donderdag 30 oktober 2014

Paul Léautaud -- 31 oktober 1933

Paul Léautaud (1872-1956) was een Franse schrijver. Onderstaand fragment komt uit Particulier dagboek 1933.

Zondag 29 oktober 1933. - Vanochtend een briefje van M.D. waarin zij voorstelt woensdagavond of zaterdag van de komende week bij haar te komen. Deksels! Wat een behoefte.
Gelukkige vrouwen, die maar hun mond hoeven open te doen. Ik heb haar net gisteravond een brief geschreven om haar op de hoogte te stellen van mijn dentale ongelukje, en gezegd dat ik niet weet of ik mij de komende tijd zal durven vertonen. Aan de andere kant zou de terugkeer van de 'Gesel' best deze week kunnen zijn. Zij heeft het in haar laatste brief over woensdagochtend. Ik moet een volgende brief afwachten om te weten wat ik moet doen. Donderdagavond met M.D. bij mij thuis, heb ik, ik weet niet meer hoe ik ertoe kwam, het voorbeeld aangehaald van mijn vader in zijn goede dagen, als hij met twee vrouwen tegelijk de liefde bedreef, en met elk drie of vier keer achter elkaar. Zij had de vrijmoedigheid - die zeldzaam is bij vrouwen - om toe te geven dat dat heel plezierig moet zijn (voor een vrouw), omdat het een heel plezierige gewaarwording is (de Gesel heeft me dat al gezegd) te voelen dat een man ejaculeert. Nou en of! Net zoals voor ons om de vrouw die wij liefkozen verschillende keren achter elkaar te zien klaarkomen.

Dinsdag 31 oktober. - Ik trof de 'Gesel' thuis aan toen ik kwam om te lunchen. Vanochtend teruggekeerd, zonder dat ze mij wilde lastig vallen met het verzoek haar van de trein te halen. Ik moet morgen de middag bij haar doorbrengen, ik ben nauwelijks in vorm.
Ik heb dus aan M.D. geschreven dat ik de zaterdag kies, tenzij ik bij mijn terugkomst 'een... dringende "liefdesverklaring" zou vinden'. Ik heb niets gevonden. Maar ik zal morgenochtend iets krijgen.
Ik sta er mooi op, met twee vrouwen die ik moet bevredigen.
De dingen komen altijd te laat. Dat is op alle gebieden zo.
De 'Gesel' begon trouwens met het afratelen van haar argwanende opmerkingen over mijn kuisheid tijdens haar afwezigheid.

woensdag 29 oktober 2014

Jan Wolkers -- 30 oktober 1972

• Jan Wolkers (1925-2007) was een Nederlandse schrijver en kunstenaar. De dagboeken die hij in de jaren '70 bijhield zijn vrijwel allemaal uitgegeven.

Maandag 30 oktober 1972
In 'Spitsuur Amsterdam' heeft een van de mensen van de redactie het over het interview met mij dat in Filmfan staat met een fragment uit mijn nieuwe roman De Walgvogel.
Als ik om zes uur Maria en Karina naar Engels heb gebracht, loop ik door de Leidsestraat naar Americain. Een jong meisje spreekt me aan. Vraagt of ik van de televisie ben. Ze heeft me wel eens gezien. Ze is erg mooi, heeft amandelvormige ogen, amberkleurig. Lijkt erg op Marijke. Ziet eruit als zeventien maar is veertien. Ze zit op de Mavo en zegt dat ze secretaresse wil worden. Aan de leestafel even de kranten ingekeken. Daarna naar het Nieuwscentrum. Een van de redacteuren van Filmfan geeft me vast het eerste nummer met het interview. Erg goed.

Dinsdag 31 oktober 1972
Haal het ontwerp voor het omslag voor de Nieuwsbrief van het Palestina Komitee terug. Zeg geen woord tegen die klootzakken.
Begin weer, na een onderbreking van een maand, aan De Walgvogel: 'Het Panorama Mesdag'.

Woensdag 1 november 1972
Om één uur receptie ter gelegenheid van het verschijnen van Filmfan. Bij het Athenaeum Nieuwscentrum.
De hele meute van draaiers en schipperaars en rechts tuig werpt zich op Groeneveld.
Nog geen vrede in Vietnam. Precies wat ik verwachtte. Ik hoop dat de Vietcong voor de Amerikaanse verkiezingen de boel platwalst.

dinsdag 28 oktober 2014

Monique van de Ven -- 29 oktober 1982

Monique van de Ven (1952) is een Nederlandse actrice. In 1982 hield ze op verzoek van NRC Handelsblad een 'Hollands dagboek' bij, ter gelegenheid van de première van haar film Ademloos.

Vrijdag
Word wakker, en denk: hè, nee! Met loden benen hijs ik me in bad, en langzaam begin ik m'n tempo te verhogen. M'n gekreukeld gezicht ontplooit zich als ik nog wat kritieken lees. Voorbespreking tv-programma Sonja B. Hol naar bank waar m'n geld uit ondergrondse tunnels wordt gezogen. Zoek 'n boeket bloemen uit voor Joop A., want vind altijd dat je je bewondering moet laten blijken. Veel te vaak wordt dat uitgesteld. Het goeie voornemen belandt op een lijstje, wordt overgeschreven op een nieuw lijstje, wordt overgeschreven op een nieuw lijstje...
Boterhammetje met kaas. Duw woorden tot zinnen door kabel over oceaan naar J. in Californië. Naar Hilversum, rij nu zelf, dus even zoeken. Prima interview Hans v. W.; Punt uit.
Op weg naar Arnhem. Zie onderweg afslag Apeldoorn, Ermelo, Clenk terug aan: feestelijke ontvangst in psychiatrisch ziekenhuis Veldwijk t.g.v. opening theaterzaal en vertoning 'Ademloos': Burgemeesters, bestuursleden, kortom: nette pakken. Zaal vol personeel, patiënten, ongeduldig enthousiasme. Plezier mensen met wat handtekeningen. Film begint: licht uit, geen geluid. Licht aan, film stopt. Licht uit, licht aan. Gelach, pauze. De fanfare improviseert, wij ook; er worden vanuit de zaal vragen gesteld als: Bent U verliefd op de kapitein van de Liefdesboot?
Linda, Mady en ik proberen zo goed mogelijk antwoord te geven. Ondertussen: Er komt een Man uit de Grote Stad om de projektor draaiend te krijgen.
Twee uur later: film begint. Geluid luid, alsof er continu twee intercitytreinen om de feestzaal razen. Onvergetelijke avond. Arnhem: Willen hapje eten. Mady wil Balkan, ik wil wild. Het wordt: een open haardvuur, een goed glas wijn... dus Balkan. Discussie met publiek na afloop van voorstelling bevestigt onze indruk: ontroering.
Met toneelschoolmensen naar stamcafé. Heimwee naar die tijd slaat toe.
's Nachts heel laat loop ik in het donker de trap op en schrik me een hartverlamming: Rupert haalt uit door de spijlen van de trap. Eet nog een gekregen bonbon en schrijf met volle mond en één oog dicht...

Lev Tolstoj -- 28 oktober 1910

Lev (Leo) Nikolajevitsj Tolstoj (1828–1910) was een Russische schrijver die veel invloed heeft gehad op de Russische literatuur en politiek. Hieronder de brief die hij zijn vrouw schreef toen hij haar na 48 jaar verliet. Hij overleed drie weken later, op 20 november.

October 28, 1910, 4:00 a.m.
My departure will grieve you, I am sorry for that, but please understand and believe that I could not act otherwise. My position in the house is becoming and has become unbearable. Apart from everything else, I can no longer live in these conditions of luxury in which I have heen living, and I am doing what old men of my age commonly do: leaving this worldly life in order to live out my last days in peace and solitude.
Please try to understand and do not follow me if you learn where I am. Your coming would only make your position and mine worse and would not alter my decision. I thank you for your honorable forty-eight years of life with me, and I beg you to forgive me for anything in which I have been at fault toward you, as I with all my soul forgive you for any wrong you have done me. I advise you to reconcile yourself with the new position in which my departure places you and not to have an unkindly feeling toward me. If you want to report anything to me, give it to Sasha. She will know where I am and will send on what is necessary; but she can't tell you where I am for I have made her promise not to tell anyone.

zondag 26 oktober 2014

Peter R. de Vries -- 27 oktober 2005

Peter R. de Vries (1956) is een Nederlandse misdaadverslaggever. In 2005, toen hij kortstondig lijsttrekker was van een door hem opgerichte politieke partij, hield hij op verzoek van NRC Handelsblad een 'Hollands dagboek' bij.

