandhills, desolation let loose. Mr. T. rode up one of the hills to see if we were well on our way. At a turn of the road he returned, said he had stirred up a den of rattle snakes. The yellow bluffs of the Missouri came in sight. We seemed perched high in the air. The land appears of little value. As we went over one of the hills we met a wagon load of people. They accosted Wajapa but he could not understand. Then a handsome woman talked English to us. We told her we were on our way to Mr. Riggs. Bye and bye the Mission buildings came in sight, a pretty village. We rode down the steep hills and on to the level ground, passed the Episcopal Mission, on by the Govt. School, and leaving Mr. Riggs Mission at the right went on past the hill were the Indian men in their tent over a rise and down by the creek where we camped, ate our dinner and then the tent was rigged up on a pole and the carriage pole, and S. and I made our toilet for "Meeting". All the Indians came down to the point to water their horses. Women came, girls came, and when they spied us hid in the bushes. Horses hobbled on front feet, got caught in quicksands. [?] making little speed.
The Meeting very interesting.
The Sioux a fine looking race of men. The women good looking, often. They all stoop, and bind their shawls about their shoulders, which increases the difficulty. Some had tattooing on their foreheads. All looked keen yet not with a wide outlook.
Hymn in Dakota service. Missionary Meeting native preachers and missionaries. Mr. Williamson presided with a native preacher.
The Indians raised over five hundred dollars the past year to defray missionary expenses among their own people.
Mr. and Mrs. Riggs took us to their home, lovely sitting room, extension full of flowers, library and study opening off.
Mr. Hall of Fort Berthold there, and old Mr. Riggs - the father, Miss Illsley of New Jersey, there to teach music, having been at Yankton. Mr. Williamson of Yankton and others.
Prayer meeting in the evening - the christian self devotion very marked. So full of simplicity. The women prayed most earnestly for patience and to be careful in their lives and not lose courage in their work. One felt that these were the picked and advanced guard in the Lord’s Army.
Alice Cunningham Fletcher (1838-1923) was een Amerikaanse etnologe. In 1881 verbleef ze enige tijd tussen de Sioux, en hield toen een velddagboek bij.
Abonneren op:
Posts (Atom)







