donderdag 30 januari 2014

Bertolt Brecht -- 31 januari 1922

7
Nog een week kletsen, vrijen, zitten we. Dan vertrekt ze en ik stort me weer in het kille Chicago. Ik werk met handen en voeten. Eerst de uitgeverijkwestie! Reiss heeft 750 mark aangeboden. Kiepenheuer 800. Beiden willen ook de rechten voor het theater. Ik zet mijn handtekening bij Reiss al, haal echter het contract weer op om het aan Kasack te laten zien. Dan moet ik met Dreimasken spreken. Ik kom op het idee daar 1000 mark te vragen, maandelijks, voor een jaar. K[iepenheuer] probeer ik eveneens op 1000 te krijgen. Bovendien bereik ik dat Kiepenheuer de rechten van de volgende stukken aan Dreimasken laat. Dreimasken weifelt, biedt ten hoogste 500. Ik breng Garga niet, om het niet uit handen te hoeven geven. Blijf echter vasthouden aan de 1000. Dan gaan ze akkoord, nadat ik hen de oren van het hoofd heb gekletst.

Laatste dagen van januari
Plotseling pis ik bloed. Ik probeer nog wel om op grote voet verder te blijven leven, ga met Klabund, Hedda, Bronnen naar de 'Blaue Vogel', maar dan komen de niet meer mis te verstane tekenen van mijn onderlijf. Ik lig twee dagen alleen in mijn koude hok, dan komt Hedda en Bronnen. 's Maandags brengt Frank me naar de Charité, waar Hedda samen met Wollheim alles voor me geritseld hebben. Inmiddels heb ik Marianne gebeld, die in W[iesbaden] heeft opgezegd, en ze is er onmiddellijk. Ze maakt een home van het hotel.


Bertolt Brecht (1898-1956) was een Duitse schrijver. Dagboeknotities van hem zijn gepubliceerd in Tagebücher 1920-1922.

[Vertaling: Hans Hom]

Tom de Booij -- 30 januari 1919

27 januari
Genoten van de sneeuw. Fanatiek gevochten op 't "bokkeveldje (exercitie terrein achter Kon Inst v/d Marine). Resultaat blauw oog , bloedneus schrammen op oor, gescheurd baadje, pijnlijke rechterarm verrekte spier onderrug. Toch heerlijk!

30 jan.
Gisteren moeilijke dag. Stormachtige redactievergadering van ons tijdschrift de Megafon. v/d Ben en Rotgans ruzie en slingerden Boorman hatelijkheden naar z'n hoofd Alles ging over het hoofdredacteurschap Boorman trok zich gebelgd terug (Boorman adelborst -machinist). Verhouding adelborsten zeedienst en adelborst machinist kwam opnieuw in gevaar. Tenslotte alles in der minne geschikt. Lang gepraat met v/d Ben, die m'n steun nodig had. 't Zelfde geval met Tissot.

6 febr
Brieven van Ottie die mij versterkt hebben in m'n overtuiging dat ik niet op Kippy verliefd mag worden - ik ga dan mijn ijdelheid niet gestreeld voelen. Kippy stuurde me een foto van haar zelf. Stelde mij vreselijk teleur. Ik had haar dus geromantiseerd in m'n gedachten. Ze heeft een gezicht, waar de oppervlakkigheid van is af te lezen een grove mond en gevaarlijke ogen.

Tom de Booij (1898-?). Dagboeken 1912-1923.

woensdag 29 januari 2014

Klaus Mann -- 29 januari 1936

[Amsterdam] 29 januari 1936
Brieven van oom Heinrich en Brian. Verder gewerkt aan 'Voorspel 1936'. Post van Brentano en Ernst Bloch (heel hartelijk). Koddige brief van Carl Sternheim aan F. Beslommeringen met zijn figuur ('Le Molière allemand').
[...] Telegram van Mielein: Tovenaar antwoordt. Telefoongesprek met Glaser. Verder gewerkt, tussendoor naar Américain, Pariser Tageblatt. Weer een beetje koorts, heel hinderlijke verkoudheid. Daarom vanavond binnen gebleven. Radio (we hebben er een aangeschaft). Begonnen met herlezing van Der Untertan: zeer amusante en actuele lectuur (profetisch).

[Amsterdam] 30 januari 1936 Kaart van E ('Afrekening').
Brieven geschreven aan Sklenka, Ernst Bloch en Brian. Bezoek van de dokter: lichte acute bronchitis. Untertan (het hele begin is meesterlijk. Het enorm geconcentreerde eerste hoofdstuk met het gedurfde slot).
Genomen, één ampul. Aan 'Voorspel' gewerkt, tamelijk groot stuk.
Bezoek: Landauer, Glaser (vertelt roddels over Mengelberg, Bermann, enz.)
Nog 2 genomen. Vanavond: radio (Hitlers toespraak bij gelegenheid van de derde verjaardag van de 'machtsovername': Huismasters Voice. Een blaffend dier, overigens nogal mat blaffend. Uitzending van de 'historische fakkeloptocht' op Unter den Linden, enz. Italiaanse opera: Donizetti; Franse chansons). Gesprek met F. Untertan.

[Amsterdam] 31 januari 1936
Weer een behoorlijk gedeprimeerde brief van Miro. Haar geantwoord. Aan Georg Bernhard geschreven.
Flucht in den Norden is aan Gollancz in Londen verkocht, vertelt F. me via de telefoon. Telefoontje met Plaut.
Ernst Jünger: Blätter und Steine. Je gelooft je ogen niet. 'De afschaffing van het folteren is een van de kenmerken van een teloorgaande levenskracht.' 'De kennis hoe het gepeupel in beweging te krijgen vormt het praktische deel van de menslievendheid.'
Niet altijd oninteressant; vaak duister, warrig, hoogdravend; altijd boosaardig, vijandig, heel vijandig. 'De totale mobilisatie' - 'die zich zelfs tot het kind in de wieg uitstrekt.' 'Over de pijn.' Hoon jegens vooruitgangsideeën. Sadisme. 'Een met lust doorspekt gevoel van ontzetting' (de lust overheerst). De trots dat Duitsland de 'civilisatorische sfeer, de wereld van de beschaving, een onoverwinnelijk wantrouwen' inboezemt (maar Korrodi niet...). 'En, broeders, als we deze wereld en wat haar beweegt, door en door kennen, zouden we er dan niet trots op zijn dat zij in ons een van haar grootste gevaren vermoedt?' (Korrodi vermoedt niet.) Na de individuele vrijheid - 'die van oudsher een dubieus begrip is geweest' - is 'de algemene ontwikkeling' aan de beurt. Weg met het vrije wetenschappelijke onderzoek, het staat er met zoveel woorden...
(In het artikel het paradoxale van Korrodi's woorden uitleggen. Zo ver komt het nog...)
Na het avondeten: bezoek van Henk, in al zijn schoonheid en liefheid (het goed kledende gestreepte matrozenhemd, de kinderlijke ijdelheid waarmee hij zijn uniform koestert). Daarna samen met F. en Landauer. Aangename avond. Genomen (3). 2 uur. De rode heeft me, vanwege mijn ziekte, violette tulpen gestuurd.
Weltbühne ('Ons antwoord op 3 jaar Hitler').


Klaus Mann (1906-1949) was een Duitse schrijver. Zijn dagboeken uit de periode 1933-1949 zijn vertaald als Opgejaagd, gedoemd, verloren (vertaald door W. Hansen).

maandag 27 januari 2014

Anna Politkovskaja -- 28 januari 2005

27 januari
Betogers in Sint-Petersburg vormden een levende corridor bij de ingang van de Gemeentelijke Wetgevende Vergadering op bet Sint-Izaaksplein. Toen de afgevaardigden arriveerden, moesten ze door de corridor onder kreten als 'Verenigd Rusland moet zich schamen' 'Deze duffe Doema moet zich schamen, 'Poetin weg!' Een van de protestvoerders verbrandde voor de deur van de Wetgevende Vergadering haar lidmaatschapskaart van Verenigd Rusland.

28 januari
Ljoedmila Aleksejeva en ik bespreken wat er op het Burgercongres gebeurt. Ze bekent dat ze geen hooggespannen verwachtingen heeft.
'Waarom dan. tijd verspild?' 'Wie weet, misschien werkt het!' antwoordt ze.

30 januari
Van het internet: 'Zo, en dan nu, kameraden afgevaardigden, iedereen die voor de verkiezing van Vladimir Vladimirovitsj tot tsaar gestemd heeft, mag zijn handen laten zakken en bij de muur vandaan lopen.'
Een jaar geleden deden moppen als deze nog niet de ronde. Het was de tijd van de grote politieke depressie. Mensen waren bang van de ongenaakbare Poetin die de oppositie had gebroken.
Telkens als er een acute crisis is, wacht Poetin in de coulissen af en pas als het stof is neergedaald, komt hij met een of andere muisgrijze uitspraak voor de dag. Wordt hij nu als een grap gezien? Of leggen mensen zich erbij neer, in afwachting van een terugkeer van het Tijdperk van de Stagnatie en lachen ze in de beslotenheid van hun keukens, net als ze om Brezjnev deden? Wij lijken een voorkeur te hebben voor revolutie van bovenaf, als er iets is wat de mensen aan de top belet om op de oude voet voort te gaan.


Anna Politkovskaja (1958-2006) was een Russische journaliste. Ze werd vermoord in 2006. Haar Russisch dagboek bestrijkt de periode 2003-2005.

