donderdag 27 februari 2014

May Dewey - 28 februari 1889

Thursday 28
I have worked up to the last minute. Gussie came before we were dressed. He sent Ella and I some lovely flowers. I had a large bunch of pink roses. Fletcher and Jared Dimick sent us a lovely basket of flowers. It is lovely of them. Well they all they seemed to have a lovely time. It was so funny to watch the fellows they were so shy of the girls for they couldn’t talk while in mask and domino. We kept on our dominoes until 11 o’clock when we took partners for the German. The minute I unmasked all the fellows came up to shake hands so I had to stay down a few moments. I took Barclay McCarty for my partner the funny part was that when I had my mask still on he came right up to me and said “I am so pleased Miss Dewey to find I am the favored one this evening.” I am sure I don’t know how he knew me. I never knew him so since we carried on a desperate flirtation he said all manner of things. We flirted outrageously. Pansy spoke to me afterwards about it. Also, Flora, Ed Delanoy while in at supper overheard one of his remarks and laughed. Well, I don’t blame him. It was so silly. I thought of Mr. Page at 12:15 which was near enough. I wonder if he thought of me probibly not. I was having too good a time to stop and think of him much but Barclay McCarty said you have been thinking of something or someone for the last five minutes. I wonder how he knew for I still talked to him. We did not close till 3 o’clock which was very late. They all said they never had such a lovely time and I think they did enjoy it for we had six “stags” and favors for them. I got 19 favors which others may take home. But one can’t force to take them. The favors were for the men, whips with date on, pipes, sachets, candy faces, frogs, paper cutters and for the girls, hoops and bells with date on, pretty candle sets, sachets, candy baskets, frogs, letter openers. I got in bed about 4 o’clock just then about 4 fellows went in the room next to mine and played poker until 6 o’clock next morning. Pansy sent us some lovely violets.


Florence May Dewey (1869-?) woonde in 1889 in New York en hield gedurende ruim een jaar een dagboek bij.

Bertolt Brecht -- 27 februari 1921

Zondag, 27
Stralende, zonnige dagen, ik kom weer in vorm. Nog steeds vol horzels, maar beter bestand. De pogrom komt nader. Orde op alle fronten, maar ten koste van welke offers! Marianne denkt er niet meer aan om met Recht te trouwen, ze gaat nu met mij trouwen; God zal weer toekijken en Azië blijft onbewogen. Maar als ik mij in mijn schelp terugtrek (en ijslucht wegstroomt), valt ze om en heeft blauwe handen, komt er niet meer bij. Ze laat een valse noot klinken bij Aicher, terwijl ik al urenlang lijd, ik retireer, we lopen zwijgend naar huis (naar haar), verzoenen ons, gaan verstandig uit elkaar, want het is al laat en ze heeft morgen repetities - en dan zit ze boven en loopt het balkon op, om te zien of ik weer ben teruggetoggenburgd, op de stoep sta te fluiten. Schrijft een brief, zegt dat er iets niet in orde is, ze valt te gemakkelijk om, en belt de andere middag op.

Maandag, 28
Zo veel op drift in het stroompje. Otto bewijst van tijd tot tijd hoe rot zijn ideeën over geld zijn, hij is er het meest van afhankelijk. Orge zit op zwart zaad, ik geef hem 300, van het spaarbankboekje, hij houdt alleen de 200 die ik hem schuldig was, en Otto ontfermt zich zonder iets te vragen over de andere 100. (50 meer dan hij moet krijgen en nodig heeft, ofschoon hij bij O[rge] alleen maar op me loopt te kankeren. Maar daarmee verdoezelt hij dat soort dingen...) En Orge heeft niets, en ik heb 120 schuld bij de vreemde Klette. Het budget sluit toch al nooit. Maar Otto, die geen vrouw kan krijgen, ik heb voor hem met de dames Reutter en Günzburger gepraat, trekt van leer tegen Marianne en gooit met modder als een zwijn. Zodat Orge niet aan de film wil meewerken, die ik voor Stuart Webbs ga maken omdat ik Marianne daar een rol in wil geven (terzijde). Orge, de oude schoolmeester, is tegen het tal van mijn vrouwen en voelt zich om elke speld die je aan hem vraagt uitgebuit. En is kwaad op Cas en op Otto, voortdurend in zijn wiek geschoten. En het verderf van al die kinderen is mijn schuld. Ik ben de politicus, het mercantiele beest, de ondernemingsraad, de reformator! En hij is de heilige van het korps hondenpolitie, de wijze van de Klaucke-voorstad, de grote asceet. Hij zegt zelf tegen mij dat hij zijn Fannerl niet kon nemen (hij noemt dat tegen mij: Cesar niet kon baden) omdat zij een keer ongesteld was en hij een keer niet bij machte was, en nu verkondigt hij het dogma van de ongerepte sinaasappel (wordt lekkerder van het kijken, blijft op die manier alleen maar intact!) Hij is wraakzuchtig en ontkent het. Hij wilde B.T. niet haar giftanden trekken toen het nog wat kostte. Hij liet zich toen door haar in de zeik nemen. Maar daarna, toen hij in Azië zat en zij weerloos was, moest er opeens een duivels plan worden uitgebroed om haar de das om te doen. (Dat Meyer & Co. niet in de zeik genomen wordt!) Maar tegen mij zegt hij: 'Een keer heb jij haar willen slaan, en toen kon ik niet. Fannerl zou de klappen hebben gekregen. Toen wilde ik het, omdat Fannerl weg was, en toen wilde jij niet meer. En waarom? Omdat je boeken van B.T. wilde lenen!!!' Hij gelooft niet aan de idee! En Otto, die beter zou moeten weten, doet niets om hem dat uit zijn hoofd te praten. Hij heeft het nodig. Zo begint de hele villa te stinken, en geen zuchtje wind!


Bertolt Brecht (1898-1956) was een Duitse schrijver. Dagboeknotities van hem zijn gepubliceerd in Tagebücher 1920-1922.

[Vertaling: Hans Hom]

woensdag 26 februari 2014

Leo Vroman -- 26 februari 2003

Woensdag 25 februari
4:11 a.m. Er moest blijkbaar een oude vrouw vermoord maar ik wou toch niet meedoen met al die mensen in het donker, gelukkig volgde een Javaans feest, warm en met kleine lichtjes en in de verte wat een gamelan had moet zijn. Soedah, buiten regent het nog steeds maar de Trinity wil niet overstromen, tenminste niet in het donker, en het ijzige Pier One wil niet smelten. Vandaag T's geheugentest, als ik het hare had was ik een knappert. Even een spelletje Shanghai en dan naar bed.

6:16 p.m. T had haar psychologische check-up. We moesten een uur wachten, en de psychologe was vergeten of ze mij of T moest ondervragen en testen. 8 dagen geleden had T haar sonogram, en we hebben nog niets over het resultaat gehoord, het ligt waarschijnlijk ergens in het dikke boek over haar waar nooit een dokter naar kijkt tot we bellen.

Donderdag 26 februari
2:36 a.m. Die psychologe vroeg wat mijn gebied was, ik zei bloed aan oppervlakken, er is een effct naar mij genoemd, en ze riep: Ben jij dat? Of bent U dat, zoiets weet je in het Engels natuurlijk niet.

INHOUD EN OPPERVLAK

Een steen hoewel nog kerngezond
wou weten waar ze uit bestond,

dacht zó hard Meer dan oppervlak
dat zij heus heus in tweeën brak,

dus kregen haar twee oppervlakken
de splijtzucht werkelijk te pakken

en spoedig was zij talloos vele
maar toch nog net geklede delen

Toen zij puur krachten en quraken was
besefte zij haar inhoud pas:

zij was niets dan van die of die
het bijgeloof of de theorie

MORAAL:
Hoop dat het kalfsvlees op jouw bord
jouw theorie of inhoud wordt.

