maandag 30 september 2013

Thomas Mann -- 1 oktober 1940

Brentwood, dinsdag 1 oktober 1940
De gisteren door een Franse brief uit Kaapstad gekomen bevestiging van de zelfmoord van Ter Braak bij de inval van de Duitsers in Holland doet me diepe pijn. Misschien was zijn opstel over 'Lotte' zijn laatste werkstuk. Mijn brief zal hem niet meer bereikt hebben. De vrienden vallen. De woestijn rukt op. [...] Het Griekse schip waarmee Heinrich en Golo moeten komen, wordt veilig genoemd. Problematiek van Moni's toekomst. Zorgelijk ook Heinrich's gezellin. - Nieuwe Britse vliegtuigen van groot formaat die een effectief afweermiddel lijken te zijn. 4 uur durend bombardement van Berlijn. De goede Führer neemt mensen in zijn kelders op en spreekt tot hen. De Duitse bladen verklaren dat de honger Engeland zal vellen. (Voorbereiding op de eigen honger.) Spanje staat trouw aan de kant van de As[-mogendheden], maar wil niet aan de oorlog deelnemen voordat Engeland volkomen verzwakt is. Volledige stilstand, naar het lijkt, van de Egyptische veldtocht van de Italianen. — Ter Braak heeft zich in de nacht van de 14de op de 15de mei gedood. Op de 15de volgde hem de Holl. romancier E. du Perron. H. Marsman kwam eind juni bij de torpedering van de 'Ber[e]nice' om.


Thomas Mann (1875-1955) was een Duitse schrijver. Hij hield zijn leven lang een dagboek bij. Gedeeltes daaruit zijn in het Nederlands vertaald (door Paul Beers) in Duitsland heeft me nooit met rust gelaten. Amerikaans dagboek 1940-1948.

zondag 29 september 2013

Randy Newman -- 30 september 1994

Vrijdag 30 september
Rond half zeven vanochtend landden we op Schiphol en tegen het eind van de middag had ik er al een stuk of drie interviews op zitten. Ze laten er in Holland geen gras over groeien, zeg. Waar heb ik al deze belangstelling toch aan te danken? Per slot van rekening is er in geen tijden meer een plaat van mij verschenen. Ik kan het eigenlijk nog steeds niet bevatten dat ik nu hier ben voor een theatertournee van liefst dertien concerten. De komende twee weken zal ik vanuit mijn tijdelijke standplaats Amsterdam het land doorkruisen tot aan Groningen en Maastricht toe. Alleen Nijmegen ontbreekt ditmaal op het programma. Moeten ze me daar in de bergen soms niet meer?

Op het gevaar af slijmerig over te komen, wil ik toch eerst even kwijt dat Nederland een speciale plek in mijn hart inneemt. Per slot van rekening was dit het eerste land ter wereld waar mij enige erkenning ten deel viel en daarbij heeft het publiek zich de afgelopen twintig jaar buitengewoon loyaal betoond. Bovendien zou ik me geen alerter en attenter gehoor kunnen wensen. Mijn teksten worden hier uitstekend begrepen, terwijl we er ook nog eens hetzelfde gevoel voor humor op na blijken te houden, wat in de Verenigde Staten toch wel even iets anders ligt. Vandaar dat ik deze tournee niet eerst en vooral vanwege het geld doe, al laat ik mij er daarom natuurlijk niet minder goed voor betalen. Ik ga heus niet de grote mogol uithangen.


Randy Newman (1943) is een Amerikaanse zanger. In 1994 hield hij een 'Hollands Dagboek' bij.

zaterdag 28 september 2013

Peter Handke -- 29 september 1976

Na een moeilijke nacht de dromen de revu te laten passeren en achteraf het gevoel hebben op een bepaald punt werkelijk lijfelijk in gevaar te zijn geweest

Donder in de morgen: een echt geblaas op het eind, en dan een gebrom, heel dichtbij; dan weer een donderslag, heel lang, die langs de hele hemel gaat - en dan weer terugkomt, omkeert!, en na lange tijd heel ergens anders ophoudt

Tevredenheid: bij een bushalte in de warme zon met een kind op een stoepje zitten wachten

Bij het kinderpartijtje met de beminnelijke, geroutineerde, hun levensspel zo op het oog met vaste hand afwikkelende bourgeois-vrouwen in de tuin: het oude gevoel me in zo'n soort gezelschap uit te sloven, en toch steeds de verkeerde dingen te doen, nodig een handje te helpen, gedwongen vriendelijk te doen tegen deze vreemden en hun voor mij nog vreemdere kinderen, die bij voorbeeld vijandig en stijf op een kluitje zitten of hun schiet- en vechtspelletjes bedrijven, waarbij mijn als afgedaan veronderstelde besef weer bij me bovenkomt tot de lagere standen te behoren, een onterechte parvenu uit een milieu te zijn dat die naam niet eens mag dragen

De onderwijzer wiens kind aan leukemie is overleden, heeft het hele jaar dat de ziekte duurde als hij lesgaf stil gebeden op de momenten dat hij niet sprak


De Oostenrijkse schrijver Peter Handke (1942) publiceerde in 1977 een journaal onder de titel Das Gewicht der Welt.

Adriaan Morriën -- 28 september 1986

(Lissabon, zondag 28 september) Na tien dagen in het appartementje te hebben gewoond, zijn wij uit Nazaré vertrokken. De eigenares van het pand kwam ons uitgeleide doen, een allervriendelijkste, aimabel gebruinde dame van omstreeks vijftig, die Engels met ons sprak en zich er, met een glimlach, over beklaagde dat de mensen in Portugal sinds de democratisering egoïstisch er en minder hoffelijk waren geworden. Zij maakte die opmerking als antwoord op de lof die wij de bewoners van Nazaré, oud en jong, hadden toegezwaaid. Bij het afscheid kuste zij ons, ook mij, na mij eerst toestemming te hebben gevraagd, waardoor aan de hartelijkheid van haar kus respect werd toegevoegd en het verschil in leeftijd tussen haar en mij werd bevestigd.
Onderweg, in de auto, met Janneke achter het stuur, dacht ik terug aan de lieve gestalten die ik in Nazaré had gezien, de bevallige bewegingen, de vriendelijke blikken, in een glimlachende verscheidenheid, alles regelrecht 'uit het volk'. Vanaf mijn uitkijkpost op het balkonnetje had ik veertien-, vijftienjarige jongens oudere vrouwen zien begroeten en kussen, vrouwen die klaarblijkelijk hun grootmoeders waren, althans tot hun familie of de vriendenkring van hun ouders behoorden. Ik had de hoffelijkheid bewonderd waarmee die jongens dat deden. Na het uitwisselen van begroeting en kus bleven zij enkele ogenblikken met hun grootmoeder staan praten, informeerden, kwam het mij voor, naar haar gezondheid, beantwoordden de vragen die hun werden gesteld en namen afscheid op de ridderlijke manier die zij stellig van hun vaders hadden afgekeken. 'Je stad en je grootmoeder moeten oud zijn,' zei ik tegen Janneke. 'Zo is het,' bevestigde zij.


Adriaan Morriën (1912-2002) was een Nederlandse schrijver. In Plantage Muidergracht zijn ook dagboeknotities van hem opgenomen.

donderdag 26 september 2013

Cornelis Rijnsdorp -- 27 september 1940

27 september 1940
Ricarda Huch's Die Blütezeit der Romantik heeft nog niets van zijn frisheid verloren, na veertig jaar. Boven de strevingen van de romantiek zag ik telkens het woord uit de Spreuken: ‘Wie op zijn hart vertrouwt is een zot.’

Gisteren, onder het gapen, maakte ik onwillekeurig juist de mondstand die een zanger in de radio (grammofoonplaat) moest hebben gemaakt, toen hij die bepaalde, krachtige hoge toon uitbracht. Ik gaf me hiervan geen verstandelijke rekenschap, maar kreeg de wonderlijke sensatie, dat die zanger op dat ogenblik ineens uit mijn mond zong.
Dit dagboek zet een dunne lijn onder mijn dagelijks denk- en gevoelsleven en geeft mij het gevoel alsof ik iets vertrouwender en steviger door de dag ga, over die lijn heen.


Cornelis Rijnsdorp (1894-1982) was een Nederlands schrijver en recensent. Van 1940 t/m 1950 hield hij een 'literair dagboek' bij.

Benjamin Britten -- 26 september 1937

Sunday 26 September
Robert Medley & Rupert Doone take me by car down to Croutch in Kent where Brian & Frida Easdale have a cottage. It is a heavenly day & the country's refreshingly beautiful after yesterday's rain & the permanent London gloom. Lunch there & a grand walk in the afternoon. Jack Moeran comes over in the afternoon - & we all go to the old Golding Hop pub. & I get rather drunk on the most potent cyder - & I'm afraid behave somewhat freely! Back in town by 11.45.


Benjamin Britten (1913–1976) was een Engelse componist, pianist en dirigent. Zijn dagboeken uit zijn jonge jaren (1928-1938) zijn gepubliceerd als Journeying Boy.

dinsdag 24 september 2013

Alice Fletcher -- 25 september 1881

September 25, 1881
Breakfasted on corn beef and coffee. This 7. A.M. the bay mare balked, not a step would she go, so she was unharnessed. I had passed up the hill from the camping ground to save my weight in the pulling. As I was writing this journal, the mare made off for home, Wajapa running to head her off by the creek, the mare gained and Mr. T. jumped on the other horse and galloped to the rescue, a lively hunt and the refactory animal was captured.
The other horse was put in but as the mare’s back was very sore Wajapa started to walk, leading her, up over steep hills, up, up, up, as we wish greatly to reach Santee for church and to see the Indians. Another trial was made with the mare. She went, but would not pull, the yellow horse doing all the work. At last we came in sight of the Indian tents but before that learned from a white settler just on the line we were four miles out of our way. We went on and in going down and up and up gully, snap went a whiffle-tree on the bay mare’s side and the wagon began to descend. Wajapa managed to turn the horse, stopped and after a half hour of work, Mr. T. galloping off to a sioux tent, getting a stick and tied with ropes and started once more.
Mr. T. said "Some fellers would swear. I’ve been thinking whether it would do any good. I never had such a streak of luck as this since we started". He didn’t swear! Just as we started we came to another gully, a pitch like a - - [drawing]- with mud at the bottom. S. and I got out, wagon went over in safety. Then the rope was discovered to be too slender and another halt was made and a piece of lariat cut off and tied on and at 10.30 were off once more.
Santee sioux tents, here and there, a tall dance pole like a great tent pole on a hill we skirted.
A shed like a high table by every little log or frame house, here hangs the corn, long yellow fringe, the husks are only loosened but still clinging to the cob, the stalks braided, very picturesque.
Susette asked Wajapa to sing as he drove. "What is there for me to be so happy about that I should sing", he made answer.
Shortly after we entered the Reservation. Wajapa pointed out the plateaus where, when he was a boy, the Omahas camped. While there, there came a fearful storm, the creek raised and the water rose to the top of the hill, fifty feet. Two little girls were drowned, packs carried off by the flood, and the place is known as "The place where the Omahas were flooded".
Buffalo grasses are scarce, the bluejoint crowds it out.
Wajapa says it seems as though after the white men came in two years the buffalos were gone.
Wajapa says that the Indians call the bluejoint, Red Grass. It comes where the white people are while the other fine grass follows the buffalo. He thinks the white race may have sprung from Red grass, there is such an affinity - believes the white people are this grass.
Over sandhills, desolation let loose. Mr. T. rode up one of the hills to see if we were well on our way. At a turn of the road he returned, said he had stirred up a den of rattle snakes. The yellow bluffs of the Missouri came in sight. We seemed perched high in the air. The land appears of little value. As we went over one of the hills we met a wagon load of people. They accosted Wajapa but he could not understand. Then a handsome woman talked English to us. We told her we were on our way to Mr. Riggs. Bye and bye the Mission buildings came in sight, a pretty village. We rode down the steep hills and on to the level ground, passed the Episcopal Mission, on by the Govt. School, and leaving Mr. Riggs Mission at the right went on past the hill were the Indian men in their tent over a rise and down by the creek where we camped, ate our dinner and then the tent was rigged up on a pole and the carriage pole, and S. and I made our toilet for "Meeting". All the Indians came down to the point to water their horses. Women came, girls came, and when they spied us hid in the bushes. Horses hobbled on front feet, got caught in quicksands. [?] making little speed.
The Meeting very interesting.
The Sioux a fine looking race of men. The women good looking, often. They all stoop, and bind their shawls about their shoulders, which increases the difficulty. Some had tattooing on their foreheads. All looked keen yet not with a wide outlook.
Hymn in Dakota service. Missionary Meeting native preachers and missionaries. Mr. Williamson presided with a native preacher.
The Indians raised over five hundred dollars the past year to defray missionary expenses among their own people.
Mr. and Mrs. Riggs took us to their home, lovely sitting room, extension full of flowers, library and study opening off.
Mr. Hall of Fort Berthold there, and old Mr. Riggs - the father, Miss Illsley of New Jersey, there to teach music, having been at Yankton. Mr. Williamson of Yankton and others.
Prayer meeting in the evening - the christian self devotion very marked. So full of simplicity. The women prayed most earnestly for patience and to be careful in their lives and not lose courage in their work. One felt that these were the picked and advanced guard in the Lord’s Army.


Alice Cunningham Fletcher (1838-1923) was een Amerikaanse etnologe. In 1881 verbleef ze enige tijd tussen de Sioux, en hield toen een velddagboek bij.

maandag 23 september 2013

Robert Gesink -- 24 september 2012

Einde van rotjaar
Als ik zondag aan de start sta van het WK op de weg, is het precies één jaar en vijf dagen geleden dat ik mijn been brak. Oftewel: omstreeks deze tijd in 2011 zag mijn situatie er een stuk minder rooskleurig uit. Eigenlijk was ik me er zelf niet eens van bewust dat het al weer een jaar terug is. Afgelopen dinsdag kreeg in een sms’je van mijn fysiotherapeut die me er op wees.
Op dat moment schoten er wel een paar dingen door mijn hoofd die ik heb meegemaakt in die periode. Natuurlijk de val zelf, de pijn en het eerste bericht in het ziekenhuis. Dat was niet best. „Het is een heel nare breuk. We kunnen niet met zekerheid zeggen of je ooit weer terug op niveau komt.” Als dat wordt verteld, schrik je wel even. Ga je toch nadenken: wat dan? Voor iemand anders is het niet zo ingrijpend voor zijn leven. Maar voor mij natuurlijk wel. Fietsen is grotendeels bepalend in mijn leven, dus heeft zoiets ook effect op je als persoon. In je familiekring, waar ik niet altijd de gezelligheid zelve was. Het heeft gewoon impact op alles. Als ik er aan terugdenk, was het een heel akelige periode waarvan ik nu kan zeggen dat ik er goed uit ben gekomen.
Het is echt heel hard werken geweest om te staan waar ik nu sta. Vanuit het revalidatieproces ben ik meteen gaan trainen om zo snel mogelijk weer een hoger niveau te halen. Het begin ging heel goed. Ik zat sneller in koers dan ik had gedacht. In februari van dit jaar, in Andalusië, kon ik zelfs in een sprint bergop al redelijk mee met de besten. Maar daarna werd ik weer met beide benen op de grond gezet. In mei was het keerpunt voor me. Die bergrit en de eindzege in de Ronde van Californië gaven me het gevoel dat ik weer wielrenner was en dat ik inderdaad weer op hoog niveau kon presteren. Dat was mijn mooiste moment van dit seizoen. Niet alleen de winst, maar ook het gevoel dat ik er bij had. Lange tijd heb ik daarna goed gereden. De Ronde van Zwitserland, de eerste week van de Tour en de Olympische Spelen was ik top. En ook over mijn zesde plaats in de Ronde van Spanje was ik tevreden.
Feit is wel dat ik nu anders tegen dit WK op de weg aankijk dan in andere jaren. Vorig jaar was ik er natuurlijk niet bij, maar daarvoor was ik bezig om op dit podium top te zijn, klaar om mee te strijden voor de wereldtitel. Fysiek is het natuurlijk niet het jaar geweest wat het had moeten brengen. Dus is het afwachten hoe ik er voor sta. Dat wil overigens niet zeggen dat ik hier in Valkenburg met minder motivatie of moraal aan de start sta. We hebben een sterke ploeg, maar je moet eerlijk zijn. Voor niemand van ons zou het een logische volgende stap in zijn carrière zijn om nu wereldkampioen te worden. Er zijn echter voldoende voorbeelden te bedenken van renners voor wie dat eveneens gold. Kijk bijvoorbeeld naar Alessandro Ballan in 2008. Ik zat toen ook in die kopgroep. Dat zijn momenten waar we ons aan vasthouden. We moeten ook nu niet tot de laatste ronde wachten tot de grote kanonnen gaan. Het kan hier in Nederland een heel mooi WK voor ons worden. En het zou geweldig zijn om met een goed gevoel een jaar af te sluiten dat zo rot voor me begon.


Robert Gesink (1986)is een Nederlandse wielrenner. Op zijn website houdt hij een onregelmatig verschijnend dagboek bij.

zondag 22 september 2013

C.J. Coen -- 23 september 1643

's Morgens hadden wy moy weder, omtrent 2 ueren voormiddach saegen wy eenige puystebyters rontom het schip vliegen, met menichte grauwe ende witte meeuwen ende eenige swaluwen; stelden onse cours S.O.t.S. by de wint over. 'sMiddachts giste geseylt te hebben O.t.S. 20 mylen, waeren volgens dien, op de breete van 37 gr. 32 min., ende op de lengte van 181 gr. 12 min., ende op de bevonden breete van 37 gr. 31 min.; waeren alsdoen omtrent 240 mylen buyten de O. cust van Japan. Ende alsoo wy vermoeden dat dese puystebylers uyt de S.O. van daen te comen, is geresolveert onse cours S.O.t.O. aon te stellen omtrent 50 mylen, om te ondersoecken of wy het eylant Rica de Plato aldaer mochten bejegenen. De wint S.W.t.S., 's avonts vernaemen wy geen meer puystebyters; in 't oadergaen van de son scheenen wy lant te sien in 't W.t.S. van ons, alwaer wy naer toe gewent syn, W. vaert over; de wint S.S.W. met slappe topseyls coelte. 's Nachts hadden wy helder weder met claer gesicht.


Uit: Reize van Maarten Gerritsz. Vries in 1643 naar het Noorden en Oosten van Japan, volgens het journaal gehouden door C. J. Coen, op het schip Castricum.
Maarten Gerritszoon Vries (1589–1647) was een Nederlands ontdekkingsreiziger en commandeur van de Vereenigde Oostindische Compagnie.

Wim Schermerhorn -- 22 september 1946

Zondagavond, 22 September-1946
Ik heb gisteren medelijden gehad met den heer Van Poll. In het gesprek met Soedarsono was nl. gebleken, dat de republikeinsche delegatie waarschijnlijk Soekarno als hoofd zal hebben. Het probleem Soekarno komt dus oogenblikkelijk aan de orde en in de vergadering van de commissie-generaal van gistermorgen is dit probleem dan ook uitvoerig behandeld. Van Poll was bang, dat dit aanleiding zou geven tot repercussies in Nederland en dat hij weliswaar het vertrouwen had van de K.V.P., maar dit zou verliezen, indien hij te ver ging. Wel meende hij dat, indien eenmaal aanvaardbare resultaten zouden zijn bereikt, er geen sprake van kon zijn, dat dan de zaak zou moeten afspringen op het al of niet aanvaarden van Soekarno. Wij hebben echter, zooals uit de notulen blijkt, zooveel argumenten tegen het afwijzen van Soekarno aangevoerd, mede met hulp van Abdulkadir en Idenburg, waarbij ook het internationale aspect nogal zwaar woog, dat hij er ten slotte mede heeft ingestemd een telegram aan de regeering. te zenden, waarin uit den aard der zaak de wenschelijkheid om hem niet te ontmoeten slechts summier is opgenomen, terwijl de voordeelen van de aanvaarding breed zijn uitgemeten. Dit telegram maakt op mij den indruk dat de commissie-generaal, d.w.z. inclusief Van Poll, voorstelt om Soekarno te aanvaarden. De verantwoordedelijkheid ligt nu bij het Kabinet, maar de meening van de commissie-generaal is volmaakt duidelijk.
Gisteravond cocktail-party te onzer eere op het paleis Rijswijk, waar nogal wat menschen uit de ondernemerswereld waren. Een vrij bont gezelschap, maar de gesprekken hadden voor mij door hun oppervlakkigheid niet veel beteekenis. Om half 9 diner in het paleis met de Engelsche autoriteiten ter eere van Lord Killearn. Na afloop van het diner voerde Lord Killearn een gesprek met Van Mook en ondergeteekende over de te volgen procedure. Hij heeft van de republiek nog geen antwoord. Lord Killearn toonde begrip voor onze situatie, maar gaat, zoals ieder Engelschman, van de noodzakelijkheid van een overeenkomst uit, omdat hij geen hanteerbaar alternatief ziet. Op dat punt heeft hij in het gesprek zeker wel drie keer gewezen. Lord Killearn zendt vandaag een brief naar Djokja, waarin hij de republiek herinnert aan de toezegging, dat bij de wapenstilstandsbesprekingen van het aanvoeren van Nederlandsche troepen geen kwestie zal worden gemaakt. Hij wil de heeren daaraan binden.
Vandaag, Zondag, het eerste vreemde persavontuur. Associated Press heeft een persgesprek gehad met Soedarsono, die verklaard zou hebben, dat de commissie-generaal zich in een informeel gesprek bereid zou hebben verklaard tot de-factoerkenning van de republiek voor Java en Sumatra. Dit is volkomen nonsens. Het eenige punt, dat ik in dit opzicht heb aangeroerd, is de stand van zaken op de Hooge Veluwe, waarbij ik mijn spijt tot uitdrukking heb gebracht, dat bij de betrekkelijk geringe verschillen, welke er toen tusschen ons bestonden, de republiek deze onderhandelingen later eenvoudig heeft genegeerd. Ik heb hem gezegd, dat wij het toen over Java eens waren en dat ik er op had gerekend, dat er uit democratisch oogpunt over Sumatra nog een verdere discussie zou hebben plaats gevonden. Dit is al hetgeen over Java en Sumatra in dit gesprek te berde is gebracht en van een stellingname van de commissie-generaal op dit oogenblik is in het heele gesprek geen sprake geweest. Het gevolg van een en ander is echter, dat United Press ook nijdig is, omdat zij niets weten en waarschijnlijk de rest van de heeren ook loopt te briesen. Sanders had volgens United Press aan Aneta een ontkenning gegeven, terwijl hij onder het motto, dat hij nergens van af wist, aan United Press geen nadere inlichtingen had willen geven. De correspondent van United Press behoort intusschen tot het heel kwalijke soort journalisten en, wanneer deze man onbeschoft blijft, voel ik er op zijn minst voor aan zijn directie een klacht te zenden. Intusschen is er vanavond een officieel dementi uitgegaan, waarin de inhoud van het gesprek, zooals het wel is gevoerd, is weergegeven. Intusschen zal de commissie-generaal zich een spokesman dienen aan te meten, die ons het journaille van het lijf houdt en toch tegelijk voorkomt, dat er al te groote onzin wordt geschreven alleen om news te kunnen presenteeren. Of heeft Soedarsono hier een klein vuil spelletje willen spelen door te trachten de onderhandelingen in te leiden via de wereldpers, welke houding ik hem straks stellig onder de neus zal houden. In verband met deze rel is het duidelijk, dat het plan van de procedurecommissie om straks gemeenschappelijke persconferenties te doen geven, door ons en door de republikeinen, zeker aanbeveling verdient. Dan vermijdt men in ieder geval elke discussie via de pers. Intusschen maakte Van Poll zich, niet heelemaal ten onrechte, over deze grap ook al weer eenigszins ongerust en verwachtte hij verwijten uit Holland, op grond van het collegiale karakter der commissie.
Eenige deining verwekte het Aneta-bericht dat, volgens een publicatie in De Tijd., Prof. Romme naar Indië zou gaan. Wij hebben gekscherend gevraagd of dit het eerste lid is van de commissie van toezicht op de commissie-generaal. Ik heb onomwonden gezegd, dat ik dit tegenover Van Poll een vrij ellendig gebaar vind. De wereld kan hieruit niets anders lezen dan dat Romme de zaak toch eigenlijk niet aan Van Poll in zijn eentje toevertrouwt. Van Poll vindt het kennelijk ook niet erg aardig. Hij nam aan dat het verband hield met het feit, dat mijn voorzitterschap door de Katholieken was aanvaard op een oogenblik, dat Romme nog in Engeland zat. Hij zou dit dus achteraf hebben ontdekt en misschien zou deze reis daarmede verband houden. Ik kan mij dat nog niet voorstellen, want hij kan er toch niets aan doen: ik ben nu eenmaal bij K.B. benoemd. Bovendien zijn de besprekingen in de commissie-generaal geheim en heeft Van Poll dus niet eens de kans om Romme volledig in te lichten. Hij rekent daar natuurlijk wel op, maar ik zal zoo vrij zijn den heer Van Poll op dit punt van de instructie. duidelijk opmerkzaam te maken. Het kan natuurlijk ook zijn, dat, nu er geen sterveling meer in de Katholieke fractie zit, die van Indië eenig benul heeft, Romme hier komt om dat benul op te doen, voor zoover dat op een dergelijke reis mogelijk is.
Overigens moet ik eerst nog afwachten of het juist is dat de voorzitter van de grootste fractie in de belangrijkste periode van de parlementaire activiteit, nl. bij de behandeling van de begrooting, afwezig zou zijn. Wij hebben Van Mook gevraagd om aan de regeering telegrafisch inlichting te vragen over de beteekenis van deze publicatie.