Vertaling (uit het Engels): Arie van der Ent

zondag 26 januari 2014

Selma Lagerlöf -- 27 januari 1873

Maandagmorgen. Alleen in de salon met Axel Oxenstierna

(Vandaag ben ik om zeven uur opgestaan, omdat ik zo veel buitengewoons te beschrijven heb, en bang ben dat ik er niet mee klaar kom voor 't ontbijt.) Het begon gisteren metéén na twee uur, toen ik voor het middelste raam in de eetkamer stond uit te kijken. Al ben ik nu alweer een week in Stockholm, toch kan ik niet nalaten me er nog steeds over te verwonderen dat het uitzicht zo heel anders is geworden dan vijf jaar geleden. Toen was er niets anders te zien dan een grote wildernis. Ja, niet een echte wildernis, ergens buiten in de vrije natuur, 't was eigenlijk een oude tuin die verwaarloosd was. Die lag daar zonder omheining of hek, zonder bloemen of perken, alleen hier en daar een scheefhangende boom. 't Was echt een ontzettende rommel, met grote bergen puin, zand, kalk, stenen en lelijke lange schuttingen.
Nu, dan ziet het er op 't ogenblik wel heel anders uit. Heel die oude tuin is veranderd in een groot, lang plein, dat 'Centralplan' heet. Aan de ene lange zijde ervan staat nog het grote Kirsteinshuis, dat er vijf jaar geleden ook stond. Ik herinner me dat huis heel goed, omdat de hertog van Östergötland, de broer van Karl XV, daar altijd naar toe reed, juist op deze tijd van de dag, en dan zaten wij hierboven altijd te kijken naar de prachtige, koninklijke equipage.
Aan de andere lange zijde, recht tegenover het Kirsteinshuis, ligt het Centraal Station, dat nog heel nieuw is. Het Centraal Station is een 'prachtuitvinding', zoals Elin Laurell altijd zegt, want vroeger moest je helemaal naar Söder als je met de trein wilde. Maar 't is niet alleen geriefelijker om zo dicht bij het station te wonen, 't is om een heel andere reden ook prettig. Wanneer het bijvoorbeeld zou gebeuren dat een zekere student op een zondag niets te doen had en naar Stockholm ging, dan zou het niet onmogelijk zijn een glimp van hem op te vangen wanneer hij, uit het station komend, het Centralplan overstak.
Niet dat ik verliefd ben op die student, dat ben ik echt niet. Maar hij was zo aardig, zo knap, zo vriendelijk, dat het voor mij een grote troost zou zijn als ik hem nog eens zag.
Maar toen riep tante vanuit de salon: 'Selma, waarom sta jij daar in je eentje? Kom toch hier bij ons!'
Het was namelijk zo: twee van tantes beste vriendinnen, mevrouw B., de vrouw van een raadsheer, en juffrouw S. waren een ogenblik tevoren op visite gekomen en zouden nu een kopje koffie blijven drinken. Ik herinnerde mij hen best van de vorige keer en mevrouw B., die erg mooi is, en vriendelijk tegen alle mensen, zei dat zij zich mij ook herinnerde, juffrouw S. is niet mooi en niet vriendelijk, maar erg chic, en het kwam niet in haar op tegen mij te zeggen of zij zich mij al of niet herinnerde; maar ik ben toch het meest gesteld op juffrouw S. omdat zij altijd iets zegt waarover ik later nog moet nadenken. Het is bijna even prettig om naar haar te luisteren als naar Elin Laurell.
Ik zat dus ook in de salon koffie te drinken, en vond het heel plezierig te horen hoe oom aan het kibbelen was met juffrouw S. Maar opeens schoot mij te binnen wat Barnmaja had gezegd en toen ging ik weer bij het middelste raam in de eetkamer staan.
Maar toen tante me weer riep, werd ik blij en ging gauw weer naar haar toe.
'En nu, lieve kind,' zei mevrouw B., 'moetje toch eens vertellen naar wie jij de hele tijd staat te kijken daar voor het raam.'
Zij lachte en stak tegelijkertijd waarschuwend de wijsvinger tegen mij op. Maar ik ben immers helemaal niet gewend dat men mij zulke dingen vraagt, zodat ik ontzettend verlegen werd en een kleur kreeg tot over mijn oren.
'Nee maar, zie eens hoe ze bloost!' riep mevrouw B., en schudde haar opgeheven vinger. 'Ja, zeg het nu maar!'
Maar ik kon toch niet aan haar en juffrouw S. en aan oom en tante zeggen dat ik had staan uitkijken naar een student uit Uppsala. Ik nam mijn toevlucht tot het eerste het beste en zei dat ik had staan wachten tot de hertog van Östergötland naar het Kirsteinshuiskwam rijden.
'Maar kind,' riep mevrouw B. 'Weetje dan niet, dat er geen hertog van Östergötland meer is? Hij werd toch koning, vorig jaar!'
Natuurlijk wist ik dat wel. Ik had gehoord dat Karl XV was gestorven en dat zijn broer hem was opgevolgd, 't Was erg dom gezegd, maar dat kwam doordat ik zo grenzeloos verlegen was, maar 't was in elk geval geen wonder dat alle vier zich achterover wierpen in hun stoelen en het uitschaterden.
'Dat wist ik niet,' zei juffrouw S., 'dat ze in Värmland zo slecht op de hoogte waren.'
'Ze heeft gelijk, dat koning Oskar vroeger altijd op het Kirsteinshuis kwam,' zei tante, terwijl ze de tranen in haar ogen droogde. 'Jullie weten, dat de muziekacademie haar bijeenkomsten daar hield en hij was jarenlang praeses. Maar sinds hij koning is, mag hij geen tijd meer besteden aan zulke bijbaantjes.'
Ik begreep dat tante mij wilde helpen. Maar de anderen bleven onbedaarlijk lachen. En toen liet ik hen weer alleen en ging bij het raam staan als tevoren.
Ik ging niet weg, omdat ik boos was. Ik durf niet meer echt boos te worden na die avond toen we met oom Wachenfeldt kaartten. Maar ik vond het beter om weg te gaan, voor ik meer domme dingen zou zeggen.
Stel je voor dat ik nog eens over de hertog van Östergötland zou praten, terwijl ik wist dat hij koning was. Dat kon nergens anders op uitlopen, dan dat ik naar huis gestuurd zou worden. Tante en oom zouden het onmogelijk met mij kunnen volhouden. Op één of andere dag zouden ze me eenvoudig naar het station brengen, een kaartje voor me nemen en me op de trein zetten.
Terwijl ik dat allemaal overdacht keek ik naar beneden, naar het Centralplan, om me voor te stellen hoe het eruit zou zien: aan de ene kant de heer Afzelius, mevrouw Afzelius aan de andere en ik daartussenin.
Maar wie was dat, die ik daar op 't Centralplan in het oog kreeg? Als dat de student niet was, met wie we in de trein gezeten hadden, Daniël en ik, toen we naar Stockholm gingen! Hij stond stil en keek naar boven, naar Klara Strandgata 7, alsof hij wist dat ik hier woonde.
Het was hem heel zeker. Ik herkende zijn grote, slappe hoed en de donkere ogen, de neus, de kin, en de hele verschijning. Ik klopte heel zachtjes tegen 't raam en knikte hem toe, en hij keek en herkende me metéén. Hij nam de hoed af en groette, en toen (ja, wat een geluk dat mevrouw B. niet net voor een van de ramen in de salon zat) zond hij mij een kushand.
En toen hij dat deed, was ik toch zo ongelooflijk blij. Ik kan niet beschrijven hoe blij ik was.
Te denken dat iemand mij een kushand toewierp, ik die zo dom en slecht ben!
Dat maakte mij goed en lief tegelijk. Al dat gedoe met Marit van Sotbraten was van de baan, voorgoed. Ik geloof dat ik de hele week had gewacht op die kushand.
Het was toch zo typisch. Nu wist ik dat alles weer goed zou worden. Nu was het niet meer vervelend om naar pianoles te moeten. En tante en oom zouden vast niet op 't idee komen om mij terug te sturen. Het bestond niet!
Ik was zo gelukkig dat ik iets liefs moest doen voor een ander, en daarom sloop ik weg, door de vestibule, de keuken en de kamer van de dienstmeisjes naar de kinderkamer. Daar zat de oude Ulla in haar eentje te dommelen over een krant, en ik vroeg haar of ze zin had om een spelletje mariage [kaartseplletej] met mij te doen.
Ulla keek naar mij, zette de bril af en keek nog eens.
'Werkelijk, ik kan haast niet geloven dat het kleine lieve meisje dat hier vijf jaar geleden logeerde, teruggekomen is,' zei ze.


Selma Lagerlöf (1858-1940) was een Zweedse schrijfster. Als 14-jarige hield ze tijdens een verblijf bij familie in Stockholm een dagboek bij.

Lucas Brouwers -- 26 januari 2013

Zaterdagochtend
Op de startbaan staat de vuurrode Dash-7 voor ons klaar. Piloot, co-piloot en monteur pakken onze koffers en rugzakken aan en snoeren ze vast onder een net van riemen en karabijnhaken in het laadruim. De voorraadkisten die bestemd zijn voor Rothera hebben ze daarvoor al ingeladen. De proviand bestaat vooral uit verse groenten en fruit. Wortels, knoflook, aardappelen, basilicum.
Het laagland van Patagonië maakt al snel plaats voor de bergachtige eilandenarchipel in het zuidelijkste puntje van Zuid-Amerika. Besneeuwde bergtoppen steken als ijsbergen boven de wolkenzee uit. Niet veel later zijn we zelf omhuld door de wolken. Alles wordt grijs.

Zaterdagmiddag
Na bijna vijf uur vliegen, dutten en lezen, leven de passagiers ineens op. „Daar! Is dat een ijsberg?” Als ik een poos door de grijze wolken tuur zie ik inderdaad een helder vlekje wit. Dan breekt het wolkendek open. Voor ons liggen honderden ijsbergen, als witte confetti over een donkerblauw tapijt uitgestrooid. Dikke ijsplaten spreiden zich uit tot ver aan de horizon. In de verte lonken bergen.
De aanvliegroute naar Rothera voert ons langs gletsjers, uitgestrekte ijsvlakten en bevroren bergen. Dan, tegen een kleine bergkam aangekropen, zie ik de Britse basis liggen.
We staan nog geen minuut op de grond, of het gebruinde, ruige hoofd van basiscommandant Matt Brown steekt om de hoek. Aan de rand van de landingsbaan krijgen we onze eerste veiligheidsles. Nooit ergens anders de baan oversteken. Altijd op sirenes en lichtsignalen letten. In een hoekje van de basis ligt een vijftal zeeolifanten te muffen en ronken in de zon.
In het hoofdgebouw krijgen we onze tweede les. Op het naambord van de hal moeten bezoekers en bewoners aangeven in welk gebouw of gebied ze verblijven. „Als er ergens brand uitbreekt en uit dit bord blijkt dat jij daar bent, ga ik mensen naar binnen sturen om je zoeken en redden.” De groep luistert met ontzag.
Het is twee uur. In de loods naast de werf hijsen we onszelf in een loodzwaar waterdicht pak. Eén voor één klimmen we in de Nimrod. Tegenover mij zit Patrick Rozema, een lange, joviale promovendus aan de Rijksuniversiteit Groningen. Achterin zit Mairie Fenton, klein, stoer en Schots. Rozema vertelt enthousiast hoe hij dagelijks in deze boten uitvaart, als het weer het toelaat, om watermonsters te nemen. Eén van de monsterpunten bevindt zich vlak voor de snel smeltende gletsjer in de baai. „Soms kun je delen van de gletsjer horen instorten”, zegt Rozema. Op dat moment horen we een doffe klap in de verte.
Op het water lijkt Brown wat te ontspannen. „Daar ligt Anchorage Island, dat is Lagoon Island en daar… Walvis! Ja, walvis!” Ik heb nog niets gezien, maar Brown laat onze Zodiac alweer over het water scheren. Als hij de boot stillegt, turen we gespannen over het kalme, zwarte water. Daar! Een gepokte rug rijst op en verdwijnt weer onder water. De jonge bultrug ist niet verlegen: onverwachts duikt de kleine reus vlak voor onze bootje op. Bij het ondergaan lijkt zijn staart de boeg te schampen.
Met 45 kilometer per uur stuiteren we langs ijsbergen en eilanden, steeds verder weg van de basis. We minderen alleen vaart als we Zuidpooldieren naderen. Luierende krabbenrobben, de stinkende broedplaats van koningsaalscholvers en een paar adéliepinguïns op de kust. Ondanks haar verkoudheid blijkt Mairi de roep van de adéliepinguïn uitstekend te kunnen imiteren. „Aaaahw”, roept ze hees. „AAAWK”, kraaien de vogels terug.

Zaterdagavond
Om half zeven verzamelt iedereen zich buiten. Het is Australia Day, en na de cricketwedstrijd tussen Engeland en de rest is het tijd voor een BBQ. Biertjes worden in de sneeuw gekoeld. Een expeditiebegeleider en timmerman braden burgers en worstjes in de striemende wind. Een beetje beschaamd vraag ik of er ook aan de vegetariërs is gedacht. „Sure, no worries mate. Kijk maar in die kruiwagen, onderin.”
„Waren jullie dat, vanmiddag in de baai?”, vraagt Tamsin Gray met een broodje in haar hand. Gray was de meteoroloog die ons al in Frankfurt voor het slechte weer waarschuwde. „Ik zat in die Twin Otter die overvloog, maar kon niet zo goed zien wie in de boten zaten. Ik was behoorlijk luchtziek, snap je.” Gray is vanmiddag samen met een piloot en technicus naar een ijskap aan de oostzijde van het Antarctisch schiereiland gevlogen, om de gegevens van een automatisch weerstation te downloaden.
De BBQ-bewakers leggen steeds minder vlees op de BBQ en steeds meer hout. Alleen dichtbij het vuur is het nog warm, elders snijdt de wind dwars door mijn vier lagen kleding heen. Zeebioloog Belinda Vause vraagt of ik haar oranje boilersuit wil lenen. Zij gaat toch naar binnen, terwijl ik en een paar anderen nog een avondwandeling rond de basis gaan maken.
Groepjes adéliepinguïns kijken nieuwsgierig toe, terwijl wij over de rotsen klauteren. Bovenop de klif zien we de monumenten voor diegenen die tijdens hun werk op Antarctica zijn omgekomen. Er is er eentje voor Kirsty Brown, de duiker die tijdens het snorkelen door een zeeluipaard onder water werd gesleurd en verdronk. Er staat een kruis voor het tweetal dat in 1981 met skidoo en al in een gletsjerspleet is gestort. Een plaquette voor de piloten die begin jaren 90 vlak na het opstijgen zijn gecrasht.
Vanochtend hoorden we dat een vliegtuig dat boven Antarctica vermist is geraakt is teruggevonden. De bemanning heeft het ongeluk waarschijnlijk niet overleefd.
Daarboven, uitkijkend over de zwarte baai, de blauwe ijsbergen en witte bergen zie ik Antarctica op haar mooist. Onheil lijkt ver weg. Ik denk aan wat piloot Meredith gisteren tegen mij zij: „Niets aan Antarctica is gewoon. Niets is vanzelfsprekend. Je geeft haar een duimbreed, en zij neemt je leven.”


Begin 2013 werd het eerste Nederlandse lab op Antarctica geopend. NRC-redacteur Lucas Brouwers was erbij en hield een dagboek bij.

zaterdag 25 januari 2014

Danièle Sallenave -- 25 januari 1990

25 januari
Hedendaagse aspecten van de aanhoudende jeugd. Op veertig-, vijfenveertig- en zelfs vijftigjarige leeftijd kleden we ons nog steeds in jeans en een jack in fluo-kleuren. Toch is de tijd niet blijven stilstaan en opeens hebben we een bril nodig. Zodat we er in onze kleding van twintigjarigen niet jonger uitzien, maar juist te snel of te vroeg oud geworden: een leesbril op een glad, gebruind gezicht.
Terugkomen op Simon: het begin construeren uitgaande van dingen die successievelijk in elkaar grijpen totdat de werkelijkheid bloot komt te liggen (de twee mannen die tegelijkertijd doodgaan). Buiten de regen op de naakte stam van de kastanjebomen. Dan niets meer. Daarna het voormalige eerste hoofdstuk; en Simons hele leven als een mythe, een initiatie, een reeks beproevingen, een leertijd, voor niets, voor niemand, omdat niemand er iets van weten zal. Maar op een ander niveau, onzichtbaar, ja: alles is volbracht.
En het platteland waar hij zich dacht terug te trekken: braakland, bouwterreinen, en de TGV of een nieuw Disneyland in de buurt van het graf van Péguy in Vïlleroy.

26 januari
Kierkegaard (Het een of het ander) over verveling (ik kan het citaat niet meer vinden) en melancholie: 'Melancholie is een zonde, het is een zonde instar omnium, het is de zonde van het niet oprecht en van ganser harte willen.' Maar ook: 'Melancholie is geen slecht teken, want in feite vallen slechts de meest begaafde temperamenten eraan ten prooi.' Ach, was dat maar waar!
Na dat soort lectuur slaap ik vaak als door de bliksem getroffen in, in slaap vallen alsof je de genadeslag hebt gekregen, alsof je veroordeeld bent, je doodvonnis is geveld.


Danièle Sallenave (1940) is een Franse schrijfster en journaliste. Gepasseerd station bevat dagboeknotities uit de periode 1990-1991.

donderdag 23 januari 2014

Lizzy van Dorp -- 24 januari 1899

24 jan. Dinsdag, 't Kleine zusje van Louisa Domela Nieuwenhuis is gestorven. Arme Louisa. Ze hield zo dol van 't kind.
Zondag liep ik uit de kerk jufr. Scholten naar huis. Ik geloof dat ze een penchant (voorliefde] voor me heeft - ik heb er een voor haar. Ze lijkt me de echte dochter van haar vader: de grote dogmatische theoloog. Ze heeft ook zoiets deftig, dogmatisch, vrijzinnig: alsof ze geen ogenblik in twijfel is over iets. Ik liep even bij Fruin aan, maar och, het schijnt heel naar te zijn [prof. Robert Fruin had de week ervoor een soort beroerte gehad]. Hij is vreselijk onrustig en schijnt op het ogenblik eigenlijk krankzinnig te zijn. Hij wil niemand zien, valt vreselijk uit, tobt over zijn werk. En hij is anders zo kalm en vriendelijk en zachtzinnig, 't Is vreselijk.
Tin is naar Den Haag, naar grootje. 't Gezwel is doorgebroken. Arme grootje, ik ben bang dat 't mis loopt. Als 't nu maar niet lang duurt. Overal narigheid.
Ik denk tegenwoordig altijd aan dood en einde van alles. Ik vind het zo vreemd dat ik, nu zo gezond en sterk, ook eens weg zal zijn, een hoopje as, of ik er nooit geweest was. Ik hoop dat 't nog niet heel gauw zal zijn. Want ik moet mijn weg nog maken. Er moet iets van mij blijven leven. Dat is ook wel een beetje de reden waarom ik dit schrijf. Ik stel mij altijd voor hoe misschien een achter, achternichtje over 100 jaar deze bladzij vindt en er in lezen zal en zich verbazen zal, dat zon oud, oudtante, nu allang dood, ook eens jong en bloeiend was. Gerard moet niet laat trouwen, 't is niet goed. Hij moet als God wil, zijn kinderen en kleinkinderen zien opgroeien. Als ik mijn exa¬men gedaan heb en meer tijd heb, ga ik hierin mijn hele omgeving beschrijven, al die professoren, die later niets meer dan een naam zullen zijn. Wie weet wie het later eens opslaat, en interessant vindt.