Verder kan ik niet gaan, denk ik. Nog een Klondike of drie en dan naar bed.


Leo Vroman (1915-2014) was bioloog, dichter en schrijver. In 2006 verscheen zijn Misschien tot morgen. Dagboek 2003-2006.

maandag 24 februari 2014

Willem Oltmans -- 25 februari 1964

25 februari 1964
New Orleans, Louisiana
Ben hier nu vier dagen. Heb materiaal verzameld voor artikelen voor mijn kranten. Er lopen hier nog altijd dagelijks Hollandse schepen de haven binnen. Veel gelezen. Veel mensen ontmoet. Veel in de zon gezeten, ik werd eerst zo rood als een tomaat.
Life heeft een klinische studie van twaalf pagina's gepubliceerd over hoe het kleine jongetje Lee Harvey Oswald in 24 jaar uitgroeide tot de moordenaar van J.F.K.. Bij de mariniers was hij in ieder geval maar een matige schutter. Dus om J.F.K. in zijn vrij snel rijdende auto te raken moet hij fiks geoefend hebben. Ik ben en blijf niet overtuigd. Er verschijnt nu alleen nog maar informatie die de schuld van deze man verder moet bewijzen. De impasse rond Maleisië schijnt compleet. De regering in Kuala Lumpur heeft Londen om steun in de lucht gevraagd bij het bestrijden van Indonesische luchtacties. Met die acties probeert Indonesië de op Maleisisch grondgebied opererende guerrilla's te blijven bewapenen en foerageren. Premier Abdul Rahman heeft gisteren nog gezegd dat de leiders van Indonesië ‘utterly irresponsible’ zijn. President Diosdado Macapagal is intussen in Indonesië voor een officieel bezoek.

26 februari 1964
Lezing om 20.00 uur voor de Louisiane State University in Baton Rouge. Er zijn hier 11.500 studenten. Ik sprak in de Cotillon Ballroom en hoogstens vijftig studenten en vijftig mensen van buitenaf waren komen opdagen. En daarvoor werd W. Colston Leigh vierhonderd dollar betaald en hield ik, vanwege de dure reis, misschien honderd dollar over.
Eerder zou er een persconferentie zijn. Niemand kwam. Een cameraploeg van station wbrz arriveerde veel te laat, maar de reden daarvoor was dat een prominente advocaat door zijn broer was neergeschoten in het centrum van New Orleans, en dat had uiteraard voorrang gekregen.


Willem Oltmans (1925-2004) was een Nederlandse journalist. Zijn dagboeken (76 delen) zullen in hun geheel online worden gezet bij de dbnl. De papieren versie wordt uitgegeven on der de titel Memoires.

zondag 23 februari 2014

Michel Leiris -- 24 februari 1942

24 februari
Gisteravond in de Opéra Don Giovanni van Mozart gezien, wat ik al heel lang graag wilde zien vanwege de mythe van Don Juan.
Idee (dat nauw te maken heeft met de rampspoed waardoor op dit ogenblik bepaalde van mijn vrienden of kennissen getroffen worden) om mezelf een zekere discipline op te leggen wat betreft het bezoek aan theaters: niet meer gaan kijken naar wat voor mij pure 'ontspanning' vormt; alleen nog maar naar dat soort voorstellingen gaan waarvan aangenomen kan worden dat ze, zo ze niet een mythische betekenis hebben, minstens een diepe emotie losmaken.
(Dit in het genre 'vaste voornemens' waartoe men je het besluit laat nemen als je kind bent en je opvoeding godsdienstig van aard is.)

Gistermiddag kreeg met de slechtst denkbare afloop de historie haar einde die meer dan een jaar geleden op het Trocadéro begonnen was ... [Leiris bedoelt de executie van zeven verzetslieden.]

25 februari
Volgens wat de families erover aan de weet zijn gekomen, heeft eergisteren de executie plaatsgehad, omstreeks 15 uur, of 18 uur (in het laatste geval juist op het moment dat Don Giovanni begon). De veroordeelden zijn met een bus van de gevangenis van Fresnes naar de Mont-Valérien gebracht. Ze werden heel Parijs doorgereden en het traject nam ongeveer een uur in beslag. Er was een aalmoezenier bij. Tijdens de route hebben ze gezongen, vrolijk onder elkaar gepraat over de diverse plekken van Parijs die ze herkenden. Ze hebben ook geweigerd zich te laten blinddoeken.
Ik zou eigenlijk ontsteld moeten zijn dat ik dat in dit cahier zo te boek stel, als was het iets volkomen abstracts...
Anderzijds hebben we gehoord dat D[eborah] L[ifszyc], die door de Franse politie zaterdag de eenentwintigste s morgens werd gearresteerd, voor zes maanden naar de Tourelles-kazerne zal worden overgebracht.

Vertaling: Michel van Nieuwstadt


Michel Leiris (1901-1990) was een Franse etholoog, dichter en schrijver. In de tegenwoordige tijd. Journaal 1922 - 1989.

Cesare Pavese -- 23 februari 1940

23 februari
De onmenselijke grootheid van Shakespeare blijkt nog meer dan uit zijn werk uit het feit dat hij toen hij stierf tweederde van zijn werk niet had laten uitgeven - waaronder Antonius en Cleopatra, Macbeth (?), veel komedies, enz.
Dit is zo ongehoord dat het vermoeden rijst dat aan het begin van de zeventiende eeuw de 'uitgeef'-mentaliteit nog niet erg verbreid was en dat men van mening was dat men het nageslacht een werk had nagelaten wanneer men het simpelweg had geschreven. Maar hoe vallen dan die teksten in manuscriptvorm te verklaren waarvan Shakespeare wist dat hij ze corrupt en corrumpeerbaar naliet? Evenmin kan men zeggen dat hem de tijd en de rust ontbraken om zich daarmee bezig te houden.
Hierin ligt een wijsheid die grenst aan kosmische ironie. Een bovenmenselijk gebaar.


Cesare Pavese (1908-1950) was een Italiaanse schrijver. In 2003 verscheen Leven als ambacht, met daarin dagboeken en brieven.

Vertaling: Anton Haakman

zaterdag 22 februari 2014

Marcel Jouhandeau -- 22 februari 1967

* 20 februari 1967
Is dit niet de laatste dag van mijn vrijheid? Morgen komt Marc in mijn leven, ik bedoel, zal ik in zijn dienst staan.

* Met het vallen van de nacht bekruipt me een soort angst. Morgen zal het kind hier zijn. Een nieuw tijdperk gaat aanvangen.
Ik voel dat Elise zenuwachtig is, maar ook nieuwsgierig en blij met de moeilijkheden die ze hoopt te overwinnen.
Men vindt ons onvoorzichtig.
De bedienden zijn al bij voorbaat jaloers op Marc. Het wordt zaak hem tegen ze te beschermen.

[22 februari]
Sinds gisteren is het huis niet meer hetzelfde. Het is een tempel waarin een kind slaapt. Zijn kamer ligt precies onder de mijne. Ik denk aan zijn hartje, dat zal overslaan, wanneer hij in een onbekende omgeving ontwaken zal. Het zingen van de vogels en het park beleeft hij als een sprookje. Zijn kamertje en zijn bed zijn naar de opkomende zon gericht. Zijn ogen zullen zich openen in een gouden licht.
Elise verbijstert me, in zwijm voor Marc, zo'n beetje als de Drie Koningin en de herders. De tederheid die ze uitstraalt herinnert me aan de gevoelens die ze vroeger eens toonde voor een vogel die voor onze deur uit het nest was gevallen.


Marcel Jouhandeau (1888-1979) was een Franse schrijver. Een selectie uit zijn dagboeken is verschenen in de reeks Privé-domein.

