• Benoîte Groult (1920-2016) was een Franse schrijfster. In 1963 publiceerde ze een oorlogsdagboek, dat ze samen met haar zus Flora geschreven had: Journal à quatre mains, in het Nederlands door Nini Wielink vertaald als Dagboek voor vier handen.
15 oktober '41 • We gaan niet meer naar het bos, de laurierbomen zijn omgehakt ... Concarneau wordt verkocht.
Grootmoeder hield niet meer van dat huis, want het is voortaan haar ideaal om de Bon Marché binnen handschoenbereik te hebben. In Parijs ben je beschut tegen de natuur. Grootvader zal zijn jekker met de ronde kraag niet meer vuil maken en geen aarde meer aan zijn knieën hebben of doorns in zijn vinger: hij mag zijn leven lang niet meer tuinieren, is beroofd van zijn tuberozen, zijn pteris aquilinas, scolopendrium officinale en andere liefdes waarop de bidsprinkhaan jaloers was. Nu is de droom van de bidsprinkhaan werkelijkheid geworden: grootvader de hele dag thuis, zittend in zijn fauteuil, nietsdoend dus onberispelijk. De boot wordt natuurlijk samen met het huis verkocht.
'Wat heeft Paul op zijn leeftijd nou op een boot te zoeken?'
Grootvader is helemaal naakt, helemaal leeg, met open handen en dode vingers. Grootmoeder daarentegen is weer jong geworden: ze ordent, ze ruimt op en bergt haar herinneringen in een kaartsysteem op. Haar leven is eindelijk afgesloten; je kunt het in een la stoppen; storende verrassingen zullen er niet meer komen. We hebben met ontroering het visboek nog eens gelezen dat ze haar hele leven had bijgehouden: grootvader had in juli 1938 zeshonderd makrelen gevist! Wat mag grootmoeder ze graag zien, zo liggend in dat grote boek! Eindelijk netjes en reukloos. 'Ieder zijn meug' zoals de Bretons zeggen.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten