vrijdag 30 januari 2015

Sir Walter Scott -- 31 januari 1829

Sir Walter Scott (1771-1832) was een Schotse advocaat, rechter, dichter en schrijver, vooral bekend door zijn historische romans, zoals Ivanhoe. Van 1825 tot 1832 hield hij een dagboek bij.

January 31. — I thought I had opened a vein this morn- ing and that it came freely, but the demands of art have been more than I can bear. I corrected proofs before break- fast, went to Court after that meal; was busy till near one o'clock. Then I went to Cadell's, where they are preparing to circulate the prospectus of the magnum, which will have all the effect of surprise on most people. I sat to Mr. Graham till I was quite tired, then went to Lady Jane, who is getting better. Then here at four, but fit for nothing but to bring up this silly Diary.
The corpse of the murderer Burke is now lying in state at the College, in the anatomical class, and all the world flock to see him. Who is he that says that we are not ill to please in our objects of curiosity ? The strange means by which the wretch made money are scarce more disgusting than the eager curiosity with which the public have licked up all the carrion details of this business.
I trifled with my work. I wonder how Johnson set himself doggedly to it — to a work of imagination it seems quite impossible, and one's brain is at times fairly addled. And yet I have felt times when sudden and strong exertion would throw off all this mistiness of mind, as a north wind would disperse it.

" Blow, blow, thou northern wind." *

Nothing more than about two or three pages. I went to the Parliament House to-day, but had little to do. I sat to Mr. Graham [schildert Scotts portret] the last time, Heaven be praised! If I be not known in another age, it will not be for want of pictures. We dined with Mr. Wardlaw Eamsay and Lady Anne — a fine family. There was little done in the way of work except correcting proofs. The bile affects me, and makes me vilely drowsy when I should be most awake. Met at Mr. Wardlaw's several people I did not know. Looked over Cumnor Hall by Mr. Usher Tighe of Oxford. I see from the inscription on Tony Foster's tomb that he was a skilful planter, amongst other fashionable accomplishments.

* As You Like It, Act ii. Sc. 7.

donderdag 29 januari 2015

J.J. van Aken -- 30 januari 1942

Jacobus Joseph van Aken (1878-1942) was in het begin van de Tweede Wereldoorlog burgemeester van Zevenbergen. Hieronder de laatste bijdrage aan zijn dagboek, hij overleed op 31 januari.

30 januari 1942
In de afgeloopen nacht was alles rustig doch in de morgen is één en in de middaguren nog een vliegtuig gehoord. De vaste kern van de luchtbeschermingsdienst alhier en te Zevenbergschen Hoek bestaande uit 6 man, moet terug gebracht worden tot 4 man voor iedere plaats, waardoor de bewaking van de sirenes overdag vervalt. Met ingang van 9 febr. a.s. zal aldus de dienst moeten geregeld zijn. De laatste goederen van de militairen zijn heden weggehaald en de sleutels van de op het gemeentehuis ingenomen bureaux en raadzaal zijn mij heden morgen overhandigd. Nog heden is begonnen met den boel een grondige schoonmaak te geven, met ontsmetting en kunnen wij de langdurige moeilijke behuizing van een paar afdeelingen ter secretarie, die op zolder zijn gehuisvest, terug brengen.

Heden ontving ik een schrijven [van het Departement van Binnenlandsche Zaken] alsvolgt:

[...] In overleg met den commissaris-generaal voor de openbare veiligheid en verder verwijzing naar diens in de pers gepubliceerde verordening dd. 17 september 1941 inzake het gebruik van de namen van levende leden van het Huis van Oranje-Nassau bepaal ik, dat straten, pleinen, parken en waterwegen, alsmede publiek-rechtelijke lichamen, privaat rechtelijke lichamen waarbij een publiek rechtelijk lichaam betrokken is, of instellingen die tot openbare doeleinden dienen scholen, ziekenhuizen, tehuizen, tehuizen voor ouden van dagen, enz) bij welker benaming gebruik is gemaakt van de namen van levende leden van het Koningshuis, een anderen naam zullen krijgen. De volgende namen mogen bij de aanduidingen niet meer worden gebruikt:
a) Wilhelmina of Koningin Wilhelmina
b) Juliana of Prinses Juliana
c) Beatrix of Prinses Beatrix
d) Irene of Prinses Irene
e) Bernhard zur Lippe Biesterfeld of Prins Bernhard of Bernhard.
Dit besluit moet terstond ten uitvoer worden gebracht.
[...]

Naar aanleiding van het vorenstaande van welks uitvoering, hoe ingaarne ook, ik verantwoordelijk heb ik besloten de twee straten in de kom van Zevenbergen die naar levende leden van ons Koninklijk Huis zijngenaamd, andere namen te geven, en wel:
De Koningin Wilhelminastraat te noemen Kazernestraat, omdat daar de marechausseekazerne is gelegen en de Prinses Julianastraat te noemen ‘Parkstraat’ zijnde deze straat geheel langs het park gelegen en heb ik deze naamsverandering, als voorgeschreven ter goedkeuring doorgezonden aan den Commissaris der Provincie te ‘s-Hertogenbosch.

Karel van de Woestijne -- 29 januari 1915

Karel van de Woestijne (1878-1929) was een Belgische schrijver. Aan het begin van de Eerste Wereldoorlog hield hij enige maanden een dagboek bij.

29 Januari.
Het gevreesde, het sedert drie-vier dagen al gevreesde: de Ziekte zakt over ons neer, vlijt zich neer als een verzade roofvogel op zijn nest. Drie-vier dagen heb ik geprobeerd, haar te ontkennen: er is thans zelfs geen mogelijkheid meer tot hopen, zelfs geen steunpunt meer tot eenig betrouwen.
Heel vroeg in den ochtend ben ik naar den dokter geweest, en, toen ik wist dat hij spoedig komen zou, tegenover mezelf gedaan, of alle onrust op zijn minst voorbarig zou wezen. Kranten gekocht van denzelfden kooper, en op de tram naar huis, gedaan alsof ik die waarlijk las. Maar mijn hart klopte, luide en onhoorbaar als binnen de wanden van eene luchtijle klok. En mijn polsen klopten merkbaar. En mijn verhemelte was droog en als van koper.

De dokter is geweest: hij wist mij niet te zeggen, dan dat hij normaal verloop van het voorval hoopte. Wat kon de man ook wel anders zeggen? Ik heb heel den dag mogen ondervinden - gelukkig! - wat ófferende liefde is. Nu is het avond. Ik ga even buiten, wat versche lucht inademen. De nacht is een pikzwarte kolk. Het is mij, of een nieuwe afgrond al de afgronden roepen ging, die zich deze zes laatste maanden voor mij geopend hebben: de laatste afgrond die ze allen zou slikken...

woensdag 28 januari 2015

Romy Schneider -- 28 januari 1958

Romy Schneider (1938-1982) was een Oostenrijkse actrice. in Ich, Romy: Tagebuch eines Lebens zijn dagboekfragmenten van haar opgenomen.

Dinsdag, 28 januari
Uitslapen is er vandaag niet bij. Ik haal het in Duitsland allemaal wel weer in. Om kwart over acht - en geen seconde later - vertrek ik naar de KTLA-televisiestudio. Larry Finley neemt mij op journalistieke wijze in de tang, maar hij is zo opgewekt en charmant dat ik er geen enkel bezwaar tegen heb. Terug naar het hotel. Ik heb het landschap alleen nog maar vanachter een autoraampje gezien! Om half elf een interview met Don Baylor van de Herald Express. Om 13.15 uur zitten we weer in een andere televisiestudio. Het is een live-uitzending, en mammie kan in de kamer ernaast alles op het scherm volgen. Naderhand zegt ze tegen me: 'Als alles mislukt, kun je altijd nog bij de televisie gaan werken, zo goed was je.' Maar mammie is natuurlijk bevooroordeeld. Toch zeggen de anderen het ook. ïk ben blij. Vooral vanwege mijn Engels, dat me steeds gemakkelijker afgaat. Van drie tot vier uur radio-opnamen met Frederik Porges in het Duits, voor Duitse en Oostenrijkse radiozenders. Om vier uur weer een interview. Volgens Leo is de verslaggever, Joe Hyams, heel belangrijk, en ik doe mijn uiterste best om een goede indruk op Joe te maken. Snel verkleden - zal ik me ooit nog eens in alle rust kunnen verkleden? - en dan gaan we naar de cocktailparty van de Duitse consul Dr. Edward C. Schneider. Allemaal Schneiders onder elkaar, 's Avonds gaan mammie en ik naar 'La Rue', een alleraardigst café, waar we Curd Jürgens ontmoeten. Hij ziet er prima uit en spreekt Engels als een rasechte Amerikaan. Ook hier krijg ik niets te drinken, de kelners letten scherp op. In plaats daarvan krijg ik iets anders. Gratis. Elke paar minuten komt er een wereldberoemde ster het restaurant binnen. Sophia Loren, Kim Novak, Frank Sinatra en andere beroemdheden. Ik kan mijn ogen bijna niet geloven, zo nonchalant als ze hier allemaal voorbij komen. Loren is in werkelijkheid nog duizendmaal mooier dan op het doek, vind ik. Ze is werkelijk volmaakt. Curd kent iedereen en stelt ons aan een paar mensen voor. En dan, het is vast al heel laat, terug naar het hotel. Morgen wil ik toch eens iets meer van Los Angeles en Hollywood zien. Leo heeft een tochtje met de auto voorgesteld.

maandag 26 januari 2015

Wolfgang Herrndorf -- 27 januari 2013

Wolfgang Herrndorf (1965-2013) was een Duitse schilder en schrijver. Nadat bij hem in 2010 een hersentumor geconstateerd werd, begon hij een online dagboek dat hij bijhield tot aan zijn dood. Het is daarna ook in boekvorm gepubliceerd.

25.1. 2013 8:19
In den Schild aus Eisschollen, der sich von Tag zu Tag weiter und bis hinter die Signalbrücke zurückstaute, schiebt der Eisbrecher eine schmale Fahrrinne. Sie wird immer schmaler, über Nacht schließt sie sich
.
Morgens kann ich kaum sprechen. Wörter mit vier oder mehr Silben kann ich nicht sagen, oft nicht denken. Prognositizieren – im dritten Versuch macht Google einen passenden Vorschlag. Problem immer Verteilung der Konsonanten.

26.1. 2013 19:42
Allein auf dem See. Weiß das Ufer, schwach orange der Vollmond, hinten ist eine Fläche für Eishockey freigeschoben.

27.1. 2013 15:30
Leichter Schneefall, herrlicher Tag, Eine Aufregung wie als Kind. Mit vier hatte ich meine ersten Schlittschuhe. Seitdem immer gelaufen, jeden Winter, jeden Tag, wenn Eis war. Im Winter Eishockey, im Sommer Rollhockey, manchmal zehn oder elf Stunden am Tag, bis Arthrose beide Knie auflöste und mich für lange Jahre zum Fußgänger machte.

Aber zwanzig Jahre habe ich immer Schlittschuhe und Rollschuhe bei jedem Umzug mitgeschleppt. Alles andere weggeschmissen, meine Bilder, Möbel, Bücher, Papiere, alles. Die Schuhe nicht.

Nun sitze ich mit getapeten Knien am Rand des Plötzensees, schnüre die Eishockeystiefel und weiß, es ist das letzte Mal. Mit dem Aufstehen kehrt sofort das alte Selbstvertrauen zurück, und ich weiß, es wird gehen. Ich habe nichts vergessen und nichts verlernt. Aber es geht nicht. Ich schliddere nur so rum.

Der rechte Fuß funktioniert einigermaßen, der linke ist taub und teilt seine Gelenkstellung nicht mit. Die gut geölten Bewegungsroutinen, die das Hirn nach unten meldet, finden keinen Empfänger. Ich kann es nicht mal beschreiben. Analog zum Phantomschmerz vielleicht: Phantomkontrolle. Wenn ich noch einige Stunden übte – aber meine Freunde wollen nach Hause. Wayne Gretzky ist nicht mehr.

zondag 25 januari 2015

William Morris -- 26 januari 1887

William Morris (1834–1896) was een Engelse stofontwerper, schrijver en socialist. Zijn Socialist Diary is hier te lezen.

26 Jan(uary): Went to S[outh] K[ensington] M[useum] yesterday with Jenny to look at the Troy tapestry again since they have bought it for £1250: I chuckled to think that properly speaking it was bought for me, since scarcely anybody will care a damn for it. A. Cole showed us a lot of scraps of woven stuff from the tombs of Upper Egypt; very curious as showing in an unusual material the transition to the pure Byzantine style from the Classical: some pieces being nothing but debased Classical style, others purely Byzantine, yet I think not much different in date: the contrast between the bald ugliness of the Classical pieces and the great beauty of the Byzantine was a pleasing thing to me, who loathe so all Classical art and literature. I spoke in the evening at the Hammersmith radical club at a meeting to condemn the Glenbeigh evictions. The room crowded, and of course our Socialist friends there, my speech was well received, but I thought the applause rather hollow as the really radical part of the audience had clearly no ideas beyond the ordinary party shibboleths, and were quite untouched by Socialism: they seemed to me a very discouraging set of men; but perhaps can be got at somehow. The frightful ignorance and want of impressibility of the average English workman floors me at times.

James Woodforde -- 25 januari 1787

James Woodforde (1740-1803) was dominee in het dorp Weston Longville in het Engelse Norfolk. Hij hield 44 jaar een dagboek bij; gedeeltes daaruit zijn gepubliceerd als The Diary of a Country Parson 1758 – 1802.

Jan. 25 - Nancy had a very indifferent Night and rather worse today, being still weaker. She did not come down Stairs till 2 o'clock this afternoon. However she made a good Dinner on a boiled Leg of Mutton and Caper Sauce and was better after. Rode to Ringland this Morning and married one Robert Astick and Elizabeth Howlett by Licence, Mr. Carter being from home, and the Man being in Custody, the Woman being with Child by him. The Man was a long time before he could be prevailed on to marry her when in the Church Yard; and at the Altar behaved very unbecoming. It is a cruel thing that any Person should be compelled by Law to marry. I recd. of the Officers for marrying them 0. 10. 6. It is very disagreeable to me to marry such Persons.

Klaus Mann -- 24 januari 1936

Klaus Mann (1906-1949) was een Duitse schrijver. Zijn dagboeken uit de periode 1933-1949 zijn vertaald als Opgejaagd, gedoemd, verloren (vertaald door W. Hansen).

[Amsterdam] 24 januari 1936
Naar Den Haag geweest, met koffers en al, om vandaar naar Londen door te reizen, maar er worden pas weer visa verstrekt na de koninklijke begrafenis. Lange taxiritten voordat ik het juiste consulaat had gevonden. Lunch in Café Riche. Wandeling met een vijftienjarige jongen.
Telefoontje met Menno ter Braak. Gelezen: Ein Mensch fällt aus Deutschland van Konrad Merz (pseudoniem). Vaak heel onjuiste, pretentieuze beelden. Maar ook dingen die indruk maken. Een talent.
Laat in de middag teruggereisd. Eten met E. Brief geschreven aan Brian en uitvoerig aan oom Heinrich over de Bermann-Schwarzschild-affaire. (Dilemma: moet je je in die schrijversverklaring die Schwarzschild wil, tegen Bermann uitspreken, of moet je dat met het oog op T. niet doen?)
Vanavond: met Landauer naar een oerdomme film met Alpár, Ball im Savoy. Daarna naar de Astoria-bar.

[Amsterdam] 25 januari 1936
Vreselijk verkouden. Post: Miro, heel arm en terneergeslagen, wat een ellende! Heel ellendig ook brief van Mielein aan E en van E aan Mielein: de familietwist vanwege Bermann, was dat nu nodig geweest?
Het vervelende Engelse verzoekschrift aan de 'pass-control' in Den Haag, voor mijn Engelse visum, opgesteld. Naar de uitgeverij, te voet terug met E. Nu heb ik lichte koorts.
Gelezen in het manuscript van Heinrichs Deutsches Lesebuch. Er komen wat herhalingen in voor, maar steeds ook prachtige dingen; heel ontroerend, bijvoorbeeld de scholierendialoog uit het jaar 1950. Ondanks de gezwollenheden geboeid gelezen in Ein Mensch fällt aus Deutschland.
Geschreven aan Miro en Mielein. Het Engelse verzoekschrift aan het Home Office in het net geschreven.
Vanavond: plotseling bezoek van Henk - in een prachtig matrozenuniform (hij doet dienst als onderzeebootmatroos). Mooi als een jonge oorlogsgod. Samen met F. en Landauer, genomen. Telefoontje van E uit St. Gallen.

donderdag 22 januari 2015

Nicolaas Beets -- 23 januari 1834

Nicolaas Beets (1814-1903) was een Nederlandse schrijver. In zijn studententijd hield hij van 1833-1836 een dagboek bij.

Leiden, donderdag 23 januari 1834
IJselijk geschrikt van de visite van den Pedel [bode van de universiteit], die mij aanzegt, dat de Literarische Professoren de collegegelden zeer gaarne vooruit zagen betaald. [Het was in deze tijd gebruikelijk dat de studenten collegegeld betaalden aan die hoogleraren, bij wie zij college liepen.]

Leiden, vrijdag 24 januari 1834
De lezing van Walter Scott's ‘Abbot’ ook op het college van de Gelder voortgezet.
Theebezoek bij Prof. Hamaker. Hij verhaalt mij veel van een Indisch drama met welks lectuur hij bezig is. Mijn verzoek voor alsnog van 't respondeeren [antwoorden op tijdens het college door de hoogleraar gestelde vragen] op 't Hebreeuwsch verschoond te blijven, wordt mij, die te Haarlem geen de minste gelegenheid gehad heb, eenig onderricht in die taal te krijgen, en aan de Academie gekomen, nog beginnen moest met de letters te leeren, vriendelijk toegestaan.
's Avonds in de Leidsche Maatschappij Mr. Jacobus Scheltema gehoord over ‘De propriëteit der dingen’ van Bartholomeus den Engelschman , de oudste Encyclopaedie. Daarna den Heer Rau, een vertaling van een stuk van Lamartine, zoo ongelukkig voorgedragen, dat ik over de waarde van zijn werk niet kan oordeelen.

Leiden, zaterdag 25 januari 1834
Brief van mijne moeder, met de blijde tijding dat ik het Haarlemsch Stipendium van f 200 verkregen heb. Dit verheldert mijn gemoed. Niets hinderde mij meer dan dat ik mijn ouders zooveel geld moest kosten.
Namiddag naar Haarlem willen wandelen, maar 't niet verder gebracht dan Sassenheim, waar ik voor de verzoeking van de diligence bezweek. Den Zondag te Haarlem doorgebracht.

woensdag 21 januari 2015

Lucas Brouwers -- 22 januari 2013

• Begin 2013 werd het eerste Nederlandse lab op Antarctica geopend. NRC-redacteur Lucas Brouwers was erbij en hield een dagboek bij.

Dinsdag 22 januari
Met de poolkennis van mijn vrienden en kennissen blijkt het droevig gesteld. "Pas op voor de ijsberen!", waarschuwden ze me. Steeds legde ik dan uit dat waar ik heenga wel pinguïns, orka’s en zeeluipaarden leven, maar geen ijsberen.
Ik sta te klappertanden op het station. Bizar genoeg zal het op mijn bestemming op Antarctica een paar graden warmer zijn dan in Nederland. Via Chili zal ik naar Rothera afreizen, een Britse basis op het Antarctisch schiereiland, om de opening van het eerste Nederlandse lab op Antarctica bij te wonen. De Nederlanders zullen zeker tot 2015, de gevolgen onderzoeken van de snelle opwarming van het schiereiland voor algen en plankton.
Op Schiphol druppelen de reisgenoten één voor één binnen. Eerst de bestuurders van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO), dat mijn reis betaalt. Daarna de Nederlandse vertegenwoordiger binnen het Antarctisch verdrag. De hoge ambtenaar van het ministerie van OCW die het lab gaat openen zal zich later bij het reisgezelschap voegen. Een dag later komen we vermoeid aan in Punta Arenas, een Chileens havenstadje aan het eind van de wereld en toegangspoort tot Antarctica.

Donderdag
Gaan we wel, gaan we niet? Onze piloot bestudeert de meteorologische gegevens op zijn iPad, in een hoekje van de eetzaal. Even later roept de piloot het reisgezelschap samen. „Good morning. Mijn naam is Alan Meredith, ik ben morgen jullie piloot.” We weten genoeg: vandaag wordt er niet gevlogen. De groep kreunt. Hoog boven het Antarctisch schiereiland woedt een hevige straalstorm, legt Meredith uit, met windsnelheden tot 160 kilometer per uur. Met een volle tank zouden we maar de helft van de overtocht halen.
Dan maar doen alsof. Op een uurtje rijden vanaf Punta Arenas broedt een kolonie van Magellaanpinguïns.
De wind giert om de kleine pinguïns heen. De meeste kuikens liggen plat op hun buik op het kiezelstrand, met hun ogen stevig dicht geknepen, alsof ze hier niet willen zijn. Een maandje nog. Dan zijn ze hun donsveren kwijt en trekken ze naar het noorden. De wind zwelt aan. Ik trek mijn capuchon nog wat strakker over mijn hoofd. Ik wil hier weg. Zuidwaarts.

Vrijdagochtend
De storm tussen Rothera en Punta Arenas raast nog steeds, pas morgenochtend kunnen we vertrekken.

dinsdag 20 januari 2015

W.N.P. Barbellion -- 21 januari 1917

W.N.P. Barbellion (1989-1919) was het pseudoniem van Bruce Frederick Cummings, een Britse natuurvorser. Hij overleed aan multiple sclerose. Zijn dagboeken worden nog steeds gelezen.

January 21.

Death

What a delightful thing the state of Death would be if the dead passed their time haunting the places they loved in life and living over again the dear delightful past — if death were one long indulgence in the pleasures of memory ! if the disembodied spirit forgot all the pains of its previous existence and remembered only the happiness! Think of me flitting about the orchards and farm-yards in birdsnesting, walking along the coast among the seabirds, climbing Exmoor, bathing in streams and in the sea, haunting all my old loves and passions, cutting open with devouring curiosity Rabbits, Pigeons, Frogs, Dogfish, Amphioxus; think of me, too, at length unwillingly deflected from these cherished pursuits in the raptures of first love, cutting her initials on trees and fences instead of watching birds, day-dreaming over Parker and Haswell and then bitterly reproaching myself later for much loss of precious time. How happy I shall be if Death is like this: to be living over again and again all my ecstasies, over first times — the first time I found a Bottle Tit's nest, the first time I succeeded in penetrating into the fastnesses of my El Dorado — Exmoor, the first time I gazed upon the internal anatomy of a Snail, the first time I read Berkeley's Principles of Human Understanding (what a soul-shaking epoch that was !), and the first time I kissed her ! My hope is that I may haunt these times again, that I may haunt the places, the books, the bathes, the walks, the desires, the hopes, the first (and last) loves of my life all transfigured and beatified by sovereign Memory.

maandag 19 januari 2015

Virginia Woolf -- 20 januari 1941

Virginia Woolf (1882-1941) was een Engelse schrijfster. Ze hield vrijwel haar hele leven een dagboek bij.

Monday 20 January
I will be curt, compressed. A mood like another. Back from a damp, perhaps rather strained, visit to Charleston. Nessa & Quentin; Adrian has almost died of pneumonia. Nessa apprehensive, on guard, when I spoke of Angelica's dirt. Search for epidiascope in Lewes. Fruitless. Lecture tomorrow. 5 small trout for lunch. Octavïa's cream. Talk of soup making. Reading Gide. La Porte Etroite [1909] feeble, slaty, sentimental.
Visit from Oliver Strachey. All stocky gloom. Flogged my brain for topics. Lïghted on the war. Civilisation over for 500 years. "And my life is at an end." Enter two breezy brisk colleagues. He shares a sitting room. I lost several pages of PH. I say to Nessa, Do you find painting gets slower? Yes. One can do more. And money? Never think of it. And Helen? She does nothing. I like being alone. How can one do nothing? Duncan coming & Clive. All the same MH is somehow cheerful. Q. has an offer of a draughtsman job at Dorking. Better than farm work. The Girls school at Lewes is behind Ann of Cleves House, a large, tiled, swept, clamorous place. The headmistress large & tight, practical. "No one knows we exist" she said. I am reading — oh all lit. for my book. No answer from David, or Harper's Bazaar. And Ethel's letters go unread — oh dear.

zondag 18 januari 2015

Shireen Strooker -- 19 januari 1974

Shireen Strooker (1935) is een Nederlands actrice en regisseuse. In 1974 hield ze op verzoek van NRC Handelsblad een week lang een 'Hollands Dagboek' bij.

Zaterdag
Op 't eerste geluidje van Jesse naar beneden geslopen, om de muziekinstrumenten te halen voor de optocht. Heel zachtjes op de trap beginnen, want iemand van één zou weleens kunnen schrikken. Ze stonden allebei verbijsterd in hun bedje naar ons te kijken. Maar na drie keer hiep hiep hiep hoera deden ze keihard mee. De schommel was een hit, om de beurt erin. De clown, die Devika gemaakt had, was prachtig. Met z'n vijven tussen de nieuwe speeltjes, de bekers pap op de grond. Ik voel me intens gelukkig. Die momenten zijn er ook in het werk, steeds vaker. Daarom denk ik ook, dat er eigenlijk geen verschil zou moeten bestaan tussen je leven en je werk, omdat om beide goed te doen, je toch dezelfde instelling nodig hebt. Dat is natuurlijk makkelijk gezegd voor iemand die z'n werk erg fijn vindt en van niemand te horen krijgt zo en zo moet het, zonder datje dat zelf zo wilt. Jesse mocht zelf zijn taart eten. Heel behoedzaam, met z'n handen, langzaam kwam hij onder te zitten. Wat een verschil met Daan, die vorig jaar 1 werd en zeer snel onder zat. Vandaag voel ik ook heel sterk, dat door elk moment van die kinderen te beleven, ik ze nooit als 'lastig' ervaar. Waarom zijn er zo veel ouders, die bijna uitsluitend dat lastige van hun kind ervaren? Rampzalig. Carel Muller van Dennendal in Brandpunt gezien. Ik wil hem een telegram sturen, ik doe het niet.

Willem Hendrik de Beaufort -- 18 januari 1905

Willem Hendrik de Beaufort (1845-1918)) was een Nederlands staatsman. Zijn dagboeken zijn te lezen bij Historici.nl.

18 januari 1905
Wat zal Rusland doen? Naar mijne verwachting den oorlog* voortzetten. Was het overwonnen door een westersche mogendheid, dan zoude het zooals in den Krimoorlog vrede sluiten in het vooruitzicht van vroeg of laat toch het verlorene weder terug te krijgen. Maar zich te onderwerpen aan den wil eener Aziatische mogendheid, hare overmacht te erkennen is zoo volkomen in strijd met de Russische staatkunde dat ik mij niet kan voorstellen dat de Russische regeering daartoe besluite. Of Engeland niet wat beducht begint te worden voorde buitengewone machtsvertooning van zijn nieuwen bondgenoot? Ik hoop het; het zoude een verdiende straf voor zijne gewetenlooze staatkunde [zijn]. Overigens heeft Engeland wil van zijn werk. Het heeft Rusland in groote ongelegenheid gebracht, het heeft Duitschland in Zuid-Africa een lastigen opstand bezorgd** - want Engelsche handen zullen hier wel achter de schermen bezig zijn geweest - en het zal er wellicht ook in slagen om Frankrijk in Marocco tot een gewapend optreden te dwingen. Dat Engeland ons in Indië bij gelegenheid van de komst der Russische vloot in onze koloniale wateren ook wel een klap terug zal trachten te geven voor onze Zuid-Afrikaansche sympathieën, zoude ik niet betwijfelen. De nieuwe gouverneur-generaal kon wel eens voor een heet vuur komen te staan. De staatsraad Henny verzekerde mij onlangs dat hij [bij] van Van Heutz stukken had gezien die blijken gaven van veel beleid en voorzichtigheid tegenover het buitenland. Deze mededeeling stelde mij nogal gerust, die Van Heutz volstrekt niet ken en hem voor een knap militair, maar niet voor een staatsman hield.


* De Russisch-Japanse oorlog (1904-1905).
** De opstand (1903-1908) van de Herero's. een Bantoe-stam in Duits Zuid-West-Afrika.

vrijdag 16 januari 2015

Dorothy Day -- 17 januari 1948

Dorothy Day (1897-1980) was een Amerikaanse journaliste en sociaal activiste. Haar dagboeken zijn hier te lezen.


January 17, '48
West Virginia 5 degrees
When you are in the country the temperature is important. To write I lie in bed with a hot water bottle at my feet, a loose old coat covering me. A bathrobe would not be enough. The hot water bottle is a pint size whiskey bottle.

This is a typical country bedroom, one window facing north, the other west. There is a roomy closet, a door into the front hall, flanking which there are two other bedrooms, and another door to a northeast room, also two windows that get the morning sun. There is a narrow flight of stairs leading down to the summer kitchen. There are eight rooms in the house, a porch front, side and back, a good tin roof. On this farm there is a shed, pigpen, chicken house, smoke house, an old cannery from which the machinery has been removed, and which is used now to house goats: the four does, one buck and two kids. There is a well and pump in the cannery, and a pump on the back porch of the house. Fifty-five acres of hilly woodland, and twenty acres of fields go with this farm for which the owners are asking two thousand, five hundred dollars. We are two miles from the highway, three miles from a store and twelve miles from town and church.

This is a good house, a good farm in spite of the fields being far from the house beyond the woods. It is renting now for ten dollars a month.

Down the dirt road across a brook about twenty five feet wide and a foot deep there is another farm for sale, seventy acres, for twelve hundred dollars. Good barn and chicken coop, granary, pigpen, garage and smoke house, but the seven room, low ceilinged house is in very bad repair and the porch on the side is caving in. Also there is a spring in the cellar and some rainy seasons there is a foot of water under the house. Whether this can be drained and the house repaired in this era of expensive materials and scarcity of craftsmen is a question.

There are other good farms in the neighborhood for three thousand and thirtv-five hundred and everywhere the soil is good, the bottom lands fertile, the hills covered with pine and oak (no one burns coal), there is hunting and fishing.

Here on a neighboring farm, priced at six thousand, a farmer raised and educated three boys and a girl. But he operated the cannery, as well as farmed. Others farm summers and work winters, leaving early and arriving home late, leaving their wives to tend to the children and the animals, wood and water. It is a lonely life for a woman with many small children. It is a life of solitude in city and village anyway, since a young mother cannot get out, but in town neighbors and friends can at least drop in.

Spring, summer and fall are so beautiful in the country but the winters are hard. Life then is in two rooms and the bedrooms are grim. The children may get out but they soon run in with streaming eyes complaining of hands and feet and already our two here have chilblains.

Yesterday the snow fell all day and the children ran out getting pans of it to eat. David says it is called the poor man's manure as it is filled with chemicals that enrich the soil. It tastes sooty just as it does in the city. The wheat, barley and rye in the bottom lands, green and frozen, was soon blanketed. The hills, ridges and paths were outlined and all was black and white, blue and grey with a hint of lavender behind the trees, and the gorgeous fresh green of the pines. Today with the sun out, gold and blue is added to the bright, cold picture. We are indeed in the dead of winter, in the depths of winter.

Tamar's baby is due in ten days now, and we are praying the pains will not come at night nor in such cold when it will be hard to start our borrowed car. The path from the house to the road is icy and hard to get down. We could not get to Mass this Sunday morning because of that path, so perilously steep and treacherous.

Our days are spent in cooking, dishwashing, clothes washing, drawing water, keeping two fires going, feeding babies, consoling babies, picking up after babies. The bending and lifting alone should take the place of all exercise. But tomorrow we are going to pretend our long porch is the deck of a ship and we are going to take a brisk walk up and down and around, just to get out of the house and enlarge our vision a bit. It always fascinated me, how the Bronte sisters paced the floor of their living room in front of the fire. It must have been a very large room. My friend Tina has a habit of pacing the floor and in small quarters it can be nerve-wracking for nonpacers.

On my way down here I bought some supplies and I shall list the prices. Whole wheat flour from a mill, nine cents a pound; buckwheat ten cents. And at a farm woman's store, home made candy seventy cents a pound, sorghum, seventy-five cents a quart, butter ninety-five cents, beef for a stew fifty cents a pound (there was much fat). Home made aprons were eighty-five cents and a dollar. Patchwork quilts were twenty-eight dollars.

Thinking of cash crops to sell by mail perhaps, there is candy, aprons, Tamar's homespun, home woven materials etc. It would supplement the tiny income from D's mail order book business (he specializes in Distributist authors so his field is limited).

How to live--that is the question. Daily expenses, how to meet them? The goats are not giving milk now. Skim milk is ten cents a quart (the farm wife is always contributing some sauerkraut, a piece of pork, etc.), canned milk is six-twenty a case.

Henry David Thoreau -- 16 januari 1860

• Henry David Thoreau (1817-1862) was een Amerikaans essayist, leraar, sociaal filosoof, natuuronderzoeker en dichter. Fragmenten uit zijn dagboeken zijn hier te lezen.

January 16, 1860
 I see a flock of tree sparrows busily picking something from the surface of the snow amid some bushes. I watch one attentively, and find that it is feeding on the very fine brown chaffy-looking seed of the panicled andromeda. It understands how to get its dinner, to make the plant give down, perfectly. It flies up and alights on one of the dense brown panicles of the hard berries, and gives it a vigorous shaking and beating with its claws and bill, sending down a shower of the fine chaffy-looking seed on to the snow beneath. It lies very distinct, though fine almost as dust, on the spotless snow. It then hops down and briskly picks up from the snow what it wants. How very clean and agreeable to the imagination, and withal abundant, is this kind of food! How delicately they fare! These dry persistent seed-vessels hold their crusts of bread until shaken. The snow is the white table-cloth on which they fall. No anchorite with his water and his crust fares more simply. It shakes down a hundred times as much as it wants at each shrub, and shakes the same or another cluster after each successive snow. How bountifully Nature feeds them! No wonder they come to spend the winter with us, and are at ease with regard to their food. These shrubs ripen an abundant crop of seeds to supply the wants of these immigrants from the far north which annually come to spend the winter with us. How neatly and simply it feeds!

donderdag 15 januari 2015

A.G. Verhulst -- 15 januari 1944

• Uit: Dagboek 1943-1945 - krijgsgevangen in Stalag IV-B door A.G. Verhulst.