Vertaling: Hepzibah Kousbroek

donderdag 20 februari 2014

Frederik van Eeden -- 21 februari 1913

vrijdag 21 februari
Het teeken is gekoomen. Niet alleen innerlijk maar ook uiterlijk, zoodat elk het zien moest. ▫ Het verheerlijkte gezicht van mijn lieven jongen in zijn stervensoogenblik. Dat was booven alle twijfel verheeven. Dat moest ieder die zien kon tot geloof brengen. ▫ Hij bad en hij zag. Hij zag iets wonderheerlijks en moois. En in 't gebed steeg hij in 't beetere land. God nam hem tot zich. Tot de laatste seconde bleef hij helder en in contact met ons. Hij zag een oogenblik vizioenen. Toen liet hij mij roepen. Als ik maar in de kamer was, bleeven ze weg. Hij zag ook een vizioen dat de zuster hem plaagde. Toen zei hij op zijn liefste toon: jij mij plagen! ▫ En daarna zei hij dat hij ‘niets meer begrijpen kon’ en ‘niets meer wist’. Toen zei ik hem geduld te hebben. ‘Nu moest het toch koomen’ zei hij ‘nu moet het toch gebeuren!’
En toen gebeurde het. Hij vouwde de krachtelooze handen, de oopen mond ging dicht en preevelde, de oogen gingen wijd oopen en kreegen een uitdrukking van extaze, en verrukking. Toen hield teevens de adem op, en hij gleed oover in het beetere land zonder snik, zonder convulsie. Doodstil, in extaze. ▫ Prachtig was de uitdrukking van zijn gezicht. Martha, Hans en de zuster zeiden allen: nu zijn wij allen blij. Nu is Paul gelukkig. De lange wacht bij de agonie was vreesselijk. Ik kon het niet meer uithouden. Van Donderdag avond tot Vrijdag namiddag duurde de kamp, misschien nog erger voor ons wachtenden dan voor Paul zelf. Midden in den nacht zei hij: ‘jelui verveelen je zóó. Ik kan het niet helpen dat het zoo lang duurt.’ ▫ En toen het daglicht kwam, zei hij: van avond lig ik nog zoo. ▫ Kort voor zijn verscheiden sprak hij ons allen aan, en zei tot mij op zijn liefste, vleiendste toon ‘lieve, zòete vaatje!’ ▫ O dat zeegenrijke geluid voor me. En ook zijn moesje en Hans kreegen dank en liefde woorden van hem. ‘Zusje hoort er ook bij’ zei hij. En teegen mij: ‘Zul je haar als een dochtertje behandelen? Ze hield veel van me. Ze moet nog eenige dagen in huis blijven.’ ▫ En teegen zuster Obbes zei hij, nog geen uur voor het einde: ‘Je beedelde altijd om die schilderij met de muiltjes van Lizzy Ansingh, nu zul je die hebben.’ ▫ Gister avond dicteerde hij mij alle namen van persoonen aan wie hij een afscheidsgroet wilde zenden. Ik was daarbij nerveus. En dan zei hij zoo rustig: ‘geduld! Het moet langsaam koomen.’ Hij was veel rustiger dan ik.
Van middag zei hij ‘Vader is mijn geest geweest’ en dat herhaalde hij nog eens ‘Vader is mijn geest geweest.’
Ook gaf hij op wat er met zijn eigendom gebeuren moest. Het speelgoed voor mijn kinderen. De boeken mocht ik met Martha naar goedvinden verdeelen. Eergister al zei Paul dat hij of in Noordwijk wou liggen, bij de zee, of in Bussum, waar moeder bloemen kon planten op zijn graf. Moeder komt zeeker bij me, zei hij. Bij de spoor was het misschien zoo ongezellig, ik moest het maar eens gaan uitzoeken, en moeder laten beslissen. Hij hoefde het niet te weeten. ▫ Er moesten geen bidders of dragers zijn bij de begrafenis. ‘Ik wil door liefde gedragen worden, ik heb vrienden genoeg.’ ▫ Ook geen circulaires met rouwranden. ‘Dan nog liever een gouden rand’ zei hij.
Onbeschrijfelijk aandoenlijk alles met de zachte fluisterstem, de engelachtige glimlach, de krachtelooze gebaren.
In de lange nacht was ik radeloos. Ik kon het gemartel niet langer harden, en vroeg Daelmans er een eind aan te maken. Maar dat mocht die natuurlijk niet doen en dat was goed ook. ▫ Want nu stierf hij volkoomen bij besef, op de eedelste, schoonste wijze, in innig gebed. Zoo duidelijk zag hij verrukkelijke dingen dat wij allen diep getroffen waren. ▫ Alleen als hij me vroeg de vizioenen te verdrijven, dan werd ik rustig. Maar de nacht en dag voelde ik als de duldeloos vreesselijkste van mijn leeven. ▫ Maar toen de verlossing en de verheerlijking kwam zeegende ik den lieven heiligen Paul voor zijn kostbaar geschenk. Hij gaf mij zeekerheid. ▫ ‘Je bent verder dan ik’ zei ik teegen hem in den nacht ‘voor jou is het ergste al geleeden en de schrik al ooverwonnen.’ ▫ Nog niet geheel’ zei hij toen. ▫ Maar het werd geheel. ▫ Ik bad voortduurend zoo goed ik kon. Maar ik was vol onrust en zeer zenuwachtig. Met enkele oogenblikken van genade. En het zalige slot. ▫ Ik voelde eerbied voor Paul, en nu denk ik met eerbied aan hem. Hij is nu heilig en gewijd in mijn gevoel. En hij heeft mij groote zeegen gebracht.


Frederik van Eeden (1860-1932) was schrijver en psychiater. Hij hield een groot deel van zijn leven een dagboek bij.

W.N.P. Barbellion -- 20 februari 1919

20 februari 1919
Mijn geliefde vrouw bracht de nacht hier door en ging 's morgens terug naar Brighton. 'Voel je mijn hart op mijn lippen?' 'Lief, ik houd van je,' en haar tranen druppelden in mijn baard.
Twee arme mensenkinderen, in de greep van een groot verdriet. Ze trilde door de pijn van het moment, deinsde even terug en wierp zich toen weer aan mijn borst. Ik zat bewegingloos in mijn stoel. Bij de gedachte aan mijn sterven voegt zich altijd het verlangen te weten wat er daarna gebeurt. Ik wil op mijn eigen begrafenis zijn, zien wie erbij aanwezig zijn, zien wie er bedroefd zijn, zien of ze een traan plengen, zien wat voor uitvaartdienst het wordt etc. O, wat zou ik graag dood zijn, en vergeten.


W.N.P. Barbellion (1989-1919) was het pseudoniem van Bruce Frederick Cummings, een Britse natuurvorser. Hij overleed aan multiple sclerose. Zijn dagboeken worden nog steeds gelezen.

Vertaling: Harry Oltheten

dinsdag 18 februari 2014

Georg Michael Lill -- 19 februari 1916

den 19. Februar 1916
Die bekanntesten Männer, denen wir für ihre schamlose Arbeit diesen traurigen Krieg zu verdanken haben, ist folgende saubere Gesellschaft

1. König Eduard von England
2. Sir Edward Grey, England
3. Lord Northcliffe, England
4. Raymond Poincare Frankreich President
5. Théophile Delcassé, Frankreich
6. Alexander Petrowitsch v. Iswolsky, R.
7. Winston Churchill, E.
8. Bunan Warilla. d. Besitz d. „Matin“, F.
9. Maria Fedorowna, d. Zarin Mutter, R.
10. König Albert, B.
11. Großfürst Nikolai-Nikolajewitsch, R.
12. Suwarin und die Nowoje Wremja, R.
13. Herbert Henry Asquith, E.
14. Die beiden Cambon. Botschaften in E. und Deutsch
15. Wladimir Alexandrowitsch, Schuchomlinov
16. Nikitas Töchter

Erzerum im Kaukasus gefallen. Die Russen erbeuteten eine Anzahl Geschütze, die Besatzung entkam ziemlich.