Lizzy van Dorp (1872-1945) was de eerste vrouwelijke rechtenstudent van Nederland, later econome en politica. Haar studentendagboek staat hier online.

woensdag 22 januari 2014

Silas Constant -- 23 januari 1784

January 23, 1784. —At home.
January 23, 1785. —At home, visiting &c.
January 23, 1786. —Rode home, fine day, sleighing gone; rode to Mr. Halts' ; I Peter ii. 4.
January 23, 1787. —Cloudy and cold, went to Mrs. Budd's ; in the even- ing to School meeting at Esqr Lee's.
January 23, 1788. —Conference at Esqr Lee's in evening.
January 23, 1789. — Rode to New Rochelle; saw whale; to Mr. Tomp-
kins's &c..
January 23, 1790. —Preached at Yorktown, i Peter i. 3-4.
January 23, 1790. —The Church met, etc. Examined Sarah Lambert, Dalla Van Tassel, who were approved. The rest of the time spent in conversation and prayer.
January 23, 1791. —Preached at Peekskill, Psalms Ixxxvii. 3 ; [in the] evening [at] R. Curry's ; Acts ix.
January 23, 1792. —Clear and cold morning.
January 23, 1793. —Mr. Fowler preached at the meeting house ; married Gilbert Bishop and Hannah Carman ; John Hill and Phebe Smith.
January 23, 1794. —Snow storm; rode to Andrew Sutton's; married Griffin Budd and Katharen Sutton ; at Walter Ward's.
January 23, 1795. —At Frost's, Dr. Strang's, [and] Captain Strang's; reckoned with the latter.
January 23, 1796. —Studying &c; very warm.
January 23, 1797. —Pleasant morning; Sally went to John Highat's.
January 23, 1798. —Rode to Mr. McCoy's; married John McCoy and Anna Oakley; cold day.
January 23, 1799. —Rode to St. John's; to John Strang's; preached in the evening, Psalms Ixix. 18.
January 23, 1800. —Rode to Newark at Mr. Comb's.
January 23, 1801. —At Nathaniel Strang's [and] John Lee's; grows warmer.
January 23, 1802. —The Church met, etc. Nathaniel Wright offered himself for examination for Church fellowship. He was approved by the Church.
January 23, 1825. —Administered the Lord's Supper, previous to which the above candidates were received into the Church.

Silas Constant (1750?-1825) was een Amerikaanse dominee. Uit: The Journal of the Reverend Silas Constant, Pastor of the Presbyterian Church at Yorktown, New York.

dinsdag 21 januari 2014

Benjamin Constant -- 22 januari 1804

22 januari
Zojuist aangekomen in Weimar, waar ik enige tijd hoop te blijven, want hier vind ik rijkgevulde bibliotheken, serieuze conversatie, en bovenal: de rust om te werken. Dineerde bij Boettiger, die uitzonderlijk geleerd is en een goed verstand heeft, maar smaak ontbeert en zich onelegant uitdrukt. Ik heb er een jonge Engelsman leren kennen, de heer Robinson, een bewonderaar van Goethe en Kant, die het Britse gebrek aan finesse en de Duitse voorliefde voor het absolute in zich verenigt.

23 januari
Slecht gewerkt, maar ter compensatie Goethe ontmoet! Raffinement, eigenliefde, lichamelijke overgevoeligheid, buitengewone geest, knappe gelaatstrekken, gestalte ietwat krom - ziedaar zijn portret. Na het eten met Wieland gepraat - een Franse geest, koud als een filosoof en licht als een dichter. Een rit te paard deed me mijn werklust hervinden. Ik verdeelde mijn leestijd tussen Herder en Meiners. Herder is als een lekker zacht en warm bed, waar je heerlijk in droomt. Meiners is nuttig maar saai.

24 januari
Ik heb beter gewerkt, vervolgens weer een paardrit gemaakt. Een saaie avond doorgebracht met saaie vrouwen.

25 januari
Met Albertine de Staël naar het theater. Wat een aardig kind is dat. Ze speelden Huis te koop, een Duitse komedie. Wat is de Duitse humor zwaar!

27 januari
Gewandeld met Boettiger, die enorm veel mensen kent maar de indruk wekt dat het hem eerder hindert dan dat hij er baat bij heeft, 's Avonds naar het bal van de prins van Reuss. Had er een gesprek met Muller over een interessante kwestie: de vraag of de wereld is geschapen of niet. Afhankelijk van je standpunt heeft de menselijke ontwikkeling een diametraal omgekeerd verloop. Als de wereld geschapen is: verval. Zo niet: verbetering.
Gedineerd met Goethe, waarbij ik het gevoel kreeg dat een Fransman, zelfs als hij het niet eens is met wat er in zijn land gebeurt, altijd slecht op zijn gemak is onder buitenlanders. Ik voel werkelijk een soort gêne als ik met Goethe praat. Wat jammer dat hij in de ban is geraakt van de mystieke Duitse filosofie! Hij heeft mij toegegeven dat het fundament van deze filosofie het spinozisme is. Goed, maar waarom zou dat tot religieuze ideeën moeten leiden, en wat erger is: tot het katholicisme?


Benjamin Constant (1767-1830) was een Franse schrijver en politicus. Journal intime.

maandag 20 januari 2014

Klaus Mann -- 21 januari 1936

Amsterdam, pension Hirsch, 21 januari 1936
De vertrouwde reis, met overstappen in Bazel en Den Haag, het oponthoud vanochtend in Brussel, de vertrouwde aankomst. Friedrich op het station. Het pension. Juffrouw Berta, enz.
Onderweg tamelijk veel genomen. Weinig geslapen, weinig gelezen: kranten, zelfs het Magazin. Tot Brussel alleen in de coupé, daarna behoorlijk vol.
De koning van Engeland is overleden. Nu wordt die rare Prince of Wales majesteit... Geprobeerd om te slapen, maar het bed is heel slecht en de kamer heel lawaaierig. [...]

[Amsterdam] 22 januari 1936
Engels consulaat. Ik moet weer speciaal naar Den Haag: het is te idioot.
Kapper, boodschappen, uitgeverij (kritieken over 'Tsj.' gelezen, niet erg veel - geen enkele in de emigrantenpers). Lunch met F. en Landauer in de Porte van Cleve. Uitgelezen: Kolle van Uhde. Gelezen in Briefe aus dem Gefängnis van Toller (hij jakkert het thema al te schaamteloos af, zijn tijd in de gevangenis; overigens bevat het enkele leerzame en enkele roerende passages). Behoorlijk lang intellectueel gesprek met de heer Hirsch. Dikke brief van E. Bijlagen: brief van Schwarzschild aan haar, haar grote brief aan de Tovenaar (bijzonder goed). Ik op mijn beurt aan T. geschreven, korter, milder, berustender.
Vanavond: naar de film met F., Landauer en de rode: Greta Garbo, Anna Karenina. Heel mooie film, vooral het begin. Ze ziet er af en toe weer schitterend uit. Tijdens het voorprogramma zomaar ineens overvallen door vermoeidheid. Later nog een half uur in Carlton Corner.

[Amsterdam] 24 januari 1936
Naar Den Haag geweest, met koffers en al, om vandaar naar Londen door te reizen, maar er worden pas weer visa verstrekt na de koninklijke begrafenis. Lange taxiritten voordat ik het juiste consulaat had gevonden. Lunch in Café Riche. Wandeling met een vijftienjarige jongen.
Telefoontje met Menno ter Braak. Gelezen: Ein Mensch fällt aus Deutschland van Konrad Merz (pseudoniem). Vaak heel onjuiste, pretentieuze beelden. Maar ook dingen die indruk maken. Een talent.
Laat in de middag teruggereisd. Eten met F. Brief geschreven aan Brian en uitvoerig aan oom Heinrich over de Bermann-Schwarzschild-affaire. (Dilemma: moet je je in die schrijversverklaring die Schwarzschild wil, tegen Bermann uitspreken, of moet je dat met het oog op T. niet doen?)
Vanavond: met Landauer naar een oerdomme film met Alpar, Ball im Savoy. Daarna naar de Astoria-bar.


Klaus Mann (1906-1949) was een Duitse schrijver. Zijn dagboeken uit de periode 1933-1949 zijn vertaald als Opgejaagd, gedoemd, verloren.

zondag 19 januari 2014

Willem de Clerq -- 20 januari 1822

20 Januari.
Ontzettend was de gebeurtenis, die ons in den loop van deze week heeft getroffen. Nog op den vorigen Zondag zaten wij recht genoegelijk bij Mama. Het was familiedag. In langen tijd had ik Mama zoo vrolijk niet gezien. Dinsdag was het mijn verjaardag, een lang vooruitgeziene en verwachte dag, waarop ik volgens vroegere afspraken na eene voorlezing van van Hall over de Improvisatie, in de Hollandsche Maatschappij (voor het eerst in het openbaar) improviseeren zou. Ik had mij bijzonder veel genoegen van dezen dag voorgesteld. Doch de verwachting dezelve geheel aan vriendschap en liefde te wijden, kon ik niet geheel vervullen. Vele kleine tegenheden ontstonden; een storm, die het IJ beroerde, en het water over het gewone peil deed rijzen, gevoegd bij allerdroevigst weder, maakte een kontrast met de rozenvormige verwachtingen wegens dezen dag. Eindelijk brak het middaguur aan. Da Costa en zijne vrouw, en Retemeijer kwamen bij ons dineren, ook Mama, die dezen dag zeer opgeruimd scheen en met welgevallen naar alles luisterde. Eindelijk gingen wij in hooge verwachting naar den Doelen. De zaal was vol, zoo het scheen, van de eerste personen van de stad, wat kunde of aanzien betrof.
Ik ging in de binnenkamer bij van Hall, en wij beraadslaagden over de wijze hoe de keuze en loterij der onderwerpen best in te richten. Eindelijk keerde ik in de zaal terug, waar, behalve alle mijne vrienden, zich een recht talrijke schaar vereenigd had. De zaal was schoon verlicht, en wezenlijke lust beving mij aldaar te improviseeren. Van Hall begint, doch heeft nauw twee bladzijden gelezen of eensklaps ontstaat een sterke beweging aan die zijde van het gezelschap, alwaar Mama en Caroline zaten. Nog eenige oogenblikken verliepen er, eer ik met de ware oorzaak bekend werd. Onze goede Moeder was op eens inééngezakt en werd in de nabij zijnde kamer eerst op stoelen, naderhand op den kanapé gelegd. Een gelukkige braking scheen goede uitzichten te geven. Men sprak slechts van flauwte, en ik ging zelfs weder in de zaal, in de verwachting, dat zich misschien alles nog beteren mocht. Doch te vergeefs. Weldra terug geroepen, zag ik Haakman en Thijssen, naderhand Luber, die het geval ten hoogste bedenkelijk vonden. Van Hall las zijne verhandeling over de Improvisatie voor. Eenige woorden ter mijner eer en ter gelegenheid van de gebeurtenis gezegd, sloten de vergadering.
‘De leden en gasten trokken af, doch even akelig bleven de omstandigheden voor ons. Een aderlating was van geen bijzonder nut geweest, en weldra bemerkten wij, dat de aanval inderdaad een beroerte, en lamheid aan de eene zijde niet te ontkennen was...... 's Nachts te half één lag onze goede moeder in haar eigen bed, dat haar sterfbed worden moest. Ontzettend waren de dagen van Woensdag, Donderdag en Vrijdag. Innerlijke presentie van geest was er, vooral in de twee eerste dagen, doch bijna volkomen gebrek aan kracht om zich uit te drukken. Eenige woorden, de begeerte om weer thuis te komen, de herkenning van kinderen en nabestaanden, de uitdrukking vragen derwijze van het woord Improviseeren; dit hoorden wij nog in den eersten nacht, maar verder ging het verergerend... Vrijdag eindigde de strijd in een zacht ontslapen....... Bij meerder kalmte hoop ik de trekken van het karakter dezer beste vrouw, die ik zoo hartelijk bemind heb, nog nader te ontwikkelen...... Het sterfhuis was inderdaad een huis des vredes.’


Willem de Clercq (1795-1844) was bankier, dichter en voorman van het protestantse Réveil in Nederland. Zijn dagboeken vormden de basis voor Naar zijn dagboek.

Simon Vinkenoog -- 18 januari 1964

zaterdag 18 januari 1964
Ik probeer mijn leven, het leven dat hier open komt te liggen, in hoofdstukken vast te leggen, in in vieren geknipte kaartsysteemkaartjes, die ik met spelden op de zwart geverfde behangpapiermuur voor mij (ik ben verhuisd naar de Leidsekade) prik. Alles komt er terecht, als ik genoeg tijd heb om de aantekeningen van de laatste jaren te vergaren, herlezen, herbeleven, in de een of andere orde, die aan elke vormgeving voorafgaat, vast te leggen: een avond op de boulevard Garibaldi, de eerste bandrecorder ter wereld werd bij ons binnengereden, we zouden een concert opnemen. Bandjes in het geheugen van de aanwezige medespelers. Een van de eerste psychedelische ervaringen, die mij deelachtig werden - nog maanden later spraken wij over het unieke gebeuren. De happening is een uniek gebeuren, wij klapperden met vensters, sloegen op potten en pannen, sprongen van de keukentrap, zetten de radio en de grammofoon aan, en zongen in alle talen. De happening is een psychisch gebeuren, speelt zich af op het bewustzijnsniveau waar toeschouwers en deelnemers niet meer van elkaar te onderscheiden zijn. De kritiek, laat varen! Lâchez tout!


Simon Vinkenoog (1928-2009) was dichter en schrijver. In Liefde. Zeventig dagen op ooghoogte hield hij een soort dagboek bij van een bewogen periode in Amsterdam.

donderdag 16 januari 2014

Willem Hendrik de Beaufort -- 17 januari 1916

17 JANUARI I916
Montenegro is de eerste oorlogvoerende die het opgeeft, het heeft zich onderwor­ pen. Deze tot nog toe onoverwonnen natie die de Turken altijd uit hare bergen heeft weten te houden is thans door Oostenrijk bedwongen. De Montenegrijnen hebben zich onvoorwaardelijk overgegeven. Het is verwonderlijk dat Italië geen vinger heeft uitgestoken om Montenegro te redden, de schoonzoon heeft zijn schoonvader* in den steek gelaten. In Italië wordt gezegd dat er geen genoegzaam aantal troepen was en dat Frankrijk en Engeland niet konden helpen. Sedert Italië zich aan de zijde der verbondenen is gaan stellen, draait de oorlogskans voortdurend naar de zijde van Duitschland en Oostenrijk. Italië heeft niets ver­richt van belang en Oostenrijk heeft met veel meer klem tegen Rusland kunnen strijden sints het de Italianen op zijne grenzen heeft. Ik begrijp er niets van. Te Berlijn gaat het snoeven door, de regeering laat zich daar uit als ware zij zeker van de volledige overwinning. De minister heeft gezegd: 'Montenegro is de eerste, de tweede zal welhaast volgen en dan zullen eindelijk de laatst overblijvenden het heele gelag kunnen betalen' (onbedaarbaar gelach). Pruisische Landdag.

* Nikolaas I, koning van Montenegro, was de schoonvader van de Italiaanse koning Victor- Emanuel III.

l8 JANUARI I916
In alle landen van de Entente spreekt zich de ontevredenheid uit over den gang der zaken. In Engeland dringt men aan op strenge blokkade, men roept dat Rotterdam als Rhijnhaven ook in de blokkade moet begrepen zijn, in America heeft men hiertegen, zooals begrijpelijk is, groot bezwaar. Ik twijfel er ook aan of de Engelsche regeering dit zal aandurven, het zoude ons in een moeielijke stelling brengen.
Intusschen heeft de koning van Engeland telegrafisch onze koningin zijn leedwezen betuigd over de overstrooming in Noord-Holland*, terwijl de keizer van Duitschland niets van zich heeft laten hooren. Frankrijk heeft 5000 francs aangeboden voor de noodlijdenden. De Oostenrijksche gezant 100 . wat een groote gift is voor iemand die door de wisselkoers zijn jaarwedde zoozeer heeft zien verminderen.
Het is merkwaardig hoe Duitschland en Oostenrijk in de algemeene meening vooruitgaan. Zij danken het in de eerste plaats aan hunne overwinningen, in de tweede plaats aan de tegenzin tegen Engelands willekeurige handelingen en eindelijk aan den wensch naar het einde van de oorlog die iedereen meent dat alleen kan komen na volslagen overwinning van een der partijen. Men hoopt nu maar dat de Centraal-mogendheden doorgaan met overwinnen, dan zal spoedig het uur slaan waarin de vrede wordt geteekend.

* Sinds begin januari 1916 was er sprake van stormen, gevolgd door zeer hoge waterstanden op rivieren en binnenwateren. Hierdoor was vooral Noord-Holland ten noorden van Amsterdam getroffen, dat na dijkdoorbraken grotendeels blank stond.


Willem Hendrik de Beaufort (1845-1918)) was een Nederlands staatsman. Zijn dagboeken zijn te lezen bij Historici.nl.

woensdag 15 januari 2014

Shireen Strooker -- 16 januari 1974

Woensdag 16 januari
Net gehaald de trein. Het mevrouwtje van de koffie en de gevulde koek leek vrolijker dan anders. Weer niet door een auto geraakt bij het hotel dat ze aan 't bouwen zijn op het Kattengat. Daar is geen stoep en elke dag denk ik: nou word ik gepakt. De training van Peter ging heel snel. Rense had iets in zijn rug verrekt, al voor de training, zei hij. Daarna voelde ik me heel wakker. In vier groepjes gewerkt, twee beneden, twee boven. Yolande was er weer; eerst bij dat groepje gezeten en over het onderwerp gepraat: iemand is ongeneeslijk ziek, hoe reageert de buitenwereld en hoe hijzelf. Yolande vertelde over de film Cries and whispers van Bergman — wat zou jij doen als iemand, die al dood is, om je zou roepen? Zou je gaan? Ik zei meteen, ja natuurlijk - maar vond het wel erg eng. Toen bij de anderen gaan kijken. Rense en Peter op het kantoor. De ellende van het preciese, het afgepaste. Wat gaat er in je om, terwijl je iemand anders' brief zit te tikken? Hoe kan je dat laten zien? Zou toch wel eens op een kantoor willen zitten, om te kijken hoe dat is. 's Avonds extra voorstelling op het Kattengat. Niet zo raar druk als op vrijdag. Alles klonk een beetje hol en ver weg. Heel aandachtig publiek.


Shireen Strooker (1935) is een Nederlands actrice en regisseuse. In 1974 hield ze op verzoek van NRC Handelsblad een week lang een 'Hollands Dagboek' bij.

dinsdag 14 januari 2014

Christoffel Columbus -- 15 januari 1493

Dinsdag 15 januari
Hij* vertelt dat hij graag zou willen vertrekken, want het kan nu alleen nog maar nadelig zijn om langer te blijven, gezien de moeilijkheden met, of beter zou hij kunnen zeggen: het beschamende gedrag tegenover de indianen. Hij zegt ook dat hij vandaag te weten is gekomen dat de voornaamste vindplaats van goud in dezelfde streek ligt als de aan Uwe Majesteiten toebehorende kolonie Navidad en dat er op de eilanden Carib en Matinino veel koper voorkomt. In Carib kunnen zich echter problemen voordoen, omdat ze daar mensenvlees eten. Hij vertelt verder dat hun eiland daarvandaan te zien is en dat hij heeft besloten erheen te gaan omdat het op zijn route ligt. Ook wil hij naar het eiland Matinino, dat uitsluitend bewoond wordt door vrouwen die er geen mannen op na houden, zoals hij zegt. Hij wil beide plaatsen zien en er een aantal gevangenen maken.
De Admiraal* zond de sloep naar de wal. De koning van dat land was echter niet gekomen, vertelt hij, want diens verblijf plaats lag op grote afstand. Hij had echter wel, zoals beloofd, zijn gouden kroon gestuurd. Er kwamen wel veel andere indianen met katoen en broden en broodplanten, allemaal gewapend met pijl en boog. Nadat alles verhandeld was kwamen er vier jongemannen naar het karveel en die hadden, naar het de Admiraal leek, zoveel gunstigs te vertellen over al die eilanden die naar het oosten lagen, langs dezelfde route die de Admiraal wilde gaan, dat hij besloot hen met zich mee te nemen naar Castilië.
Ze hebben in dat land, zo vertelt hij, geen ijzer of ander metaal, voor zover bekend dan altijd. In een paar dagen kan men immers niet veel te weten komen over een bepaalde plaats, dit vanwege de moeilijkheden met de taal, die door de Admiraal slechts op de gis begrepen werd, en door het onvermogen van de indianen om in een paar dagen te begrijpen waar het hem om te doen was. Hun bogen, zo vertelt hij, zijn even groot als die in Frankrijk en Engeland. De pijlen lijken sterk op de speren van de andere volken die hij tot dusverre ontmoette en zijn gemaakt van bamboe stengels die, nadat ze geplant zijn, kaarsrecht opgroeien tot een lengte van anderhalf tot twee varas. Later bevestigen ze aan de uiteinden scherpe stukjes hout van anderhalve palmos lengte. Bovenaan dit stokje schuiven ze dan een vistand en sommigen of de meesten smeren daar vergif aan. Ze schieten niet zoals elders, maar op een bepaalde manier die weinig letsel kan veroorzaken.
Er is daar veel katoen, heel fijn en lang, en er zijn veel gombomen. Het leek hem dat de bogen van de indianen gemaakt waren van taxushout en dat in hun land ook goud en koper wordt gevonden. Er groeit ook veel chili: hun soort peper, maar meer waard dan peper. Ze gebruiken het bij elke maaltijd, want ze menen dat het heel goed is voor hun gezondheid. Hispaniola kan daarvan jaarlijks vijftig scheepsladingen leveren.
Hij vertelt dat hij in die haven veel drijvend gewas zag, van dezelfde soort die hij, toen hij in het begin van zijn ontdekkingsreis was, midden op zee had waargenomen. Dit doet hem veronderstellen, gezien de plaats waar hij dit gewas voor het eerst zag, dat er recht naar het oosten eilanden zijn, want hij is er zeker van dat dit gewas in ondiep water dicht bij land groeit. Hij zegt dat, als dit zo is, bedoelde delen van Indie heel dicht bij de Canarische Eilanden moeten liggen. Dit doet hem geloven dat ze op minder dan 400 leguas afstand liggen.


Christoffel Columbus (1451-1506) ontdekte Amerika in 1492. Hij hield van die reis (1492-1493) een scheepsjournaal bij.

* Columbus schrijft over zichzelf in de hij-vorm. Ook duidt hij zichzelf aan met 'de Admiraal'.

Mary Chesnut -- 14 januari 1865

January 14th. - Yesterday I broke down - gave way to abject terror under the news of Sherman's advance with no news of my husband. To-day, while wrapped up on the sofa, too dismal even for moaning, there was a loud knock. Shawls on and all, just as I was, I rushed to the door to find a telegram from my husband: "All well; be at home Tuesday." It was dated from Adam's Run. I felt as lighthearted as if the war were over. Then I looked at the date and the place - Adam's Run. It ends as it began - in a run -Bull's Run, from which their first sprightly running astounded the world, and now Adam's Run. But if we must run, who are left to run? From Bull Run they ran full-handed. But we have fought until maimed soldiers, women, and children are all that remain to run.
To-day Kershaw's brigade, or what is left of it, passed through. What shouts greeted it and what bold shouts of thanks it returned! It was all a very encouraging noise, absolutely comforting. Some true men are left, after all.

January 16th. - My husband is at home once more - for how long, I do not know. His aides fill the house, and a group of hopelessly wounded haunt the place. The drilling and the marching go on outside. It rains a flood, with freshet after freshet. The forces of nature are befriending us, for our enemies have to make their way through swamps.
A month ago my husband wrote me a letter which I promptly suppressed after showing it to Mrs. McCord. He warned us to make ready, for the end had come. Our resources were exhausted, and the means of resistance could not be found. We could not bring ourselves to believe it, and now, he thinks, with the railroad all blown up, the swamps made impassable by the freshets, which have no time to subside, so constant is the rain, and the negroes utterly apathetic (would they be so if they saw us triumphant?), if we had but an army to seize the opportunity we might do something; but there are no troops; that is the real trouble.
To-day Mrs. McCord exchanged $16,000 in Confederate bills for $300 in gold - sixteen thousand for three hundred.


Mary Boykin Miller Chesnut (1823-1886) was de vrouw van senator en militair James Chesnut. Ze schreef A Diary in Dixie.

zondag 12 januari 2014

Sir Henry W. Lucy -- 13 januari 1895

January 13.
A gentleman already far at sea has sad and startling news awaiting him at his journey's end. This is Mr. George Baxter, Writer to the Signet, who has been acting as editor to the new Edinburgh edition of Stevenson's works. At the beginning of last week he took ship en route for Samba, carrying with him splendidly bound copies of the first two volumes of the Edinburgh edition. They were designed to delight the eyes of the author, who took an almost feverish interest in the fortunes of this monumental enterprise. Five days after Mr. Baxter sailed came news of the death of Stevenson, of the closing of the eyes that will never look upon the volumes prepared for his pleasure with tender care. It is curious to learn how Stevenson's later days were clouded with apprehension that he had lost his hold on the favour of the public. The success of the Edinburgh edition ought to have convinced him that this was an idle fancy. Published at something like a fancy price, it was immediately subscribed. Had the number been less strictly limited there would have been no lack of purchasers.


Henry William Lucy (1845-1924) was een Britse journalist en humoristisch schrijver. Dagboeknotities van zijn hand zijn verschenen als The Diary of a Journalist.



Robert Louis Stevenson (1850-1894)

zaterdag 11 januari 2014

Charles Hennebois -- 12 januari 1915

January 12. A German Sister. Her name : Erizia. Her community : a Krankenhaus (hospital) of some kind a long way off in West- phalia. Her domicile : San Klemens. It is she who nurses us. We would willingly dispense with her attentions. Physically, small. Her face is oval, fairly regular, almost pretty. When she is reading her eyes are calm and grave. Sister Erizia can smile, though not, of course, on the French, and her smile is sweet. It contradicts the cold cruelty of her little hands. When she is dressing a wound, it is useless to cry out. C. could tell you all about it. She tortures him as she chooses.

If perchance you dread the cold of the January mornings, being thinly covered ; if you are shivering in your bed, Sister Erizia is a ministering angel ! She opens all the doors and windows, setting up a current of icy air. And woe to him who complains ! Hey mouth is like a machine-gun. She rushes at you, seizes all your wrappings, your sheets, and your blanket, and leaves you naked as a worm.

Christian charity, forgiveness and forgetfulness of offences are certainly not her strong points. Some patient may perchance have infringed the Teuton regulations in some trivial particular. Sister Erizia makes ready. She is immanent Justice, cold, sure, and implacable. Her grey silhouette is seen waiting in the passage. She catches the doctor as he passes, and the machine-gun unrolls its deadly belt. Good heavens, what a fusillade ! Perhaps you got up this morning. You feel very weak, and you sit down on the edge of your bed. She rushes over to you : " Schweinereien I Schweinereien ! " This word is addressed to the French. Her small hands seize you, take you by the shoulders, and roll you pitilessly to the ground. " Nicht liegen" ("You are not to lie down.") You must either stay in bed all day or sit up all day. What do complications or haemorrhages matter to Sister Erizia ? Has she not two broken legs upon her tender conscience already and I know not how many relapses ?

The soul of Erizia does not suffer for this, that virgin soul she offers with her prayers to the German God of Love. She serves her country without doing disservice to God. Did she not declare, on one mournful evening recently, that God had appointed Germany to chastise France, to destroy once for all that nest of impiety, vice, and alcoholism. Her two hands were clasped upon her thin breast. Her eyes smiled up at the " Great Ally " in Heaven. I felt as lonely as a shipwrecked man.

Sister Erizia is exquisite. She shows us some really touching attentions. She always chooses the time when we are at our meals to empty certain necessary utensils and carry them backwards and forwards through the ward.


Charles Hennebois was een Franse soldaat die in 1914 in Duitsland ernstig gewond raakte en in gevangenschap verpleegd werd. Zijn dagboek van die periode is gepubliceerd als In German hands. The diary of a severely wounded prisoner.

Robert Falcon Scott -- 11 januari 1911

Wednesday, January ll.--A week here to-day--it seems quite a month, so much has been crammed into a short space of time.
The threatened blizzard materialised at about four o'clock this morning. The wind increased to force six or seven at the ship, and continued to blow, with drift, throughout the forenoon.
Campbell and his sledging party arrived at the Camp at 8.0 A.M. bringing a small load: there seemed little object, but I suppose they like the experience of a march in the blizzard. They started to go back, but the ship being blotted out, turned and gave us their company at breakfast. The day was altogether too bad for outside work, so we turned our attention to the hut interior, with the result that to-night all the matchboarding is completed. The floor linoleum is the only thing that remains to be put down; outside, the roof and ends have to be finished. Then there are several days of odd jobs for the carpenter, and all will be finished. It is a first-rate building in an extraordinarily sheltered spot; whilst the wind was raging at the ship this morning we enjoyed comparative peace. Campbell says there was an extraordinary change as he approached the beach.
I sent two or three people to dig into the hard snow drift behind the camp; they got into solid ice immediately, became interested in the job, and have begun the making of a cave which is to be our larder. Already they have tunnelled 6 or 8 feet in and have begun side channels. In a few days they will have made quite a spacious apartment--an ideal place to keep our meat store. We had been speculating as to the origin of this solid drift and attached great antiquity to it, but the diggers came to a patch of earth with skua feathers, which rather knocks our theories on the head.
The wind began to drop at midday, and after lunch I went to the ship. I was very glad to learn that she can hold steam at two hours' notice on an expenditure of 13 cwt. The ice anchors had held well during the blow.
As far as I can see the open water extends to an east and west line which is a little short of the glacier tongue.
To-night the wind has dropped altogether and we return to the glorious conditions of a week ago. I trust they may last for a few days at least.


Robert Falcon Scott (1868–1912) was een Brits marineofficier en ontdekkingsreiziger, die beroemd is geworden als leider van twee expedities naar Antarctica. Tijdens zijn tweede expeditie kwam hij samen met zijn vier metgezellen om het leven. Het bovenstaande fragment komt uit zijn expeditiedagboek.

donderdag 9 januari 2014

Anna Jameson -- 10 januari 1822

10. — A lovely brilliant day, the sky without a cloud and the air as soft as summer. [...]

The church of San Martino del Monte is built on part of the substructure of the baths of Titus ; and there is a door opening from the church, by which you descend into the ancient subterranean vaults. The small, but exquisite pillars, and the pavement, which is of the richest marbles, were brought from the Villa of Adrian at Tivoli. The walls were painted in fresco by Nicolo and Gaspar Poussin, and were once a celebrated study for young landscape painters; almost every vestige of coloring is now obliterated by the damp which streams down the walls. There are some excellent modern pictures in good preservation, I think by Carluccio. This church, though not large, is one of the most magnificent we have yet seen, and the most precious materials are lavished in profusion on every part. The body of Cardinal Tomasi is preserved here, embalmed in a glass case. It is exhibited conspicuously, and in my life I never saw (or smelt) any thing so abominable and disgusting.
The rest of the morning was spent in the Vatican.
I stood to-day for some time between those two great masterpieces, the Transfiguration of Raffaelle, and Domenichino's Communion of St. Jerome. I studied them, I examined them figure by figure, and then in the ensemble, and mused upon the different effect they produce, and were designed to produce, until I thought I could decide to my own satisfaction on their respective merits. I am not ignorant that the Transfiguration is pronounced the " grandest picture in the world," nor so insensible to excellence as to regard this glorious composition without all the admiration due to it. I am dazzled by the flood of light which bursts from the opening heavens above, and affected by the dramatic interest of the group below. What splendor of color ! What variety of expression ! What masterly grouping of the heads ! I see all this — but to me Raffaelle's picture wants unity of interest : it is two pictures in one ; the demoniac boy in the foreground always shocks me ; and thus, from my peculiarity of taste, the pleasure it gives me is not so perfect as it ought to be.
On the other hand, I never can turn to the Domenichino without being thrilled with emotion, and touched with awe. The story is told with the most admirable skill, and with the most exquisite truth and simplicity : the interest is one and the same ; it all centres in the person of the expiring saint ; and the calm benignity of the officiating priest is finely contracted with the countenances of the group who support the dying form of St. Jerome : anxious tenderness, grief, hope, and fear, are expressed with such deep pathos and reality, that the spectator forgets admiration in sympathy ; and I have gazed, till I could almost have fancied myself one of the assistants. The coloring is as admirable as the composition — gorgeously rich in effect, but subdued to a tone which harmonizes with the solemnity of the subject.

There is a curious anecdote connected with this picture, which I wish I had noted down at length as it was related to me, and at the time I heard it : it is briefly this. The picture was painted by Domenichino for the church of San Girolamo della Carith. At that time the factions between the different schools of painting ran so high at Rome, that the followers of Domenichino and Guido absolutely stabbed and poisoned each other; and the popular prejudice being in favor of the latter, the Communion of St. Jerome was torn down from its place, and flung into a lumber garret. Some time afterwards, the superiors of the convent wishing to substitute a new altar-piece, commissioned Nicolo Poussin to execute it; and sent him Domenichino's rejected picture as old canvas to paint upon. No sooner had the generous Poussin cast his eyes on it, than he was struck, as well he might be, with astonishment and admiration. He immediately carried it into the church, and there lectured in public on its beauties, until he made the stupid monks ashamed of their blind rejection of such a masterpiece, and boldly gave it that character it has ever since retained, of being the second best picture in the world.


Anna Jameson (1794-1860) was een Britse schrijfster. Haar wederwaardigheden van een reis naar Italië verwerkte ze in (het strikt genomen fictieve) The Diary of an Ennuyée (1826).

woensdag 8 januari 2014

Wim Kan -- 9 januari 1982

Zaterdag 9 januari 21.50 uur. Nog altijd in Kudelstaart
Het vriest negen graden. Zojuist met twee jassen over elkaar naar de maansverduistering gaan kijken. Komt eens in de drie jaar voor. Machtig interessant, vooral omdat iedereen zegt dat het zo interessant is. Meneer Van Liempt [manager Wim Kan] had vrijdag een onderhoud met Warry van Kampen, televisiehoofd KRO... Ze wilden geheel ongevraagd honderdduizend gulden meer betalen voor mijn oudejaarsavondoptreden wegens groot succes en verlenging van de tijdsduur van de uitzending waarop de KRO niet gerekend had. KRO was heel erg gelukkig met deze uitzending. Denk er over nu toch maar katholiek te worden. Kritieken. Telegraaf: Derksen geen vijf regels geloof ik. Parool: dito Coot van Doesburgh (de ex-geliefde van de Berend Boudewijn show) brak alles af rondom oudjaar. Vijf regels over de Alles is Anders Show. Haagse Courant en Volkskrant zouden wel goed zijn geweest. Ik las ze niet. Voel me net iemand die aan de drank was, maar er nu wel van af kan blijven. (Soms nog met moeite, dat wel!)


Wim Kan (1911-1983) was cabaretier. Zijn dagboeken zijn te lezen bij de dbnl.

dinsdag 7 januari 2014

Ferdinand E. Marcos -- 8 januari 1970

Manila, Thursday, January 8, 1970
I have ordered a study in depth of all our efforts of counter-insurgency, economic development, social reform as well as military action.
The civilian agents must be disbanded but the Barrio Home Defense Force should be strengthened to stop the expansion of the Huks and the New People’s Army.
Emergency plan by phases – compartmentalized, in the event of massive sabotage, terrorism and infiltration. Counter-action by pre-assigned units and officers and men.
Lifted the limitation of flights of foreign carriers from Japan for one year – but Pan Am must spend $1 million to promote the route and build its own terminal.
No more need for transit visas.
Development of the Manila Tourist belt (Central Bank P200,000), police security for tourists including certification of taxicab companies, Tagaytay, Corregidor, Bataan, Pagsanjan – Navy hydrofoil to Corregidor & Bataan run.
Will ask the tourist & business community to talk to the publishers to tone down on crime.
As of today loans will again be allowed for mining and new export industries.
Speaker Laurel and Sen. Pres. Puyat ask for support for their respective candidacies.
The Lopezes as I predicted are starting to plot against me. Iñing Lopez has recovered enough from hypoglycemia to order their Manila Chronicle to attack me and the Marcos Foundation.


Ferdinand E. Marcos (1917-1989) was van 1965-1986 president van de Filippijnen. Dagboekfragmenten van hem zijn te lezen bij The Philippine Diary Project.

maandag 6 januari 2014

Jeroen Krabbé -- 7 januari 1984

Zaterdag
De pijn in m'n schouder maakt me wakker Kan me nauwelijks bewegen. Besloten wordt naar de groepspraktijk in D. te gaan De dienstdoende arts noemt mijn leven 'heavy' (wat ik volledig onderschrijf), kneedt een weinig aan rug en schouder en stuurt me met een recept naar de apotheek – zalf, pijnstillers en rustigmakers. Dat heb ik! Mijn weekend! Daarbij regent het aan een stuk en het ziet er niet naar uit dat daar verandering in komt. Kranten gekocht en – op mijn aanraden – vier walnotencarrés. Volkskrant niet écht onaardig over Willem, maar laf-afwachtend. Ik spreek nog wel na de delen 4, 5 en 6, die ik zelf als de meest geslaagde ervaar. Ach, misschien spreek ik ze wel helemaal niet, want er zijn maar weinig recensenten die onder Het Grote Cynisme uit durven.
De zon breekt 's middags door, de pijnstillers helpen, en na enig gekrakeel besluiten we met z'n vijven te gaan wandelen. Aangezien deze kombi nogal uniek is, is Herma steeds met de Agfa-klak in de weer. 'Leuk voor later...' Tegen borreltijd naar Hilda en Louis om naar één van mijn Callantsoog-schilderijen te kijken dat Louis schitterend had laten inlijsten. Het vervulde me met enige trots, het leek wel of een ander het had geschilderd. Veel champagne (oi, valt er iets te vieren?) helpt mij over de laatste pijn heen. Eenmaal weer thuis snel in m'n hanepak, een zak mini-snickers en pelpinda's op tafel en tv kijken. Herenstraat 10. Geef mij Dillenburg 5 maar...


Jeroen Krabbé (1944) is een Nederlandse acteur en schilder. In 1984 hield hij vanwege zijn rol in een tv-serie over Willem de Zwijger een week lang een 'Hollands Dagboek' bij voor NRC Handelsblad.


zondag 5 januari 2014

Theo Olof -- 6 januari 1974

Zondag
Verdiept in Vioolconcert van Henkemans. Blijf het mooie muziek vinden. Zondagmiddagconcert. Programma als gisteren. Laat 's middags komen Sacha en Dieter langs. Hebben grote fietstocht door stad gemaakt. Wel met pleisterplaatsen zoals Hoppe. Wil ook fiets aanschaffen. Gekeken naar tv-concert jonge talenten. Goed en leuk. Brusse uit Parijs viel tegen. Heb altijd al gedacht dat Franse jonge meisjes net zo giechelig zijn als Nederlandse jonge meisjes. Bericht ontvangen van overlijden Edith Farhadi, de Hongaarse pianiste waar ik vroeger veel en prettig mee heb gespeeld.
Nog geen baby.


Theo Olof (1924-2012) was een Nederlandse violist. Op verzok van NRC Handelsblad hield hij in 1974 een week lang een 'Hollands Dagboek' bij.

Hans Henkemans

zaterdag 4 januari 2014

Italo Svevo -- 5 januari 1896

5 januari 1896
11 uur elf v.m.
Vandaag iets vreemds dat ook met de liefde te maken heeft. Mijn vriend Frizzi is ernstig ongesteld en dokter Zencovich zei tegen hem dat al zijn narigheden een gevolg zijn van het roken. Hij voegde er echter aan toe dat hij hem het roken niet verbood aangezien dat nutteloos was, hij wist immers dat het een vergeefs verbod zou zijn. Nu dacht ik: Wat je niet voor dokter Zencovich kan doen, zou ik dat niet voor Livia kunnen doen? Ik rookte dadelijk een sigaret om het moment vast te leggen en vormde het vaste voornemen om aan jou, mijn Livia, die slechte gewoonte te offeren. Uit de woorden van dokter Zencovich kun je opmaken hoe veel ik voor je offer. Jij zult vast de nodige twijfels hebben of het wel voor jou is dat ik dit offer breng en niet eerder voor mezelf. Maar het is wel degelijk voor jou. Het gaat erom goed en rustig te beminnen, het gaat erom gezonde zenuwen te hebben om van de twijfels te genezen en de genegenheid elke morgen, elke avond even intens te voelen. Voor dr. Zencovich niets, immers het is zo dat het me voor de artsen die het me aanraden nog nooit gelukt is zoiets te doen. Per slot is mijn leven een (klein) deel van onze liefde en ik waak erover niet uit egoïsme maar uit liefde.


Italo Svevo (1861-1928) was een Italiaanse schrijver. In 1896 hield hij enige maanden een dagboek bij, op verzoek van zijn toekomstige echtgenote, Livia Veneziani (1874-1957)

vrijdag 3 januari 2014

Franz Kafka -- 4 januari 1915

4. Januar. Großer Lust, eine neue Geschichte anzufangen, nicht nachgegeben. Es ist alles nutzlos. Kann ich die Geschichten nicht durch die Nächte jagen, brechen sie aus und verlaufen sich, so auch jetzt ›Der Unterstaatsanwalt‹. Und morgen gehe ich in die Fabrik, werde nach dem Einrücken P.s vielleicht jeden Nachmittag hingehn müssen. Damit hört alles auf. Die Gedanken an die Fabrik sind mein dauernder Versöhnungstag. [An dem man nach jüdischer Lehre seiner Sünden gedenkt. Im Wort und Begriff 'Versöhnungstag' (Jom ha-Kippurim) liegt allerdings mehr: die Verzeihung.]

6. Januar. ›Dorfschullehrer‹ und ›Unterstaatsanwalt‹ vorläufig aufgegeben. Aber auch fast unfähig, den ›Prozeß‹ fortzusetzen. Gedanken an die Lembergerin. [Fräulein F. R. aus Lemberg] Versprechungen irgendeines Glückes, ähnlich den Hoffnungen auf ein ewiges Leben. Von einer gewissen Entfernung aus gesehn, halten sie stand, und man wagt sich nicht näher.


Franz Kafka (1883-1924) was een Tsjechische schrijver. Zijn dagboeken 1910-1923 zijn te lezen bij Gutenberg.

donderdag 2 januari 2014

Vita Sackville-West -- 3 januari 1924

January 3. Went home with April, and dined home alone with H; talked to him about Pat, & finally wrote her a conciliatory letter. So bored with this row, and have moments of wishing most people at the bottom of the sea.

January 4. 34 Hill Street. Lunched at Portland Place, and in the afternoon took Ben, Nigel, Valerian, and Michael Montague to the Drury Lane Melodrama, shipwreck, motor accidents, fire, & a horse race. All very thrilling. Came home to find B.M., Gerald Berners, & Desmond McCarthy dinner; told murder stories till 12:30. He asks me to review for the Statesman & Empire Review, whose literary side he has just taken on.

January 6. Knole. Walked over to the cottage and back in the morning. I lay down in the afternoon, and between sleeping and waking started writing a poem about woods.


Vita Sackville-West (1892-1962) was een Engelse schrijfster. Delen uit haar dagboeken zijn opgenomen in Selected writings.

woensdag 1 januari 2014

Johann Peter Eckermann -- 2 januari 1824

Freitag den 2. Januar 1824.
Bei Goethe zu Tisch in heiteren Gesprächen. Eine junge Schönheit der weimarischen Gesellschaft kam zur Erwähnung, wobei einer der Anwesenden bemerkte, dass er fast auf dem Punkt stehe, sie zu lieben, obgleich ihr Verstand nicht eben glänzend zu nennen.
»Pah! sagte Goethe lachend, als ob die Liebe etwas mit dem Verstande zu tun hätte! Wir lieben an einem jungen Frauenzimmer ganz andere Dinge, als den Verstand. Wir lieben an ihr das Schöne, das Jugendliche, das Neckische, das Zutrauliche, den Charakter, ihre Fehler, ihre Kapricen, und Gott weiß was alles Unaussprechliche sonst; aber wir lieben nicht ihren Verstand. Ihren Verstand achten wir, wenn er glänzend ist, und ein Mädchen kann dadurch in unsern Augen unendlich an Wert gewinnen. Auch mag der Verstand gut sein, uns zu fesseln, wenn wir bereits lieben. Allein der Verstand ist nicht dasjenige, was fähig wäre, uns zu entzünden und eine Leidenschaft zu erwecken.«
Man fand an Goethes Worten viel Wahres und Überzeugendes und war sehr bereit, den Gegenstand ebenfalls von dieser Seite zu betrachten.
Nach Tisch und als die Übrigen gegangen waren, blieb ich bei Goethe sitzen und verhandelte mit ihm noch mancherlei Gutes.
Wir sprachen über die englische Literatur, über die Größe Shakespeares, und welch einen ungünstigen Stand alle englischen dramatischen Schriftsteller gehabt, die nach jenem poetischen Riesen gekommen. [...]


Johann Peter Eckermann (1792-1854) was een Duitse dichter, en daarnaast medewerker en vriend van Johann Wolfgang von Goethe. Eckermann is vooral bekend geworden door zijn opgetekende en uitgegeven gesprekken met Goethe.

Friedrich Hebbel -- 1 januari 1863

1 januari
Oudejaarsavond op een bal bij Kompert. Ik zag mijn dochter voor de eerste keer dansen. Wat een prachtig gezicht! Van top tot teen omhuld door maagdelijke schroom gaf ze uit haar wolk te voorschijn kijkend een antwoord wanneer iemand het woord tot haar richtte. Helaas voelde mijn vrouw zich niet wel zodat we moesten vertrekken terwijl men nog aan tafel zat. Titi was vlug klaar, maar ze moest wel een traantje wegpinken toen we afscheid namen omdat ze de cotillon en de ermee verbonden prijs misliep.

7 januari
Volgens de dagbladen moet er in Rome een Orde van de Heilige Voorhuid gesticht zijn. Jezus Christus zou Karel de Grote deze ietwat eigenaardige relikwie cadeau hebben gedaan en het een of ander Frans klooster zou zich mogen verheugen over het bezit ervan.


Friedrich Hebbel (1813-1863) was een Duitse schrijver. Een keuze uit zijn dagboeken is in het Nederlands verschenen als Een blinde bij zonsopgang.