Donderdag [27 oktober]
Dat het opzetten van een nieuwe partij niet alleen gezelligheid met zich meebrengt, blijkt vandaag. Er ontstaat een binnenbrandje over het artikel in De Telegraaf van gisteren. Jan Nagel vindt het overigens net als wij frappant dat uit de Telegraaf-enquête blijkt dat 41 procent van de ondervraagden mij een `aanwinst' in de politiek vindt, terwijl wij aanstaande maandag juist naar buiten wilden brengen dat aan het einde van onze zesweekse campagne (op 16 december) 41 procent van de kiesgerechtigden mij `een aanwinst' moet vinden, willen wij doorgaan. 41 procent is de meerderheid van de 80 procent die bij de vorige Tweede-Kamerverkiezingen zijn stem heeft uitgebracht. Jan schrijft in een mailtje dat hij de berichtgeving `ronduit ergerlijk' vindt, want te vroeg. Dat De Telegraaf het heeft over exact 41 procent en ook het feit dat ik `een aanwinst' zou zijn, heeft zijn argwaan gewekt. `Dat is niet toevallig, dat moet dus gecommuniceerd zijn. We zouden dat pas maandag doen. We moeten elkaar wel volledig kunnen vertrouwen...', aldus Nagel. Kennelijk verdenkt hij ons van een stiekem een-tweetje met De Telegraaf, wat mij in het verkeerde keelgat schiet. Daar is geen sprake van! Peter Schouten en ik waren net zo verbluft over het artikel als hij. Er volgen een paar verhitte mailtjes, waarin ik Jan zeg wat ik van deze `insinuatie' vind. Jan schrijft terug dat hij mijn verontwaardigde reactie `niet die van een echte leider' vindt. Nou dan maar niet. `Dat heb je zelf veroorzaakt', repliceer ik. De opponenten die zich nu vergenoegd in de handen wrijven dat het gelazer al weer is begonnen bij die nieuwe partij moet ik teleurstellen: de vrede was weer gauw getekend, juist omdat we eerlijk tegen elkaar zijn.

's Middags belt Jac uit Amerika. Ze heeft het met de kids enorm naar haar zin, maar ze zijn wel benieuwd wat er hier allemaal gebeurt. Royce gromt als hij hoort dat ik gisteravond weer een duik op hem ben uitgelopen. Hij is mijn vaste duikbuddy, maar we hebben ook altijd wat sportieve competitie met elkaar.

's Avonds anderhalf uur `kracht'-getraind in de sportschool en daarna snel op mijn thuiskantoor me aan de voorbereiding van de persconferentie gezet.

Peter Handke -- 26 oktober 1976

• De Oostenrijkse schrijver Peter Handke (1942) publiceerde in 1977 een journaal onder de titel Das Gewicht der Welt - door Hans Hom in het Nederlands vertaald als De last van de wereld.

Van iemand die besloten had om eens een tijdlang alleen te leven werd gezegd: Waarom verstopt hij zich eigenlijk?'

De hebbelijkheid van mij om soms met raadgevingen en aanmoedigingen in de toekomst van anderen in te grijpen: als wilde ik voor plaatsvervangers zorgen voor iets wat ik in mij zelf niet kan ontwikkelen

Terwijl ik de ramen aan het lappen ben hoor ik vanaf de straat voor me klappen; maar het waren maar op sandalen langsrennende kinderen (de noodzaak ten minste éénmaal per dag een mooie zinsbegoocheling te hebben, opdat dat saaie naast- en na elkaar een beetje in elkaar schuift)

Toen ik geprezen werd, had ik de voorstelling dat ik iedereen mijn profiel moest laten zien

Het grote aantal rijschoolauto's in de stille voorsteden

Na een deprimerende, als dove dag, waarop ook 's avonds niets opklaart: ook al zou me nu de verlichting ten deel vallen - deze dag is door niets meer te redden ('Waar hangt mijn ziel uit vandaag?' - En: 'Dat kunnen nog leuke dromen worden!')

Mensen verbieden om in mijn bijzijn woorden als 'vleesboom' te gebruiken.

Sophia Tolstoj -- 25 oktober 1886

25 • Sofja Andrejewna Tolstaja (1844-1919) was de echtgenote van de Russische schrijver Leo Tolstoi. Gedeeltes uit haar dagboeken zijn gepubliceerd in The diaries of Sofia Tolstoy.

25 October 1886
[...] Although the last two months, when Lev Nikolaevich [Tolstoi] was ill, were an agonizing time for me, strangely enough they were also a very happy time for me. I nursed him day and night and what I had to do was so natural, so simple. It is really the only thing I can do well — making a personal sacrifice for the man I love. The harder the work, the happier I was. Now that he is on his feet again and almost well, he has given me to understand that he no longer needs me. So on the one hand I have been discarded like a useless object, and on the other, impossible, undefined sacrifices are, as always, demanded of me, in my life and in my family, and I am expected to renounce everything, all my property, all my beliefs, the education and well being of my children — things which not only I, a fairly determined woman, but thousand of others who believe in these precepts, are incapable of doing [...]

26 October 1886
[...] I think a lot about the older boys - it grieves me that they have grown so distant. Why do fathers not grieve for their children? Whys is it only women whose lives afe burdened this way?

vrijdag 24 oktober 2014

Grete Lainer (?) -- 24 oktober 19??

• Het onderstaande fragment is afkomstig uit het anonieme Tagebuch eines halbwüchsigen Mädchens (Engelse vertaling: A Young Girl's Diary), dat in 1919 (met een voorwoord van Sigmund Freud) werd uitgegeven. Het dagboek wordt wel toegeschreven aan ene Grete Lainer. In de onderstaande fragmenten is ze een jaar of veertien.

22. Oktober: Wir haben kaum Zeit zum Lernen vor Aufregung. Die Mama der Hella hat voriges Jahr zu Weihnachten mehrere Romane von Geyerstamm bekommen und neulich liegt einer auf dem Tisch und wie ihre Mama draußen ist, blättert die Hella schnell und liest den Titel Frauenmacht!!! [van Gustaf af Geijerstam] Wie ihre Mama fertig war, schaut sie, wohin sie ihn im Bücherkasten stellt und jetzt lesen wir ihn. Einfach großartig! Ich kann die ganze Nacht nicht schlafen; die Signe, die er so liebt und die ihn doch betrügt. Wir haben so geweint, daß wir nicht weiterlesen konnten. Und das Mädchen, das Gretchen, das so an ihrem Papa hängt; ja, ich kann das großartig begreifen, daß sie immer Angst hat, ihr Papa könnte diese eckelhafte Person, die Frau Elise heiraten, die doch so schon einen Mann hat. Und wie sie dann stirbt, Gott, daß ist so gräßlich und so schön, daß wir es dreimal hintereinander lasen. Ich hatte neulich ganz rote Augen vor lauter Weinen, so daß die Tante dann sagte, ich dürfe nicht soviel lernen; sie glaubt nämlich, die Hella und ich lernen Literatur miteinander. Gott, das Lernen ist einem schrecklich, wenn man solche Bücher liest.

 24. Oktober: Wenn ich den Papa anschaue, muß ich immer an den Roman Frauenmacht denken; natürlich abgesehen von der Signe. Die Hella hofft noch etwas zu erwischen, aber es geht nicht so einfach, weil ihre Mama doch leicht draufkommen kann, da sie immer sehr vielen bekannten Damen Bücher leiht. Das gäbe einen Riesenskandal. Das Buch vom Brüderchen verlangen wir uns nicht, da wird nicht besonders viel drinstehen; aber ein Roman heißt Komödie der Ehe, das muß herrlich sein; den müssen wir unbedingt lesen.

woensdag 22 oktober 2014

Richard Grayson -- 23 oktober 1971

• De Amerikaanse schrijver Richard Grayson (1951) houdt al bijna zijn leven lang een dagboek bij. Fragmenten uit de jaren '70 staan hier online.

Saturday, October 23, 1971
Things are really hard for me. I cry all the time. This morning I was crying soon after I woke up. Dad walked into my room and said, “Those who try to get sympathy only get contempt.”

That made me feel even worse and I just lay in bed until noon, crying, only softly, muffling myself with my pillow. Dad said I’m too old to cry (“You’re going to be 21”), but I think I’ve just gotten old enough to be hurt badly enough to cry this much.

My cold has now broken out and my nose is all stuffed. I just don’t feel like living anymore. I want to die.

Yesterday I went to Kings Plaza and got my horoscope from a computer. It read: “Your love life will change for the better in all respects . . . Beware of close friends, rainy streets, and extracurricular activities . . . Forget the past: You are on the right track. Stay there.”

It sounds favorable, but I have no desire to see if any of it comes true. I don’t think I’ve ever been this unhappy. Unlike what Dad thought, I’m not crying for sympathy, I’m crying because that’s what I feel like doing.

Get a hold of yourself, I tell myself, and I do, for a couple of hours, and then – pow! – it hits me and I get sick or have an anxiety or just feel so damn lonely. It seems that everyone has someone but me.

I dragged myself to the movies and even saw Boys in the Band for the third time; it does improve with age. Alice called when I arrived home; she’s a good friend. She said there’s nothing I can do about Shelli except leave her alone to make up her mind.

But while cleaning my room, Gisele said I should sleep with Shelli “since you can’t really lose anything anymore.” She laughed when I asked if she knew any voodoo curses and then told me about a spurned wife she knew back in Haiti who put a curse on her husband and another woman so they “stuck together like dogs” when they had sex and couldn’t be pried apart.

dinsdag 21 oktober 2014

Keith Vaughan -- 22 oktober 1944

Keith Vaughan (1912-1977) was een Britse schilder. Zijn dagboeken zijn in het Nederlands vertaald door Harry Oltheten, onder de titel Dagboek 1939-1977.

22 oktober 1944 P. is negentien en de jongste hier. Hij heeft een fris gezicht, verlegen ogen en dik kastanjebruin haar. Hij zit ineengedoken in de leunstoel bij de kachel met zijn enorme laarzen in de witte as. Hij zorgt ervoor dat hij zijn ogen steeds op de grond gericht houdt, maar schijnt toch intens te luisteren naar alles om hem heen. Als iemand het woord tot hem richt kijkt hij glimlachend op, een en al verlegenheid. De oudere garde plaagt en koestert hem maar hij glimlacht alleen maar en zegt niets.
Aanvankelijk kreeg hij wachtdienst maar toen hij op een koude nacht ineengekruld en diep in slaap werd gevonden op de vloer van het wachthuisje kreeg hij achtentwintig dagen detentie en mocht toen hij terugkwam af en toe een gevangene escorteren.
Op een dag kreeg hij een brief van zijn moeder. Die was in een 'ijverig' kinderhandschrift en duidelijk meermalen herschreven. Ze had niets meer van hem gehoord en was bezorgd. De kapitein liet hem komen. Bleek en bang ging hij naar binnen en furieus blozend kwam hij even later naar buiten. Zijn anders zo gladde onschuldige gezicht bood een vreemde ruwe aanblik alsof diep in zijn binnenste iets heftigs was ontwaakt dat naar buiten wilde.
Hij is analfabeet. Het schijnt dat men hem op de een of andere manier bij lees- en schrijflessen over het hoofd heeft gezien. Op zijn veertiende ging hij werken in een staalfabriek waar hij metalen platen die uit een machine kwamen moest pakken en opstapelen. Later sneed hij met een brander schroot in nette stukken opdat ze opnieuw gesmolten konden worden. Zijn papieren zeggen 'zeer povere scholing' Een formulier (vertrouwelijk) meldt: 'Ontbeert intelligentie en opleiding. Kan niet lezen en schrijven. Heeft weinig talent.'
Officieel wordt zijn baantje in vredestijd benoemd als 'schrootjongen. Wat wordt er van schrootjongens in de nieuwe wereld? Kunnen ze omgesmolten worden tot een nuttig ingrediënt voor de Wiederaufbau?

maandag 20 oktober 2014

Ernst Heldring -- 21 oktober 1920

Ernst Heldring (1871-1954) was een Nederlandse reder, bankier en politicus. Zijn dagboeken zijn te lezen bij de dbnl.

21 October 1920.
Dezer dagen woonde ik de plechtigheid bij van het onthullen van een gedenkteeken aan het huis op de Westermarkt, waarin Descartes gewoond heeft. De zaak was door de Alliance Française op touw gezet en werd des avonds door een diner in het Amstel Hotel besloten. Van Fransche zijde werd het Hollandsche initiatief ditmaal met meer attentie beantwoord dan bij zulke gevallen sedert den oorlog te constateeren viel. De Fransche Regeering was door den Franschen gezant, de Académie Française door Doumic vertegenwoordigd; door Paul Labbé, den secretaris-generaal der Alliance, werd een persoonlijk schrijven van Poincaré voorgelezen en van onzen kant werd vermeden dingen te doen of te zeggen die den indruk moesten verwekken, dat de aanwezigen om de gunst van Frankrijk bedelden. De toespraken der Franschen waren goed en hielden iets meer in dan de courtoisie welke men van hen gewend is. Zij waren hartelijk van toon, doch uit het feit dat Poincaré uit zijn slof schoot, terwijl de Action Française, de Gaulois, de Figaro, de Débats en de Temps complimenteuze artikelen over het initiatief der Hollanders bevatten, ben ik geneigd af te leiden dat men in conservatieve kringen nog hoopt op een Nederlandsche aansluiting aan het Fransch-Belgische verbond. Dergelijke ijdele verwachtingen zouden tot niets dan teleurstelling leiden.
Gisteren hadden we bij de Koninklijke West-Indische Maildienst Van der Houven van Oordt, Van de Sande Bakhuyzen (den consulgeneraal), Snouck, s'Jacob (directeur der Handelsinrichtingen) met hun dames te gast. Ik hoorde van Van Oordt, dat men nog geen opvolger voor Staal als Gouverneur van Suriname heeft, maar wat erger is, dat de tegenwoordige minister - de Graaff - een tegenstander van wegenaanleg in de kolonie is, de allereerste economische noodzakelijkheid. Het is hopeloos voor de toekomst van het gewest als zulke denkbeelden in onzen tijd aan het Plein overheerschen. Van de Sande Bakhuyzen gaat naar Chili, teneinde de faits et gestes van den gezant aldaar - Van Oord van Lauwenrecht - die abnormaal schijnt te zijn, ter plaatse te controleeren. Een andere gezant, die Nederland door zijn bespottelijk optreden schaadt, is Hendrik Muller te Boekarest. Ik hoor daar telkens merkwaardige staaltjes van. Bakhuyzen blijft, hoor ik, voor Rusland in petto; hij is een uitstekende kracht.

zondag 19 oktober 2014

An Rutgers van der Loeff-Basenau -- 20 oktober 1974

An Rutgers van der Loeff-Basenau (1910-1990) was een Nederlandse kinderboekenschrijfster. In 1974 hield zij op verzoek van NRC Handelsblad een 'Hollands Dagboek' bij.

Zaterdag [19 oktober]
De griep heeft me te pakken. Ben in bed gekropen. Erger me aan de vlaamse gaaien die nog voortdurend strootjes uit ons dak komen pikken. Of misschien zoeken ze insecten? Ben wakker geworden uit een koortsdroom: de nok van ons dak zat vol zwarte diakonessen. Griezelig. Hoe anders dan de brave werkelijkheid van laatst: 48 a.s. onderwijzeresjes uit Frankfort kwamen in een lange, lange rij over ons natte tuinpaadje, vóór en achter een diakones, zwarte paraplu boven witte gesteven kap. Omdat ik zo'n menigte niet iets kan schenken, liet ik ze elk een appel plukken van onze rijk beladen boom. Onbespoten? Jazeker. En ze zetten er hun tanden in. Binnen hield 'die Frau Rutgers' een hakkelige Duitse conférence en er bleven in elk geval 48 lekkere klokhuizen over voor onze ganzen. Nu, in mijn bed, hoor ik die twee kwaad gakkeren. Ze willen graan. Rolfje gaat het ze geven. Daarna brengt Mick hem naar de trein.

Zondag [20 oktober]
Thijmstroop, aspirine, druiven, warme doeken, dampo, tempozakdoekjes, gloeiende thee met citroen en o hemel dit prachtige middel: grote lepel knoflookpoeder, honing en brandewijn. De samenkomst met Astrid Lindgren waar ik me zo op had verheugd, mis ik vanavond. Rillend diep onder de dekens. En ik had zo graag weer eens een woordje Zweeds gesproken.

Moritz Busch -- 19 oktober 1877

Julius Hermann Moritz Busch (1821-1899) was een Duitse schrijver, vooral bekend van zijn geschriften over Bismarck, zoals Bismarck; some secret pages of his history.

Friday, October l9th.
[...] While taking our coffee after the Koslin gentlemen had left, the Chief [Bismarck] gave a somewhat different version to that which he related at Ferrières of the cigar incident at Frankfurt. He said : " It was in the Military Commission. At first only Buol smoked. Then one day I pulled a cigar out of my case, and asked him to give me a light. With a look of surprise at my audacity he gave it to me, to the profound astonishment of the other Powers. The incident was reported to the various Courts and also to Berlin. Then followed an inquiry from the late King, who did not smoke himself, and probably did not appreciate the thing. Thereupon the two Great Powers alone smoked for perhaps six months. Then suddenly Bavaria also appeared with a cigar, and after a time Saxony followed suit. Finally, Wurtemberg also felt it necessary not to remain behind, but this was obviously compulsory sacrifice to dignity, for he puffed his yellow weed with an air of surly determination, and afterwards laid it down half smoked. It was only Hesse-Darmstadt that abstained altogether, probably not feeling equal to such competition."

At tea, which was served in the Princess's room, the Prince [Bismarck] suddenly stood up, went to his wife's writing- table, and began to scribble away on a large sbeet of paper. He then came to me, handed me the writing, and said, "There, but take care, it is still wet." It was the letter of introduction to Schönhausen and Friedrichsruh which I had asked for on the previous afternoon, as I wished to start next morning. I was very pleased, and thanked him. "I find it very difficult to write with a pen," he said; "but then you wished to have it in my own hand." "All the more honour for me, your Serene Highness," I replied. "Now I have the souvenir I desire." "But why do you wish to leave so soon ?" he said. "Stay a little longer. You are not at all in the way, and you should see a little more of Varzin." I thanked him and said I should be delighted to remain a day or two longer, as I was only too happy to be near him. He said : " But you must allow me sometimes to go out walking or riding alone."

zaterdag 18 oktober 2014

Alice Fletcher -- 18 oktober 1881

Alice Cunningham Fletcher (1838-1923) was een Amerikaanse etnologe. In 1881 verbleef ze enige tijd tussen de Sioux, en hield toen een velddagboek bij.

Rode over to Standing Elk’s camp. As we drove down the barren hills, saw over on the plateau, several tepees and log houses. About one of the tepees, crowds were gathered. Buffalo-chip, who was in advance with Standing Elk, rode back and said, some one was dying or about to die in the tepee.

An Indian Death Scene.

This man, Kiek, was at the beef issue. He went home and worked hauling some logs. He felt a sort of click in his chest and became weak and lay down, grew weaker and weaker and died at daybreak. The nearest of kin goes out of the tent door and calls, a fore runner has gone to the spirit land, come and meet him. His horse, the last one, is shot as soon as possible. The wives open their packs and empty their store, calico, bead work, &c.. These are thrown on the railing beside the tent.

This man held the Drum of the Fox Club and carried the pipe of peace, in battle. If, in the midst of conflict, this pipe was held in a certain manner - hostility must cease, and if the opposing party touch the stem, the peace must follow. He belonged also to the Omaha Club.

His horse lay dead, as in the sketch - The row of heads were the Omaha Club. These chanted long and slow the death song. His dog came out these men shot it. It turned and cried piteously, was shot three times and then fled on, on up the hill at the rear of the tent and there lay down and died. Bye and bye one of the women went up to where it lay and with wailing dragged it down and it lay as in the sketch. The tent was open as in the sketch - people went about it, women wailing. There was some sort of feather ornament hanging over his head - sketch - This was his war bonnet. The women wailed the gay colored calico fluttered, and the bright bead work, contrasting strangely. Bye and bye, a man came and called this was the giving away of the dead man’s horses. Then the wife and mother came out wailing. The dog was dragged toward the Omaha Club. This was a gift for a dog feast. They carried two bunches of the calico and threw them before the Club. Then they passed down the line laying their hands on the head of each man, wailing as they passed. Bead work and calico were given to the women.

The women cut their hair as soon as the death is known and put it on the body. This is buried with the person.

I saw all the household utensils being carried away, boiler, iron pots and the like. Nothing will be left in the tent, not even a meal. The relatives too, must give away, so that the widow and orphans will be without anything. A family are ridiculed who retain things. The wife &c., will stay with one friend and another - this divides property but makes all beggars. Missionaries preach against it. Just before the man called out the gift of horses, I noticed a man clad in a light blanket, leaned over the dead man and painted his face red and yellow. When this was done he called out the horses given away. Several women went into the tent after the giving away, the Omahas went in. The women seemed to keep to the left side of the tent. The man lay on the right as you enter. Women kept to that side as well as inside. While the Omahas went in, a group of men gathered at the left side and began to smoke.

The man was buried in the afternoon. His knife, pistol, drum and horse put with him. The men, with mouth and chin and end of nose, a sort of triangle, painted black signifiers one who had been wounded and bled. Red stripes indicated horses given away in pipe dance. Yanktons affect yellow and red, sometimes, striped, some times, spotted, red or yellow - I don’t recollect, yellow or red. Red mostly used and black by the others.

Saw rations - One tin cup of green coffee for a family of two and four. Less than 1/2 lb. of sugar. A strip of bacon about an inch to 1 1/2 wide and from 18 to 30 inches long, and 5 to 3 inches wide for 11 in family. Bacon thrown into flour bag.

donderdag 16 oktober 2014

Willem de Clerq -- 17 oktober 1820

Willem de Clercq (1795-1844) was bankier, dichter en voorman van het protestantse Réveil in Nederland. Zijn dagboeken vormden de basis voor Naar zijn dagboek.

Dingsdag 17 Oct.
Een heerlijke avond. Reeds lang had ik gewenscht Da Costa, dien ik nog slechts in eenige kringen gezien had, nader te leeren kennen. Ik gaf hem deze begeerte te verstaan, en nu kwam hij op een recht genoegelijken avond bij mij. Hij is wezenlijk dichter, vol vuur, vol gevoel; wij doorliepen de schoonste stukken van verschillende letterkunde. Spanje, Italië, Portugal, alles had zijn beurt. Hij is eenvoudig, zonder pedanterie, en was veel beminnelijker dan toen hij in de vergadering bij Pauly op Hartsen aangehitst werd om den adeldom of de denkbeelden der ultra's te verdedigen. Hij begrijpt juist wat het improviseeren is, en was de eerste, die mij den raad gaf: of improviseer niet meer, of schrijf geene verzen meer. Het eene kan niet met het ander gaan, en dan is het eerste, wijl het zeldzamer is te verkiezen, omdat dan de wereld voor u open ligt en gij geen enkel denkbeeld, dat als gij schrijft buiten uw plan zou vallen, behoeft te laten ontsnappen. - Alle dichters moesten eigenlijk improvisatoren zijn. Hij verzocht mij zelfs nog eens voor hem te improviseeren, hetgeen zijne goedkeuring wegdroeg. Wij spraken over zijne vorming, over Bilderdijk, over zooveel schoons en groots.

Toos Urselmann -- 16 oktober 1942

• Toos Urselmann (1905-1993) hield tijdens de oorlog een dagboek bij.

Woensdagmorgen de stad in boodschappen, o.a. elleboog halen, naar de smid voor de kachel en snoep.In Jamin ½ uur op beurt wachten, winkels worden al leeger. Moeder 's middags achter op de fiets mee naar den Boekend.
Donderdags gewoon.
16 Oct herdenking van Sefs geboortedag, bange vragen omtrent die'n goeden broer. Begrafenisdag van tante Door, z.g. Mientjes geboortedag. Avond van ½ 10- ½ 11 in schuilkelder, vuurspuwend bezoek voor Keulen. We hoorden `t echter niet donderen in Keulen.
Zaterdag kachel gezet. 's Middags naar den Boekend geweest. Vreeselijk vies weer. Gehoord, dat Mgr. Aerts met nog 7 paters en eenige zusters door de Jappen vermoord zijn. Geen andere namen, ontzettend gestoorde uitzendingen, zoodat niemand fatsoenlijk naar de nadere omschrijving kon luisteren. Op Guinea geven de laatste Nederlanders zich over. Wat een verdrietige tijd. Weer 15 vaderlanders, z.g. gijzelaars doodgeschoten wegens sabotage door anderen gepleegd. Ach Lieve Heer, wanneer houdt dat geselen op. Spaar Heer en bekeer de zielen. Zal `t bloed van de vermoorde missionarissen ook weer `t zaad zijn voor nieuwe Christenen. Voor ons onnozelen zijn Gods raadsbesluiten nu eenmaal ondoorgrondelijk. Alleen hoop en vertrouwen op Goddelijke barmhartigheid maakt ons `t verder leven mogelijk.
Zondag Missiezondag, een witte pater missionaris, die niet trugkon naar de Missie, preekte voor de voortplanting des geloofs. Z.E. vertelde dat er 100 missionarissen klaar stonden voor de Missie God. Geve, dat ze spoedig kunnen gaan. Aan den vooravond van Missiezondag sprak de Koningin een woord van troost tot de familie der ter dood gebrachten. H.M. is ook erg bedroefd maar vol Gods Godsvertrouwen. Ook in Boston sprak een Mgr. tot `t katholieke volk van Nederland, vertaald door een Nederlandse priester.
Maandag met Dora naar Marres. 's Middags wasdag, een en al regen en duistere triestigheid. Net een beeld van den tijd. Waarschuwing van overzee voor `t treinverkeer, niet laat reizen enz. enz. Gestook in de kranten tegen de geallieerden.
Dinsdag wasdag. `t Grootste nieuws dat Riek kennis had na een stiekeme voorbereiding van ruim een ½ jaar. Ondoorgrondelijk zijn soms de geheimen der mensen, ook van vriendinnen. 's Avonds na `t Lof, met Lies naar `t bad.

woensdag 15 oktober 2014

Anna Achmatova -- 15 oktober 1963

Anna Achmatova (1889-1966) was een Russische dichteres. Dagboekfragmenten van haar zijn opgenomen in De echte twintigste eeuw (vertaald door Alissa Leigh en Silvana Wedemann).

15 oktober 1963
Komarovo
Vandaag de eerste sneeuw. Ik heb een stuk van Proloog ('De Stem') geschreven met vier gedichten. Voor Ljoebimova geposeerd. Ik wacht op Lida.

17 oktober
Lida is drie keer geweest (de tweede keer met Volodja Kornilov). Ik heb haar tweemaal een stuk uit Proloog voorgelezen. Het bevalt haar beter dan De kandelaar. Rondom de herfst, die dreigt over te gaan in een klassieke Finse winter.
Het is mij toch gelukt te weten te komen waarom Lida Zeven gedichten niet heeft begrepen, dat wil zeggen waarom ze vond dat ze geen cyclus vormden. Ze dacht dat de 'Schone' een persoon was, en ze kende het Adagio van Vivaldi niet.

21 oktober
...ik heb besloten een opschrift in het Latijn (misschien uit Horatius) toe te voegen dat duidelijk zal maken wat er met de 'Schone' bedoeld wordt... (III-de).
Morgen (23 oktober) verlaat ik het hutje. Dit vertrek komt me voor als verraad. Ik moet steeds denken dat ik hier iets niet heb voltooid, niet tot het einde toe heb doorgedacht. En Zij (de Muze) kan niet zonder mij.
...en de muziek die van mijn ziel heeft gedronken, laat ik ook als het ware zonder drinken achter en zo ervaar ik haar dorst. Alleen de dennenbomen kan het werkelijk niets schelen - binnenkort moeten ze een sterfelijke gezelligheid scheppen.

Ze groeten mij niet - zijn niet blij, 
En de hele winter stonden ze hier.

maandag 13 oktober 2014

Rogi Wieg -- 14 oktober 1997

Rogi Wieg (1962) is een Nederlandse schrijver. Zijn dagboek over het jaar 1997 is gepubliceerd als Liefde is een zwaar beroep.

14 oktober
Vannacht legde ik G. een aantal filosofische principes uit. Zegt G. ineens: 'Jezus, moet je hier eens voelen bij mijn buik. Daar bevindt zich een keiharde drol, die morgenochtend beneden zal zijn. Voel je hem?'We hebben ook gevoeld of we in mijn darmen een drol konden ontdekken. Ik wilde een berekening maken over de snelheid van de daling van mijn nachtelijke poep richting aars. Helaas konden we bij mij niets vinden.
Vanochtend rond acht uur heeft G. een drol gelegd. Het ding was kalm en gracieus ingedaald. 'Vertrouwen op moeder natuur', dat is vanaf vandaag een nieuw filosofisch standpunt van me. (Ik schrijf opvallend vaak over drollen. Ben ik anaal gefixeerd?)
Over twaalf dagen vertrek in naar Boedapest. Ik zie mijn verblijf daar met angst tegemoet. Wat moet ik met mijn tijd beginnen als ik geen college geef?
Nieuwsdagboek: staking in de Amsterdamse haven. Werknemers willen ten strijde trekken tegen goedkope uitzendkrachten. Je bent goedkoop, je wordt uitgezonden en dan slaat een havenarbeider je ook nog op je bek. Bolkestein wil de Nederlandse grenzen sluiten voor asielzoekers. De naam van deze politicus Hinkt als een metrohalte in de Bijlmermeer: 'De volgende halte is Bolkestein. Overstappen voor de richting Gein.' De hypotheekrente gaat stijgen. 1222 kilometer per uur, dat is de snelheid die een vehikel op wielen gisteren in de Nevadawoestijn heeft gehaald. Het is voor het eerst in de geschiedenis dat een 'auto' door de geluidsbarrière heen schiet.
Het wordt binnen en buiten langzaam kouder. Ik vind dat een prachtige sensatie. Net zoals het toenemen van de temperatuur als het lente wordt. De wisselingen van de seizoenen zouden de volgende eeuw nog scherper kunnen worden: ijskoude winters tegenover hete zomers. Wat voorspellen de klimaatdeskundigen voor de komende jaren? Hoe zal het weer in de toekomst de kleding, de mode gaan beïnvloeden? Zal c&a over tien jaar nog dunne zomerjasjes voor een lage prijs verkopen in oktober? Of zullen de specialisten dan koude zomers voorspellen met in de ochtend lichte vorst aan de grond? Tenslotte begint de zon op te branden. De mens heeft nog maar een paar miljard jaren voor zich.
Een 84-jarige dronken spookrijdster is op de rondweg in Houten tegen een tegemoetkomende auto gebotst en daarna in volle vaart weggereden. Toen de vrouw van 84 later door agenten werd gearresteerd, stapte ze wankelend uit haar auto. Op de achterbank van de wagen lag een bijna lege fles sterkedrank.
Mijn vader heeft gebeld: zijn hart is in orde. Ik ben opgelucht.
Careltje Peeters schrijft in Vrij Nederland dat ik naar De Arbeiderspers ben overgestapt om een belangrijk schrijver te worden. Eerst was het volgens hem voor de verkoop, nu is het plotseling voor de erkenning. Wat is die man toch rommelig in zijn geest! En hij is zo redelijk en beschaafd in de omgang met mens en dier. Ik zou hem graag willen helpen, maar hij zal zich vast niet willen laten behandelen door mij.

zondag 12 oktober 2014

Charles Hennebois -- 13 oktober 1914

• Charles Hennebois was een Franse soldaat die in 1914 in Duitsland ernstig gewond raakte en in gevangenschap verpleegd werd. Zijn dagboek van die periode is gepubliceerd als In German hands. The diary of a severely wounded prisoner.

October 13. About jive o'clock. I was lying at this moment on the edge of the field of lucerne, somewhat hidden by the tall grass, and in the pale morning light, through the mists that were rising from the ground, I saw three German patrols moving over the ground.

Some of the wounded called out to them, begging for water. The Germans finished them off with the butt-ends of their rifles or their bayonets, and then robbed them. I saw this done a few yards from where I was. A group of seven or eight men were lying there, struck down by cross-fire from the machine- guns. Some of them were still alive, and spoke imploringly to the Germans. They were butchered as I say, robbed, and thrown in a heap.

I gathered from the cries that reached me from other parts of the field, from the laughter, followed by dull blows, and the subsequent silence, that other hapless creatures were sharing the same fate. I will not describe the anguish I endured. I thought my last hour was at hand, and if I lifted up my soul to God, it was less to ask Him to save me for I had so little hope for myself at that moment than to implore Him to soften and heal the grief of those dear to me. I prepared for death. Footsteps approached above me on the left. A minute before I had determined to die bravely, denouncing those who were outraging humanity by such deeds as cowards and murderers. Something stronger than myself made me close my eyes. I stiffened my body and lay motionless. The Germans thought I was dead. One of them turned me over with a violent kick, and greedy, brutal hands began to strip me of my possessions. I felt them taking the watch I was wearing on my wrist in a leather bracelet, my modest purse, containing a little gold, and a knife with several blades which I had bought at Toulouse the day before I left. My pocket-book, my pencil, and a notebook, which I had slipped between my shirt and my skin, escaped their search, and also my tobacco-pouch, my cigarette-papers, and my matches, which I had put into my right-hand pocket under my handkerchief.

The footsteps died away ; but I remained perfectly still. I gave myself up for lost. After this patrol another would pass. I thanked God for His intervention, and I awaited death, almost desiring to hasten the end of my tortures.

More than an hour passed in this manner. I had at last ventured to turn over by dint of agonized efforts and had got into a somewhat less painful position, when fresh footsteps drew near. I had neither the time nor the inclination to feign a second time, for bayonets were already at my breast. A last instinctive impulse, an effort of thought, nevertheless brought the words that were to save me to my lips. I know a little German, of the kind one learns at school. But I managed to elaborate the following sentence :

" Why," I asked, " do you want to kill me ? Is it thus you respect the lives of your fellow- creatures ? Can a disarmed man be an enemy ? "

I spare the reader the faults of syntax which no doubt graced it ; however, it was effectual. The two weapons were withdrawn at an authoritative gesture. " Germany is merciful. She does not kill the wounded," said a man, who, as I afterwards learned, was a Bavarian student.

Alas ! I knew the exact opposite ! I had seen it with my own eyes. But I refrained from saying so. It was hardly the moment for protest.

A fusillade began, distant and intermittent. The soldiers left me, but not till my protector had assured me that I need fear nothing. He was on duty in that sector, and would keep an eye on me till the stretcher-bearers could come and fetch me.

Julien Green -- 12 oktober 1937

Julien Green (1900-1998) was een Amerikaans-Franse schrijver. Fragmenten uit zijn dagboeken zijn door Greetje van den Bergh vertaald als Journaal 1926-1945.

12 oktober - Nog meer appartementen bezichtigd... 's Nachts lig ik te woelen in bed terwijl ik al die lege kamers meubileer. Sinds een maand draag ik in gedachten mijn bed, mijn ladenkast en mijn bureau van de rue des Saint-Pères naar de rue Saint-Dominique, of van de boulevard Saint-Germain naar het Luxembourg. Ik heb verhuizersnachtmerries.

23 oktober - Gesprek met Grasset, die ik in jaren niet had gezien. Ik vond het vervelend dat er zoveel mensen om ons heen zaten; ik voel me altijd zo overbluft in een salon, en zo zichtbaar niet op mijn gemak, dat ik degene die met mij zit te praten uiteindelijk het gevoel geef dat hij me verveelt. Om toch maar iets te zeggen, praatte ik met Grasset over het Journal van Delacroix. Ik zei, zonder overtuigd te zijn van wat ik beweerde, dat Delacroix vanaf het moment dat hij wist dat hij door het publiek zou worden gelezen, voor het publiek ging schrijven, en dat dat te merken was; maar het zou me heel wat moeite hebben gekost dat te bewijzen. (Om te beginnen heb ik zijn Journal niet eens helemaal gelezen.) Dat soort dingen, die je maar half meent, zeg je in salons. Grasset vroeg me of ik een dagboek hield, en toen ik daar bevestigend op antwoordde drong hij erop aan dat ik het zou publiceren ...
Later heb ik er lang over gepiekerd of je tijdens je leven bepaalde dingen wel kunt laten drukken, duizenden onbekenden in vertrouwen nemen. Maar waarom ook eigenlijk niet? Het twijfelachtige produkt dat literaire kiesheid heet, bevat een flinke dosis ijdelheid. Kort en goed, ik ben geneigd het avontuur te wagen, al was het alleen maar om iets te doen wat ik nog nooit heb gedaan.

zaterdag 11 oktober 2014

Randy Newman -- 11 oktober 1994

Randy Newman (1943) is een Amerikaanse zanger. In 1994 hield hij een 'Hollands Dagboek' bij.

Dinsdag 11 oktober
Normaal gesproken kijk ik nooit naar mezelf als ik op de televisie kom, maar nu ik toch in het buitenland ben, hield ik me voor dat ik voor een keertje best van dat principe mocht afwijken. Zodoende heb ik vanavond voor het eerst sinds vijftien jaar mijn achterhoofd weer eens gezien. Wat me van die reportage in dat kunstprogramma echter bovenal zal bijblijven, is het schokkende feit dat ik, anders dan ik altijd had gedacht, werkelijk als twee druppels water lijk op mijn broer.Overigens kunnen we het goed met elkaar vinden, mijn broer de chirurg en ik, al was het maar omdat we allebei verwoede lezers zijn. Alleen houdt hij het bij moderne romans, terwijl mijn belangstelling meer uitgaat naar biografieën, literaire essays en wetenschappelijke werken.

Wat fictie betreft, wordt mijn nieuwsgierigheid vooral geprikkeld wanneer het verhaal zich afspeelt in een mij bekende omgeving, vandaar dat ik Nederlandse schrijvers als Harry Mulisch, Cees Nooteboom en Janwillem van de Wetering in de kast heb staan. Eigenlijk zou ik best meer dan twee boeken per week willen lezen, ware het niet dat ik me vaak niet van het tv-toestel kan losrukken. Zo interesseer ik me absoluut niet voor sport en toch blijf ik er soms urenlang naar kijken - ik kan het gewoon niet helpen.

donderdag 9 oktober 2014

George Orwell -- 10 oktober 1942

George Orwell (1903-1950) was een Britse schrijver en journalist. In 1941-'42 werkte hij voor de BBC's Eastern Service.

10.10.42: Today in honour of the anniversary of the Chinese Revolution the Chinese flag was hoisted over Broadcasting House. Unfortunately it was upside down.

10.11.42: The authorities in Canada have now chained up a number of German prisoners equal to the number of British prisoners chained up in Germany. What the devil are we coming to? [The Germans chained some 2,500 Allied prisoners (mainly Canadian) taken at Dieppe because they claimed that British Commandos had chained their German prisoners. The British War Office denied this. Canada then manacled 1,376 German prisoners.]

10.15.42: A little bit of India transplanted to England. For some weeks our Marathi newsletters were translated and broadcast by a little man named Kothari, completely spherical but quite intelligent and, so far as I could judge, genuinely anti-Fascist. Suddenly one of the mysterious bodies which control recruitment for the BBC (in this case I think MI5) got onto the fact that Kothari was or had been a Communist, active in the students' movement, and had been in jail, so the order came to get rid of him. A youth named Jatha, working at India House and politically OK, was engaged in his place. Translators in this language are not easy to find and Indians who speak it as their native tongue seem to tend to forget it while in England. After a few weeks my assistant, Miss Chitale, came to me with great secrecy and confided that the newsletters were still in fact being written by Kothari. Jatha, though still able to read the language, was no longer equal to writing it and Kothari was ghosting for him. No doubt the fee was being split between them. We can't find another competent translator, so Kothari is to continue and we officially know nothing about it. Wherever Indians are to be found, this kind of thing will be happening.

10.17.42: Heard a "Jew joke" on the stage at the Players' theatre last night -a mild one, and told by a Jew, but still slightly anti-Jew in tendency.104 More Second Front rumours. The date this time is given as October 20th, an unlikely date, being a Tuesday. It seems pretty clear that something is going to happen in West or North-west Africa however.

11.15.42: Church bells rung this morning - in celebration for the victory in Egypt. The first time that I have heard them in over two years.

Franz Kafka -- 9 oktober 1917

Franz Kafka (1883-1924) was een Tsjechische schrijver. Zijn dagboeken 1910-1923 zijn te lezen bij Gutenberg.

9. Oktober. Beim Bauer Lüftner. Die große Diele. Theatralisch das Ganze. Er nervös mit Hihi und Haha und Auf-den-Tisch-Schlagen und Armheben und Achselzucken und Bierglasheben wie ein Wallensteiner. Daneben die Frau, eine Greisin, die er als ihr Knecht vor zehn Jahren geheiratet hat. Ist leidenschaftlicher Jäger, vernachlässigte die Wirtschaft. Riesige zwei Pferde im Stall, homerische Gestalten, in einem flüchtigen Sonnenschein, der durch das Stallfenster kam.

14. Oktober. Ein achtzehnjähriger Junge kommt, sich von uns zu verabschieden, er rückt morgen ein: »Indem ich morgen einrücke, komme ich mich von Ihnen beurlauben.«

15. Oktober. Auf der Landstraße gegen Oberklee am Abend; ging deshalb, weil in der Küche der Schaffer und zwei ungarische Soldaten saßen. Die Aussicht auf Ottlas Fenster in der Dämmerung, drüben ein Haus und hinter ihm schon freies Feld. K. und Frau, auf ihren Feldern, auf dem Abhang gegenüber meinem Fenster.

21. Oktober. Schöner Tag, sonnig, warm, windstill. Die meisten Hunde bellen sinnlos, schon wenn in der Ferne jemand herunterkommt, manche aber, vielleicht nicht die besten Wachhunde, aber vernünftige Wesen, nähern sich ruhig dem Fremden, beschnuppern ihn und bellen erst bei verdächtigem Geruch.

6. November. Glattes Unvermögen

dinsdag 7 oktober 2014

Caroline Barnes Crosby -- 8 oktober 1848

• Caroline Barnes Crosby (1807-1884) was een mormoonse Amerikaanse vrouw, die in haar dagboeken (gepubliceerd in No Place To Call Home) veel heeft vastgelegd over het leven in een mormonengemeenschap in de 19de eeuw.

[30 Miles from Salt Lake Valley, Oct 8, 1848]
Sunday morning Oct 8th 1848 Yesterday came ten miles, staid near a small creek, had some very bad places to pass; br Barnard’s buggee capsised but did no injury of any account. This morning is very pleasant and warm. We are now almost thirty miles from the valley. Three days more will (we hope) land us at our place of destination. I hope I shall be truly thankful to God for his preserving care through so long and tidious a journey.
Monday morn. Yesterday we travelled about 9 miles through very bad roads camped in a valley or canyon entirely surrounded by mountains. Soon after we stoped we were joined by a frenchman and an indian with their families, who were going to the valley to buy provision. The frenchman has a squaw for his wife, they also had a young man and girl from the valley which they had hired, the young woman had been making butter and cheese for them.
Monday we came only a short distance. Father Luce’s wagon tire got broken had to stop to get mended. Br A Lyman, Flake and two other men came by us on horseback going on to the valley.
Tuesday we ascended and descended a very high mountain the teams had all they could do to draw the loads, on arriving at the top we had a glimpse of the valley of salt lake which we had so long been striving to reach. We all rejoiced and thought we were the same as there, but when we came to descend the mountain we found we had one of the worst and most crooked roads to pass over that ever was seen, we however got through safely and arrived within 14 miles of our place of destination before dark.
Wed— 11th warm and pleasant we some expect to roll into the valley to day.

[Arrival at Salt Lake Valley, Oct. 12, 1848]
Thu Oct 12th, Yesterday we were detained by rain, we travelled untill 3 or 4 oclock and then stoped, this morning is very pleasant, intend to make the best of our way into the valley, a little after noon we ascended and descended the last hill, found two families living in tents close the mouth of the canyon. I understood they had salt for sale, I went and bought some for salaratus. About 4 oclock we arrived within the fort the fi rst we saw of our acquaintances Phill B Lewis he told us sister P was at his house close by the gate we had just come through.

[Caroline’s initial daily journal ends upon completion of her venturesome wagon trip from the Des Moines River to the Great Salt Lake Valley. What follows is a fairly brief reminiscent account of the subsequent two years spent in Utah.]

maandag 6 oktober 2014

Susan Fenimore Cooper -- 7 oktober 1849

• Susan Augusta Fenimore Cooper (1813–1894) was een Amerikaanse schrijfster en natuurvorser. In 1850 publiceerde ze het natuurdagboek Rural Hours.

Saturday, 7th.–Charming weather. The woods on the hills are glorious in the sunshine, the golden light playing about their leafy crests, as though it took pleasure in kindling such rich coloring. The red of the oaks grows deeper, the chestnuts are of a brighter gold color. Still a touch of green in the woods; the foliage of the beech struggles a long time to preserve its verdure, the brownish yellow creeps over it very slowly; most trees turn more rapidly, as though they took pleasure in the change.

Butterflies fluttering about in the sunshine; dragon-flies also, "la demoiselle dorée," as the French call them–strange, that what is a young lady in France should become a dragon across the Channel! Many grasshoppers by the roadsides. Small gnat-like flies abound, in flocks

"borne aloft,
Or sinking, as the light wind lives or dies."

Beautiful moonlight this evening, with a decided frosty feeling in the air. The moon was determined to show us what she could do toward lighting up the autumn foliage at night; the effect was singular, as seen in the trees about the lawn. A dreamy fugitive coloring of scarlet and yellow seemed to be thrown over the sumachs and maples, near the house; and even upon the hills, in spots where the light fell with all its power, the difference between the colored belts of yellow or scarlet, and the darker evergreens, was quite perceptible.

zondag 5 oktober 2014

Marjet van Zuijlen -- 6 oktober 1998

Marjet van Zuijlen (1967) is een voormalig Nederlandse politicus. In 1998/99 hield ze een journaal bij dat is gepubliceerd als Retour Nijmegen-Den Haag. Dagboek van een politica (2000)

Dinsdag 6 oktober 1998
Ik heb een enerverende dag achter de rug. Het is laat. De vergadering van de beginselcommissie is uitgelopen. Na afloop gaan we nog even naar de Kamer om te bellen en stukken te schrijven. Er heerst in de commissie de angst dat het partijbestuur niet voldoende recht zal doen aan het stuk door onze resolutie te vervangen door een eigen resolutie. Mijn telefoontje met Marijke van Hees (de nieuwe partijvoorzitter?) stelt ons gerust.

Ik heb een leuk gesprek gevoerd met twee andere mogelijke kandidaten voor het voorzitterschap, Lennart Booij en Erik van Bruggen. Ik gun ze de wereld.

Tot mijn vreugde ontdek ik 's avonds dat mijn broertje een door mij bestelde stoel thuis heeft afgeleverd. Dank, dank, dank.

Woensdag 7 oktober 1998
Vanochtend om zeven uur in bed een overleg voorbereid. Vervolgens in Nieuwspoort een boek in ontvangst genomen. Daarna nog wat kleine vergaderingen. Er is onrust over de kandidaat die het CDA naar voren heeft geschoven als voorzitter van de Bijlmerenquête. Theo Meijer, sowieso al geen politiek zwaargewicht, blijkt woordvoerder in debatten over de Bijlmer te zijn geweest. Vervelende start. Ik hoop dat ze op hun schreden terugkeren. Dat kan nog zonder veel problemen.

Als secretaris van de grootste fractie (en dus voorzitter) heb ik vanmorgen een extra vergadering van het secretarissenoverleg bij elkaar geroepen. Dinsdag wilde niemand over de samenstelling van de enquêtecommissie praten aangezien de Bijlmerwerkgroep daarover zou besluiten. Vervolgens heeft de werkgroep advies uitgebracht aan het presidium dat nu weer op zijn beurt advies vraagt aan het secretarissenoverleg. Dus een extra vergadering. Het gaat er vooral om of de SP nu wel of niet meedoet. Het zal me eigenlijk worst wezen. De SP-secretaris komt niet opdagen. Het besluit is snel genomen.

We hebben een extra fractievergadering over het sturen van vliegtuigen en grondtroepen naar de Balkan. De sfeer is geladen. Iedereen maakt zich zorgen. Ik hoop nog steeds dat het niet nodig zal zijn, maar de tijd dringt.

Zondag 11 oktober 1998
Ik ben vanaf vanochtend halfacht bezig met mijn inbreng voor de begroting Economische Zaken. Tot mijn chagrijn kondigt Annemarie Jorritsma in het programma Buitenhof aan dat de Kamer deze week (sic!) een belangrijke brief krijgt over toekomstige marktwerkingsoperaties op het terrein van volkshuisvesting, gezondheidszorg en onderwijs. De helft van mijn inbreng gaat hierover. Ik moet zorgen dat ik niet in paniek raak en mijn eigen lijn aanhoud zonder dat ik naar de bekende weg vraag. Zal mijn telefoongesprek, met de directeur marktwerking van het ministerie, waarin ik vragen stelde over precies deze onderwerpen iets te maken hebben met de haast waarmee deze brief naar de Kamer komt? Wat een pervers wereldje is dit toch.

zaterdag 4 oktober 2014

Marjan Berk -- 5 oktober 1983

Marjan Berk (1932) is een Nederlandse actrice en schrijfster. In 1983 hield ze voor NRC Handelsblad een 'Hollands Dagboek' bij.

Woensdag 5 oktober
'Nog één hap, en onze Bep was geëlektrokuteerd!' Zorgelijk buigt mijn één na jongste zoon zich over het snoer van de schemerlamp, waar onze teckel bijna rechtdoorheen heeft gebeten. Zijn jongste broer Willem en ik staan wat hulpeloos achter hem. Willem draagt de mand met boeketten en kadootjes die ons ten deel vielen na de première van de musical 'Wordt er in de ruimte ook gelezen', die deze middag in de Krakeling werd opgevoerd. De mitella om mijn linkerarm en de vreemde orthopedische kraag om mijn nek ('rosé,' zei de neuroloog opgewekt, 'ze zijn er ook in rose!'), kunnen de pret niet bederven; de zenuw-wortelontsteking in je rug, die voor deze eigenaardige kledingstukken verantwoordelijk is, went al aardig, pijn kan ook fungeren als achtergrondmuziek, of misschien ben ik wel gewoon een ordinaire masochist!
Enfin, de teckel leeft, de musical ook, gezien het enthousiasme van het publiek en er moet nu wel gegeten worden. De Febo biedt uitkomst, Ruud is al vroeg naar Stadskanaal vertrokken om met de Rob de Nijs-band op te treden. Hij staat in deze situaties meestal klaar met zijn beroemde bruine-bonenschotel, maar nu kiezen we maar de weg van de minste weerstand. Zoon Ruud-Jan (met rijbewijs) haalt hotdogs, frites met, hamburgers, vergeet het beroemde kalfsvlees-speciaalkroketje, waar ik zo op tippel. Ik neem dus maar gewoon een boterham en demp mijn schuldgevoel over al dat junk-food met het verstrekken van biergistpillen en vitaminekruistabletten.
Bij het onderstoppen van mijn jongste zoon, die heeft meegespeeld in de musical, fluistert hij mij in het oor: 'Ik ben toch zo vreselijk blij, dat ik mee heb mogen doen!' (Klinkt er iets van de pathetiek van een ouderwets acteur in zijn stem...?)

Mary Dresselhuys -- 4 oktober 1979

Mary Dresselhuys (1907-2004) was een Nederlandse actrice. In 1979 hield ze op verzoek van NRC Handelsblad korte tijd een 'Hollands dagboek'bij.

Donderdag [4 oktober]
Honderdste [voorstelling] achter de rug. 't Is dan toch 11 uur geworden. Op het moment dat die hoogspanning van je is afgevallen voel je je chaotisch. Het is zo iets als wanneer je in zee in de branding door een enorme golf door elkaar gesmeten wordt en je niet meer weet of je nog rechtop, of op je kop, of dwarsligt-en dan lig je ineens op het strand. 'Eind der rol' zou Van Gasteren zeggen. Als we aan een nieuw stuk beginnen, zitten we om de tafel. Iedereen leest dan voor de eerste keer hardop zijn rol. Vroeger kreeg je niet het hele script, maar de souffleur had de rollen uitgeschreven in goedkope schoolschriften. Hij schreef zeer groot, want hij kreeg 1 cent per bladzij. Toen Van Gasteren eens een kleine rol kreeg toebedeeld, las hij halverwege de eerste acte de laatste zin uit zijn schrift, sloeg quasi verbaasd enige bladzijden om, zag slechts lege vellen en sprak met zijn zware bas en rollende rrr's: 'Einde der rol!'
Waarom zie ik toch zo ontzettend op tegen interviews? En nog meer tegen foto's laten maken. Het laatste is duidelijk. Ik vind mezelf lelijk (welke vrouw vindt dat niet), wordt dus over-conscious, trek met mijn mond, trek rimpels, knijp met m'n ogen, kan niet ontspannen - en de arme fotograaf kan negen-en-twintig van de dertig foto's weggooien.
Ik weet al jarenlang dat het publiek, dat die ene geslaagde foto te zien krijgt, dit verhaal niet gelooft, maar het is de bittere waarheid. Interviews daarentegen vallen altijd mee, zijn soms stimulerend of zelfs gezellig!
Doordat 'Céline' deze maand op TV komt kreeg ik een aanvraag van de KRO- en van de VARA-gids. Nu is er waarschijnlijk geen mens op beide bladen geabonneerd. Dus ik stelde voorzichtig voor of de heren niet tegelijk konden komen, dat zou mij veel tijd besparen. 'Tja,' zei een redactielid, 'dat hebben we alleen wel eens met Heinz Rühmann gedaan. Die had ook zo weinig tijd.' 'Nee', zei ik, 'ik ben niet zo'n internationale figuur als Heinz Rühmann en ik heb juist heel veel tijd omdat ik in een nachtploeg zit. Maar daardoor ben ik op mijn vrije tijd overdag zo gesteld.' Toen hebben Ton van Helden en Herman Post de handen ineen geslagen. Ze kwamen zonder fototoestellen, want Joop van den Ende had alle fotomateriaal van Céline ter beschikking gesteld, en zo werd het een zeer geanimeerde theepartij. Voor mij. En ik hoop ook voor hen.

donderdag 2 oktober 2014

Jan Terlouw -- 3 oktober 2004

Jan Terlouw (1931) is een Nederlandse schrijver en voormalig politicus. In het najaar van 2004 hield hij op verzoek van uitgeverij De Prom een 'herfstdagboek' bij, dat is gepubliceerd als Achter de barricaden.

Zondag 3 oktober
Vanavond na Netwerk keken Alexandra en ik elkaar aan met een blik van opperste verbazing. Hadden we dit echt gehoord? Hadden werkelijk mensen van wie we de verstandelijke vermogens toch redelijk hoog aanslaan, Ruud Lubbers, Boris Dittrich, Femke Halsema, en anderen, ervoor gepleit om Anne Frank postuum het Nederlanderschap te verlenen? Stellen deze mensen zich voor dat Anne daar in het hiernamaals op zit te wachten, om vervolgens een lange neus te trekken tegen haar ook al lang geleden gestorven familieleden? Of zouden vader en moeder Frank en zusje Margot ook alsnog Nederlander worden? En al die andere gevluchte Duitse Joden dan, wie in 1941 de Duitse nationaliteit was ontnomen?
Zou Anne het niet veel belangrijker hebben gevonden dat het Nederlanderschap werd verleend aan onze goede vriend Xiang Wei, een asielzoeker die vanwege de studentenopstand in 1989 ernstig is mishandeld, en die al dertien jaar probeert in ons land vaste grond onder de voeten te krijgen? Is Anne niet van de hele wereld? Is haar boodschap niet dat alle onderdrukking moet stoppen, waar dan ook? Wat bezielt die politici? Willen ze vastleggen dat Anne van ons is, om er de aandacht van af te leiden dat we nog altijd geen generaal pardon willen verlenen aan mensen die al vijf jaar of meer proberen hier te mogen blijven?
We keken elkaar aan. Hadden we iets gemist? Zagen we iets over het hoofd? Je mag toch niet aannemen dat dit als brevet van domheid voor de kiezers was bedoeld?

woensdag 1 oktober 2014

Simone Schell -- 2 oktober 1980

Simone Schell (1943) is een Nederlandse kinderboekenschrijfster. In 1980 hield ze voor NRC Handelsblad korte tijd een 'Hollands dagboek' bij nadat ze een Gouden Griffel had gewonnen.

Donderdag
Toos en ik praten over de dag van gisteren. Moe, hoofdpijn, aspirine. Veel telefoontjes. Kinderen komen thuis. Lot is ook moe. 'Al dat gezeur aan mijn kop. Je moeder was op het journaal. Alsof ik dat niet weet.' 's Middags naar de winkel van Willa Reinke. Praten, met een vijfde en zesde klas. Naar huis. De meneer voor het riool is geweest. Wij mogen geen kartonnetjes van closetrollen meer in de wc gooien. Ik beloof dat voor zover ik dat kan beloven. Lees 's avonds de kranten en tijdschriften door. De één verwijt mij gebrek aan inzet, de ander hoopt dat ik nog eens een echt mooi boek zal schrijven. Dat hoop ik ook. Veel over het kind en kinderboeken. Heel veel. Op de HP stapt Guus Kuyer naast het kind van zijn beste vrienden door God zijn grote weide en hij krijgt daar mooie gedachten van. Ja, denk ik. Oom Guus heeft gelijk. Wij allen zijn stakkers. Je staat er toch niet van te kijken dat we het eeuwige leven als troost hebben uitgevonden? Het aardige van het artikel is dat je het woord kinderen door heel veel andere kunt vervangen en dan is het allemaal nog waar en het omgekeerde ook. Zo heb je nog eens iets aan een artikel. Ik krijg toch maar liever gewoon een kind. Lichtzinnig wezen dat ik ben. Wat jij, Oom Guus.

Christoffel Columbus -- 1 oktober 1492

Christoffel Columbus (1451-1506) ontdekte Amerika in 1492. Hij hield van die reis (1492-1493) een scheepsjournaal bij.

Maandag 1 oktober
Hij* hield zijn westelijke koers aan. Ze legden 25 leguas** af. Hij zei tegen de bemanning dat het er 20 waren. Ze kwamen terecht in een hevige regenval. De stuurman van het schip waarop de Admiraal* voer, gaf op deze ochtend als zijn mening dat ze tot nu toe vanaf het eiland Hierro 578 leguas hadden gevaren. De lagere telling, die door de Admiraal bekend was gemaakt aan de bemanning, bedroeg 584. Maar de ware telling, die door de Admiraal was berekend en door hem geheim werd gehouden, was 707.

Dinsdag 2 oktober
Hij bleef zijn westelijke koers aanhouden, in dit etmaal over 39 leguas, maar hij zei tegen de bemanning dat het er 30 waren. De zee bleef steeds glad en kalm, waarvoor wij, zoals de Admiraal hier opmerkt, God eeuwig dankbaar moeten zijn. Gewas dreef langs van oost naar west, het tegenovergestelde van wat ze gewend waren. Er waren veel vissen te zien. Er werd er een gedood. Ze zagen een witte vogel die op een meeuw leek.

Woensdag 3 oktober
Hij hield de gebruikelijke koers aan. Ze legden 47 leguas af. Hij zei tegen de bemanning dat het er 40 waren. Ze zagen stormvogels. En ook veel plukken groen gewas, deels sterk verdord, deels heel vers, met daaraan iets dat op een vrucht leek. Omdat ze geen vogels meer zagen, veronderstelde de Admiraal dat de op de kaart getekende eilanden nu achter hen lagen. Hij merkt daarbij op dat hij in de voorbije week en op de dagen dat zoveel erop wees dat ze dicht bij land waren, geen vertraging had willen oplopen door tegen de wind in te kruisen, ook al had hij informatie over bepaalde eilanden in die omgeving. Maar hij wilde geen tijd verliezen. Zijn doel was het bereiken van Indië en daarom zou het onverstandig zijn vertraging op te lopen.

* * Columbus schrijft over zichzelf in de hij-vorm. Ook duidt hij zichzelf aan met 'de Admiraal'.
** legua = Portugese mijl, bijna 6000 meter



Vertaling: Hans Werner