Carvin-Epinoy, den 20. Februar
Schöner, kühler Frühlingstag. Heute erschien über Carvin ein feindliches Flugzeuggeschwader von 18 Stück. Bomben wurden keine geworfen. Heute nacht heftige Kanonade. In derselben Nacht flog ein größeres Geschwader nach Cambrai und b ombardiert die Flugzeuganlage. In selbiger Nacht waren auch 2 Luftballons bei uns an der Front. Kommen und Gehen, wie gewöhnlich vorerst unbekannt.

Carvin-Epinoy, den 21. II. 1916
Trockener Frühlingstag, heftige Kanonade. Die Lebensmittelausfuhr aus Belgien an die Fronttruppen ist von heute ab eingestellt. Auch ein Beweis der knapp werdenden Vorräte.

Epinoy, den 22.
Trübes Wetter. Gegen 11 Uhr starker Schneefall, der sich in Regen auflöste. Sehr ruhig an der Front.

Epinoy, den 23. II. 1916
Starker Frost, der den ganzen Tag anhält, zeitweise Schneefall. Bei Verdun die Front auf 10 km Breite und 3 km Tiefe vorgeschoben. 3.000 Gefangene. Zur Zeit sind auf der ganzen Front Teilkämpfe zu unserem Vorteil wahrzunehmen. Bei uns verhältnismäßig ruhig.


Georg Michael Lill (1884-1952) was soldaat in WO 1. Zijn oorlogsdagboek is hier te lezen.

James Woodforde -- 18 februari 1795

18 februari
Zeer strenge kou met straffe oostenwind, een harde vorst zonder rijp. Alle groente is aangetast. Vandaag is het haast net zo koud als de voorgaande winterdagen. Ik voelde het bij het opstaan vanochtend, alles deed pijn. Binnenshuis bleef het de hele dag vriezen. Diner van kliekjes en restjes, maar erg lekker. Heb vannacht weer vuur gemaakt in mijn slaapkamer, hoewel het niet de hele tijd brandde. Bitterkoude nacht.

19 februari
Nog kouder en strenger dan gisteren, met stormachtige oostenwind en af en toe wat lichte sneeuw, maar zo weinig dat je er op de grond haast niets van ziet. Het vroor weer de hele dag in huis. Met mijn jicht gaat het godzijdank de goede kant op, voel me beter. Middagmaal met rundvlees enzovoorts. Meneer Herring schonk afgelopen zaterdag drie guineas voor de armen van Weston. Het zal worden besteed aan brood en steenkool.

20 februari
Kouder dan gisteren en strengere vorst, met zeer krachtige oostenwind en veel sneeuw. Binnenshuis vroor het vannacht dat het kraakte. De wind snijdt dwars door je heen. Vandaag is de ergste dag tot nu toe deze winter. Het sneeuwde de hele dag, maar licht en dwarrelend. We hadden zoveel last van de kou dat alles pijn deed. Zelfs als we bij een flink vuur zaten, leden we kou. Voor het middagmaal een paar konijnen enzovoorts.

22 februari
Thuis ontbeten, geluncht enzovoorts. De koude houdt aan, het blijft vriezen in huis. 's Middags sneeuwde het. Ben bang dat het zo blijft: de nieuwe maan is drie dagen oud en geen teken van verandering. Ik wilde vanmiddag naar de kerk van Weston om mijn plicht te vervullen, maar het weer was nog altijd zo slecht en de sneeuw lag zo hoog, dat het me te gevaarlijk leek in mijn met flanel gevoerde jichtpantoffels de straat op te gaan. Daarom liet ik mijn parochianen weten dat er geen kerkdienst zou zijn. Om drie uur 's middags kwam er een gift ter waarde van vijftig shilling voor brood voor de armen van Weston. Middageten met gebraden lamsschouder, enzovoorts.


James Woodforde (1740-1803) was dominee in het dorp Weston Longville in het Engelse Norfolk. Hij hield 44 jaar een dagboek bij; gedeeltes daaruit zijn gepubliceerd als The Diary of a Country Parson 1758 – 1802.

zondag 16 februari 2014

P.J.M. Aalberse -- 17 februari 1921

donderdag 17 februari 1921
Welk een drukke dagen en weken heb ik achter den rug! Gelukkig gaat alles naar wensch. Elken dag drie of vier conferenties, de interpellatie-Van den Tempel in de Tweede Kamer, de behandeling der woningwetten in de Eerste Kamer, enz.

Donderdag 10 februari mijn eerste diner bij de koningin gehad. ’t Was groot gala. In ’t geheel 38 gasten, de ministers, de voorzitters van den Raad van State, Eerste en Tweede Kamer, Rekenkamer, Hoogen Raad, commissaris der koningin in Zuid-Holland, burgemeester van ’s-Hage, de procureur-generaal van den Hoogen Raad en verder heeren en dames van de hofhouding. Tegen zeven uur kwamen we binnen. We werden ontvangen door eenige heeren en dames der hofhouding. Toen we compleet waren, kwamen de koningin en de prins binnen. We stonden in de officieele volgorde. Koningin en prins gaven allen de hand, met een ‘Goedenavond, meneer die of die.’ Toen gingen de koningin en de prins gearmd voorop en wij volgden. Het diner was in de galerijzaal. De tafel zag er schitterend uit, met drie groote koperstukken, gevuld met prachtige dubbele roode tulpen. Ik zat schuin tegenover de koningin. Links van mij König, rechts De Savornin Lohman, voorzitter van den Hoogen Raad; tegenover mij graaf Dumonceau en een der hofdames. Als me ooit iets is meegevallen, dan dit diner. De toon was ongedwongen, het diner en de wijnen waren uitstekend. Na het diner werd in de roode zaal de koffie met likeuren gediend. De koningin bewoog zich ongedwongen onder haar gasten. Eerst sprak ze Van Karnebeek aan. Toen liep ze dwars de zaal door en kwam op mij af.

‘U hebt ’t druk in de Kamer gehad … o neen ik vergis me, de minister van Koloniën is er deze week geweest.’

‘Zeker, majesteit, maar ik krijg ’t druk: morgen heb ik een interpellatie over de werkloosheid; ik zal dan nog eens repeteeren, wat ik voor eenige dagen Uwe Majesteit meedeelde over den toestand; ik heb sindsdien nog nadere gegevens gekregen.’

‘Dat is een goed idee. Ik zal morgenavond ’t kort verslag goed lezen, om eens te zien, wat u gezegd hebt.’

Toen vroeg ik of zij ’t bericht al had gelezen, dat ik, wegens heerschen van vlektyphus in Weenen, de komst van kinderen nu stop had kunnen zetten. Toen keek ze mij heel ondeugend aan en zei: ‘Wat zult u nu blij zijn, dat u eindelijk uw zin hebt gekregen!’ Lachend maakte zij een buiging en ging toen naar een ander. Zoo kreeg ieder zijn beurt. Ook de prins praatte geruimen tijd met mij, als naar gewoonte zeer sjoviaal. Hij begon: ‘U zult me nu wel niet meer zoo’n vervelende kerel vinden, ik ben in geen jaar meer bij u geweest om iemand aan te bevelen!’ Ik zei lachend, dat ik hem nooit zóó gevonden had en dat ’t mij ’n eer zou zijn, hem in mijn eigen departement te mogen ontvangen. Hij zou eens komen kijken. (Den volgenden dag belde hij me al op: ‘Nu moet ik u toch weer plagen!’ Hij moest weer iemand aanbevelen!)