Wim Schermerhorn (1894-1977) was een Nederlandse politicus. Hij speelde een rol bij de onderhandelingen voor het Akkoord van Linggadjati (over de onafhankelijkheid van Indonesië) en hield over deze periode een dagboek bij.

William Soutar -- 21 september 1943

dinsdag 21 september
Vanmorgen om half acht had ik een uiterst alarmerende ervaring. Ik begon te hoesten en er kwam een massa slijm naar boven. Ik bleef hoesten maar kon niets lozen en zelfs nadat ik me volledig had uitgeput, leek het nog of mijn luchtpijp nagenoeg geblokkeerd was. Ik begon opnieuw te hoesten, maar het had geen nut. Het spulletje kwam maar tot bepaalde hoogte en zakte daarna terug. Plotseling voelde ik dat ik stikte en een tijd lang werd ik geteisterd door hoestkrampen en ademnood, terwijl het slijm in mijn luchtpijp op en neer schoof. Net toen ik dacht dat ik totaal geen adem meer kreeg, werd er een kleine doorgang geforceerd en kon ik even rusten, tegen die tijd bonkte mijn hart als een stoomhamer en het duurde nog een hele tijd voordat ik mijn keel helemaal kon schoonmaken.
Ik had er niet bij stilgestaan hoever ik verwijderd was van de vitaliteit van de jeugd tot ik gisterenmiddag Ian Black zag en hem de hand schudde. Ian is hét prototype van de frisse, atletische jongeling. Hij heeft een kop met witblond krullend haar en een open, fris gezicht. Hij is minstens een meter tachtig, heeft sterke botten en is stevig maar niet te grof gebouwd. Toen hij zich over het bed boog om mij de hand te schudden voelde ik de gloeiende kracht van de jeugd.


Bij de Schotse dichter William Soutar (1898-1943) werd op jonge leeftijd de ziekte van Bechterew geconstateerd. De laatste veertien jaar van zijn leven was hij aan zijn bed gekluisterd. In die periode hield hij een dagboek bij, waaruit gedeelten zijn gepubliceerd onder de titel Diaries of a dying man (Nederlandse vertaling: Dagboek van een stervende).

donderdag 19 september 2013

J.A. Schuurman -- 20 september 1868

De zeer sterke slingeringen van het schip, gevoegd bij de nog voortdurende zeeziekte van mijne vrouw en dochter, maakten het mij onmogelijk van de vorige dagen iets op te schrijven.
Bijzonderheden vielen er dan ook weinig voor. Het zien van bruinvisschen en zelfs, gelijk heden morgen, van een walvisch, of volgens anderen een noordkaper, is niet belangrijk genoeg om er over uit te weiden.
Het leven aan boord van een schip valt mij zeer tégen. Ik hoop nog altijd dat het een weinig gezelliger zal worden, althans dat mijne meerdere of mindere gejaagdheid zal voorbijgaan, wanneer mijne goede vrouw en kind maar hersteld mogen zijn van de zeeziekte, die op het gansche gestel een alles verlammenden invloed oefent. Ook zelf ben ik nog niet gansch vrij, en niet dan met de meeste inspanning is het mij mogelijk geregeld te denken of te studeeren.
In uwe gedachten ziet gij mij bezig met de soldaten, met hen zingende en tot hen sprekende het woord Gods. Waart gij met mij, niets van dat alles zoudt gij zien. De ziel is neergedrukt! Ik vraag mij af, is het ook de reactie van den gespannen toestand waarin ik den laatsten tijd verkeerd heb? Maar neen, ik ben mij van het tegendeel bewust. Ik schrijf het toe aan slapeloosheid door de ziekte van twee der mijnen en aan de ongewoonte van het leven op een schuit. Mogt het beter worden! Des avonds zet ik mij een poosje op de campagne en tracht dan de heeren medereizigers tot een degelijk discours uit te lokken. Ook gisteren avond mogt het mij gelukken. Het gesprek liep over zonde en genade in verband met den persoon des Heeren Jezus. De Heer ondersteunde mij en gaf mij zachtmoedigheid en wijsheid. De heeren stonden op zeggende: nu wij willen dit gesprek later gaarne nog eens voortzetten en gingen naar omlaag om te homberen! De kapitein der troepen bleef echter liever boven en sprak met mij over de Heidenen, en wat ik dan van al die velen dacht, die zonder den Christus te hebben kunnen leeren kennen, sterven. Mijn antwoord, dat zonder besliste verwerping van den Christus niemand verloren zou gaan, en dat een ieder hier of later tot zulk eene crisis gebragt werd, scheen hem te bevredigen, terwijl hij mede wel iets gevoelde van de dure roeping die er rust op den belijder des Heeren Jezus, om dien Heer door woord en daad te verkondigen.
De ellende, door den sterken drank veroorzaakt, ondervinden wij helaas ook weer aan boord. De hofmeester blijkt er zoo zeer aan verslaafd te zijn, dat hij heden van zijne functie is ontzet, en een der soldaten, die vroeger als hofmeester gevaren heeft, als zoodanig is aangesteld. De passagiers hopen, dat het gevolg hiervan wezen zal, dat het eten een weinig smakelijker zal worden toebereid. Immers dit was zoo onsmakelijk, dat wij reeds besloten waren het onaangeroerd te laten staan en ons met beschuit en rookvleesch te vreden te stellen. Door de liefdezorg van zoovelen uwer, zijn wij ook bij zeeziekte van alles ruim voorzien wat strekken kan om eenige verzachting aan te brengen. Wij danken u voor alles. De liefdegaven zijn zooveel waard wanneer men ze ontvangt van hen, aan wie men zich zoo zeer verbonden gevoelt.
Hoe gaarne zou ik weten wie heden in de beide beurten op de proef zal preêken ? Mij dunkt het zal ds. Michelsen zijn. Dan zijn er reeds drie gehoord. Dat de regte man voor de gemeente beroepen worde, dit blijft mijne bede!


J.A. Schuurman was een Nederlandse predikant. Hij hield een dagboek bij van zijn reis naar Java in 1868, dat is gepubliceerd als Mijne reis naar Java.

Benita Gray -- 19 september 1901

Thursday [the 19th]
Everything closed on account of the President's funeral {McKinley}. We had a rehearsal in Dearborn Street Baptist Church. Then most of the chorus went to Niagara Falls. Edwina and I went up on Prospect Ave. to call on Aunt Staley(?). Found her sick in bed. Went downtown and had dinner at the "Acorn". Went to the top of Ellicott Sq. Then went to see the Milburn Home where McKinley died. Spent the P.M. and eve at Emma Ayres at 128 Norwood Ave. Had a very pleasant time. Got back to the Ansteth at 10 o'clock.


Diary Account of Benita Gray's Visits to the Pan-American Exposition.

dinsdag 17 september 2013

Ernst Jünger -- 18 september 1943

Parijs, 18 september 1943. Wandeling door de bossen en rond het water met de Doctoresse. Bij de vele soorten nachtschade die langs deze route bloeien, ontdekte ik op de glooiing van de Seine-oever, tegenover de kleine landelijke kerk van Notre Dame de la Pitié, een weelderig grasgroen woekerende doornappel, die bloesem en vruchten droeg.
Uitgelezen: Jean Desbordes, Le vrai visage du Marquis de Sade, Parijs 1939. Merkwaardig is de mate waarin het schandelijke zich aan deze naam heeft gehecht, meer geconcentreerd haast dan bij enig ander. Dat is alleen te begrijpen op grond van de hogere macht van de pen en de geest: het schandelijke leven zou al lang vergeten zijn zonder het schandelijk auteurschap.
Wanneer namen in de taal opgaan en daar begrippen, categorieën vormen, dan geschiedt dat zelden op grond van daden. Bij de grote vorsten en mensen van de daad is Caesar de enige die als stralend voorbeeld optreedt. Je kunt wel zeggen: dat is alexandrijns, fridericiaans, napoleontisch - maar aan zo'n woord blijft toch steeds het specifieke, het individuele kleven. Dat is cesarisch, dat is een Caesar, een tsaar, een keizer - hier heeft de naam zich losgemaakt van zijn drager.
Veel vaker komt het voor dat de naam zich hecht aan een leer, bij voorbeeld calvinisme, darwinisme, malthusianisme en andere. Dergelijke woorden zijn talrijk, willekeurig, en een lang leven is ze meestal niet beschoren.
Op het hoogste niveau staan de namen waarin leer en voorbeeld één worden: boeddhisme en christendom. Uniek is de situatie bij de christenen waar, althans in de Duitse taal, ieder de naam van de stichter draagt: 'Ich bin ein Christ.' Christen is de omschrijving van 'christenmens' geworden, en daaruit blijken niveau en geheimenis van deze leer, die ook meeklinken in titels als 'de mens', 'de zoon des mensen' en 'Gods zoon'.


Ernst Jünger (1895-1998) was een Duitse schrijver. Zijn Parijs dagboek 1943-1944 is verschenen in de Privé Domein-reeks.

maandag 16 september 2013

Nescio -- 17 september 1953

17 september Donderdagochtend. Tegen 10 uur met de bus naar Muiden. Helder, maar winderig, zeer koele wind en in Muiden verscheidene malen donkere wolken voor de zon. Twee torens van Hilversum over bet moerasje tegen een witte lucht, daarboven een wit wolkendek. Het stadje ingelopen. Twee amandelcarrétjes, een pakje baai en één sigaar op de kaai. De koekebakster had de sleutel van de tabakswinkel die op slot was (de tabakswinkelierster was even boodschappen doen). Kopje koffie en een carrétje en daarna een sigaar op den hoek en door de open deur de kade afgekeken tot het slot toe. Eén huisje heeft een stoep. De stille kaden met de schaduwen van de huisjes tot bijna aan de kaaimuur. De kijk over het weiland naar Muiderberg toe, waar ik eens Goethe met een jong meisje heb zien wandelen. De Vechtmond en de duidelijke overkant met den toren van Ransdorp. Op de binnenplaats van het slot een tijdje op een bank gezeten, de klimop golfde door de wind.
Terug en linksaf het stadje uitgeloopen. Het straatje met de oue muur waarboven boomkruinen uitstaken en zon en schaduw. Aan den uitgang van Muiden over het land gekeken naar Hilversum (zeer ver).
Even twaalf uur met de bus terug. De witte huisjes van Durgerdam kon je tellen. Weesp onder het witte wolkendek. Betlem. Uitgaande was het weitje van Betlem met de slootjes, de wilgen en enkele koeien een tijd- en plaatsloos en naamloos tafreeltje, de volmaakte wilgen, slootjes en koeien in de volmaakte wei.
1/2 1 thuis.


Nescio (J.H.F. Grönloh, 1882-1961) was een Nederlandse schrijver. In zijn Natuurdagboek (1946-1955) deed hij verslag van onder meer zijn wandelingen.

zondag 15 september 2013

Abraham Rutgers van der Loeff -- 16 september 1841

donderdag 16 september 1841
'S morgens gewerkt en toen bij Bodisco een pijp gerookt. Wij spraken over de betrekking der kunsten tot het geestelijk leven. Zij zijn wat de bloemen zijn voor 's zinnelijke. 'S middags lokte het weder mij uit om eens met Romelia naar Broekster Hammerik te wandelen. Vrouw Smid was niet thuis. Wij gingen dus naar Kroon en wandelden tegen donker weer terug. 'S avonds kon ik nog werken terwijl Romelia bij M[ietje] Bodisco was.

vrijdag 17 september 1841
'S morgens kwam de jonge Offerhaus juist toen ik met een nieuwe avondmaalpreek begon. Ook kwam onverwacht onze langgewenschte Zuster Griet. Ik moest daarop catechizeeren en begaf mij toen nog naar de vrouw van Wagenaar, om haar over haar dronkenschap te vermanen. 'S middags en 's avonds werkte ik aan mijn stukje voor de Ring-vergadering.


Abraham Rutgers van der Loeff (1808-1881) was predikant te Noordbroek, Zutphen en Leiden. Zijn dagboeken staan hier online.

zaterdag 14 september 2013

J. Beijer -- 15 september 1861

15 Sept. 't Was zondag, mooi zacht weer en goede wind; doch doordien er eenig ongenoegen bestond tusschen enkele passagiers; oordeelde men, dat het beter ware, geene openbare godsdienst-oefening op het dek te houden. Zij die vroeger zoo vereenigd waren in vrolijkheid, verbeten elkander nu gedurig, en — was ik eerst in den beginne bij hen, de gehaatte man, nu wilden zij gaarne in mijne vriendschap deelen. — De Heere doe ook deze reis, nog gedijen tot bekeering van zondaren en uitloopen tot Gods eer, anders zal het zijn, tot eene tegengetuige voor velen, die openlijk spotteden met God en godsdienst. — Men spreekt echter van verlichting, en — moet daarentegen van ganscher harte beamen, wat vroeger zelfs een Roomsche priester daarop antwoordde, dat: Dat licht in de hel ontstoken was, en de duivel deszelfs kaars vasthield. Met alle waarheden, dreven velen den spot, in één woord: Deïsme, Liberalisme, Rationalisme, zedeloosheid en loszinnigheid, gaan hand aan hand; dat is nu de menschenkennis, waarop de natuurmensch zich beroemt, welke ik tot mijner droefheid, op deze mijne groote en onvergetelijke zeereis, heb opgedaan; niet zoo zeer van de zeelieden, integendeel: maar van de zoogenoemde wel-opgevoedste passagiers, en — indien God in Christus, om zijn eeuwig verbondswil, niet in genade op ons had neergezien, wij waren regtvaardiglijk vergaan; allerlei ramp en smart, was dan daarenboven het einde geweest, Ps. 124: 2—4: Ten ware de Heere die bij ons geweest is, als de menschen tegen ons op¬stonden: toen zouden zij ons levend verslonden hebben, als hun toorn tegen ons ontstak. Toen zouden ons de wateren overloo-pen hebben; een stroom zou over onze ziel gegaan zijn. —Nogtans waren er ook andere, deftige en fatsoenlijke, godsdienstige, ja lieve vrienden, als: de Zendeling J. C. PAAUW en gade, met wien we gemeenschappelijk en gemoedelijk verkeerden, en — hadden vrede.