Zaterdag 15 januari 1944
Gisteren de jaardag van Nel was één van de meest sensationele dagen van ons krijgsgevangenleven. 's Morgens bij het appèl zei de duitscher die 't appèl afnam even te blijven staan omdat de Haupt-Feldwebel achteraan kwam en nog iets had mede te deelen. Wij hadden natuurlijk geen flauw idee wat gaande was. Hoefden evenwel niet lang te wachten. "Sprechen und verstellen Sie Deutsch", wendde de binnenkomende Haupt-Feldwebel Voogd zich tot Schiferli. "Jawohl". "Also, übersetze genau was ich sage. Sämtliche Holländer verlassen um 8 Uhr das Kamp um auf transport zu gehen. Pünktlich 8 Uhr ist alle Gepäck fertig. Es wird nichts nachgeschickt. Auch die Kranken haben zu folgen und werden so nötig getragen". Die Decken werden beim Tore überhändigt". Met stomheid geslagen stonden wij te luisteren. Alle Hollanders, niemand uitgezonderd op transport. Daar moest iets aan de knikker zijn. Misschien een groote stad gebombardeerd, dat wij puin moeten ruimen, of plaats maken voor civiele bevolking. Of allen tegelijk naar Polen. De gissingen waren vele. Doch hoe het ook was, als razende begonnen wij te pakken. Alles in 't wilde weg, omdat wij slechts één uur de tijd hadden. Nu pas bleek wat een rommel wij in de loop der tijd bijeen gegaard hadden. Ikzelf had stapels bagage, wat ik onmogelijk kon meesjouwen. ± 20 kg. bruine wilde kpl. Brouwer voor me meenemen. ± 4 kg. uien moest ik achterlaten, alsmede vele gebruiksvoorwerpen als ketels, eetensscheppen, 3 Duitsche dekens, (die ik niet mocht hebben), dito 3 D. handdoeken, etc. etc.
Alle barakken waren afgesloten en bewaakt door schildwachten. Enkele minuten na achten werden de barakken 21 A en B leeggehaald, vervolgens onze barakken 23 A en B. Alles moest nog even vlug gebeuren, want de moffen stonden te schelden en te kankeren en de zaak op te jagen op een minder mooie manier. Mijn Italiaansche rugzak op de rug, waarop mijn dekens gebonden, dan mijn houten kist met een draagband om mijn schouders hangend en mijn rieten koffer eveneens om mijn schouders hangend, had ik geloof ik wel een 100 kg. te versjouwen. Door stroomende regen tot over de enkels in modder stappend, ging het in rijen van 5 man naar barak 108 waar de gebruikelijke visitaties plaatsvinden van uit het kamp gaande transporten. Daar werden wij op het achterliggende terrein bijeengedreven in afwachting van de komende dingen. Onderwijl plensde de regen met vlagen op ons neer. Een paar honderd onder ons, konden een onderdak vinden in de aldaar staande leegertenten, ook ik. Het lekte er ook behoorlijk en de grond trok koud. Hadden wij al natte voeten van het waden door de enorme modderplassen, kan men zich indenken dat het verblijf ook daar allesbehalve een pretje was. Weldra bleek dat het aangezegde transport een verzinsel was en dat louter een grondige inspectie van iedere Hollander zou plaatsvinden. Onze woede kende geen grenzen, maar machteloos waren wij. Zij hadden ons een ingemeene truck geleverd. Aanstonds kwamen de eersten de visitatie-barak uit, enkelen onder hen in hun onderbroek of hemd, omdat al hun Engelsche kleeding was afgenomen. Daar stonden zij dan in hun naakje in de plenzende tegen.
De eerste rapporten kwamen al spoedig door. Zij nemen alle Engelsche kleeren af, alle Italiaansche kleren en voorwerpen, alsmede civiele kleeding en Reichsmarken. Alle koffers worden tot hel kleinste onderdeeltje toe onderzocht. Elk busje wordt opengemaakt en nagekeken. Tot op het bloote lijf wordt gefouilleerd en elke naad van je pak nagekeken. Nou daar konden wij het mee doen, we stonden er dus mooi op en wisten wat te doen. In een ommezientje waren alle Engelsche kleeren uitgetrokken en her en der onder de grond gestopt. In mijn tent begroeven ze hun spullen aan de rand van de tent in de grond en staken met hun mes reuze gaten in het kostbare zeildoek als kenmerk om de plaats later terug te vinden. Clandestiene brieven werden bij de vleet verbrand en begraven.
Het was reeds ruim half drie eer ik aan de beurt kwam. Heel de boel werd onderste boven gesmeten en mij werd daarbij afgenomen mijn burger broek en colbertjasje, mijn gabardine regenjas en stropdas. Daarna nog de visitatie die het ergste was. Ze lieten je spiernaakt uitkleeden en keken zelfs in je achterwerk. Bij dat grapje waren minstens 20 visiteurs werkzaam onder toezicht van minstens 6 officieren. Terwijl ik nu weer inpakte, werd ik door een officier naar voren geschopt om in te rukken, zoodat ik ongeveer tusschen de lijfvisiteurs belandde. Terwijl ik zoo opkeek, had ik 't idee dat ze veronderstelden mij reeds gehad te hebben en ben ik brutaalweg naar buiten gestapt zonder verdere visitatie. Dat heeft me weer enkele zweetdruppels bespaard, want elk briefje in je portefeuille werd van A lot Z nagelezen.
Ieders idee is dat inspectie niet zozeer de verboden kleeding betrof, maar naar een speciaal voorwerp, vermoedelijk een radiozender en wapens werd gezocht. Een broekriem met knoopen gegarneerd van alle nationaliteiten werd b.v. afgenomen, omdat men volgens een der officieren daar wel iemand mee dood kon slaan. Intusschen hadden de moffen ook op onze barakken een strooptocht ondernomen en elk gaatje, elk richeltje nagekeken, ja zelfs het plafond opengebroken en daarboven alles nagezien. Met sadistische vreugde hebben zij het nederlandsche wapen met de twee Leeuwen "Je maintiendrai" afgerukt en stukgetrapt. Vervolgens hebben onder hun leiding de Italianen en Russen de barakken moeten leeghalen aan datgene wat achtergelaten was. Zoo zijn alleen voor onze barak 12 wagens noodig geweest om heel de bende weg te slepen. Als ware jakhalzen hebben de Italianen zich de zakken volgepropt aan allerhande achtergebleven levensmiddelen, kleeding. etc. etc. Roode kruis doozen boordevol met havermout hebben ze weggesleept. En onze boeken loopen ze te verkoopen bij de Serven en Franschen. Alle stroozakken hadden zij binnenste buiten gekeerd. Ook de moffen van de visitatiezaal hebben van onze machteloosheid geprofiteerd. Duizenden sigaretten hebben zij gebruikt. Sommigen gaven een busje met 30 sigaretten tegelijk om een civiel kleedingstuk te redden. Bij mij was dit niet mogelijk vanwege de vele officieren. Bij Kieboom namen ze hem brutaal een pakje Amerikaansche sigaretten af: "Das kann ich rauchen", praten er verder niet over en stopten het in hun zak.
Met deze affaire heb ik verloren: 3 Duitsche handdoeken. 3 Duitsche dekens, 1 paar klompen, 1 etensschep, 1 eetketel, 1 bivakmuts, 1 paar pantoffels, 1 etensschaal, 5 boeken (w.o. 1 v/d bibliotheek en 1 van Bert) 1 paar sokken, 1 schrijfplank. 1 burgerbroek, 1 colbertjasje, 1 garb. Regenjas, 1 stropdas, ± 5 kg.br. Boonen, ± 3 kg. uien, 1 schrijfmap, 4 kart. doozen, 1 bus cutine. Afin wij beginnen weer maar opnieuw en zullen met alle mogelijke middelen onze spullen weer aanvullen.
Toch was er ondanks alles weer een zonnestraal, want eenmaal terug in de barak, bereikte ons het vreugdevolle nieuws, dat in Engeland alle verkeer ter beschikking v/d Weermacht is gesteld en volgens geruchten inmiddels in Frankrijk op 3 plaatsen een invasie plaats had. In de Lagerkeuken gaat het gerucht dat ook in Holland een invasie plaats had en dat zij reeds 140 km. zijn opgerukt. Maar dit laatste lijkt ons tamelijk onwaarschijnlijk.

Gisterenavond ± 10 min. voor zeven reeds luchtalarm, ingeleid door een drietal zware afweerschoten. Tot bij negenen, daarna floepte het licht weer aan, maar van korte duur, want 5 min. later : floep ... weer uit. Niet lang evenwel.

Vanmorgen ben ik mei Bertina naar de Pipa geweest, waar een groot deel van onze achtergelaten boeken zich bevond. Eén van mijn eigen boeken heb ik nog kunnen redden.

dinsdag 13 januari 2015

Romy Schneider -- 14 januari 1958

Romy Schneider (1938-1982) was een Oostenrijkse actrice. in Ich, Romy: Tagebuch eines Lebens zijn dagboekfragmenten van haar opgenomen.

Dinsdag, 14 januari 1958
Ik zit in Amerika. Het is ongelooflijk! Om precies half zeven Newyorkse tijd landden mammie, Leo Horster en ik met een vliegtuig van de SAS op ldlewild. Het is bitter koud, de wind giert ons om de oren. En goed uitgeslapen ben ik ook niet, maar dat doet er niet toe, ik ben in Amerika. Eerlijk gezegd ben ik wel een beetje opgewonden. Nauwelijks stapten we uit het vliegtuig, of daar stonden al vijf fotografen klaar. Een van hen stortte zich op me en zei: 'I am Dennis, I am your friend, I will be with you all the time.' Dat was Dennis Stack, een bekende Amerikaanse fotograaf, zoals Leo mij uitlegde. En toen riepen alle fotografen: 'More legs, please.' Ik moest met beide handen mijn rok ophijsen — en dat in deze kou. Maar ik vond het wel amusant. Lynn Farnol en Charles Levis waren er ook, als vertegenwoordigers van Disney. Toen we de aankomsthal binnenkwamen, sloeg ons een afschuwelijke warmte tegemoet en in dat ene uur dat we moesten wachten tot al onze dertien koffers waren doorzocht, kreeg ik het behoorlijk warm. Maar daarna gingen we naar het Plaza hotel. Zoiets heb ik nog nooit gezien. Dit is geen hotel, het is een hotel-stad. Mammie en ik hebben de kamers 1632, 1634 en 1636. Kamers is eerlijk gezegd niet het juiste woord. Ik moet een half uur lopen voordat ik vanuit mijn suite door de salon bij mammie ben. En overal staan bloemen. Van Walt Disney, van Paul Kohner, van daddy en een heleboel andere mensen. Om negen uur kwam de eerste verslaggever en om tien uur stelde een jongeman met fototoestel zich voor als Horst Buchholz. Eerst dacht ik dat hij een grapje maakte. Maar hij heet echt zo en is fotograaf van Associated Press. Om half vier 's middags vond mijn eerste televisieshow plaats. Eerlijk gezegd trilde ik een beetje. Dat was natuurlijk helemaal niet nodig, het ging heel goed. En in aansluiting daarop kwamen er weer vijf fotografen van International News Service en de huidige correspondent van Stern. En daarna hebben we wat door de stad gezworven. Je valt werkelijk om van verbazing. Er lopen hier net zo veel nertsmantels rond als bij ons regenjassen.

maandag 12 januari 2015

Petr Ginz -- 13 januari 1942

• Petr Ginz (1928-1944) was een joodse jongen uit Praag. Tijdens de oorlog hield hij een dagboek bij.

11. I. 1942 (zondag)
Huiswerk gemaakt, daarna met Eva en Renata Hirschovi (vriendin van Eva) in Maniny gaan sleeën.
We kregen het bevel alle bontjassen en andere bontspullen, wollen ondergoed, truien en dergelijke in te leveren. We mogen maar één stel ondergoed houden. Ze organiseren een grote hulpactie voor de soldaten aan het front, ze zamelent warm ondergoed in, elke dag wordt er zelfs een speciale officiële mededeling over opgehangen. Tot nu toe vertrokken er 3000 wagons naar het front.

12. I. 1942 (maandag)
Vandaag moest iedereen een trui inleveren; veel Joden sleurden enorme bundels bontjassen, ondergoed en andere spullen naar de verzamelplaatsen. Van daar brengen verhuiswagens alles weg, maar het helpt niet veel, overal stapelen bergen pakketten zich op.
Vanmiddag was ik in de stad.

13. I. 1942 (dinsdag)
Met Popper rondgezworven. Het was verschrikkelijk koud.

14. I. 1942 (woensdag)
Vanmiddag met papa en Eva in Maniny gesleed. De gracht zal wel snel gedempt zijn, ze kieperen er al het huisvuil van Praag in. De gracht is al halfvol.
Een paar jongens hebben ijzervijlsel en een fles met carbid in het huisvuil gevonden en 's avonds (toen het al bijna donker was) hebben ze zon brand'gesticht dat niemand in Praag erlangs kon kijken. Toen de carbidflessen ontploften, trilde heel Maniny. Er daagde een agent op en toen hij bijna bij het vuur was, schoot een enorme steekvlam omhoog en toen werd de agent pas goed boos.