Om half tien was ik weer thuis. Ik verkleedde me spoedig, want twee tasschen met gegevens stonden op me te wachten, voor mijn rede ter beantwoording van de interpellatie. Ik heb tot over eenen zitten werken, en toen was mijn rede klaar.

Vrijdag 11 februari de interpellatie-Van den Tempel. Ik sprak ruim anderhalf uur. Daarna lieten zich dertien sprekers inschrijven. Zaterdag heb ik in Den Bosch een vergadering van de Katholieke Illustratie bijgewoond. De trein was meer dan een uur te laat. ’t Was half twaalf toen ik thuis kwam! Zondag kon ik weer aan de interpellatie werken; maandag was ik geheel bezet; en dinsdag één uur stond ik weer in de Tweede Kamer. ’t Duurde tot ’s nachts over twaalf! Dat was wel zielig: toen ’t twaalf uur was, keek ik op de klok: mijn Liesje werd 50 jaar, en … ik was niet thuis! Even half een kwam ik thuis. Gauw naar boven om haar te feliciteeren!

Om half tien moest ik naar mijn departement, want om elf uur moest ik in de Eerste Kamer zijn, waar de vier woningwetten aan de orde waren. Ik heb bijna geen tijd gehad, me daar eenigszins op te prepareeren. Toch is ’t goed gegaan.

Vandaag heb ik een goed uur gesproken. Van de felle oppositie in de voorloopige verslagen was maar een zwakke weerklank te hooren geweest. Ik was goed op dreef, niettegenstaande we gisteren Lize’s verjaardag goed gevierd hadden! – ’t Debat is nog niet afgeloopen, morgen voortzetting.

Vandaag de sterfdag van onze lieve Gukie! Ik kon vanmorgen niet naar de kerk gaan, maar morgen zullen we dat doen ter harer intentie. ’t Is ’n drukke tijd, maar aan Gukie denk ik toch!


Piet Aalberse (1871-1948) was een Nederlandse katholiek politicus. Hij hield van 1891-1947 een dagboek bij.

Virginia Woolf -- 16 februari 1941

Sunday 16 February
In the wild grey water after last weeks turmoil. I liked the dinner with Dadie best. All very lit up & confidential. I liked the soft grey night at Newnham. We found Pernel in her high ceremonial room, all polished & spectatorial. She was in soft reds & blacks. We sat by a bright fire. Curious flitting talk. She leaves next year.

Then Letchworth — the slaves chained to their typewriters, & their drawn set faces, & the machines — the incessant more & more competent machines, folding, pressing, glueing & issuing perfect books. They can stamp cloth to imitate leather. Our Press is up in a glass case. No country to look at. Very long train journeys. Food skimpy. No butter, no jam. Old couples hoarding marmalade & grape nuts on their tables. Conversation half whispered round the lounge fire. Eth Bowen arrived two hours after we got back, & went yesterday; & tomorrow Vita; then Enid; then perhaps I shall re-enter one of my higher lives. But not yet.


Virginia Woolf (1882-1941) was een Engelse schrijfster. Ze hield vrijwel haar hele leven een dagboek bij.

Cornelis Rijnsdorp -- 15 februari 1941

15 februari 1941
‘Sometimes I'm up, sometimes I'm down’ (negro-spiritual); of laat ik iets vollediger citeren:

Sometimes I'm up, sometimes I'm down,
Oh yes Lord,
Sometimes I'm nearly to the ground,
Oh yes Lord.

De gemoedsstemmingen van een jonge bekeerling, magistraalprimitief weergegeven. De poëzie zit in de feiten. Wanneer de poëzie de feitelijke basis loslaat, vervalt ze in het absurde. Men kan ook zeggen dat de dichter moet spreken uit een grote overvloed. Ze lichten een tipje van de sluier op en dat werkt ongelofelijk suggestief. De overvloed kan zó groot zijn, dat de schaarse woorden vanzelf de magische kracht van poëzie aannemen. De enorme spanning heeft de woorden poëtisch geladen. Hoe arm lijkt daartegenover stemmings-poëzie, die uit duizend kleine stukjes is samengesteld.

De romanticus maakte capriolen in de onderbewuste zekerheid, dat de wereld in rust bleef. Tegenover een wereld die capriolen maakt, dient men onromantisch rustig te blijven.

Als de mens goed is, moet God wel boos zijn.

Er zijn twee dingen die mij troosten: dat de tijd voortgaat buiten en in mij.


Cornelis Rijnsdorp (1894-1982) was een Nederlands schrijver en recensent. Van 1940 t/m 1950 hield hij een 'literair dagboek' bij.

donderdag 13 februari 2014

Italo Svevo -- 14 februari 1896

14 februari 1896
Je moet niet denken dat ik beledigd ben door een blik die jij aan anderen schenkt; wat me kwetst is het idee dat die blik me het bewijs levert dat in jouw hart ijdelheid en behaagzucht wonen. Dat wel! We zijn vandaag 8 weken verloofd en ik ben nog steeds naarstig je karakter aan het bestuderen. We zijn tot nu toe weinig onder mensen geweest en daarom bestudeer ik je elke keer als dat gebeurt met dezelfde smartelijke, onuitsprekelijk smartelijke bezorgdheid. Daarom zien jullie me moreel achteruitgaan zodra we in zulke omstandigheden geraken! Wie weet zal ik nog eens veranderen! Maar intussen spijt het me heel erg dat ik je onder de mensen je onbevangenheid ontneem.


Italo Svevo (1861-1928) was een Italiaanse schrijver. In 1896 hield hij enige maanden een dagboek bij, op verzoek van zijn toekomstige echtgenote, Livia Veneziani (1874-1957)

woensdag 12 februari 2014

Betsey Wynne -- 13 februari 1790

[Venetië] 13 februari
De hele dag op pad om stof te kopen voor het gemaskerde feest dat we maandag geven voor de zoons van de Franse ambassadeur.

14 februari
Weinig muziek vanmorgen. Op het San Marco-plein gewandeld met meneer Jaegle.

15 februari
Heb me 's ochtends vroeg verkleed als herderinnetje. Boog heel diep voor onze cavaliers, de zoons van de Franse ambassadeur. Gewandeld op het San Marco-plein. Pappa was als vrouw verkleed. In de opera gingen we de loges af, ze her¬kenden ons maar dachten dat pappa een vrouw was. Om twaalf uur naar bed.

16 februari
Overdag en 's avonds naar de opera. Er zijn vandaag twee voorstellingen omdat het de laatste dag van het carnaval is. 19 februari Om vijf uur ging ik met tante op visite bij Lady St. George. Ze heeft een mooie papegaai die ze kocht in Portugal. Ze heeft hem al vijftien jaar.

21 februari
Lang gestudeerd. Bij tante gegeten. Een groot concert voor de ambassadeur, met meer dan vijftig gasten. Ik speelde een concert en een sonate. Mamma was vanavond naar de bijeenkomst van meneer Molsenigo en toen ze thuiskwam is ze gevallen. Ze kwam met haar benen in het water terecht maar heeft zich geen pijn gedaan.

27 februari
Gisteravond gebeurden er drie grote ongelukken. De postbode uit Conegliano zat in een boot in de Lagune. Mannen in een andere boot zochten ruzie en trokken hun mes. De postbode zei dat ze moesten ophouden, anders zou hij nooit in Venetië komen en toen gooiden ze hem in het water. Hij moest wach¬ten tot er een andere boot kwam en ze hem eruit haalden. Dan was er een dief die een winkelruit ingooide en twee gouden snuifdozen en een horloge stal. Het derde ongeval was met een man die een ander een zecchino (Venetiaanse munt, red.) schuldig was. Midden op straat zei hij: wanneer krijg ik mijn zecchino. De ander zei, beledig me niet waar iedereen bij is. Ze kregen ruzie en de andere man doodde hem. Pappa ging vissen bij Murano en mamma ging mee. Heel vroeg naar bed. Pappa heeft minder last van zijn jicht.


Elizabeth 'Betsey' Wynne (1778-1857), reisde met haar ouders door Europa en hield vanaf haar tiende jaar een dagboek bij.

dinsdag 11 februari 2014

Jimmy Carter -- 12 februari 1977

7:19 The President went to his motorcade.
7:19 - 7:21 The President motored from the Carter residence to the Carter Peanut Warehouse.
8:27 - 9:52 The President participated in a walking tour of Plains, Georgia. Note: the President was accompanied by members of the press throughout his tour of Plains, Georgia.
8:27 - 8:31 The President walked from the Carter Peanut Warehouse to Turner's Hardware Store.
8:38 - 8:39 The President walked from Turner's Hardware Store to Walter' Grocery.
8:41 - 8:42 The President walked from Walter's Grocery to Hugh Carter's Antique Store.
9:05 - 9:10 The President walked from Hugh Carter's Antique Store to Plains Pharmacy.
9:20 - 9:21 The President walked from Plains Pharmacy to the U.S. Post Office.
9:28 - 9:33 The President walked from the U.S. Post Office to the Plains Depot.
9:52 - 9:54 The President motored from the Plains Depot to the Carter residence.
11:22 The President was telephoned by Orvill Freeman, U.S. Chairman of the U.S.-India Joint Business Council and former Secretary of Agriculture. The President's Assistant for National Security Affairs, Zbigniew Brzezinski took the call.
11:43 - 11:56 The President talked with Representative James C. Wright (D-Texas).
12:50 - 12:55 P The President talked with: Mrs. Lillian Carter; Chip Carter
1:45 The President and the First Lady went to their motorcade.
1:45 - 1:59 The President and the First Lady motored from the Carter residence to an arrowhead field.
The President and the First Lady looked for arrowheads.
2:47 - 3:08 The President and the First Lady motored from arrowhead field to the Carter farm
3:27 - 4:00 The President and the First Lady walked from the Carter farm to the Carter residence.


Jimmy Carter (1924) was de 39ste president van de USA. Tijdens zijn presidentschap werd er een diary bijgehouden van zijn bezigheden.

Carel de Vos van Steenwijk -- 11 februari 1784

Woensdag den 11 Febr
't Was deze dag zeer regenagtig weder. Wij lieten onze wagen die dag de rivier passeeren, alzo de boot maar eens heen en wederom kon gaan. 's Middags aten wij in ons logement. 's Avonds zoude hier een danspartij zijn. De heer Maclaine zond osn een briefje waarin ons verzogt om aldaar te adsisteeren en 's anderendaags bij hem te eeten. Dit laatste refuseerden wij, alzo meenden te vertrekken, dog 't eerste namen wij aan. Toen 't zevn uur was, kwamen er eenige heeren, maar dewijl 't regende konden er geen damers komen, alzo er geen rijtuigen in de plaats waren. De heeren resolveerden om de danspartij tot den volgenden dag uit te stellen en een partijtje te speelen, 't welk gedaan wierd, waarna wij hier iets soupeerden en wagten moesten totdat de heeren zig geretireerd hadden, alzo van onze kamer gebruijk gemaakt moest worden.

Donderdag den 12 Febr
't Weder was even regenachtig en 't waaijde zo sterk dat men de rivier niet konde overvaren. Wij waren dus genootzaakt om hier te blijven. De heer Maclaine liet ons wederom verzoeken van bij hem te dineeren, 't welk wij aannamen. Wij wierden hier niet zeer uijtmuntend onthaalt. Onze hospes, die een Engelsman was, was parentage van ds Maclaine in Den Haag. Deze man scheen hier van de meest gegoedste te zijn. Tegen de nademiddag bedaarde 't weder, zodat de dames op de partij komen konden. De partij w niet extra brillant. Er waren er weijnige die er redelijk wel uijtzagen. Iedereen was tegen ons zeer beleeft. 't Soupé bestond voornamelijk in ham en een soort gebak, waarna tot één uur gedanst wierd, wanneer 't geselschap scheijde.


Carel de Vos van Steenwijk (1759-1830) was een Nederlands staatsman. In 1783-1784 maakte hij een reis door Amerika. Het journaal daarvan is uitgegeven onder de titel Een grand tour naar de nieuwe republiek.

zondag 9 februari 2014

Ernst Heldring -- 10 februari 1938

10 Februari 1938, in Solo.
Na een heerlijk zwembad vroeg in rok en getooid met decoraties naar het huis van den Gouverneur, die vele Europeanen (geen dames) uitgenoodigd heeft, waarbij o.a. Everwijn Lange, burgemeester van Maarn, wiens familie (vorig geslacht) ik te Amsterdam gekend heb, om hem naar den kraton te vergezellen, waar de Soesoehoenan een feest geeft ter gelegenheid van de Grabeg besar (in verband met Nieuwjaar). Mooie schilderachtige plechtigheid. Ik zit naast Boero, die mij alles uitlegt en de verschillende prinsen, broers of zoons van den soenan aanwijst. De meesten spreken Hollandsch. De soenan is dezelfde die mij 40 jaar geleden tezamen met Herman van der Wyck, Ferd. de Beaufort ontving, een kinderlijk man die verzot is op ridderorden. Na afloop worden de Europeesche gasten van elders uitgenoodigd den kraton te bezichtigen, een labyrinth van karakterlooze bouwsels en leelijke meubelen. Wij worden door enkele der pangerans rondgeleid. Overal vrouwen, geen mannen.


Ernst Heldring (1871-1954) was een Nederlandse reder, bankier en politicus. Zijn dagboeken zijn te lezen bij de dbnl.

Sarah Morgan Dawson -- 9 februari 1863

Monday, February 9th, 1863. Night.
A letter from my dear little Jimmy! How glad I am, words could not express. This is the first since he arrived in England, and now we know what has become of him at last. While awaiting the completion of the ironclad gunboat to which he has been appointed, like a trump he has put himself to school, and studies hard, which is evident from the great improvement he already exhibits in his letter....

My delight at hearing from Jimmy is overcast by the bad news Lilly sends of mother's health. I have been unhappy about her for a long while; her health has been wretched for three months; so bad, that during all my long illness she has never been with me after the third day. I was never separated from mother for so long before; and I am homesick, and heartsick about her. Only twenty miles apart, and she with a shocking bone felon in her hand and that dreadful cough, unable to come to me, whilst I am lying helpless here, as unable to get to her. I feel right desperate about it. This evening Lilly writes of her having chills and fevers, and looking very, very badly. So Miriam started off instantly to see her. My poor mother! She will die if she stays in Clinton, I know she will!


Sarah Morgan Dawson (1842-1909) woonde tijdens de Amerikaanse burgeroorlog in Louisiana en hield in die periode een dagboek bij.

Herman Melville -- 8 februari 1857

Feb 8th Sunday. After tempestuous, cold passage, came to anchor at Pireus and by moonlight to Athens. Hotel d Angleterre. Alexander, guide--with Boyd who wrote Murray's G. B.--Acropolis--blocks of marble like blocks of Wenham ice--or like huge cakes of wax.-- Parthenon elevated like cross of Constantine. Strange contrast of rugged rock with polished temple. At Stirling--art & nature correspond. Not so at Acropolis. Imperceptible seams--frozen together. --Break like cakes of snow.-- Jupiter Olympus. Like clearing in woods. clump of columns--Two isolated at further end.--Tuft of sculpture at top--Palm tree-- drooping of acanthus like palm &c--Prostrate pillar in railing, like grave. Roulaeu of guineas--massy--base leaning--fallen pine-- fell straight--still symmetric even in its fall. Stood more than 2000 years--down at last. Same night pillar of Erectheum fell. Feb 9'/~ Monday. Viewed the ruins with Alexander--looked at his shop (Hymettos honey, Parnasus canes, Marathon necklaces of shell, views of Athens--dress &c.)--Mr Marshall of Boston or N.Y. at hotel. Been all over Meditterranean on ice business. Cut ice at Black Sea.--I imagined his story of life) Called on L)r King Consul. Greek wife. Invited to tea. His daughter been in America. Pleasant evening. --Cold, with intervals of snow & sun through the day.


Herman Melville (1819-1891) was een Amerikaanse schrijver. Hij schreef onder meer drie reisdagboeken.

donderdag 6 februari 2014

Eduard Stoffels -- 7 februari 1895

7 Febr.
Geen dienst. Van da[a]g wedstrijd voor militairen in hard- en schoonrijden. De kleine Mulder wint de 1e prijs voor het schoonrijden. Van 's morgens 8 uur tot 's avonds 11 uur de schaatsen onder gehad. Eenige tusschenpoozen om te eten; 's avonds om 5 ¼ uur met Mulder en Schuite kanonniers, naar Weesp gereden, om 6 uur daar aangeland, toen met Gerdine nog even op het ijs geweest, om 10 uur op de schaatsen weer terug met kan. de Jong van de 5e Comp er nog bij ; deze bleef in Muiden achter daar hij zoo hard niet rijden kon. Van Mulder hadden we veel last daar deze dronken was. Voorbij Hakkelaarshek wilde hij niet verder en is maar gaan loopen. Met al die drukte waren Schuite en ik toch nog om 11 uur binnen. Mulder kwam bij 12 uur. Vreeselijk moede, gauw gaan slapen.


Eduard Stoffels (1874-1951) was kunstschilder. Lang na zijn dood werd een dagboekje van hem teruggevonden.

woensdag 5 februari 2014

Alexander von Siebold -- 6 februari 1904

Samstag, 6. Februar 1904
Inouye theilt mir mit daß der Kabinetts Rath der Alten in Tokio beschlossen Schritte zu thun zur Sicherung der Rechte u.s.w. also Krieg. Er hat einen Courier nach Petersb. geschickt. Frage ob Kurino hier in Berlin sich nach Abberuf. aufhalt. kann. Schwab. fragt an ob die ihm aus London zugeg. Nachricht "Abbruch der Verhandl." richtig. Antwortete mir nicht bekannt Lage sehr ernst. Theile d. Antw. vorher an I. mit. - Abends bei Kauffmann. Unterred. mit v. Huhn. über Wahrscheinlichkeit des Einmarsches von Bulgar. nach der Türkei.
Mir schien es sehr fatal (abgesehen) von dem ungluckl. Kriegsland, wenn Japan ohne den Empfang der Note abzuwarten den Krieg erklärt. Abends fand ich in Wolff's Bureau die Nachricht, daß die Antwort Note übergeben worden sei. - Also der Form nach genügend.

Sonntag. 7. Februar 1904
Der Abbruch der diplomat. Verhaltnisse wird d. Wolff aus Petersburg Regierungsboten [?] berichtet in dem Circular betont Russl. daß die Verantwortlichkeit Japan betreffen würde da es vor Ankunft der Note den Abbruch herbeigeführt habe. Inouye ließt mir die aus Tokio an Kurino geschickten Depeschen vor. wobei das Hauptgewicht auf Korea gelegt wird die Manchurei ist nur nebenbei erwähnt. Wegen der Ausweisung der Japs ein Telegr. verfaßt daß von Wolff (Mantler) nur zum Theil angenommen wird. Ferner ein Telegram dat. London gemacht welches den plotzlichen Abbruch erklaren soll. durch Geduld ausgehen u. militar. Maßregeln Rußlands. Aufmarsch d. Armee u. Korea Bedrohung daher kann ein dilatorisches Verfahren nicht langer geduldet werden. -
Mantler will nicht v. London datiren aber von Tokyo hatte keine Wahl als dies anzunehmen. Abends bei Siemens mit Mohl Tochter u. Frl. v. Putlitz gesprochen. Wegen Schmerzen im Finger verstimmt u. nicht wohl. - An Frl. Brenner geschrieben.

Montag. 8. Februar 1904
Großer Krach an der Börse. Papiere fallen 7-8%. Russen ca. 4%.
Finger durch Prof. Rinne operirt. Legation Depesche abgegangen welche gegen die übereilte Abbruch der diplom. Beziehungen spricht. Gestern Abend v. uns abgegebene Telegram der Ursachen macht guten Eindruck.


Alexander von Siebold (1846-1911) was een Duitse vertaler en tolk aan het Japanse hof. Zijn dagboeken staan online bij Google Books.

Russisch-Japanse oorlog

dinsdag 4 februari 2014

Rogi Wieg -- 5 februari 1997

5 februari
Kroonprins Willem Alexander zal op 27 april op radio 1 tot en met 5 niet worden gefeliciteerd met zijn verjaardag. De NOS vindt deze geste 'niet meer van deze tijd'. Wat zal Willem dat vervelend vinden. Nee, Willem is een moderne jongen. En moderne jongens doen niet aan hun verjaardag. Ik vind overigens dat onze koningin al haar hoeden naar Maarten 't Hart moet opsturen. In plaats van een lintje. Met een lintje kun je je niet verkleden als je langer bent dan 5 cm.
Op 5 mei ga ik een mooi oorlogsgedicht zeer trots voordragen in de Nieuwe Kerk in Amsterdam. Ik zal langzaam en met trieste ogen voorlezen. Vorig jaar stond ik nog tussen de proleten op de Dam. Nu zal ik mensen Ontroeren.

6 februari
De violist Rudolf Koelman begint in maart als concertmeester van het Concertgebouworkest. Hij volgt Jaap van Zweden op, die tegenwoordig naar de psychiater gaat, een baardje heeft laten staan en een zwarte zonnebril draagt. Ik heb van een kennis gehoord dat de psychiater vindt dat Jaap maar minder viool moet gaan spelen en 'meer de dingen moet doen waar hij zin in heeft'. Goed, carrière naar de kloten, als Jaap naar de psychiater luistert. (Toen ik zestien was, heb ik een keer geroulette met Van Zweden. Wat kon die jongen spelen!)
Rudolf ken ik van heel lang geleden. Hij woonde bij een zekere familie Jaspers in huis. Koelmans kamer bevond zich onder de grond en hij lag de hele dag op bed strips te lezen. Toen vertrok hij naar Bern en werd hij straatmuzikant. Hij is een tijdje verliefd geweest op mijn zusje, maar die had in die tijd nog geen smaak, dus dat werd niks tussen hen.
Maar Rudolf is terug en mag zich de rest van zijn leven uit de naad werken voor een middelmatig salaris. A. is aan het oefenen in de Stopera. Konijn Toontje doet alsof ze slaapt. Ik kan me niet voorstellen dat ik hier nog lang zal blijven. Maar waarom niet?

6 februari
Souffleurs van de duivel, mijn voortreffelijke verhalenbundel, wórdt herdrukt. Van Oorschot vraagt of ik nog correcties heb. Nee. Bij Van Oorschot regeert de geniale Gerrit Noordzij. Hij gelooft alleen in letteromslagen en zijn liefde voor het alfabet is onvoorwaardelijk. Wouter van Oorschot doet met hem mee. Een écht plaatje op een omslag is commercieel, immoreel, anti Geert van Oorschot, anti literatuur en vooral duur. Ik zal maar niet gaan zeuren om een nieuw omslag bij Wouter. Deze verhalenbundel verschijnt toch in pocketvorm bij Maarten Muntinga en dan heb ik eindelijk mijn plaatje. Ik sta zelf op het omslag van de pocket.
Nadenken over essentiële dingen, hoe doe je dat? Dacht Kierkegaard bijvoorbeeld diep na? En Kant?


Rogi Wieg (1962) is een Nederlandse schrijver. Zijn dagboek over het jaar 1997 is gepubliceerd als Liefde is een zwaar beroep.

maandag 3 februari 2014

Alexander Werth -- 4 februari 1943

We begonnen om drie uur 's middags aan onze 80 kilometer lange rit naar Stalingrad. Onze militaire chauffeur zei dat we er in vier of vijf uur zouden zijn, het werden er bijna dertien. We zaten met z'n zessen in een gammele bestelwagen zonder stoelen of banken. Met het uur werd het kouder. Er zat geen glas in de achterdeur, zodat het leek alsof we in een open wagen reden.
's Ochtends was het min 20 graden Celsius, daarna werd het min 30, vervolgens min 40 en uiteindelijk min 44. Je moet het meegemaakt hebben om te weten wat 44 graden vorst betekent. De adem stokt in je keel. Als je op je handschoen ademt, verschijnt er meteen een dun laagje ijs op. We konden niets eten, want alles - brood, worst, eieren - was veranderd in steen. Zelfs met twee paar sokken en valenki (gevoerde laarzen, red.) aan, moest je voortdurend je tenen bewegen om de bloedsomloop aan de gang te houden. Zonder valenki zouden je voeten zeker bevriezen. De Duitsers hadden geen valenki.
Terwijl we dicht op elkaar in de bestelwagen zaten voelden we ons tamelijk goed, maar we waren nauwelijks in staat ons te bewegen. Alleen onze tenen en vingers, en af en toe een haal onder je neus. Je wordt overvallen door een lichamelijke en geestelijke inertie, alsof je verdoofd bent. Toch moet je de hele tijd op je qui-vive blijven. Ik voelde opeens hoe de vorst aan mijn knieën begon te knabbelen. Hij was zo slim geweest het minieme stukje tussen mijn dubbele ondergoed en de valenki aan te vallen. Je enige bondgenoot onder dergelijke omstandigheden, afgezien van je kleding, is de wodkafles. En god zij geprezen, die bevroor niet Zelfs als je op gezette tijden maar een klein slokje nam, voelde je het verschil.
Je kreeg wel een voorstelling van wat het betekent onder dergelijke omstandigheden te moeten vechten. In de laatste fase van de Slag om Stalingrad vroor het nauwelijks minder streng dan in deze februarinacht.
Hoe meer we Stalingrad naderden, hoe vreemder het verkeer op de besneeuwde route werd. Nog maar kort geleden was hier zwaar gevochten, maar het hele gebied lag nu op honderden kilometers van het front, en alle manschappen in Stalingrad werden verplaatst, naar Rostov en de Donets. Omstreeks middernacht zaten we vast in een file.


Alexander Werth (1901-1969) was een Britse schrijver, journalist en oorlogscorrespondent, bezocht Stalingrad, waar de Duitsers op 2 februari na een zes maanden lange strijd hadden gecapituleerd.

zondag 2 februari 2014

Abraham Rutgers van der Loeff -- 3 februari 1848

donderdag 3 februari 1848
Dit was dan de dag voor de feestviering der Koperen bruiloft bestemd. Wij zaten allen blijde en dankbaar aan 't ontbijt, de kinderen verrukt. Aangenaam werden wij verrast door een broodbak van de meiden en twee souveniers van de kinderen, terwijl Romelia mij de surprise bereid had van een N[ieuw] T[estament] klein en netjes en keurig gebonden om op den predikstoel te gebruiken. Een lang gekoesterde wensch der kinderen werd vervuld. Ik ging met R[omelia] en allen eens wandelen. Het weder was redelijk en wij kuijerden naar Leijderdorp, waar ik bij Crommelin en Romelia bij v[an] Rhijn eene visite maakte. Daarna hielden wij feestelijke maaltijd waarbij ons heerlijk te stade kwam eene verrassing van v[an] d[er] Pot, die ons een mandje met allerlei ingrediënten voor het dessert stuurde. Daarna bezocht ik eenige kranken en ging toen met mijne kinderen een spelletje speelen. Tegen 9 uur woonde ik nog de vergadering van de Vereeniging bij en ging nog even bij v[an d[er] Pot, waarop ik het overige van den avond tot middernacht bij mijn vrouwtje zat te praten over ons 13 jarig huwelijk.


Abraham Rutgers van der Loeff (1808-1881) was predikant te Noordbroek, Zutphen en Leiden. Zijn dagboeken staan hier online.

zaterdag 1 februari 2014

Ralph Waldo Emerson -- 2 februari 1827

ST. AUGUSTINE, February 2, 1827.
With a little thinking, passive almost amidst our sensations, and rounding our lives with a little sleep, we count off our days with a prodigal hand. The months depart, and soon I shall measure back my way to my own people. But I feel how scanty is the addition I have made to my knowledge or my virtue. Day by day I associate with men to whom my society yields no noticeable amount of advantage or pleasure. I have heard of heights of virtue and lives of philanthropy. I am cold and solitary, and lead a life comfortable to myself and useless to others. Yet I believe myself to be a moral agent of an indestructible nature, and designed to stand in sublime relations to God and to my fellow men; to contribute in my proper enjoyments to the general welfare. What then, young pilot, who by chart and compass pointest out to others the shoals they must shun and the haven they must seek art not thyself a castaway ? Will you say you have no call to more austere virtue than you daily exhibit? Have you computed the moral influences of this quiescence, this waking torpor of the soul and found them adequate to what may in equity be demanded of you? Young pilot! you dare not say Aye.


Ralph Waldo Emerson (1803-1882) was een Amerikaans essayist en dichter en een van de invloedrijkste denkers van zijn tijd. Hij hield vrijwel zijn gehele leven een dagboek bij.

Honoré Blijdenstijn -- 1 februari 1941

1 Februari '41. ’t Geval Lyceum-Baarn wordt thans als volgt verteld: de Opbouw (N) had een gezelligen avond in de aula van ’t Lyceum; opbouwers maakten daarvan misbruik door schoolborden en muren vol te kladden met voor de Duitsers beledigende opschriften. Hun kapitein had een verontwaardigde strafpreek gehouden, naar den geest van velen te Deutsch-freundlich. Daarom is hij gedood.

Zo handelt ’t plebs, dat door de gemeenschap onderhouden wordt, met een verantwoordelijk leider, die zijn plicht doet! Velen houden zulke laffe misdaden voor heldenmoed. Het doden van N.S.B - ers (men zegt, dat er reeds 750 „koud gemaakt” zijn, wordt ook door orthodoxe Christenen als een loffelijke daad beschouwd!

Ik heb 31 Jan en 1 Febr gecollecteerd voor de Winterhulp-Nederland, daarmee de mening van zeer velen trotserend. De lastercampagne tegen deze instelling is buitensporig geweest. Evenwel: persoonlijke onaangenaamheden heb ik op mijn gang niet ondervonden. Ik had als rayon den Utr. weg van de „Witte” tot de Westerstraat. ’t Totaalbedrag was matig: 66 woningen f 39.–. Slechts zeer enkelen gaven niet; verder waren de giften zeer uiteenlopend. Een dokter met een grote praktijk gaf ... een kwartje. De vrouw van een pover banketbakkertje f 2,00. (Toch was uit de vorige opbrengst voor Amersfoort f 10.400 beschikbaar gesteld, pl m. 2 maal ’t bedrag dat in de plaats zelf bijeen-gebracht was.


Op vrijdag 10 mei 1940 begon de 57-jarige directeur van de Rijkskweekschool in Amersfoort, Honoré Blijdenstijn, in een eenvoudig schriftje, dagelijks te noteren wat hem bezighield. Vijf jaar en 23 schriftjes later hield hij daar mee op.