Welzalig hij, die in der boozen raad
Niet wandelt, noch op 't pad der zondaars staat;
Noch nederzit, daar zulken zamenrotten,
Die roekeloos met God en godsdienst spotten,
Maar 's Heeren Wet blijmoedig dag en nacht
Herdenkt, bepeinst en ijverig betracht.

Gansch anders is 't met hem, die 't kwaad bemint,
Hij is als kaf, dat wegstuift voor den wind;
Geen zondaar zal 't gewis verderf ontkomen,
Als in 'tgerigt door God wordt wraak genomen.
Hij, die van deugd en godsvrucht is ontaard,
Zal niet bestaan, daar 't vrome volk vergaêrt.

Ps. 1: 1, 3.


J. Beijer was een Nederlandse predikant die naar Zuid-Afrika emigreerde. Journaal, gehouden van Nederland naar Zuid-Afrika, in het jaar 1861.

George Leslie Adkin -- 14 september 1913

Sun Sept 14
Cycled to church. Maud came back in our trap to spend the day. After dinner she Mother + I walked through the bush + to the stream rose-garden. I took the following photos: (1) Clematis on a small tree showing Maud. (2) Maud + Mother on track in bush. (3) Clare + Maud among the ferns. (4) Maud + self in rose archway. (5) General side view of the rose-garden showing Maud, Mother, Viv, Dora + Marjorie. (6) Pathway under willows beside Koputaroa Stream. Showed Maud the suspension bridge I’m making + after a walk round we looked at books + photos in the drawing-room, Vivien [sic] acting as gooseberry. Jack Bartholomew came up to tea. Church in evening – sat with Maud – excellent sermon by Rev. Harris. A most beautiful day.


George Leslie Adkin (1888–1964) was een Nieuw-Zeelandse boer, etnoloog, geoloog, archeoloog en fotograaf. Zijn dagboek (met foto's) voor 1913 staat online bij National Museum of New Zealand.

donderdag 12 september 2013

Søren Kierkegaard -- 13 september 1837

4 september
Er vindt een merkwaardige ommekeer plaats als je de leer van de indicatief en de conjunctief begint te bestuderen, want op dat moment wordt je je voor 't eerst bewust dat alles afhangt van het feit hoe er gedacht wordt, dus hoe het denken in zijn absoluutheid de plaats inneemt van een ogenschijnlijke realiteit.

Zonder datum
De indicatief denkt iets als werkelijk (de identiteit van denken en werkelijkheid). De conjunctief denkt iets als denkbaar.

13 september
Het moet mogtelijk zijn een hele roman te schrijven waarin de conjunctief van de presens de onzichtbare ziel is, is wat het licht is voor de schilderkunst.


Søren Kierkegaard (1813-1855) was een Deense filosoof. Dagboeken.

woensdag 11 september 2013

Barend Rijdes -- 12 september 1950

Vanmorgen Job Steynen begraven (...) Aanwezig was onder andere Pieter van der Meer de Walcheren. Een vriendelijk, zachtmoedig man, maar zeker niet halfzacht! Grijs, oud, maar rechtop en geenszins diep bedroefd. Wij spraken over Job, uiteraard, die zo vitaal was en oprecht. "Hij is er na de oorlog niet meer ingekomen, dat heeft hem verdriet gedaan. Ik heb mijn best gedaan, maar het ging niet". Waarop ik antwoordde, dat dat spontaan moest gebeuren, het laat zich niet forceren. Toen hij wegging, gaf hij mij nog eens de hand en zei: "We zien elkaar nog wel eens". Ik: "Heel graag". "Dan praten wij over Job" - ik had hem gezegd dat ik werk van hem gelezen had, en dat ik daarvan genoten had. Ook dat ik zelf romancier was. Ook Theo van Reijn en zijn vrouw waren aanwezig.


Barend Rijdes (1910-1975) was een Nederlandse schrijver. Na zijn dood zijn zijn Literaire dagboeken in drie deeltjes gepubliceerd.

dinsdag 10 september 2013

Allen Ginsberg -- 11 september 1946

September 1946 [Reading List].
Yeats, William Butler. Last Poems And Plays
Devlin, Denis. Lough Derg and other poems
Wilson, Edmund. Memoires of Hecate County
W.C. Williams. Paterson I
Connolly, Cyril. The Condemned Playground, essays
Forster, E.M. Aspects of the Novel
Wilson, Edmund. The Wound and the Bow
Stevens, Wallace. Harmonium
Lawrence, D.H. Look! We Have Come Through; Amores, Poems
Lofting, Hugh. Story of Dr. Dolittle
Started work on Finnegan's Wake [by James Joyce]
Forster, E.M. A Room with a View
Virginia Woolf. Mrs. Dalloway
Daiches, David. Virgina Woolf
Spencer, Theodore L. A Garland for John Donne, 1631-1931
Donne, John. Poems (in English Poetry of the Seventeenth Century; edited by Robera Brinkley)


Allen Ginsberg (1926-1997) was een Amerikaanse dichter en schrijver. Dagboekaantekeningen uit de periode 1937-1952 zijn gepubliceerd in The Book of Martyrdom and Artifice.

Jiang Ji Li -- 10 september 1976

Dear Diary,
Chairman Mao Zedong has died. He died last night, September 9th, 1976, and a news article was released today. His death was a sad day for us all, we are now confused as to who will step up into power and lead our great nation. As I write these words to you I cry, I cry with the unknowing sadness of what is ahead of us; we all loved our great leader and now we don’t have it. What is to become of us? Why do I cry with such sadness? I didn’t even know him, but still loved him and all he did, he was great; Chairman Mao was great, and always will be.

Other than Chairman Mao’s death all is fine, but you can feel a sense of tenseness and sadness in the room where ever you go. Everyone is in grief and morning over his death; some people at his memorial are even wishing it was they who had died so Chairman Mao could live on and lead us to the greatness he knew of. He was excellent, he was amazing, he was what people looked up too in the world, everyone seemed to agree with him.


Jiang Ji-Li (1954).

zondag 8 september 2013

Mischa de Vreede -- 9 september 1983

Vrijdag
Na laatste aanwijzingen over humeuren en smaak van mijn poezen afscheid van de B's. Op mijn departement troosten ze me met mijn leerlingental. Bert Schierbeek had er bij zijn eerste les twee. De week daarop veertien. Word gebeld door iemand van South East Asian Studies. Zijn studenten zijn geïnteresseerd in mijn onderwerp. Maar het gaat nauwelijks over Z-O-Azië, zeg ik. Niet over politiek daar, niet over cultuur of geschiedenis. Alleen maar over schrijven, over eerlijkheid, over historische waarheden en wat de kunstenaar daarmee doen kan en mag. De man wordt steeds enthousiaster en nodigt me uit voor een spreekbeurt.
Ik doe wat schrijfwerk en boodschappen en tegen vijven wandel ik door de Law School, ouderwets Engels van sfeer, naar Dominicks, waar in een zonnige tuin vol bloemen wekelijkse bijeenkomst is van hier onderwijzende buitenlanders. Canadees bier wordt geschonken uit glazen potten. Doordat ik de schuimrand mis, vergis ik me in hoeveelheid en zigzaggend loop ik de 4 kilometer naar 'huis' waar ik wat spaghetti opwarm, eet, en dan nog steeds zigzaggend wandel met Jubilee die blij is dat ik er ben.
Thuisgekomen te loom om te doen wat ik van plan was: van logeerkamer verhuizen naar grote slaapkamer die ik als bedsitter wil inrichten. Gelukkig komt collega van Charley B. langs met vrouw en kinderen. Ik ken hen van een zwempartij op Labor Day. Hij wil me wel rijles geven, maar dan moet ik eerst de knowledge (theorie) halen. Zijn vrouw, Engels, is er ook mee bezig. Als ze weg zijn, begin ik toch maar met kleren en lakens te sjouwen. Dank zij een builtje lavendel, van huis meegebracht, ruikt mijn bed meteen al vertrouwd en gelukkig vind ik slapen het lekkerste wat je in je eentje kunt doen.


De Nederlandse schrijfster Mischa de Vreede (1936) hield in september 1983 een 'Hollands Dagboek' bij voor NRC Handelsblad.

Godfried Bomans -- 8 september 1944

Vanochtend geen nieuws. Verder geen groente, geen aardappelen, en geen melk. Eten wat ik gisteren 'zwart' kocht: nl. 2 kolen, 2 p. peren, 2 p. tomaten, samen f 5,-. Het misnoegen over de voorbarigheid der B.B.C. algemeen. Nog steeds 7.30 binnen, en daarom gisteren den avond doorgebracht bij Van Waveren, onze buren.
11.45 v.m.:
1) Prins Bernhard in België
2) Montgomery in Brussel
3) Roemenië oorlog verklaard aan Hongarije.
10 uur 's avonds: Bulgarije verklaart oorlog aan Duitschland, sinds 6 uur n.m. Amerikanen stadrand Luik! Slowaaksche patriotten hebben 4/5! van Slowakije bezet. Britten en Amerikanen staan tot aan het Albertkanaal. Tusschen Metz en Verdun 5 bruggenhoofden over de Moezel. De 92ste Duitsche generaal van dezen zomer is binnen. Dr. Gördeler, oud-burgemeester van Leipzig, schijnt verraden en gevangen genomen te zijn, en staat voor Krijgsraad. (Hij was bestemd om na den aanslag op Hitler president te worden.)
Engelsche zender: vanaf eind volgende week geen verduistering meer in Engeland. Dit lijkt te wijzen op een bevrijd zijn alsdan van Nederland, want vandaar starten toch waarschijnlijk de meeste vliegtuigen, vliegende bommen etc. De V1 een volslagen failure. In België verbranden ze de café's waar de Duitschers gezeten hebben... Wij hoorden het gejuich der Belgen. Dat was hard. Hans denkt: Zaterdag 16 September zijn we vrij.


Godfried Bomans (1913-1971) was een Nederlandse schrijver. In het laatste oorlogsjaar hield hij een dagboek bij.

zaterdag 7 september 2013

Colin Churcher - 7 september 1962

Friday 7 September
We decided to go for a walk along the other coast road today. We didn't get very far, just as far as Ichos. We had a swim close to Rhodes, very pleasant though not as warm as at Lindos or Kalithea. We had dinneron the beach at Ichos and I went to sleep for over an hour. We walked back along the same road and stopped off to visit Mount Smith. We didn't actually find it but we walked a good 800 metres as it said on the sign post. We had an early dinner at the same cafe close to the hostel and then wandered around the town. I bought a special sandwich which was only 2.50 drachma, the other was 3.00 drachma. It certainly wasn't in the English tradition. Its a kind of pancake rolled up with meat, onions, sauce and flavouring in the centre. Very good but slightly indigestible if too many are eaten. Bob has also bought a Greek hat, a blue one. we met that Greek woman again but managed to get rid of her. There is a cafe just up the road from the hostel which has a band and singers complete with loudspeakers. Eastern-type music blares out every night until about 02.00. We heard them warming up this evening with "Roll out the barrel". It didn't sound quit right somehow, but even so it provided a great deal of amusement. Went to bed quite early - both tired out.


Colin Churcher (1942) is een Britse treinfanaat. In de jaren '60 hield hij dagboeken bij van reizen en reisjes.

donderdag 5 september 2013

Jacob Swart -- 6 september 1642

6 Sept. Zonden zes matroozen, drye van de Zeehaen en 3 van ons schip nevens een onser onderstuerluyden, naer 't bosch tot behulp van de jagers in 't vangen en affbrengen van 't wilt. 's Middachs zagen een schip buyten de bay voor 't gadt, twelck omtrent 4 ueren daernae by ons ten ancker gecomen is, als wanneer verstonden 't zelve te zyn de Arent, uyt Patria comende, den 23 April passado, en dat in vloote van de scheepen Salmander en Zutphen, 't jacht de Leeuwerick en 't galiodt de Visscher, uyt Texel geseylt was, welke scheepen en jachten aen de Zoute eylanden van hem gescheyden syn, om hnnne reyse nae Batavia te vervorderen. Gemelten Arent bracht eenige provisie, als victualie en amonitie van oorlooge, oock chrys- en boodtsvolcq voor 't eylandt Mauritius. d' Opperhooffden van geseyde jacht rapporteerden, aen den Command. Van der Stel , dat sy lieden, op 27 verleden, aen Diego Rodrigo gecomen waren, vermoedende 't zelve Mauritius te wesen, vermits byna op eene hooghte leydt, alwaer sy lieden een ffrans schip ter reede vonden, uyt welcken niet te rechten hadden kunnen vernem[?]en, van waer gearriveert was, vermits haer dubbelzinnige responce, eenige gaven voor, dat van Diepen, andere dat uit 't Roode Meir quamen, en dat haere meyninge was naer Mascarinas (Bourbon) ofte wel aen Madagascar te loopen; was met hun lieden gelyck van gemelte eylandt genavigeert, en den 5 deser 's middachs van haer gescheyden,des avonts hadden hem noch in 't gezicht, als wanneer zagen, dat syn cours west suyt west stelden. Op dit rapport sont den Command. voorn, apectestant eenich volck naer de noortwestzyde van 't eylandt, omme te besichtigen ofte den ffransman sich derwaerts oock getransporteert hadde, prezumeerende, dat hy d'onze wel mochte gesocht hebben t' abuzeeren, en van meyninge svn aldaer eenich ebbenhout te hacken, 't welck hem mislucken zoude.


Journaal van de Reis naar het onbekende Zuidland, in den Jare 1642 met de schepen Heemskerck en de Zeehaen, Medegedeeld en met Aanteekeningen voorzien, door Jacob Swart.

woensdag 4 september 2013

Robert Bulkeley -- 5 september

Sat. 5 Sept.
Feeling relieved, I walked to the rear platform, and their [sic] gave way to bursts of delight, at the beauty of Seneca lake, and the country around it, for it took me by surprise, as I had forgotten the Road ran by that way, as it did for thirty miles or more. The rain came down quite fast, and cooled the atmosphere considerable, passed through Penn Yann, Canandaigua, etc., at half past six or seven an accident happened.
We ran off the track.
Our Car did, the baggage one, forward truck, one wheel, and this wheel was to detain us two hours. Fred and I lit our cigars, and walked around, to see how they managed to entice the vagrant wheel back to its track, at last by dint of two locomotives, puffing, pulling & higging [?], piles of wood, and great deal of halloing, we were allowed to proceed on our journey. Went along nicely until we heard the whistle to break up, and stopped by a corn field, something wrong, -- ran into a hand car, with the probability of an Irish man, (ah only an Irishman), made into mincemeat, and lying round in fragments for a half a mile back, Men go back to see, nothing found, probability of no hurt, except the handcar, a perfect wreck. So we proceed, stopped about half past ten, at Honeoye Falls, for supper. Landlords Daughter very pretty, refined looking, can’t keep my eyes off her, and eat but little, on account of she being dear & the victuals too. Conductor of the train, no appetite, hand car took his away. F.W. eat [sic] ravenously, he being starved for a whole month. x x x x Off again, passing through numerous large towns, getting cold, walk out and hang off the rear car. At Batavia the moon broke forth in splendid majesty, and the air very cold. Every one asleep but me, I taking comfort.
As we passed the Niagara River, it was like silver sheen, and at ½ before 3 o. clock A.M. we rode into the Depot at Niagara Village, 3 ½ hours behind time, and most frozen. Selected the Clarendon House, and by 3 o clock were sound asleep in bed.


