• W.B.E. Paravicini di Capelli (1778-1848) was een hooggeplaatste Nederlandse militair die langere tijd in Zuid-Afrika verbleef. Zijn journaal is gepubliceerd als Reize in de binnen-landen van Zuid-Africa.
[...] Een der Commandanten verhaalde dat den gewezenen eygenaar, Willem Prinsloo, by een olyphant jagt zeer ongelukkig was verongelukt; deze man was met eenige zyner goede vrinden uit de nabuurschap na Bruyntjes Hoogte gereden om in de aldaar tamelyk menigvuldige bosschen, op grof wild te gaan jagen. Zy ontdekte dat een olyphant korts te voren door het bosch moest gegaan zyn en zulks aan de omgeknakte boomen bevestigd ziende reden zy boswaerds in, daar zy wel haast het dier voor hun uytzagen. Prinsloo in stede van gelyk zyne makkers een zyd pad in te slaan, om op die wyze de olyphant aftesnyden en uit eene hinderlage een gewis dodelyke kogel toe te brengen, was tegens alle vermaningen aan, onvoorzigtig genoeg met zyn neef de weg regt op den olyphant af te volgen, en naby genoeg gekomen zynde vuur te geven even als zyn makker, zonder tot hun ongeluk een dodelyke wonde aan het dier toetebrengen; waar op den olyphant woedend op hun aankwam, en zy byde met alle snelheyd hunner paarden op de vlugt togen, maar vergeefsch, het dier naderde hun van agteren, sloeg met zyn slurp den neef de hoed van't hoofd en greep Prinsloo die er naast reed, met de slurp om de keel vast, rukte hem van't paard, en na hem waarschynelyk gewurgd te hebben, wierp hy hem in de hoogte en spieste die ongelukkige op zyn vreeslyke tanden; men heeft de man des anderen daags geheel tot morselen vertrapt weder gevonden.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten