woensdag 31 juli 2013

Rainer Maria Rilke -- 1 augustus 1898

Sinds gisterenavond ben ik in Berlijn. Vanochtend ging ik al vroeg de stad in - het eerste wat ik hoorde, was dat Bismarck zou zijn overleden. In de etalages zie je Lenbachs portret van de kanselier en boven de hoofden van de nieuwsgierigen hangen omfloerste vlaggen halfstok. Extra krantenedities worden aangeprezen, en menigeen trekt een ernstig gezicht of draagt een zwart kostuum - beide vermoedelijk uitingen van patriottisme. Overigens komt de stemming neer op: Bismarck is dood - lang leve - Berlijn.
De kranten hebben het over 'doffe rouw"... maar dof is alleen wat altijd al dof is in het dagelijks leven en in de massa. Met hoeveel fijngevoeligheid het verdriet, dat wij dus overal om ons heen zouden moeten opmerken, zich openbaart, blijkt uit een nieuw woord, dat uit twintig hongermuilen door de Friedrichstrasse vloog: 'Bismarcks overlijdensansichtkaart!'


Rainer Maria Rilke (1875-1926) was een Duitse dichter. Hij publiceerde diverse dagboeken.

dinsdag 30 juli 2013

Antonie Duyck -- 31 juli 1601

Den lesten Julij wast meest heel heet weder, doch op den avont be-gonstet te donderen ende wat te regenen. Den Gouverneur sondt heel vrouch uyte stadt aen Sijn Excie de conditiën van tverdrach bij hem alleen geteickent ende besegeit, ende Sijn Excle sondt sijn pionniers in de stadt om de Lutpoorte te openen tottet tvertreck ende de brug te vermaecken. Hij sondt oock de wagens naer stadt om daer geladen te werden, die eerst tsavonts incommen konde. In stadt verstont men dat al over de negen hondert doden vande soldaten daer gebleven ende begraven waeren, meest mette musquetten geschooten. Men stelde in tleger ordre op de wachten ende om morgen alle tvolck in de wapenen te brengen als den viant soude uyttrecken. Snachts waren die vande stadt seer doende om alle heur goet te packen, ende Graef Harmen dede tvolck tottet ontset meest commen tot Aerssen, die men verslont niet over de 6m man te voet te wesen ende 9m peerden, ende daerom niet starck genouch om hier ontset te doen. Hij dede mede tot Gelder seer vieren ende 6 schooten doen. Die van Vachtendonck deden terstont 9 schooten doen om het signael te verduysteren, daerom die van Gelder wederom noch ses schooten deden.


Anthonie Duyck (1560-1926) was raadpensionaris van Holland van 1621-1629. Hij hield een dagboek bij over de veldtochten van Prins Maurits.

zaterdag 27 juli 2013

E.M. Forster -- 29 juli 1912

July 29 Herbert. “Did Our Saviour ever go to India?”
Charlie’s romantic career. H. sprung her as “a cousin of John Redmond’s but a protestant”, and when introduced she depressed us beyond words: stif and mincing. She was said to have been a typist, but this, like the relationship was soon dropped, and her past is purely conjectural – I fancy that she was in a shop, and that he, attracted by her beautiful hair, married her in the end out of good nature, for she was not strong and has a bad hand and eye. They took a furnished cottage at Chalfont, where we once visited them – oh horrid memory! Nearly ruined, and ill with the damp, they retired to her mother’s, which was the beginning of C’s salvation. She learnt the elements of housekeeping and middleclass deportment. Afer a time they took an unfurnished cottage of their own at Longfeld, and under the aegis of their landlady she entered the society of the countryside. Now they have moved to Meopham, and are quite on their own, with abundant friends. – A remarkable and pleasing incident. All shyness gone,even her figure has altered. Very pleasant natured, and not stupid. But it was a near shave. If we had known anything, she would have gone down, like Mrs Philip,and even if we had invented some damning defnition about her. But being so appalled, we were dumb, each waiting for the other, and during the pause she recovered. – I do not feel her my equal though, and resent her calling me Morgie.
Herbert has couriered 3 youths on the Broads for a week. They sound to have been detestable, and he a bore.


E.M. Forster (1879-1970) was een Britse schrijver. Gedeelten uit zijn Locked Diaries zijn hier te lezen.

Chrétien Breukers -- 27 juli 2006

Dagboek van een bloemlezer 7 – Ik ben in Bredevoort geweest
Vandaag waren Ton den Boon en ik in Bredevoort Boekenstad. Wij waren daar niet zomaar, maar omdat wij deze prachtige, lekker warme dag ideaal achtten voor het zetten van een aantal puntjes op de bloemlezing-i. In Bredevoort is namelijk gevestigd het Nederlandse Poëziecentrum. Dat wordt bestuurd en beheerd door dichter Wim van Til die ooit zei: 'Mensen kunnen terecht voor het maken van bloemlezingen, voor studie, enzovoort tussen de A van Aafjes en Z van Zwagerman is enorm veel materiaal te vinden.'
Hiervan was geen woord gelogen. Bijna alle gedichten die ik nog zocht, heb ik er gevonden. Van Til heeft een collectie Nederlandstalige poëzie om van te watertanden. Ergens tussen de 12 en de 15 duizend nummers. Bijna allemaal zelf gekocht. Je kunt het zo gek niet verzinnen, of het staat er. Van Til moet vanaf nu door WVC in dienst worden genomen, als zijnde poëziemonument. Uitgevers moeten vanaf nu hun nieuwe poëzie aan hem toesturen, opdat zijn collectie compleet blijve. Etc. etc.
Ik waande mij vandaag een kind in een snoepwinkel. Ton den Boon, de arme man, waande zich een secretaris aan het kopieerapparaat. Een en ander betekent wel, dat de bloemlezing bijna 'af' is. Dan hoef ik daarna alleen nog maar het voorwoord, dat mij al menigmaal om den slaap heeft gebracht. Want daarin moet ik zo ongeveer uitleggen waarom ik tot deze keuze kwam. Niet dat ik niet weet waarom ik koos wat ik heb gekozen – maar omdat het soms lastig is om strikt-poëticale opvattingen in een wuft voorwoord te vatten. Allez. Moedig voorwaarts.