15. I. 1942 (donderdag)
De middag bij Popper doorgebracht. men heft de aangegeven naaimachine al opgehaald, zijn moeder was er heel ongelukkig om.

zondag 11 januari 2015

George Washington -- 12 januari 1760

George Washington (1732-1799) was generaal, opperbevelhebber van de koloniën in de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog en de eerste president van de Verenigde Staten van 1789 tot 1797. Zijn dagboeken staan online bij de Rotunda Press.

Saturday Jany. 12th.
Sett out with Mrs. Bassett on her journey to Port Royal. The morning was clear and fine but soon clouded and promisd much Rain or other falling weather wch. is generally the case after remarkable white Frosts—as it was to day. We past Occoquan witht. any great difficulty withstanding the Wind was something high and Lodgd at Mr. McCraes in Dumfries—sending the Horses to the Tavern.
Here I was informd that Colo. Cocke was disgusted at my House, and left it because he see an old Negroe there resembling his own Image.

Anthonie Duyck -- 11 januari 1596

Anthonie Duyck (1560-1926) was raadpensionaris van Holland van 1621-1629. Hij hield een Journaal bij over de krijgsverrichtingen van Prins Maurits.

Den 11en Januarij wast schoen weder ende waeren in den Haege eenige gedeputeerden van Eemden om te versoucken pasport om naer Bruessel te mogen gaen ende aldaer te versoucken dat se souden mogen blijven bij heur voorgaende neutraliteyt als andere rijcxsteden ende leden, wesende hiertoe geporret bij Graeff Frederick vanden Berch, die heur vuyte quartieren vande Twente oirloch hadde beginnen te maecken, tsedert sij der Staeten volck in stadt genomen hadden, ende hadde eenige borgers gevangen, daertegen die vande stadt wederom eenige vande Twente gevangen hadden ende waeren eyntelijck metten Graeve verdraegen, dat men den gevangenen ten weder sijde op borchtochte soude relaxeren ende voor ettelijcke maenden bestant houden, mits dat die van Eemden middelertijt van thoff te Bruessel bescheyt souden vuytbrengen, dat men se als neutraele achte ende hielt, om twelcke te becommen sij met pasport vande Staeten Generael over Hollant ende Zeelant naer Bruessel getoogen sijn. Dese gedeputeerden verclaerden dat tot Eemden gecommen was den Graeve vander Lippe met eenen Keyserlijcken heraut, om heur te hoiren op heure differenten tegen den Graeff, daertoe hij neffens den Hartoge van Braunswijck gecommitteert was, om die te beslichten, maer mits men hem geseyt hadde datse al beslicht ende verdraegen waeren, twelcke scheen dat de Keyser ende hij ignoreerden ofte sochten te ignoreren, en wisten de gedeputeerden noch niet wat sijn voordere meyninge soude sijn.

vrijdag 9 januari 2015

Keith Jack -- 10 januari 1917

•  Keith Jack (1885-1966)  maakte deel uit van Ernest Shackleton's gestrande Zuidpool-expeditie van 1914-17. Hij hield in die periode een dagboek bij. Fragmenten daaruit staan hier online.

10th January 1917
Hardly know what to write. Relief ship arrived this morn. Had just finished breakfast and Richards went out of hut returning a moment later shouting as he entered door "Come on she's here." Suppose from our faces expressed some doubt for he again said "Yes come on she's here, the ship's here" and with this all hands made a bolt for the door. The eyes took a moment to accustom themselves to the glare after the gloom of the hut but sure enough there was a ship lying off the Barne Glacier away to the NW, looking at first very like a berg of which there were many in the Sound at the time. I can't describe our feelings they were too deep. It was not a time for words our hearts were too full for this and I am not ashamed to say that tears of sheer joy forced their way into my eyes in spite of myself. To think that our long wait was over at last and that relief had come - no more blizzards and frost seared feat and hands – no more reeking blubber fumes – no more butchery of innocent seals – no more sledging – it was too good to be true. Was it to be wondered that one should be overcome at a time like this. It did not take long to decide to go out to the ship which kept cruising slowly along the edge of the fixed ice some six miles off. While a sledge was being packed I climbed the snow slope SE of hut in hope that someone on ship would see the black object moving against white background and thereby know somebody was at the hut. Learnt afterwards no-one had seen me. About 10.30 all the others left with sledge load of gear while I remained to take observations etc…”

donderdag 8 januari 2015

Mensje van Keulen -- 9 januari 1976

Mensje van Keulen (1946) is schrijver. In 1976 hield ze een dagboek bij dat is gepubliceerd als Alle dagen laat (2006).

9 januari
De storm is eindelijk gaan liggen. De omgewaaide bomen die er aan de onderkant uitzien als gekookte kippenpoten waar de rafels aanhangen, zijn in stukken gezaagd en afgevoerd. Wat iemands uitzicht bepaalde, waar een ander tegen plaste, zijn fiets tegenaan zette of een blaadje op prikte over een zoekgeraakte kat, wordt straks gebruikt als stoel, tafel, trap, lucifer, kast, blokje voor onder die kast, etc. Er zijn voldoende van dit soort schrijvers.
Dat ik in Van lieverlede bomen als korenaren liet knakken, komt me nu als een ongepast beeld voor. Korenaren buigen en bomen knakken niet. Het moet door het personage van de zieke mevrouw Beijer en haar vrome inslag zijn dat ik hierop kwam. Het boek doet het goed, maar ik wil het zelf niet meer lezen. Als mevrouw B. het benauwd kreeg, had ik daar ook last van, kreeg ik zelfs met haar mee koorts.
Klein Letterland. Gisteren belde Henk zenuwachtig op om te zeggen dat hij over een halfuur op de radio moest praten met een debutante die mijn boek in Vrij Nederland het slechtste van het jaar had genoemd. Het was zo'n lijst waarin uiteenlopende kunstenaars hun voor- en afkeur voor boeken, films, en tv-programma's van het afgelopen jaar noemen. Zo koos Johnny van Doorn een programma van een regisseur die hij minacht, noemde Lidy van Marissing Hermans' Onder professoren en zei Mulisch dat hij iets wat slecht is niet leest, niet naar films gaat en niet naar slechte tv-programma's kijkt. Anaïs Nin zal er niet van wakker liggen dat ik haar werk heb genoemd. Ik heb vaker Amerikaanse blabla's a la Nin aangehoord die zichzelf erg bijzonder vinden en de mond vol hebben van 'art and the artist' en 'psychological' zus en zo. Ze hebben altijd 'interesting' gesprekken en zijn dan krampachtig bezig vooral niet 'bourgeois' te wezen. Zelfs een recept voor pancakes kan dan beter niet uit een kookboek komen, veel te burgerlijk.
Tegen de tijd dat de woordenwisseling zou worden uitgezonden, kon ik het hele programma op de radio niet vinden. Henk zei dat hij bijna meelij met de debutante had gekregen, omdat ze uiteindelijk had moeten toegeven dat ze het boek niet gelezen had. Ze grijpt alles aan om in het nieuws te komen en belt mensen die iets denigrerends over haar boek geschreven hebben op om te zeggen dat ze dat niet gebruiken kan.

Ik staar op het papier als iemand die vindt dat er wat op moet. Er moet niks op.

Salingers Catcher in the Rye. Sinds Winnetou en Oblomov kan ik me niet herinneren dat ik een zucht slaakte toen ik een boek uithad. Vandaag dan Franny and Zooey. Mooie dialogen, afgewisseld door precies die kleine handelingen die de personages doen leven. Wel irriteerde het me dat beiden zich door religieuze gevoelens laten meeslepen, al herinnerde ik me onderwijl hoe geruststellend het was toen ik als kind in God en de hemel geloofde en hoe erg ik het vond voor al die stumpers die deze zekerheid niet kenden. De angst voor de dood, iedere dag weer, voor mijzelf, voor de anderen, werd toch altijd verzacht door de gedachte aan een hiernamaals. Ik weet niet precies waardoor ik een afvallige werd. Ik herinner me zoveel van voor mijn twintigste niet.

woensdag 7 januari 2015

Jeroen Krabbé -- 8 januari 1984

Jeroen Krabbé (1944) is een Nederlandse acteur en schilder. In 1984 hield hij vanwege zijn rol in een tv-serie over Willem de Zwijger een week lang een 'Hollands Dagboek' bij voor NRC Handelsblad.

Zondag
Met m'n schouder gaat 't iets beter. Ik besluit om al vroeg het bos in te gaan, met mijn script onder m'n arm, om wat tekst te leren. Terwijl ik met 'Otto Frank' bezig ben, en nogal luid loop te praten, schieten er meerdere hazen en konijnen angstig weg. Zelfs een ree, waarmee ik plotseling oog in oog sta, is niet van me gediend. Het gaat helaas regenen. Jammer. Tekst leren in het bos is één van de prettigste bezigheden die ik ken. Stofzuigers. Soppen, alles met nat afnemen en jammer genoeg terug naar A'dam. Op verjaarsvisite bij mijn schoonmoeder die vandaag 65 wordt. Gezellige familiebijeenkomst. Mijn zwager Ko en zijn vrouw Wilma wekken mijn intense jaloezie op door hun 14-dagen Marokko-kleur. Ik eet dat gevoel met een teveel aan borrelnootjes weg. Met Martijn, Jasper en Jakob naar huis. Herma besluit nog wat te blijven. 'Even niet in 't gesijk van de kinderen zitten.' Thuis Jakob eten geven, in bad doen, in bed doen, katte-bak verschonen, alle machines in- en uitruimen. Bovenbuurvrouw Hanneke G. komt naar beneden rennen om te zeggen dat ze de banden van Willem gedraaid heeft en er geheel kapot van is. Zij en haar zoon Gijs vinden ze schitterend, konden niet meer stoppen met draaien. Ze wilde het tel. nummer van Waker om hem, terecht, te komplimenteren. Zoals elke avond de laatste tijd, lees ik nog een paar pagina's in Anne's Dagboek en stuit tot mijn verbazing op een brief van 20 Mei 1944 waarin ze 't over Karel V en Willem van Oranje heeft... Toeval?


dinsdag 6 januari 2015

Winifred Llewhellin -- 7 januari 1917

• Winifred Llewhellin (1879-1931) was een Britse huisvrouw (uit de betere stand). Ze hield een dagboek bij van haar 16de tot aan haar dood.

January 7th, Sunday
This day passed uneventfully. I like Sundays though as when one works pretty hard all the week one is glad to rest. Win was at Hospital all day, she has been there for the last three days and as she is going to Bath on Monday for a week we get little of her company.

January 8th
Job Dinnett the mole catcher came today and set his traps. I went out with him and a most awful snowstorm came on, it was freezing and I nearly died of cold. I took the children up to tea with Mr Love today, he gave us a royal repast and we played games till 7.0! all having enjoyed ourselves very much and he walked back with us.

January 9th
The vilest and most freezing day blowing a hurricane but in spite of most inclement weather Pink and I dug away at the new bed we are making for the flowering shrubs. It was very hard work and we couldn't do much.

January 10th
Dinnett has caught six moles here, we should get rid of them soon at this rate. Pink went off with him and they had lunch at a farm away near Dinnington. I took the children to a party today to the Symons. The kind people sent their car for us and brought us home again, most awfully polite I thought it. There were a lot of children there and in spite of many grumblings I think my two microbes quite enjoyed themselves but how they hate going to parties.

January 11th, Thursday to January 19th, Friday
An uneventful week has passed and I foresee many others to follow. I also foresee that my efforts to write a Diary will be very spasmodic! I am feeling bereft this evening as both Mother and Pinkie have left and I do miss them both so much. My little son is such a companion, he is always about with me doing jobs and is of the utmost help, besides its such a joy having someone to work with instead of always doing so alone. I have a probable prospect, a great joy in front of me. Am trying to arrange with my dear B to come and be governess to my babies and I am hoping she will consent. I should enjoy it so very very much, it would be such an enormous pleasure to have her under the same roof again and would seem just like old times.

maandag 5 januari 2015

Lizzy van Dorp -- 6 januari 1899

Lizzy van Dorp (1872-1945) was de eerste vrouwelijke rechtenstudent van Nederland, later econome en politica. Haar studentendagboek staat hier online.

5 jan. 't Lijkt wel zomer. In een ogenblik was het in mijn kamertje bij de 80 graden [Fahrenheit). Zo'n winter hebben we nog nooit gehad! Ik zit met open raam. Hoe goddelijk moet het nu in Rome zijn. Frau Van Butler en Else hebben nog niets als kaarten gestuurd. Een wolkeloos blauwe hemel. Gerard gaat vanavond naar Martin, een muziekavondje. Ik heb geen tijd. Een brief van M. Courtot. Wat is Marseille toch mooi.

6 jan. Gèr kwam heel laat thuis. 't Was nogal aardig geweest. Cor Verdam had zeer goed gespeeld. En de Martintjes en Truus aardig gezongen. Verder waren oom en tante er, mevr. Van de Poll uit Zeist en prof Blok, met wie Gerard heel gezellig had zitten praten. Willie Martin kwam vanmiddag. Hij was aan de ene kant dolblij dat moeder zijn zeegezichtje gekocht had en dan deed hij weer, of't eigenlijk veel te goedkoop was! Mevr. Van de Poll zou hem een lijst cadeau doen , daar zou hij een groot stuk voor de vierjaarlijkse ['Vierjaarlijkse tentoonstelling van levende meesters'] in schilderen en daar zou hij dan f 600 voor vragen!! Een gekke jongen. Maar een knap schilder wordt hij misschien wel.
Vrijdag geeft moeder voor de aardigheid Italiaanse les aan Lien Zaalberg. Lien is snugger, en moeder heeft er plezier in. Nu zal er nog een ander meisje meekomen, juffr. Damsté.
Vanavond een brief van Grace Lampen-Morgan uit Pau. Haar moeder is nu ook gestorven. Maar ze schijnt heel gelukkig met haar man. Ik zit naar moeders portretten te verlangen. Ze zijn zo goed. Ik ben dolblij dat we nu voor altijd zo'n goed portret hebben . En ze ziet er zo gezellig jong en knap en gracieus uit, met haar 51 jaren. En zo vrolijk!
En verder zit ik Romeins recht te blokken. Ik ben in een Halve Eeuw* vereeuwigd, altijd zonder naam, als 't meisje dat in de rechten studeert!

* P.H. Ritter (red.), Eene halve eeuw, 1848-1898. Nederland onder de Regeering van Koning Willem den Derde en het regentschap van Koningin Emma (Amsterdam, 1898). Het is een historisch gedenkboek in twee delen , uitgegeven bij inhuldiging van koningin Wilhelmina. De eerste rechtenstudente wordt , inderdaad zonder naam, genoemd in een bijdrage van jonkvrouwe Jeltje de Bosch Kemper over de 'Vrouwen-beweging'.

zondag 4 januari 2015

Theo Olof -- 5 januari 1974

Theo Olof (1924-2012) was een Nederlandse violist. Op verzok van NRC Handelsblad hield hij in 1974 een week lang een 'Hollands Dagboek' bij.

Zaterdag
Beetje uitgeslapen. Helene komt pas om 11 uur op les. VARA-matinee. 13.45 uur zitrepetitie. Orkest heeft er zelf om gevraagd. Vanwege moeilijke Orpheus van Strawinsky. Davis: Voor 't eerst in twintig jaar dat ik meemaak dat een orkest zelf om extra-repetitie vraagt!' Ik ook blij, want er zitten een paar netelige vioolsoli in. Na concert aangesproken door onbekende dame: 'U hebt toch als 9-jarige in Zwolle gespeeld? Met witte kniekousjes aan? En een suppoost bracht u op het verkeerde moment een doos bonbons op het podium. U keek toen zo ongelukkig. Moest er aan denken, omdat u straks ook zo ongelukkig naar dirigent zat te kijken...'
Met Noor naar Chaplin's 'Grote Dictator'. Nog steeds veel geniaals. Bij grote, naïef-idealistisch ouderwets aandoende slottoespraak werd het muisstil in volle bioscoopzaal. Zoiets stemt me hoopvol. 'We denken te veel en voelen te weinig.' Nog geen baby.

Ernest Shackleton -- 4 januari 1922

Ernest Shackleton (1874-1922) was een Brits-Ierse ontdekkingsreiziger, die drie expedities naar Antarctica leidde.

Shackleton overleed op 5 januari 1922 aan een hartaanval. Hieronder zijn vier laatste dagboekbijdragen.

1 January 1922
Rest and calm after the storm. The year has begun kindly for us. It is curious how a certain date becomes a milestone in ones life. Christmas day in the raging gale seemed out of place I dared not venture to hope that today would be as it was. Anxiety has been probing deeply into me for until the end of the year things have gone awry. Engines were liable: furnace cracked. Water short. Heavy gales. All that physically can go wrong but the spirit of all on board sound and good.

‘There are two points in the adventure of the diver.
One when a beggar he prepares to plunge
One when a prince he rises with his pearl’

2 January 1922
Another wonderful day. Fine clear slight head wind but cheerful for us after these last days of stress and strain. At one p.m. we passed our fist berg. The old familiar sight aroused in me memories that the strenuous years have deadened. Blue caverns shone with sky glow snatched from heaven itself. Green spurs showed beneath the water

‘and bergs mast high
came sailing by
as green as emerald’

Ah me: the years that have gone since in the pride of young manhood I first went forth to the fight.
I grow old and tied but must always lead on.

3 January 1922
Another beautiful day. Fortune seems to attend us this new year but so anxious have I been when things are going well I wonder what in time difficulty will be sprung on me. All day long a light wind and clear sky was our happy position. I find a difficulty in settling down to write. I am so much on the qui vive. I pray that the furnace will hold out.

‘Thankful that I can
Be crossed and thwarted as a man’

4 January
At last after 16 days of turmoil and anxiety on a peaceful sunshining day we came to anchor in Grytvitken. How familiar the coast seemed as we passed down. We saw with full interest the places we struggled over after the boat journey. Now we must speed all we can but the prospect is not too bright for labour is scarce. The old smell of dead whale permeates everything. It is a strange and curious place.

A wonderful evening

‘In the darkening twilight I saw
a lone star hover: gem like above the bay’

G.A. van Oorschot -- 3 januari 1976

G.A. van Oorschot (1909-1987) was een Nederlandse uitgever. In 1976 hield hij op verzoek van NRC Handelsblad een week lang een 'Hollands dagboek' bij.

Zaterdag
Eindelijk weer een doodgewone dag. Om negen uur opgestaan. Toen ik de huiskamer binnenkwam scheen de zon. De kamer was licht en geel. Een hoornconcert van Mozart, gespeeld door Dennis Brain opgezet. De hoorn is een instrument van versluierde vrolijkheid, niet hel en helder en uitbundig, maar een beetje donker, een beetje hees. De zon verdween na een tien minuten, maar ze had zich gelukkig weer eens laten zien na al dat gesomber van de kerstweek, en hier en daar probeerde een streepje blauw zich de lucht zichtbaar te maken. 'Ik zal de boodschappen even doen,' zei ik tegen mijn vrouw.
Ik zei tegen de bakker: 'Eindelijk weer een gewone dag.' 'Bent u ook zo blij dat die rotdagen achter de rug zijn?' antwoordde hij. Ik zei tegen de groenteboer: 'Eindelijk weer een gewone dag.' 'Zegt u dat wel,' antwoordde hij. 'We gaan lekker weer gewoon doen.' 'Eindelijk weer een gewone dag,' zei ik tegen de slager. 'Wat u zegt, meneer,' lachte hij. 'Nou hoeven we ons niet meer te vervelen.' 'Eindelijk weer een gewone dag,' zei ik tegen de sigarenwinkelierster. 'Ach,' zuchtte ze, 'al dat gedrink en geëet. Een mens wordt er maar ziek en ellendig van.'
'Eindelijk weer een gewone dag,' zei ik, thuiskomend tegen mijn vrouw.
'Wat bedoel je?' vroeg ze. Ik antwoordde: 'Als alle Hollanders tegelijk vrij zijn voelen ze zich ongelukkig. Feesten kunnen ze niet. Ze vervelen zich omdat ze met zichzelf geen raad weten.'

vrijdag 2 januari 2015

James Boswell -- 2 januari 1763

James Boswell (1740-1795) was een Schotse advocaat en schrijver, bekend vanwege zijn The Life of Samuel Johnson, maar zeker ook vanwege zijn dagboeken, waaronder het London Journal 1762-1763.

In de winter van 1762/63 had Boswell een affaire met ene Louisa. Voor de voorgaande dagboekbladen hierover zie 14 december, 17 december, 21 december en 25 december.

[Saturday 1 January]
[...] I went to Louisa at one. "Madam, I have been thinking seriously." "Well, Sir, I hope you are of my way of thinking." "I hope, Madam, you are of mine. I have considered this matter most seriously. The week is now elapsed, and I hope you will not be so cruel as to keep me in misery." (I then began to take some liberties.) "Nay, Sir — now — but do consider —" "Ah, Madam!" "Nay, but you are an encroaching creature!" (Upon this I advanced to the greatest freedom by a sweet elevation of the charming petticoat.) "Good heaven, Sir!" "Madam, I cannot help it. I adore you. Do you like me?" (She answered me with a warm kiss, and pressing me to her bosom, sighed, "O Mr. Boswell!") "But, my dear Madam! Permit me, I beseech you." "Lord, Sir, the people may come in." "How then can I be happy? What time? Do tell me." "Why, Sir, on Sunday afternoon my landlady, of whom I am most afraid, goes to church, so you may come here a little after three." "Madam, I thank you a thousand times." "Now, Sir, I have but one favour to ask of you. Whenever you cease to regard me, pray don't use me ill, nor treat me coldly. But inform me by a letter or any other way that it is over." "Pray, Madam, don't talk of such a thing. Indeed, we cannot answer for our affections. But you may depend on my behaving with civility and politeness."

[Sunday 2 January]
I had George Home at breakfast with me. He is a good honest fellow and applies well to his business as a merchant. He had seen me all giddiness at his father's, and was astonished to find me settled on so prudent a plan. As I have made it a rule to dine every Sunday at home, and have got my landlady to give us regularly on that day a piece of good roast beef with a warm apple-pie, I was a little difficulted today, as our time of dining is three o'clock, just my hour of assignation. However, I got dinner to be at two, and at three I hastened to my charmer. Here a little speculation on the human mind may well come in. For here was I, a young man full of vigour and vivacity, the favourite lover of a handsome actress and going to enjoy the full possession of my warmest wishes. And yet melancholy threw a cloud over my mind. I could relish nothing. I felt dispirited and languid. I approached Louisa with a kind of an uneasy tremor. I sat down. I toyed with her. Yet I was not inspired by Venus. I felt rather a delicate sensation of love than a violent amorous inclination for her. I was very miserable. I thought myself feeble as a gallant, although I had experienced the reverse many a time. Louisa knew not my powers. She might imagine me impotent. I sweated almost with anxiety, which made me worse. She behaved extremely well; did not seem to remember the occasion of our meeting at all. I told her I was very dull. Said she, "People cannot always command their spirits." The time of church was almost elapsed when I began to feel that I was still a man. I fanned the flame by pressing her alabaster breasts and kissing her delicious lips. I then barred the door of her dining-room, led her all fluttering into her bedchamber, and was just making a triumphal entry when we heard her landlady coming up. "O Fortune, why did it happen thus?" would have been the exclamation of a Roman bard. We were stopped most suddenly and cruelly from the fruition of each other. She ran out and stopped the landlady from coming up. Then returned to me in the dining-room. We fell into each other's arms, sighing and panting, "O dear, how hard this is." "O Madam, see what you can contrive for me." "Lord, Sir, I am so frightened."
Her brother then came in. I recollected that I had been at no place of worship today. I begged pardon for a little and went to Covent Garden Church, where there is evening service between five and six. I heard a few prayers and then returned and drank tea. She entertained us with her adventures when travelling through the country. Some of them were excellent. I told her she might make a novel. She said if I would put them together that she would give me material. I went home at seven. I was unhappy at being prevented from the completion of my wishes, and yet I thought that I had saved my credit for prowess, that I might through anxiety have not acted a vigorous part; and that we might contrive a meeting where I could love with ease and freedom.

[Monday 3 January]
I begged Louisa to invent some method by which we might meet in security. I insisted that she should go and pass the night with me somewhere. She begged time to think of it.

[Tuesday 4 January]
Louisa told me that she would go with me to pass the night when she was sure that she would not be wanted at the playhouse next day; and she mentioned Saturday as most convenient, being followed by Sunday, on which nothing is done. "But, Sir," said she, "may not this be attended with expense? I hope you'll excuse me." There was something so kind and so delicate in this hint that it charmed me. "No, Madam, it cannot be a great expense, and I can save on other articles to have money for this."

donderdag 1 januari 2015

Jan Wolkers -- 1 januari 1971

• Jan Wolkers (1925-2007) was een Nederlandse schrijver en kunstenaar. De dagboeken die hij in de jaren '70 bijhield zijn vrijwel allemaal uitgegeven.

Vrijdag 1 januari 1971
Om twaalf uur op. Het vuile atelier. Opgedroogde gesmoltensneeuwvlekken. De gelige plekken waar Sung van angst gepist heeft toen het vuurwerk werd afgestoken. Lege glazen, kleverige cirkels op tafels en grond. Hapjes, bruin geworden op de prikkers. Verdroogde zwarte olijven. Buiten de witblauwig uitgeslagen boomstammen van de zonnen. Het Chinees vuurwerk. 'Overvliegende kraanvogels' bleek een mislukking. Ze sloegen alleen maar uit elkaar, waarbij de brokken kartonnen huls om je kop suisden. Alleen Eric schijnt iets gezien te hebben van een flitsende vurige vogel.
Om twee uur gaan we met Sung wandelen. Snel, want we willen terug zijn voor het sportoverzicht. Na twaalven gisterenavond kwam familie van Karina even aan. Niet haar vader en moeder, want haar vader had te veel pillen ingenomen. Leed aan een soort slaapziekte. Maar haar tante en oom. Jeroen en ik zaten bij de trap een beetje te praten. Hans had in de oom van Karina natuurlijk weer een oude schoolvriend ontdekt. Karina zat met haar tante en nichten over Gisèle van Waterschoot van der Gracht te praten; als ze ziek was zei ze altijd: 'Ik ben blij dat ik niet in een Russisch ziekenhuis lig. Dan moet je al die redes van Stalin over de radio aanhoren. Nou, iedereen die naar Rusland wil, kan van mij een enkele reis Moskou krijgen. Fietje, als jij in de hemel komt, wil je dan een goed woordje bij Petrus voor me doen.'
Jaap belt om me nieuwjaar te wensen. Komt net uit Amerika. Bij het binnenkomen veel last met douane. Welke Wolkers ben je. Heel lang van alles doorkijken. Hij dacht zeker dat het met mijn politieke activiteiten te maken had.

Zaterdag 2 januari 1971
's Avonds drie betnesol.
Vroeg op. Rommel opgeruimd. Versiering weg in doos. Kaarsvet van de vloer geschraapt. Wandelen met hondje. Het dooit, maar dc sneeuw in het bos is nog vochtig. Sung blijft achter en bijt weer een stuk van zijn staart bloederig open. Ik gooi er sneeuw op. Als hij zich schudt blijft er roze sneeuw achter.
Nog net voor de winkels sluiten gaan we de cassette met vier platen van Ives halen. Daarna gaan we naar de receptie ter gelegenheid van het tienjarig bestaan van Boys Big Band. Ik ontmoet er een jongen die bij mij op De Leidse Houtschool heeft gezeten. Heeft het over juffrouw Steller. Net als ik in Terug naar Oegstgeest rook hij waar ze gelopen had. (Als ze ergens gelopen had dan snoof ik haar lucht zo.) Hij vertelt dat Gerard Smelik met De Kroonduif is neergestort in Nieuw-Guinea. Hij vertelt me dat meneer Te Nijenhuis homoseksueel was. Ging ieder weekend met een koffertje met zijn pyjama naar Den Haag. Ik zeg dat ik het onbewust wel geweten moet hebben. Denk aan gevoelig geven van plusjes en minnetjes.