Robert Bulkeley (1839-?) was een Amerikaanse kantoorklerk die in 1857 bij wijze van vakantie een tiendaagse treinreis maakte, waar hij een dagboek van bijhield.

dinsdag 3 september 2013

Robert Wyse -- 4 september 1942

4 September 1942
‘At noon today informed of another move, don’t know where but think old English to be sorted out and confined together. Trying to sell my lighter at any price, sorry I didn’t take the five guilders, am stone broke. The Nippons had allowed us to keep some of our English iron rations. Now the C.O. is giving us each a share. I had a share in a can of apples, a small spoonful, a half a can of bully beef and an eighth of a tin of potatoes - that, with my noontime ration, à la Dai Nippon, made one good bellyful. . .

There is damn-all charity between the British prisoners of war. Never in all my life have I seen such examples of selfishness. There was a riot over a case of corned beef, several boys injured. [Just] a spirit of ‘the hell with you, jack, I am looking after myself.’ Officers and men alike sit in front of others and fairly gloat over food that they have been able to purchase. When the capitulation came, huge impresses were handed out to officers for disbursement and the common good, [but] large sums of it remain in their own pockets and those of their friends. Tonight I sold a pair of socks, a gift, which I do not need, for 2; also a half cupful of petrol for 1. Our atap huts present a lively spectacle tonight as the Dutch come from all over to buy up the few remaining possessions of the English. I don’t know who wins. Our lads need the money for food, they certainly don’t need many clothes in this climate, but we have been at great pains to issue them with shirts and shorts to cover their nakedness, and the minute they get a new shirt off they go to see how many guilders they can get, guilders of course representing food.’


De Amerikaan Robert Wyse (1900-1967) hield een dagboek bij toen hij als krijgsgevangene in een Japans interneringskamp zat.

maandag 2 september 2013

Jules Renard -- 3 september 1902

3 september
De waarheid is onbeduidend en van geringe afmetingen. Ze heeft een geur die alleen mensen met een fijne neus kunnen ruiken.
Met haar hulp brengt de kunst iets waardevols tot stand, dat echter al niet meer waar is. Je ruikt eraan: het is het niet meer. Zodra de waarheid de vijf regels overschrijdt, is er sprake van verdichtsel.
Mooi hoor, een mooi verdichtsel. Alleen de waarheid is in staat ons totale verrukking te schenken.


Jules Renard (1864-1910) was een Franse schrijver. Zijn Dagboek 1900-1910 is verschenen in de Privé Domein-reeks.

zondag 1 september 2013

Ronald Giphart -- 2 september 2001

2 september
Er is vorige week op een strandje bij Nulde de romp van een vierjarig meisje gevonden. Haar hoofdje lag bij Hoek van Holland, horen we vandaag. Sinds ik kinderen heb... nou ja enzovoort. 'Het leukste jaar uit de geschiedenis van de mensheid' wordt behoorlijk minder leuk, denkend aan dat vierjarige meisje. Broos is nu drieënhalf en snapt al bijna alles. Wat zou er met het meisje zijn gebeurd en wat zou ze daarvan hebben begrepen?


Ronald Giphart (1965) is een Nederlandse schrijver. Het leukste jaar uit de geschiedenis van de mensheid is zijn persoonlijke kroniek van het jaar 2001.

Friedrich III -- 1 september 1870

In deze tijd wierp Zijne Majesteit [koning Wilhelm I van Pruisen] de vraag op, zij het alleen op haast schertsende toon tegenover Bismarck, Roon en mij, wat wij, gesteld dat wij keizer Napoleon III in handen zouden krijgen, met zo'n gevangene zouden moeten beginnen.
Nadat de beschietingen een tijd hadden geduurd, beval Zijne Majesteit overste Bronsart von Schellendorf naar Sedan te rijden om de vesting op te roepen zich over te geven. Hij was maar nauwelijks vertrokken, toen een aantal officieren berichtten dat er witte vlaggen op de wallen van Sedan wapperden, dat Franse officieren over de overgave wilden onderhandelen en naar ons op weg waren, en dat keizer Napoleon zich inderdaad in de vesting bevond. Zijne Majesteit beval daarop onmiddellijk de beschietingen te staken.
Toen de schemering inviel en de gloed van brandende dorpen in de omgeving de hemel kleurde, keerde overste Von Bronsart terug. Hij had in Sedan de keizer gesproken, die zijn bereidheid tot onderhandelen had uiteengezet in een brief die zijn adjudant ons spoedig zou bezorgen.
Het valt te begrijpen dat eenieder van ons bij het horen van dit nieuws door emoties werd overmand. Het schokkende en overweldigende van het moment behoeft geen nadere toelichting. De oorlog had haar hoogtepunt bereikt, de aanstichter van het schreeuwende onrecht was in onze macht. De vrede zou niet lang op zich laten wachten.
Niets illustreert onze stemming op dat moment beter dan wat gebeurde toen overste Von Bronsart het nieuws had bekendgemaakt. Iemand achter mij riep luid: 'Laten we hoera roepen!' maar aan zijn oproep werd zo aarzelend gehoorgegeven, dat het juichen mislukte. De oorzaak van het mislukte hoera ligt volgens mij hierin, dat wij allemaal onwillekeurig voelden, dat de grootsheid van deze gebeurtenis in zo'n juichkreet volstrekt niet tot uitdrukking kwam. Ook is het een Duitse gewoonte, zich bij ernstige gebeurtenissen niet luidkeels te laten gaan.


Friedrich III von Hohenzollern (1831-1888) nam als Pruisische kroonprins deel aan de Frans-Pruisische oorlog van 1870-1871.

Oliver Wallace -- 31 augustus 1904

Wed. Aug. 31, 1904. I took 10 head of hogs to warsaw to Gus Myers weighed 1890 at 5.95. $99.79. I paid Richardson & Co. $2.00 for me shoes. Paid J. Grabner 65 cts for plow points. 10 cts for Bananas.

Thurs. Sept. 1, 1904. I helped John Blosser take roofing down to the shed. Took 5 roles from here. I fixed up the fence below the old barn where we thrashed. I paid Rev. Hibbs $5.50 for mishions & telescope.

Fri. Sept. 2, 1904. Millard brought Ike Robinson over here. He was here for dinner, then I took him out to Will Parkses to see his father. Sat. Sept. 3, 1904. I went up to help Correll haul straw. I dident help. Neal Pinkerton came out from warsaw after a load.

Sun. Sept. 4, 1904. We went over to Funks. Fred Funk died this morning at 8 oclock.

Mon. Sept. 5, 1904. Lib & I went over to Funks. Fred funk was berried at 1:30 oclock . Lib staded at Funks & I went to the gravel yard. I paid Phil Banks $5.00 to Phil Banks, the ballance of the Hims money making $18.00 in all.

Tues. Sept. 6, 1904. I helped F. Correll bale hay down on the Pinkerton place all day.

Wed. Sept. 7, 1904. I mowed weeds today.


Oliver Wallace (1857-1948) was een Amerikaanse boer. Oliver Wallace Diaries.