Chrétien Breukers (1965) is een Nederlandse dichter. In 2005/2006 hield hij korte tijd een 'dagboek van een bloemlezer' bij, naar aanleiding van het samenstellen van 25 jaar Nederlandstalige poëzie, 1980-2005, in 666 en een stuk of wat gedichten.

donderdag 25 juli 2013

Wilhelmus Hammonius -- 26 juli 1590

Iovis 26 julij
Donderdach den XXVI july hebbe ick tgene vorsz. is beij de hern van Stat ende Lande samtlijch angegeven, dwelcke sich dessen mit geener geringe droeffenisse beclaecht, jedoch gedrungen wesende van een suijren appel te bijten, te weten entweder te gestaeden dat die Spangiarden up de dorpen gequartiert wurden ofte dit broot ende bier te bestellen, hebben geresolviert dat zij dese provisie voer een tijt lanck wolden bestuyren, als te weten voer een dach vijff ofte ses.
Daerbij is oeck voer guet ingeseen Zijn Gen. [= hertog van Parma] duer enige heren daertoe affgesunden an tho melden dat die hoege noet wasz forderende dat de Soltcamp möchte besloten worden; dat men daeromme Zijn Gen. [= hertog van Parma] daeromme solde begrueten, offte datselve jegenwoerdich neet doenlijk zij. Ende sint hyrtoe gecommittiert der weerdige heer commandeur van Warphum, borgermeistern Ubbena ende Wifrinck neffens mij an Zijn Gen. te trecken.

[uit de synopsis bij het journaal]
 26 juli  ● Stad en Lande
- zien zich genoodzaakt de gevorderde levensmiddelen te leveren;
- sturen een gezantschap naar de stadhouder om hem te vragen Zoutkamp aan te pakken.


Wilhelmus Hammonius was rond 1590 afgezant van 'Stad en Lande' van Groningen in de onderhandelingen met de Spaanse veldheer, de hertog van Parma. Van die periode hield hij een 'verbaal' (= ambtelijk dagboek) bij.

Godfried Bomans -- 25 juli 1971

Week later -- Gisteren nog op de Breedenburg in Warffum geweest om die fles wijn aan te bieden aan Willem en Gé en om Jan Wolkers te begroeten. Het was of ik een trommel opendeed met veel oud brood. Het heeft ook wel lang geduurd voor die twee en de rol van Willem moet vrijwel passief geweest zijn. Jan spoelde als een nog steeds niet geëxplodeerde zeemijn aan land. Ook onze gezamenlijke eind-uitzending beheerste hij volledig: alles wat er rondom hem was, niets over zichzelf. Ik vroeg hem, als een laatste poging, wat er 's avonds door hem heenging als het donker werd, maar hij gooide er onmiddellijk een paar zeehonden tegenaan. Ik weet niet, of die ontwijking van het kernprobleem, waar het hele experiment eigenlijk om begonnen is, bewust wordt toegepast of dat het probleem (het alleen zijn) gewoon voor hem niet bestaat. Ik vind dit laatste wel heel onwaarschijnlijk en vermoed een afweer-mechanisme, dat hij echter briljant in werking stelt. Ik was veel minder boeiend, maar zei eigenlijk meer. Hoe dan ook, twee grotere contrasten waren niet denkbaar en daar zat iets aardigs in.


Godfried Bomans (1913-1971) was een Nederlandse schrijver. In 1971 verbleef hij een week op het eiland Rottumerplaat. Van dat verblijf hield hij een dagboek bij.

dinsdag 23 juli 2013

Charles Mock -- 23 juli 1943

Friday, July 23, 1943
I didn’t get to bed early enough last night. Monitors meeting that indicated our peculiar position here and indicated that you probably will not be coming up except under violent protest until the middle of next month at the least. The lightless, waterless, toiletless barracks are being desperately protested and it may be that the visit of Lt. Gen. Kuroda was significant. At any rate his reaction is being awaited. We’re getting along. The noon meal yesterday had bad meat in it. My leg is nearly healed but I’m still running to the bath room 4-5 times a day… The uncertainty of things has bad effects—morale and things are sort of drifting. They used the month’s allotment of gas for the truck hauling shrubs and trees for beautification planting so had to keep the bus here to haul 5 sacks of rice from the RR Sta. That sort of thing burns everybody up. Manning is quite discouraged, can’t get anyone to do anything and no one likes what he does—he has charge of labor pool personnel I’d like to help him out but I’m going to pursue my own program.


Charles Gordon Mock (1908 – 1964) was in WOII krijgsgevangene in de Filippijnen, en hield in die periode een dagboek bij.