zondag 25 juni 2017

C.O. Jellema -- 26 juni 1976

C.O. Jellema (1936-2003) was dichter en essayist. In 2009 verscheen een keuze uit zijn dagboeken onder de titel Een web van dromen.

26 juni 1976
Toen hij van zijn fiets stapte, had hij een wit gezicht van moeheid. Zijn nieuwe fiets, zijn trots. Een jongen met de taal van volwassene. Toen hij het kind optilde en op de fiets zette - een jonge vader, die hij niet was - zelf een kind in het lichaam van de volwassene.
Toen zij vochten om de tuinslang en het gestoei overging in elkaar natspuiten, zo nat mogelijk met kleren aan - twee volwassenen, een jongensliefdesspel. In de badkamer naast elkaar droge kleren aantrekken - nieuwsgierigheid naar elkaars lichaam in blikken, zonder aarzeling. De spanning tussen hen groter dan in het spel: onmerkbaar haast het samenzijn rekken, één minuut langer dan nodig - en de verlegenheid, die praten onmogelijk maakt.
Maar toen waren daar de rozen.
Een rite de passage.
Volwassenen geven elkaar een klap op de schouder, hoogstens. Stoeien is echter, elkaar aanraken in het gevecht, elkaar naakt zien bij het afdrogen: ogen zijn dan genoeg, aanraking overbodig en zinloos. Een broer, een kameraad, een vriend.
Er zijn verschillende soorten van verliefdheid - verliefdheid die wil stoeien en nieuwsgierig is naar het andere lichaam, om het naakt te zien, om het te kennen, om zich te meten, om naakt gezien te worden; verliefdheid zonder remming, zonder seksualiteit. Die het spel zoekt, het woordspel, het handtastelijke spel - spel is en zich in spel uitleeft: als spel zichzelf genoeg is. Afscheid doet geen pijn.
En er is de verliefdheid, die zich aan de ander onderwerpt, die de remming kent en het verlangen naar seksualiteit, die niet het spel maar de versmelting zoekt, de streling, sensaties aftast: zo kun je maar op één verliefd zijn en je herstelt je er maar langzaam van.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen