vrijdag 26 april 2013

Ernst Jünger -- 30 april 1943

Bij de post een brief van Hélène Morand oyer de Arbeiter. Daarin zegt ze dat levenskunst de kunst is andere mensen tot werk te dwingen, terwijl men geniet. 'De beroemde uitspraak van Talleyrand "... n'a pas connu le douceur de vivre" gold slechts voor een kleine elite, die niet eens bijzonder aantrekkelijk was. In de salon van mme du Defind of in h van mme Geoffrin zouden wij allen zijn weggekwijnd. Die mensen hadden hart noch zintuigen noch voorstellingsvermogen en waren rijp voor de dood. Ze zijn ook heel netjes doodgegaan.- Jammer alleen dat het Talleyrand gelukt is weg te kruipen uit het gevaar... op zijn buik.'
Bij deze vrouw valt mij op hoe politiek begaafd ze is; ze bezit zowel de fascinatie als het weerzinwekkende daarvan. Daar komt toch steeds zwarte kunst aan te pas, vooral ook een vurige wil die bij grote gloed de afgodsbeelden verlicht als de daken van vreemde tempels die door brand beschenen worden. Ik voelde dat ook tegenover Cellaris — het eigenlijke gevaar is niet eens dat hier gespeeld wordt met kaarten die stuk voor stuk het lot van duizenden mensen en hun levensgeluk vertegenwoordigen, maar de vastberadenheid van het individu — de manier waarop men de hand uitsteekt. Dan wordt het hele demonenrijk opmerkzaam. Ieder van ons kent immers het moment van het waagstuk, wanneer men alles in zichzelf beveelt te zwijgen om zo'n sprong, zo'n handgreep uit te voeren. Dat moment, maar dan onvoorstelbaar veel heviger, en dat zwijgen, maar dan eindeloos veel dieper, heb ik bij bepaalde ontmoetingen op mijn levensweg ervaren. Dienovereenkomstig zijn de demonische karakters ook vreeswekkender wanneer ze zwijgen dan wanneer ze spreken en beweging rond hen is.
Verder een nieuw nummer van Zeitgeschichte, een blad dat wordt uitgegeven door Traugott en Meinart Sild; ik merk aan de artikelen, zonder dat dat me opvallend amuseert, dat de Arbeiter ze ruggegraat verleent. Juist echter is de opmerking van een van de medewerkers dat dat boek gezien moet worden als de tekening van een plattegrond, wat nog niets zegt over de architectuur die daarbij mogelijk is.

Er bestaan, intensiteiten van slaap, diepten van uitrusten. Die lijken op het overbrengingsmechanisme van raderen die draaien rond een centrum dat rust heet. Minuten van zeer diepe slaap kunnen dan heilzamer zijn dan hele nachten van lichte sluimer.


Ernst Jünger (1895-1998) was een Duitse schrijver. Zijn Parijs dagboek 1943-1944 is verschenen in de Privé Domein-reeks.

Jack Kerouac -- 27 april 1949

ROAD-LOG

WED. 27 — Started "On the Road" with a brief 500-wd. stint of 2, 3 hours duration, in the small hours of the morning. I find that I am "hotter" than ever — tho on closer examination afterwards I figure I may only be over pleased with words, and not structurally sound yet (after a long layoff.) My interest in work is at a high pitch. My aim is to have much of "Road" done, if not all, by the time T & C is published next winter. I quit school today so I can do nothing but write. — Now I want to expand the original 500 words which, in the heat of work, 'discovered' an important opening unity.

THURS. 28 — Stayed home playing with baby, eating, writing letters, walking, movie at night. Some family trouble, not serious — concern-ing debts. Wrote at night. It appears I must have been learning in the past 8 months of work ori Sax, and poetry. My prose is different, richer in texture. What I've got to do is keep the flow, the old flow, neverthe-less intact. I think one of the best rules for prose-writing today is to write as far opposite from contemporary prose as possible — it's a useful mie in itself... actually. •-- Wrote 500-vvords — (more, actually, but making up for yesterday's miscalculated count.) 1 figure for the whole novel, right now, at 225,000 words. Some ways off eh?


Jack Kerouac (1922-1969) was een Amerikaanse schrijver. Zijn 'Journals 1947-1954' zijn gepubliceerd als Windblown World.


woensdag 24 april 2013

Peter Handke -- 25 april 1976

25 april
Een huis waar in elke badkamer zonnebrandcrème, zonnebrandolie, zonnebrandlotion staan

H.'s lijfgezegde: 'Wat me zo goed bevalt aan me zelf is mijn willoosheid!'

Nog nooit een ondernemer meegemaakt die niet zijn middagdutje nodig heeft (anders deur open naar hectische debiliteit)

F. Hebbel: 'Onze veelgeroemde heerschappij over het dier zou er dan op neerkomen dat wij voor zijn aardse bestaan datgene waren, wat stormen en watervloeden voor ons zijn.' (De mythe van mijn kinderjaren)

'Ogen die voor niets en niemandal gloeien' (Hebbel in verband met de Lefthanded Woman)

Iemand zei over iemand anders, die hem constant imponeerde: 'Heeft hij soms een ander soort stront dan wij?'

Ik wil helemaal niet kunnen tekenen — het is alleen maar de aardigheid die ik er in heb om wat dingen op papier over te brengen, opdat ze niet verloren gaan

Het gevoel van warmte om niet te hoeven praten, het algemene stilzwijgen gewoon te laten verlopen, door blikken naar de zee of iets anders, of helemaal niets


De Oostenrijkse schrijver Peter Handke (1942) publiceerde in 1977 een journaal onder de titel Das Gewicht der Welt.

maandag 22 april 2013

Arnoldus Buchelius -- 23 april 1620

Wauther Matheo, majeur van Pleimuth in de saecken van de Compaignie aldaer gebruickt, versoeckende beneffens sijne verschoten penningen eenige recompense van sijne moyten, ofte een sommeken te mogen in de Compaignie herideren, is toegeleyt 50 lb. Vlaems, mits dat de rekenmeesters sullen opsoecken wat hem hiervoor betaelt is.
Goetgevonden, dat die tevooren met de bancque hebben gecontracteert, alsnoch met hun sullen handelen aengaende de interesse der penningen, onlancx uuyt de bancke bij de Compaignie genoten.
Toegeleyt voor de groote schepen, die nu uuyt sullen gaen, tot dagelicx gelt 100 realen van achten, ende de cleyne 50 realen. De matten worden in bancko gewisselt tot 49½. Op het jacht den Heylboth een ondercommys aengenomen voor hooft, tot 30 gld. ter maent. Ende een sieckentrooster, Paul Snoeck van Eyndhoven, dien geboden 34 gld. ter maent, ende daerop gegeven sijn beraet tot tsanderen daechs, gelijck oeck Elias Gerritsz, die men op den Eenhoren soude mogen stellen.
N. Paets tot sergeant aengenomen, door recommandatie van een borgemeester van Leyden (puto ex arminianis), door schepen Poppen. Alsoo men verstont, dat hij niet alleen totten dronc geneycht, dolhoofdich ende sonder beleyt was, maer oock voor ses jaeren uuyt Leyden gebannen, dat hij de leus tegens de discipline miletaire vercocht, ende onder de waertgelders sijnde, veele insolentie gepleecht hadde, is gedeporteert bij het collegie. Ick meene dat hij soon is van den drucker Paets.
(23 aprilis. Oudt Delft ende den Oraingiënboom uuytgelopen)


Arnoldus Buchelius (1565-1641) was een Nederlandse oudheidkundige. Het bovenstaande is afkomstig uit VOC-dagboek 1619-1639. Aantekeningen van Arnoldus Buchelius over zijn bewindhebberschap van de kamer Amsterdam van de VOC (1619-1621) en over de WIC.

zondag 21 april 2013

Eleanora Mary d'Anethan -- 22 april 1899

April 22, 1899. — We went to see a procession of priests at the Chionin Temple. It was a wonder- ful spectacle, the hundred and fifty priests being adorned in gorgeous robes and brocades of all colours and designs. They walked in single file on a mat, under a long covered-in bridge, towards the beautiful temple. Their walk was slow and dignified, and they held half-open fans in their right hands. They intoned in unnatural voices, yet with a faultless measure and a musical rhythm that fascinated the ear, a curious chant of thanksgiving and of praise, a chant which rose and fell, full of quavers and of weird tone trills. In the midst of this procession, but by no means heading it, was one more magnificently attired than his brethren, who, we were informed, was the head priest. This gor- geous individual was clothed from head to foot in rich ceremonial garments of deep red silk, and was attended by two small acolytes, dressed in pure white. Before the entrance to the temple, lying on the ground; was an immense bronze horo (incense burner) in the form of an elephant. The incense rose from the horo in heavy clouds ; and as each priest approached it, he paused before it, while the song of praise grew more and more impressive. Then, adding incense to the supply, he bowed down in deep veneration, after which he stepped over the korOy and, Ufting the heavy curtain to the entrance of the shrine, disappeared within.


Eleanora Mary Haggard d'Anethan (1860-?, de zus van de romanschrijver Henry Rider Haggard) was de vrouw van baron Albert d'Anethan, die 17 jaar de Belgische afgezant in Japan was. Mary hield gedurende het grootste deel van die tijd een dagboek bij: Fourteen years of diplomatic life in Japan.

Marjet van Zuijlen -- 21 april 1999

Vandaag Vera Keur op bezoek bij Ad en mij. Ik kan tijdens het gesprek niet vergeten dat ze zich badinerend heeft uitgelaten over de mediawoordvoerders. Ik denk geen aardige dingen. Ik zeg weinig. Daar krijg ik de kans ook niet voor. Ze is fel, gespannen en praat aan één stuk door zonder te luisteren. Ik voel me na afloop diep ongelukkig.

De aandacht voor pijnloos bevallen blijft aanhouden. Ik maak afspraken met Laat de Leeuw en Barend & Witteman. Ik heb mezelf overwonnen en durf de discussie aan.

Er ligt een directe relatie tussen de problemen met mijn moeder en mijn merkwaardige eetgedrag. Dat ik dat weet, betekent niet altijd dat ik het kan voorkomen. Tijdens een borrel eet ik vier groete en vier kleine spekkies, twee tikkels, twee bitterballen, twee kersenbonbons en acht cashewnoten.

Tot niemands verrassing is het rapport van de enquêtecommissie uitgelekt. NRC kopt er vanavond mee.


Marjet van Zuijlen (1967) is een voormalig Nederlandse politicus. In 1998/99 hield ze een journaal bij dat is gepubliceerd als Retour Nijmegen-Den Haag. Dagboek van een politica (2000)

zaterdag 20 april 2013

Victor Klemperer -- 20 april 1939

20 april, de verjaardag van de Führer
De schepper van Groot-Duitsland 50 jaar. Twee dagen vlaggen, luisterrijke speciale edities van kranten, de ene vergoddelijking na de andere. In de Berliner Illustrierte een foto van een halve pagina: 'De handen van de Führer'. Overal is het thema: 'Wij feesten in vrede, om ons heen woedt de wereld'. Ze lijkt nu inderdaad te woeden, na Bohemen en Albanië. Maar blijft het opnieuw bij het 'ingehouden, stille woeden', bij de vlootconcentratie voor Malta, bij de boodschap van Roosevelt, waarop Hitler op de 28ste in de Rijksdag in het Krolltheater wil antwoorden? En wat brengt de oorlog ons, óns? — De ene dag even afmattend als de andere. Van louter spanning raak je versuft. Zoals gisteren in de feestkrant tussen luide vredes-, geluks- en jubelhymnen, tussen de verachting door voor de 'arme dwazen' die aan de algemene stemming van 'Führer, we volgen je!' twijfelen, heel klein gedrukt het bijna dagelijkse berichtje staat: 'Twee landverraders terechtgesteld' (het zijn meestal twee arme stakkers, arbeiders van 20 of 30 jaar oud) — zo gaat me dagelijks klein gedrukt door het hoofd: zullen ze ons doodslaan? Maar werkelijk klein gedrukt en terloops.
Er komen vaak mensen bij ons op bezoek met wie het gesprek steeds weer op hetzelfde neerkomt. Op de 12de Moral, volkomen terneergeslagen omdat zijn vermogen geblokkeerd is; heel oud en vervallen. Er hangt iets raadselachtigs om die man, iets gebrokens. Waarom is hij zijn leven lang, 40 dienstjaren, niets anders geweest dan kantonrechter in onbeduidende plaatsjes? Hij vertelde dat hij een gewaarborgde schenking had gedaan aan zijn huishoudster, die al 28 jaar bij hem in dienst is. Hinc impedimentum? [...] Op de 13de de Hirschels; afscheid; ze mogen voor een tussenlanding naar Turbole en hebben een visum voor Frankrijk. — Vaak Gusti, die met Pasen in Wenen is geweest en waarschijnlijk een van de komende dagen al naar Engeland kan. Ze zegt dat men bij de officiële instanties hier, belasting, politie enz., alleen niet bij de Gestapo, bijna bij wijze van verzet beleefd tegenover joden is, maar dat men toch niets aan de voorgeschreven pesterijen en plunderingen kan doen. — Ook mevrouw Bonheim, ondanks het feit dat ze tweemaal per week voor twee mark komt poetsen enz., is 'bezoek', te gast op de koffie, vertelt van het middageten van de Joodse Gemeente; ook zij staat op punt van vertrekken, ze gaat over enkele weken naar Riga terug.
Tussen dat alles door doen we stil onze dagelijkse dingen, Eva verstellen, opruimen, klaarmaken - waarvoor? -, ik het curriculum en Hommes de bonne volonté. Ik doe nog steeds helemaal niets aan mijn Engels, al schreef Georg dezer dagen uit Londen dat hij een veelbelovend contact had gelegd, in juni na zijn terugkeer in de USA iets naders zou kunnen meedelen en me nog aan het eind van dit jaar ginds hoopt te zien. Ik weet niet of ik me dat moet toewensen. Zoals gezegd, ik begraaf me in curriculum en Romains.


Victor Klemperer (1881-1960) was een Duitse taalkundige en schrijver. Zijn dagboeken zijn ook in het Nederlands vertaald.