woensdag 31 juli 2013

Rainer Maria Rilke -- 1 augustus 1898

Sinds gisterenavond ben ik in Berlijn. Vanochtend ging ik al vroeg de stad in - het eerste wat ik hoorde, was dat Bismarck zou zijn overleden. In de etalages zie je Lenbachs portret van de kanselier en boven de hoofden van de nieuwsgierigen hangen omfloerste vlaggen halfstok. Extra krantenedities worden aangeprezen, en menigeen trekt een ernstig gezicht of draagt een zwart kostuum - beide vermoedelijk uitingen van patriottisme. Overigens komt de stemming neer op: Bismarck is dood - lang leve - Berlijn.
De kranten hebben het over 'doffe rouw"... maar dof is alleen wat altijd al dof is in het dagelijks leven en in de massa. Met hoeveel fijngevoeligheid het verdriet, dat wij dus overal om ons heen zouden moeten opmerken, zich openbaart, blijkt uit een nieuw woord, dat uit twintig hongermuilen door de Friedrichstrasse vloog: 'Bismarcks overlijdensansichtkaart!'


Rainer Maria Rilke (1875-1926) was een Duitse dichter. Hij publiceerde diverse dagboeken.

dinsdag 30 juli 2013

Antonie Duyck -- 31 juli 1601

Den lesten Julij wast meest heel heet weder, doch op den avont be-gonstet te donderen ende wat te regenen. Den Gouverneur sondt heel vrouch uyte stadt aen Sijn Excie de conditiën van tverdrach bij hem alleen geteickent ende besegeit, ende Sijn Excle sondt sijn pionniers in de stadt om de Lutpoorte te openen tottet tvertreck ende de brug te vermaecken. Hij sondt oock de wagens naer stadt om daer geladen te werden, die eerst tsavonts incommen konde. In stadt verstont men dat al over de negen hondert doden vande soldaten daer gebleven ende begraven waeren, meest mette musquetten geschooten. Men stelde in tleger ordre op de wachten ende om morgen alle tvolck in de wapenen te brengen als den viant soude uyttrecken. Snachts waren die vande stadt seer doende om alle heur goet te packen, ende Graef Harmen dede tvolck tottet ontset meest commen tot Aerssen, die men verslont niet over de 6m man te voet te wesen ende 9m peerden, ende daerom niet starck genouch om hier ontset te doen. Hij dede mede tot Gelder seer vieren ende 6 schooten doen. Die van Vachtendonck deden terstont 9 schooten doen om het signael te verduysteren, daerom die van Gelder wederom noch ses schooten deden.


Anthonie Duyck (1560-1926) was raadpensionaris van Holland van 1621-1629. Hij hield een dagboek bij over de veldtochten van Prins Maurits.

Frederick Edwards -- 30 juli 1901

Tuesday 30 July 1901: C squadron was left at a drift in ambush, the remainder moving on, until daylight, when fires were seen through the brushwood on the banks of the Valsh River, a crossing was found with much difficulty, and we charged across, and at a gallop rushed into a lot of screaming women, and a number of Boers who were scattering in all directions, who were chased through the trees and hills at the back of the farm. Their wagons etc were laagered in a very pretty spot, and the women were just preparing breakfast, when we rushed in upon the scene. Two Boers were killed, and 14 captured, along with 10 wagons and several carts. Several wagons had teams of donkeys, then had a difficult job getting our captured wagons, up the steep banks. Rejoined the column at Walkraal, on the banks of the Vaal. We were all very tired and hungry, not having had any provisions with us. C squadron also captured 6 Boers.


Frederick Edwards (1887-1947) was een Australische soldaat die in de Boerenoorlog vocht. Zijn oorlogsdagboek is hier te lezen.

zaterdag 27 juli 2013

E.M. Forster -- 29 juli 1912

July 29 Herbert. “Did Our Saviour ever go to India?”
Charlie’s romantic career. H. sprung her as “a cousin of John Redmond’s but a protestant”, and when introduced she depressed us beyond words: stif and mincing. She was said to have been a typist, but this, like the relationship was soon dropped, and her past is purely conjectural – I fancy that she was in a shop, and that he, attracted by her beautiful hair, married her in the end out of good nature, for she was not strong and has a bad hand and eye. They took a furnished cottage at Chalfont, where we once visited them – oh horrid memory! Nearly ruined, and ill with the damp, they retired to her mother’s, which was the beginning of C’s salvation. She learnt the elements of housekeeping and middleclass deportment. Afer a time they took an unfurnished cottage of their own at Longfeld, and under the aegis of their landlady she entered the society of the countryside. Now they have moved to Meopham, and are quite on their own, with abundant friends. – A remarkable and pleasing incident. All shyness gone,even her figure has altered. Very pleasant natured, and not stupid. But it was a near shave. If we had known anything, she would have gone down, like Mrs Philip,and even if we had invented some damning defnition about her. But being so appalled, we were dumb, each waiting for the other, and during the pause she recovered. – I do not feel her my equal though, and resent her calling me Morgie.
Herbert has couriered 3 youths on the Broads for a week. They sound to have been detestable, and he a bore.


E.M. Forster (1879-1970) was een Britse schrijver. Gedeelten uit zijn Locked Diaries zijn hier te lezen.

Teunis Boere -- 28 juli 1914

Op 28 julij was ik 48 jaar en men sprak van oorlog. 30 julij was heel Nederland in rep en roer. Op 1 augustus was al het Nederlandsche volk soldaat, in een tijd van 24 uur, was er geen jongeling of jong getrouwde man meer thuis. Huile en klage en weemoed was er overal te vinde. Op 2 augustus was het iets rustiger maar daar wij wat achteraf woonde wist men de rechte bron niet van het goede nieuws. Duitsland heeft de oorlog verklaart waardoor we in gevaar kwame voor de levensmiddelen. Het was die dag mooi weer en warm en de wind kwam uit het zuidoosten. Op 3 augustus lag de Engelsche vloot voor Vlissingen, groente en fruit was van geene waarde in Nederland. Op 5 werd het spek verlaagt naar 30 cent omdat er geen uitvoer was en op 6 augustus ging de melk van 11 cent op 2 cent en toen ik dit boek schreef, zat ik te Reeuwijk in huis. In Rotterdam wierde de paarde voor de wagens vandaan gehaald en het rijk nam alles af van de gebruiker. Zoo was er in ons land nog geen oorlog en zoo hoorde mij dat er op 8, 9 en 10 gevochte werd en veele doode viele in België en Duitsland.
Op 15 augustus 1914 groote werkloosheid. De mensche die gewoon in een fabriek werke of timmerwerk of meubele maakt, die gewoon ware 50 per dag te verdiene kunnen 20 cent krijge of anders kunne ze niet kome. Zoo kunt men zien dat de tijde verandere en dat de mensche dan ook wel moete, anders was het altijd wel stake. Op 17 en 18 was alles stil en daar ik een winkeltje had, maar er kwam geen reiziger aan de deur hoewel daar in Holland geen oorlog was. Op 19 en 20 hoorde we wel van vechte en moorde in België maar het rechte weet ik nog niet, op 21 en 22 ware de Duitsers door Brussel getrokken maar zonder moorde, omdat de Burgervader de witte vlag het waaije. En hoe de slechte tijd ook was, ik had een jongetje van 13 jare die met zijn karretje met sjokolade en tabak met gare en zoo voort rond vente en ontvangde in een week 2200 gulde. Alle fabrieke gaan stil staan omdat de buitenlandse niets aanname, alle zeebote legge stil, treurige toestanden en het word nog erger.
Op 30 augustus zondag gehoude thuis, alle dagen mooi weer, 31 augustus koningins verjaardag, daar moogt niet gevlagt worden...


Teunis Boere (1866-1925) was een Nederlandse beurtschipper.

Chrétien Breukers -- 27 juli 2006

Dagboek van een bloemlezer 7 – Ik ben in Bredevoort geweest
Vandaag waren Ton den Boon en ik in Bredevoort Boekenstad. Wij waren daar niet zomaar, maar omdat wij deze prachtige, lekker warme dag ideaal achtten voor het zetten van een aantal puntjes op de bloemlezing-i. In Bredevoort is namelijk gevestigd het Nederlandse Poëziecentrum. Dat wordt bestuurd en beheerd door dichter Wim van Til die ooit zei: 'Mensen kunnen terecht voor het maken van bloemlezingen, voor studie, enzovoort tussen de A van Aafjes en Z van Zwagerman is enorm veel materiaal te vinden.'
Hiervan was geen woord gelogen. Bijna alle gedichten die ik nog zocht, heb ik er gevonden. Van Til heeft een collectie Nederlandstalige poëzie om van te watertanden. Ergens tussen de 12 en de 15 duizend nummers. Bijna allemaal zelf gekocht. Je kunt het zo gek niet verzinnen, of het staat er. Van Til moet vanaf nu door WVC in dienst worden genomen, als zijnde poëziemonument. Uitgevers moeten vanaf nu hun nieuwe poëzie aan hem toesturen, opdat zijn collectie compleet blijve. Etc. etc.
Ik waande mij vandaag een kind in een snoepwinkel. Ton den Boon, de arme man, waande zich een secretaris aan het kopieerapparaat. Een en ander betekent wel, dat de bloemlezing bijna 'af' is. Dan hoef ik daarna alleen nog maar het voorwoord, dat mij al menigmaal om den slaap heeft gebracht. Want daarin moet ik zo ongeveer uitleggen waarom ik tot deze keuze kwam. Niet dat ik niet weet waarom ik koos wat ik heb gekozen – maar omdat het soms lastig is om strikt-poëticale opvattingen in een wuft voorwoord te vatten. Allez. Moedig voorwaarts.


Chrétien Breukers (1965) is een Nederlandse dichter. In 2005/2006 hield hij korte tijd een 'dagboek van een bloemlezer' bij, naar aanleiding van het samenstellen van 25 jaar Nederlandstalige poëzie, 1980-2005, in 666 en een stuk of wat gedichten.

donderdag 25 juli 2013

Wilhelmus Hammonius -- 26 juli 1590

Iovis 26 julij
Donderdach den XXVI july hebbe ick tgene vorsz. is beij de hern van Stat ende Lande samtlijch angegeven, dwelcke sich dessen mit geener geringe droeffenisse beclaecht, jedoch gedrungen wesende van een suijren appel te bijten, te weten entweder te gestaeden dat die Spangiarden up de dorpen gequartiert wurden ofte dit broot ende bier te bestellen, hebben geresolviert dat zij dese provisie voer een tijt lanck wolden bestuyren, als te weten voer een dach vijff ofte ses.
Daerbij is oeck voer guet ingeseen Zijn Gen. [= hertog van Parma] duer enige heren daertoe affgesunden an tho melden dat die hoege noet wasz forderende dat de Soltcamp möchte besloten worden; dat men daeromme Zijn Gen. [= hertog van Parma] daeromme solde begrueten, offte datselve jegenwoerdich neet doenlijk zij. Ende sint hyrtoe gecommittiert der weerdige heer commandeur van Warphum, borgermeistern Ubbena ende Wifrinck neffens mij an Zijn Gen. te trecken.

[uit de synopsis bij het journaal]
 26 juli  ● Stad en Lande
- zien zich genoodzaakt de gevorderde levensmiddelen te leveren;
- sturen een gezantschap naar de stadhouder om hem te vragen Zoutkamp aan te pakken.


Wilhelmus Hammonius was rond 1590 afgezant van 'Stad en Lande' van Groningen in de onderhandelingen met de Spaanse veldheer, de hertog van Parma. Van die periode hield hij een 'verbaal' (= ambtelijk dagboek) bij.

Godfried Bomans -- 25 juli 1971

Week later -- Gisteren nog op de Breedenburg in Warffum geweest om die fles wijn aan te bieden aan Willem en Gé en om Jan Wolkers te begroeten. Het was of ik een trommel opendeed met veel oud brood. Het heeft ook wel lang geduurd voor die twee en de rol van Willem moet vrijwel passief geweest zijn. Jan spoelde als een nog steeds niet geëxplodeerde zeemijn aan land. Ook onze gezamenlijke eind-uitzending beheerste hij volledig: alles wat er rondom hem was, niets over zichzelf. Ik vroeg hem, als een laatste poging, wat er 's avonds door hem heenging als het donker werd, maar hij gooide er onmiddellijk een paar zeehonden tegenaan. Ik weet niet, of die ontwijking van het kernprobleem, waar het hele experiment eigenlijk om begonnen is, bewust wordt toegepast of dat het probleem (het alleen zijn) gewoon voor hem niet bestaat. Ik vind dit laatste wel heel onwaarschijnlijk en vermoed een afweer-mechanisme, dat hij echter briljant in werking stelt. Ik was veel minder boeiend, maar zei eigenlijk meer. Hoe dan ook, twee grotere contrasten waren niet denkbaar en daar zat iets aardigs in.


Godfried Bomans (1913-1971) was een Nederlandse schrijver. In 1971 verbleef hij een week op het eiland Rottumerplaat. Van dat verblijf hield hij een dagboek bij.

dinsdag 23 juli 2013

Nina d'Aubigny von Engelbrunner -- 24 juli 1790

Zaterdag, 24 juli
Mevrouw Tolling had ons uitgenodigd een kop chocola te komen drinken in het vondelingentehuis, in het Hollands proveniershuis genaamd. Deze instelling is voortreffelijk. Ik had nooit gedacht dat een zo grote instelling met zoveel orde zou kunnen worden bestuurd. Je ziet de kinderen naar leeftijd in verschillende zalen. In de ene bevinden zich de oudste meisjes, allen ordelijk op banken. Er is een onderwijzeres die hen het linnen leert naaien en een kleermaker voor de kleren die in het huis zelf gebruikt worden. Vervolgens zagen wij ze dineren. Zij aten rijst met melk en voor de groten was er een boterham met kaas. De kleintjes bevinden zich in een aparte zaal. 's Zaterdags mogen ze op de binnenplaats van het huis spelen, die buitengewoon groot is. Er zijn 2300 kinderen. Als ze vlees krijgen, eten ze per maaltijd óf twee runderen van 300 pond per stuk, óf 4 varkens van elk 200 pond. In het hele huis waren niet meer dan 10 zieken, die een aparte keuken hebben. Dc bedden en al het andere was bijzonder schoon. Zuigelingen zijn er helemaal niet in dit huis. We zagen de zolder voor het linnengoed, dat twee keer per week wordt verwisseld. Hoewel ik gezien heb dat deze kinderen het heel goed hebben in dit huis, kan ik niet nalaten medelijden te voelen als ik ze zie, vooral een aantal meisjes van 18 tot twintig jaar die zeker niet van eenvoudige afkomst waren. Na mevrouw Tolling weer naar huis te hebben gebracht en na te hebben gegeten, brachten we een visite aan mijn neef Kees, waar we thee dronken. Zijn huis is extreem klein. Zijn vrouw is misschien een enorme goedzak, maar niet in gezelschap. We gingen nogal laat naar huis.


Nina d’Aubigny (1770–1847) was een Duitse zangeres en schrijfster van een dagboek over haar verblijf in Nederland.

Charles Mock -- 23 juli 1943

Friday, July 23, 1943
I didn’t get to bed early enough last night. Monitors meeting that indicated our peculiar position here and indicated that you probably will not be coming up except under violent protest until the middle of next month at the least. The lightless, waterless, toiletless barracks are being desperately protested and it may be that the visit of Lt. Gen. Kuroda was significant. At any rate his reaction is being awaited. We’re getting along. The noon meal yesterday had bad meat in it. My leg is nearly healed but I’m still running to the bath room 4-5 times a day… The uncertainty of things has bad effects—morale and things are sort of drifting. They used the month’s allotment of gas for the truck hauling shrubs and trees for beautification planting so had to keep the bus here to haul 5 sacks of rice from the RR Sta. That sort of thing burns everybody up. Manning is quite discouraged, can’t get anyone to do anything and no one likes what he does—he has charge of labor pool personnel I’d like to help him out but I’m going to pursue my own program.


Charles Gordon Mock (1908 – 1964) was in WOII krijgsgevangene in de Filippijnen, en hield in die periode een dagboek bij.

zondag 21 juli 2013

Henry David Thoreau -- 22 juli 1851

The season of morning fog has arrived. I think it is connected with dog-days. Perhaps it is owing to the greater contrast between the night and day, the nights being nearly as cold, while the days are warmer? Before I rise from my couch, I see the ambrosial fog stretched over the river, draping the trees. It is the summer’s vapor bath. What purity in the color? It is almost musical; it is positively fragrant. How faery-like it has visited our fields. I am struck by its firm outlines, as distinct as a pillow’s edge, about the height of my house. A great crescent over the course of the river from southwest to northeast. Already 5:30 A.M., some parts of the river are bare. It goes off in a body down the river, before this air, and does not rise into the heavens. It retreats, and I do not see how it is dissipated. This slight, thin vapor which is left to curl over the surface of the still, dark water, still as glass, seems not [to] be the same thing,—of a different quality. I hear the cockerels crow through it, and the rich crow of young roosters, that sound indicative of the bravest, rudest health, hoarse without cold, hoarse with rude health. That crow is all-nature-compelling.; famine and pestilence flee before it. These are our fairest days, which are born in fog.


Henry David Thoreau (1817-1862) was een Amerikaans essayist, leraar, sociaal filosoof, natuuronderzoeker en dichter. Fragmenten uit zijn dagboeken zijn hier te lezen.

Luise Rinser -- 21 juli 1969

Ik doe mijn best belangstelling te voelen voor de landing op de maan. Ik kom niet verder dan: nou, goed dan, ze zijn op de maan geweest. Maar ik span me in om er tenminste over na te denken wat deze zaak nu eigenlijk te betekenen heeft.
Misschien komt het allemaal voort uit duivelse bedoelingen: de maan voor te bereiden als strategisch punt voor een toekomstige oorlogsvoering. Van de maan uit een deel van de aarde te vernietigen. Of een deel van de mensheid naar de maan over te brengen en dan de rest, die niet gewenst is, van de maan uit te doden. Dat kan allemaal. Atoombommen zijn vroeger ook utopische invallen geweest. De gruwelijke dingen die de mens bedenkt, brengt hij meestal ook ten uitvoer. Het ligt meer op mijn weg om te denken dat deze tocht naar de maan niets anders is dan de vlucht uit een maatschappelijke conflictsituatie. Als een mens geen raad meer weet in zijn privé-leven, vervalt hij tot apathie of raakt hij aan de drank, óf hij ontwikkelt op een of ander wonderlijk terrein een koortsachtige activiteit van meestal agressief karakter. Bij huisvrouwen die zoals men dat noemt gefrustreerd zijn, heb ik al vaak gemerkt dat ze ware schoonmaak-orgieën in hun huizen vieren. Ze hinderen zichzelf en hun gezin ermee en proberen tegelijkertijd zichzelf en anderen de illusie te verschaffen dat zij iets zinvols doen waarmee zij hun bestaansrecht bevestigd willen zien.
De agressie bij de maanvlucht schuilt in de fanatieke eerzucht om de Russen de baas te blijven.
Ik kan ook spreken van een opzettelijke afleidingsmanoeuvre: een zakenman die bang is voor het bankroet probeert door een avontuurlijke zet zijn crediteuren aan het lijntje te houden.
Of: iemand die merkt dat alles misloopt, pakt zijn koffers en gaat ervandoor, in de hoop dat de problemen zichzelf oplossen.
Hoe dan ook: heel dit laankzinnig dure project heeft het karakter van een vlucht uit de reële, niet verwerkte problemen.


Luise Rinser (1911-2002) was een Duitse schrijfster en politiek activiste. Ze publiceerde verschillende boeken met dagboekaantekeningen.

vrijdag 19 juli 2013

Willem Oltmans -- 20 juli 1980

20 juli 1980
Henk Hofland is jarig, of verwissel ik die dag met John van Haagen?
Welke rol spelen stereotypen bij ons waarnemen? Wanneer we een ander zien, ook een Russische matroos, dan worden we fundamenteel beïnvloed door sexuele, raciale, etnische en beroepsmatige opstellingen in ons brein. In de VS wordt dit soort zaken wetenschappelijk onderzocht. De Rorschachtest is bijvoorbeeld van betekenis gebleken bij onderzoek naar hetero's en homo's. Je zou verwachten dat homo's anders dan hetero's zouden reageren op beelden van mannelijke of vrouwelijke genitaliën, omdat ze „sex confused or sex uncertain" zijn. Maar bij testen reageren beide groepen identiek. Het onderzoek van Richard Nisbett en en Lee Ross over de manier waarop we oordelen vellen - niet te verwarren met beslissingen nemen — wijst uit hoe belangrijk het is in een vroeg stadium van de ontwikkeling van het brein te leren met statistieken om te gaan. In Japan krijgen kinderen al op de lagere school statistiek, met alle voordelen van dien. Peter, toen hij in Tilburg Psychologie studeerde, haatte statistiek. Ik kreeg er iets van op Nijenrode en zag er totaal het nut niet van in, maar het is er blijkbaar wel.
H.G. Wells verkondigde al dat het hanteren van statistieken even belangrijk was als leren lezen en schrijven. Nisbett zegt: „I don't think it is possible to underestimate the intellectual advantage of a culture all of whose members are familliar with statistical principlcs from an early age. It may give Japan even greater success in the future than it has achieved so far." Is dat het geheim van Japan? Minister Machado in Caracas zou hier aandacht aan moeten besteden, om niet te spreken over het onderwijs in de USSR.


Willem Oltmans (1925-2004) was een Nederlandse journalist. Zijn dagboeken worden in hun geheel (76 delen, waarvan 32 inmiddels verschenen) uitgegeven on der de titel Memoires.

donderdag 18 juli 2013

Koos van Zomeren -- 19 juli 2004

19 juli
Je zou willen weten hoe het nieuws uit de Herwijnse polder ontvangen werd door de broers De Lint in Den Haag, Herman in het bankwezen en George bij de rechterlijke macht. Het was tenslotte hun jachtopziener die zich moest verantwoorden voor de dood van Lin van Zandwijk.
Nu zat ik in de welige boomgaard naast het kerkhof te praten met Sophie Wessels, dochter van Herman, de huidige bewoonster van Frissestein. Het was lekker weer en we zagen een boomkruipertje langs een boom kruipen en Sophie zei dat haar vader en moeder het er natuurlijk over gehad hadden en dat ze natuurlijk ontdaan waren geweest. Maar verder? Verder niets.
In een roman denk je dan: ontwijkende antwoorden, in een roman denk je dan: daar zit vast en zeker een geheim achter, in een roman denk je dan: dat gaan we eens mooi ontsluieren. In die boomgaard dacht ik niets van dit alles. Ik had geen moment de indruk dat Sophie iets voor me achterhield.
'Die Jan van Boggelen over wie je het zo-even had,' zei ik, 'die jullie met zijn oude Morris in Gorkum van de trein kwam halen voor een heerlijk verblijf op Herwijnen... ik heb gehoord... het is toen op een zaterdag gebeurd en ik heb gehoord dat Willem Bijl op maandag al door Jan van Boggelen naar Den Haag werd gebracht om met jouw vader en/of oom te overleggen.'
'Ja?' vroeg Sophie belangstellend. Wat deze dingen betreft had ik haar kennelijk meer te vertellen dan zij mij. En opeens dacht ik terug aan mijn eigen uitgangspositie. Ze was net als ik van 1946, ze was net als ik vijf toen het gebeurde - wat zij zich herinnerde van een gesprek tussen haar vader en moeder kon niet veel concreter zijn dan wat ik me herinnerde van dat moment in het achterhuis bij Tante en Atje.
Ze woont sinds 1982 op Herwijnen en niemand, zegt ze, heeft haar ooit naar de rol van haar vader en/of oom in de affaire gevraagd.

(Tenger in plaats van mager? Ik weet het niet. Tenger heeft voor mijn gevoel ook iets van zwak, ook iets van minder dan gemiddelde lengte.)


Koos van Zomeren (1946) is een Nederlandse schrijver. In Nog in morgens gemeten werkt hij dagboekaantekeningen uit 2003/2004 uit over het verleden van het dorp Herwijnen en een gebeurtenis met dodelijke afloop die daar in 1951 heeft plaatsgevonden.

woensdag 17 juli 2013

Jacob Keller -- 18 juli 1918

Vandaag stierf onzen hond. ‘t Trouwste dier dat ooit onzen weg kruiste. We treuren om het dier alsof het een lid van ons gezin was. Dikwijls hebben gespot om oude sentimenteele juffrouwen die hun hondjes vertroetelen, ze angstig bewaken en bij hun dood treuren en over een begrafenis denken. Maar in het vervolg spotten we daar niet meer mee. Mijn vrouw schreit en schaamt zich voor haar tranen niet. En ik, ‘t beneden mijn mannelijke waardigheid achtend, om een hond te wenen, ik houd me flink maar ik heb toch een eigenaardig gevoel in mijn zenuwgestel. Ik gevoel dat ik iets verloor dat niet vergoed of vervangen kan worden. Want een hond als deze was, komen niet veel voor, ‘t zou dus een wonder zijn als we er ooit zoo een kregen.

Hij stierf ten gevolge van een zonnesteek. Reeds maandag en dinsdag werd hij niet goed. ‘t Scheen dat hij niet tegen de zon kon. Had ik hem toen maar vastgelegd, dan had het misschien goed afgelopen. Maar hij ging mee met mij naar het hooiland, zooals hij altijd deed en hij volgde mij achter den hooihark tot hij niet meer kon. Hij kreeg verlammingsverschijnselen en stierf vanmiddag.

Nooit heeft hij iemand een wonde van beteekenis gebeten uit eigen beweging. Maar één woord van mij was voldoende om hem te doen aanvallen en één handbeweging om hem weer te bewaren. Hij behoorde tot het herdersras. Hij is te zien op de nieuwe foto’s die van de steê genomen zijn. Tot ver in de omtrek was onze hond bekend. Zijn goede hoedanigheden werden besproken en overdreven. De wonderbaarste dingen werden van hem verteld. Vele van vrienden en bekenden schaften herdershonden aan in de hoop er een te treffen die den onze evenaarde maar niet een is nog geslaagd. Zijn dood werd overal besproken. b.v. Vanmorgen ontmoette een man hier van den dijk den broeder van mijn vrouw te Maasdam per fiets. En in ‘t voorbij rijden riep hij, zonder te groeten, met een gezicht van iemand die Jobstijdingen verbreid: “De hond van je zwager is dood.”

Inderdaad grensde het begripsvermogen en de moed van dezen hond aan het ongelooflijke. Nog maar een poosje geleden b.v. had ik een kip die niet meer lopen kon. Ik gaf hem in een zakje mede aan een arbeider van ‘s Gravendeel. Toen de man het eerste weitje al voorbij was beval ik den hond de kip terug te halen. Hij onmiddelijk de man nagerend, deze met alle respect voor het hondengebit zette haastig zijn zakje neer en stelde zich achter een boompje verdekt op. De hond nam de zak met inhoud en bracht die bij mij, alles was besteld in korter tijd dan ik noodig heb dit te schrijven. Verder, ik had om deze tijd twee toomen kippen. W. Leghorns in den boomgaard en W. Orpingtons voor op de werfd. Zonder daartoe aangezet behoeven te worden, dreef hij de kip die over de plank verdwaalde terug naar de boomgaard en de Orpington die de schuur eens rond wilde wandelen terug naar zijn hok. Zoo er een kip of haan geslacht was en dat boutje hing in de schuur aan een touwtje, dan was ‘t niemand geoorloofd daar aan te komen, anders werd hij met een weerhaak in de broek gewaarschuwd. En wat zijn moed aangaat, een koppel loeiende op hem af komende koeien achtte hij de moeite niet waard. Hij week behendig uit voor de hoorens, maar beet terwijl vinnig in de ooren. Liep geen duim verder uit de weg dan noodig was en vermoeide op die manier de koeien. Maar zette ik hem op tegen een koe of os die uit de weide was gegaan. Dan vloog hij dat dier woedend aan en beet ‘t in de zijde. Het bang geworden beest vluchtte dan gewoonlijk in woedende vaart naar de koppel terug telkens gebeten door de naast hem hollende hond. Dat was een ijzig schouwspel.

Ik eindig over mijn hond want het beest is dood.


* Dagboekfragmenten van Jacob Keller (1872-1956)

dinsdag 16 juli 2013

Dorothy Wordsworth -- 17 juli 1820

Een snikhete ochtend. Vertrokken om kwart over elf via Waterloo naar Namen. Al spoedig bereikten we het Zoniënwoud; groene paden onder hoge bomen - onwillekeurig dacht ik: welkome schuilplaats voor een gewonde soldaat!
Waterloo is een onbeduidend dorp. Kinderen en arme lui wezen ons de weg naar de kerk. Daar bekeken we de gedenktekens voor onze dappere soldaten - marmeren platen met simpele rijen namen, niet minder aangrijpend dan een bloemrijk grafschrift.
Hier ontmoetten we dezelfde man die gids was geweest voor Southey [Robert Southey, Britse poet laureate]: Lacoste, een naam die niet vergeten zal worden in de geschiedenisboekjes. Hij boog voor ons met Franse hoffelijkheid en leek er trots op getuige te zijn geweest van de verschrikkingen van zijn tijd. Ze hadden hem vastgebonden op een paard en dwongen hem Bonapartes gids te zijn. Hij moest aan diens zijde blijven tot ze op de vlucht sloegen. Hij ging achter in ons rijtuig zitten en sprak de hele tijd met mijn broer. Ik verstond er weinig van, tot we op het slagveld kwamen. We stonden op een kleine verhoging en keken uit over op alle memorabele plekken, en hij duidde ons met geluiden en gebaren: 'les Anglois, les Francais', etc. Ik kon zijn verhaal gedeeltelijk volgen, dankzij enkele gedenktekens die voor de gesneuvelden waren opgericht. In de verre omtrek viel verder geen herinnering aan het bloedvergieten te ontdekken. De uitgestrekte velden stonden vol weelderig gewas.
Vlak voor er een onweersbui losbarstte, bereikten we het armoedige Genappe. Terwijl het donderde en bliksemde gebruikten we het avondmaal. De wakkere Vlaamse meid die ons bediende wees naar de deur en zei: 'Op die plek stierf de Franse generaal.' De vloer was bezaaid met stervende soldaten, vertelde ze. In de lambrizering kon je nog de kogelgaten zien. Toen sir George Beaumont twee jaar geleden in deze herberg logeerde, zat er een raaf in de binnenplaats die vóór de Slag bij Waterloo bekend stond om zijn uitzonderlijke spraakvermogen, maar zo geschrokken was van het kanongebulder, dat hij sindsdien zijn snavel hield. Misschien had hij last van z'n geweten, want in die droevige dagen was meer dan eens gezien hoe hij zich tegoed deed aan menselijke ledematen.


Dorothy Wordsworth (1771-1855), zuster van de Engelse dichter William Wordsworth, was een Engelse dichteres en dagboekschrijfster.

Johan Julsing -- 16 juli 1591

Dinsdag 16 juli 1591
Vijf van de Delfzijlster en één van dc Opslagster soldaten zijn in de Schuitenschuiversschans onthoofd.

Woensdag 17 juli
Ongeveer 75 soldatenknechten hebben het bevel gekregen om ongewapend de Schuitenschuiversschans te verlaten.

Dinsdag 23 juli 1591
De soldaten uit de Schuitenschuiversschans zijn, net zoals degenen die voor de Apoort lagen, naar Selwerd vertrokken, 's Ochtends is Verdugo naar Zijne Hoogheid naar Nijmegen afgereisd, daartoe schriftelijk door de hertog opgeroepen. Dit is bij brief meegedeeld aan onze gezanten. Men had liever gezien dat de soldaten te Winsum en in Appingedam waren gelegd.

Woensdag 24 juli 1591
Aan de heren gezanten is geschreven dat de soldaten de arme uitgemergelde boeren leegplunderen en beroven en dat hierdoor de aanvoer van goederen uit de Ommelanden wordt verhinderd. Deze beide brieven zijn in haast geschreven en er is geen minuut van gehouden.

Zondag 25 juli
Mijn vrouw is naar Emden vertrokken met onze twee zoontjes Bernard en Nicolaas; naar ik begrepen heb is ze de dag daarop ongedeerd aangekomen.


Johan Julsing (± 1545 – 16 juli 1604) was secretaris van het Groninger stadsbestuur in de laatste decennia van de 16e eeuw. Hij is bekend geworden vanwege Het geheime dagboek van de Groninger stadssecretaris Johan Julsing 1589-1594.

zondag 14 juli 2013

Johann Peter Eckermann -- 15 juli 1831

Donnerstag, den 15. Juli 1831
Einen Augenblick bei Goethe, dem ich meine gestrige Commission des Königs ausrichtete. Ich fand ihn beschäftigt in Studien in Bezug auf die Spiral-Tendenz der Pflanze, von welcher neuen Entdeckung er der Meinung ist, daß sie sehr weit führen und auf die Wissenschaft großen Einfluß ausüben werde. „Es geht doch nichts über die Freude, fügte er hinzu, die uns das Studium der Natur gewährt. Ihre Geheimnisse sind von einer unergründlichen Tiefe; aber es ist uns Menschen erlaubt und gegeben, immer weitere Blicke hineinzuthun. Und gerade, daß sie am Ende doch unergründlich bleibt, hat für uns einen ewigen Reiz, immer wieder zu ihr heranzugehen und immer wieder neue Einblicke und neue Entdeckungen zu versuchen.“


Johann Peter Eckermann (1792-1854) was een Duitse dichter en bovenal medewerker en vriend van Johann Wolfgang von Goethe. Eckermann is vooral bekend geworden door zijn opgetekende en uitgegeven gesprekken met Goethe.

William L. Shirer -- 14 juli 1934

Paris, July 14 [1934]
My sister is here, and the three of us celebrated Bastille Day a little tonight . We took her around to the cafes to watch the people dance . Later we ended up at Cafe Flore where I introduced her to some of the Latin Quarterites. Alex Small was in great form. When Alex started to fight the Battle of Verdun again, I dragged the family away, having heard it many times over the years.
It now develops that Hitler's purge was more drastic than first reported. Rohm did not kill himself, but was shot on the orders of Hitler . Other dead : Heines, notorious Nazi boss of Silesia, Dr. Erich Klausner, leader of the "Catholic Action" in Germany, Fritz von Bose and Edgar Jung, two of Papen's secretaries (Papen himself narrowly escaped with his life), Gregor Strasser, who used to be second in importance to Hitler in the Nazi Party, and General von Schleicher and his wife, the latter two murdered in cold blood. I see von Kahr is on the list, the man who balked Hitler's Beer House Putsch in 1923. Hitler has thus taken his personal revenge. Yesterday, on Friday the 13th, Hitler got away with his explanation in the Reichstag. When he screamed : "The supreme court of the German people during these twenty-four hours consisted of myself!" the deputies rose and cheered . One had almost forgotten how strong sadism and masochism are in the German people.


William Lawrence Shirer (1904-1993) was een Amerikaanse journalist, geschiedkundige en schrijver. Van zijn jaren als correspondent in Europa hield hij een dagboek bij, dat is uitgegeven als Berlin Diary.

zaterdag 13 juli 2013

Anneliese Stöbis -- 13 juli 1945

13. Juli 1945 Vor einer Woche war in Greven zwischen Russen und Polen eine große Schlägerei. Der Engländer sollte aus irgendwelchen Gründen zwei Polen oder Russen erschossen haben. Darauf hin sind die Russen und Polen durch die Markstraße gezogen, haben alle Schaufenster und andere Fenster eingeschlagen und so begann allmählich eine große Schlägerei, in die der Engländer eingreifen musste. Es gab 10 Tote. 7 Russen und Polen und drei Engländer. In Greven haben die Russen ihren eigenen Kommandanten erstochen, weil er deutschfreundlich gewesen sein soll.

Die Russen verübten am 10. Juli in Greven an einer Straßenecke 75 Überfälle. Sie raubten den Deutschen Fahrräder, Uhren, usw. Auch vergreifen sie sich schon an Kinderwagen. Einer Frau wurde der Wagen genommen, das Kind und ein Kopfkissen durfte sie herausnehmen, alles andere nahmen die Polen mit. Jede Nacht werden Bauernhöfe überfallen. In jeder Bauernschaft ist Wache eingerichtet. Sobald sich die Feinde (Raubmörder) nähern, wird Alarm gegeben, mit Trompeten, Handsirenen, Hilferufen, usw.


Anneliese Stöbis (1915-1966) was een Duitse huisvrouw. In de periode 1944-1946 hield ze een dagboek bij.

donderdag 11 juli 2013

Otto Erich Hartleben -- 12 juli 1890

12. Juli.
Also: seit dem 26. Juni nicht zur Besinnung gekommen. Natürlich auch keinen Strich an meinem Theaterstück gemacht.
Es hatte verschiedene Ursachen. Erstens hatte ich Geld gehabt, meinen Wechsel — 240 Mark — und 50 Mark Honorar von Reißner. Heute, am 12ten ist endlich alles alle: mein Selmoppel ist mit dem Rest und 100 Mark, die mir ihre Mutter zu dem Zwecke gegeben hat, nach Augustusbad zu ihrer Erholung abgedampft. Zweitens diese widerwärtige Schwurgerichtsperiode. Ich bin aus dem massenhaften Schmieren garnicht herausgekommen. Man ist ja als Referendar nichts Anderes als der Protokolletarier der Justiz.
Heut' Abend kommen Baakes und wollen meine Gäste heißen. Ich hatte sie so herzlich eingeladen — hoffentlich bringen sie Geld mit.
Es ist doch ein ganz anderes, ein viel ruhigeres, einfacheres Gefühl, wenn man kein Geld mehr hat. Schon das ewige Nachsinnen darüber, wie man es unterbringen soll, macht den entgegengesetzten Zustand zu einem unleidlichen, ganz abgesehen von dem Zeitraubenden des Ausgebens an und für sich. Man kommt ja garnicht zur Besinnung.


Otto Erich Hartleben (1864-1905) was een Duitse schrijver. Zijn Tagebuch is hier te lezen.

Emile Roemer e.a. -- 11 juli 2011

Woensdag 11 mei
Het regent pijpenstelen in Nairobi als we om zes uur in de ochtend naar het vliegveld rijden. Regen is heel belangrijk hier voor een goede oogst. Tot nu toe valt het regenseizoen tegen dus de regen is hier meer dan welkom. Met een vliegtuig van de WFP, de VN-voedselorganisatie, vliegen we naar Dadaab, het grote vluchtelingenkamp vlakbij de Somalische grens. Dadaab was bedoeld voor maximaal een kleine honderdduizend vluchtelingen, maar volgens de laatste tellingen zijn het er nu bijna 350.000. De reden daarvoor is de uitzichtloze burgeroorlog in buurland Somalie die dit jaar precies twintig jaar geleden begonnen is.

Na aankomst in Dadaab bezoeken we eerst het registratiecentrum voor nieuwe vluchtelingen uit Somalie. Vluchtelingen krijgen na registratie een kaart waarmee ze recht op voedselrantsoen hebben. Duizenden arriveren er nu iedere maand waardoor Dabaab het grootste vluchtelingenkamp ter wereld is geworden. Het is rustig vandaag. De bewakers hebben de nieuwe vluchtelingen weggestuurd omdat de meeste computers van de Keniaanse autoriteiten voor de registratie vandaag stuk zijn, van het zand en het stof. Dadaab bestaat uit meerdere aparte kampen waarvan we er twee bezoeken. In het Ifo kamp bezoeken we een school. Veel klassen moeten noodgedwongen door ruimtegebrek in de stofstormen en de hitte buiten les krijgen.

Onze lunch is op de ‘compound’; een ommuurd terrein waar al het personeel van de VN-vluchtelingenorganisatie (UNHCR) en de andere hulporganisaties wonen in simpele behuizingen. Het is indrukwekkend wat mensen als de Duitse Bettina met weinig middelen en hard werken in complete afzondering van de rest van de wereld allemaal voor elkaar krijgen. Maar als we na de lunch in het andere kamp met recent gearriveerde vluchtelingen spreken en zien hoe ze gedwongen zijn te leven dan moet je helaas ook constateren dat het niet genoeg is. Onvoldoende voedsel, onvoldoende onderwijs voor de kinderen en vooral onvoldoende behuizing. Alhoewel ‘behuizing’ een woord is dat hier eigenlijk niet past. Het is bijna niet te beschrijven in wat voor piepkleine hutjes van takken, bedekt met wat plastic afval, mensen moeten wonen.

Het verschil met de sloppenwijk Kibera in Nairobi is vooral de complete uitzichtloosheid. De derde generatie vluchtelingen is hier in het kamp geboren, net als hun moeders. Maar van Kenia mogen ze niet werken of het kamp uit. Dat is uiteindelijk onhoudbaar. Ook de SP is voor regionale opvang van vluchtelingen. Maar zou meer hulp voor de UNHCR dan niet op zijn plaats zijn voor een menswaardige opvang? De regen in Nairobi is intussen gestopt. Maar hoe lang blijft de wereld het bestaan van plaatsen als Dadaab accepteren?


Van 8 t/m 15 mei 2011 brachten Emile Roemer, kamerlid Ewout Irrgang, hoogleraar en Eerste-Kamerlid Eric Smaling en SP-fractiemedewerker Riekje Camara een bezoek aan Kenia. Gedurende deze week hielden ze een dagboek bij.

dinsdag 9 juli 2013

Constantijn Huygens jr. -- 10 juli 1689

10 Sond.
Tempion mij mijn horologie smergens thuys brengende, soo als bij hem was, kreegh weder een draeying in 't hooft, die mij alle dingen dede gelijcken of slim stonden, met een weynigh qualijckte daer bij. Had daernaer 3 stoelganghen, hoewel niet seer los, die mij wat soulageerden.
Broer Christiaen gingh met de jonghe mr Hambden en Faccio Dulker en mr Newton smergens ten 7 ueren naer Londen, met dessein om de laetste aen Coning te recommanderen tot een vacant Regentschap van een Collegie te Cambritz.
Wandelde savonts met mijn vrouw in Maliebaen.


Constantijn Huygens jr. (1628-1697) was een Nederlandse staatsman. Hij was tevens bekend voor zijn werk aan wetenschappelijke instrumenten en als kroniekschrijver van zijn tijd.

maandag 8 juli 2013

Alexandra Radius -- 9 juli 1981

Woensdag
9.15 u. Opgestaan. Heerlijk: na vanavond een paar avonden vrij! Om 11.00 u. les. 0.15 u. Mogen niet mopperen: denk dat de NOS een mooie dansfilm heeft. Ben blij dat dit erop zit. Heb nog één Beauty op 13 juli. Maar... morgen begint de laatste repetitieperiode van dit seizoen: het repertoire voor de tournee Hongkong, Jakarta vanaf 17 juli. Moeten pas-de-deux die Rudi voor ons jubileum heeft gemaakt, 'Voorbijgegaan', nodig repeteren. Is zwaar en we hebben weinig tijd. We dansen samen op deze tournee onze favoriete balletten: Apollon Musagète, Adagio Hammerklavier, Voorbijgegaan, Vier letzte Lieder. Dit alleen ter geruststelling van de velen die ons vroegen of Han iets anders gaat doen, omdat ik Beauty niet met hem dans. We hopen nog heel veel moois samen te doen, maar dansen doe je niet alleen, dat doe je samen met je hele gezelschap. En daarom is deze periode, achteraf gezien, een belangrijke en bijzondere geweest voor het hele dans-bedrijf en voor de danstraditie in Nederland. Dat zowel de première van Beauty als die van het NDT in New York, in het NOS-journaal werd aangekondigd, bewijst wel dat we de goede kant opgaan!
Toen NRC Handelsblad me vroeg voor dit Dagboek, dacht ik dat ik het nooit zou redden; achteraf gezien vond ik het vreselijk leuk om zoiets te doen.


Alexandra Radius (1942) is een Nederlandse ballerina. Begin juli 1981 hield ze voor NRC Handelsblad een 'Hollands dagboek' bij.

zondag 7 juli 2013

Lester Frank Ward -- 8 juli 1860

Sunday 8 July 1860
‘In undertaking a journal of events which concern me, I shall record a few of the most interesting things which have transpired since the fourth of this month. Without further ceremony, then, I commence.

The morning of the Fourth, so memorable to this powerful nation, found me in a state of profound lethargy resulting from much fatigue. I had intended to arise at a much earlier hour to shoot a pistol which I had prepared the night before, but it was so late when I got up that I was ashamed to shoot it. My spirit has been for almost two months the lowest it has ever been in my life, on account of the profound disappointment in the love which I had acquired for a girl, so pretty but so false. I sent her a letter that day, telling her that I wish only to see her once more and to receive only one more letter from her. I procured a half dollar from Mr Owen on the Fourth, with which I bought two strings for my violin, which I enjoy very much.’

Monday evening 9 July 1860
‘I cultivated the corn this morning for the first time this year. I was a little annoyed with the horse’s not keeping to the row.

In the afternoon I gathered and bound sheaves.

When night came I had a fine time playing on the violin while Baxter played the tambourine. My heart was very light regarding the girl whom I loved, and whom I no longer esteem.

But everyone has gone to bed, and I must wash my feet before going myself.’

Wednesday noon 11 July 1860
‘I could not write last night because Baxter wished to write a letter. I bound the sheaves all day yesterday, and only got my supper very late, and it made me very tired. That was Tuesday night, and I went to the post office to look for the promised letter from the girl, but did not find it, so I came to the conclusion that I never wished to see her again. My heart is light. I was almost sick cutting the corn all morning.

My girl I am going to abandon you eternally, you whom I have loved so deeply! It will kill me, but let me perish.’


Lester F. Ward (1841–1913) was an Amerikaanse plantkundige, paleontoloog en socioloog. Meer over hem en zijn dagboek bij The Diary Junction.

Gisbert Cuper -- 7 juli 1706

Le 7, mercredy, nous eûmes pas des conférences, mais Mr le marquis de Westerlo, de la maison de Merode, honnora Mr Van den Berg et moy de sa visite, et nous nous entreparlâmes presqu'une heure; il nous contoit son avanture, et comme il avoit esté obligé de s'an aller à Aix-la- Chapelle 3), à cause qu'on avoit fait Mr le comte de Homes, qui n'avoit pas servy si longtemps que luy, lieutenant-général4), et qu'il se trouvoit obligé en homme d'honneur de refuser les offres que l'Electeur luy faisoit.
Je m'en allay à cinq heures rendre visite au Jésuites, et j'examinois les copies des inscriptions5), où il y avoit très peu des fautes; mais je ne pouvois pas assez bien connoître, alors, ce qui étoit sur une pierre dont le commencement étoit HER[C] MAGVSANO. De là je m'en allay chez Mr de Re[ns]woude et Mr Hop, Mr Van den Berg étant sorty, pour parler avec eux sur le sujet de quelques lettres que j'avois reçu de La Haye et qui étoient par Mess, les Estate Généraux addressees au Députez à Bruxelles.


Gisbert Cuper (1644-1716) was een Nederlandse oudheidkundige en politicus. Uit: Het dagboek van Gisbert Cuper, gedeputeerde te velde, gehouden in de Zuidelijke Nederlanden in 1706.

Barend Rijdes -- 6 juli 1958

6 juli 1958
Marianne ontkent dat mijn werk negatief van aard is. Zij zoekt het tekort van bijvoorbeeld "Op Losse Schroeven" meer in de sfeer - wat mij onwaarschijnlijk voorkomt - en in een gebrek aan vaart, aan handeling. Dit laatste kan mij zeker verweten worden, in het algemeen, maar voor de genoemde roman geldt het niet, en de vaart komt, dacht ik, steeds meer in mijn werk. Vitaliteit - daaraan ontbreekt het een en ander. Ik kan het leven niet volledig aanvaarden, speel meer een aangenomen rol dan dat ik werkelijk met alle zinnen leef. Maar wie doet dat wel? en komt juist de kunst-drift niet voort uit een gebrek, een negatie dus en een afwijzing? En waar de psychologie ons duidelijk maakt dat elke houding reactie is op de tegengestelde, komen we er niet uit. We zitten in een slop, en we werken door.
Feestavond voor Tjebbo Franken, die vijfenzeventig jaar is geworden. Een goed feest, in allerhartelijkste stem¬ming. Eerst de borrel aan de bar in Teisterbant, daarna diner in Brinkmann. (...)


Barend Rijdes (1910-1975) was een Nederlandse schrijver. Na zijn dood zijn zijn Literaire dagboeken in drie deeltjes gepubliceerd.

donderdag 4 juli 2013

Vilgot Sjöman -- 5 juli 1962

Donderdag 5 juli 1962
De voorbereidingen voor de mixage gaan voort. Rol na rol wordt nagekeken.
Het ene geluidseffect wordt dertig seconden naar achteren verschoven (beter zo). Een ander wordt eruit gelicht (mooi). Sommige rollen zijn merkwaardig gemakkelijk, die zijn vlug klaar. Andere zijn tegen de draad in en veroorzaken een klein soort hersenbloeding. Voor de geluidsafdeling een aanvaardbare klokslag van een plattelandskerk geleverd had, heeft IB [Ingmar Bergman] zijn geduld al vier maal verloren. De hond die blaft in de schemering op visser Perssons erf ('en dat moet niet het een of andere schoothondje zijn, maar een soort wolf') is al even moeilijk te vinden. Keer op keer wordt zijn stem dof van ongeduld:
- Dat is een echte archtefhond. Die kunnen we niet gebruiken! Evald zoekt in het geluidsarchief en vindt een andere hond die misschien wat beter is.
- Nog zo'n archiefhond... Nee, jongens, nu moeten jullie me godverdomme een echte hond verschaffen. Zo kunnen we toch niet door blijven gaan.
Olle Jacobsson draait elke rol samen met Evald en Stig tot hij elk effect dat daarin voorkomt beheerst.
Vandaag kunnen we Ingmar ophalen, dan kan hij rol 5 en 7 zien.
Ingmar komt. Rol 7 lijkt klaar: daar is niets op aan te merken. Goed bevonden. Maar rol 5 bevat nog een paar kleinigheden die mooier kunnen. Die wil hij nog eens zien.
De mixer oefent een artistiek handwerk uit en Olle Jacobsson is ook een artiest. Hij studeert elke rol in, zoals een pianist een stuk voor piano; dan voert hij het uit vanachter het klavier van zijn regelpaneel. Soms scheldt hij op zijn eigen slechte spel: het was bij de eerste inzet al mis. Soms voelt hij dat hij goed in vorm is: nergens iets dat hem tegen zat, alles liep vlot - 'nu had Ingmar hier moeten zijn.' Als Ingmar er eenmaal is gaat het spel hem misschien niet zo goed af.
Al dit werk is nog niet de mixage in de eigenlijke betekenis; het zijn enkel maar voorbereidingen. Het mixen begint als Ingmar Olle's hele vertolking van de geluidspartituur goedgekeurd leeft. Dan pas brengt Olle de geluidseffecten van de magnetische geluidsband over op een optische geluidsband (dat is de band die later langs de beeldstrook loopt op de filmrol wanneer deze gereed is.)


Vilgot Sjöman (1924-2006) was een Zweedse schrijver en regisseur. In 1963 was hij assistent van Ingmar Bergman bij de opnames van diens film De avondmaalsgasten. Van die periode hield hij een dagboek bij dat is gepubliceerd als L136. Dagboek met Ingmar Bergman.

woensdag 3 juli 2013

Harry S. Truman -- 4 juli 1947

July 4:
Had most cordial reception at Jefferson's home-some 4000 or 5000 people there to hear me speak. Speech seemed to go over.

Held a reception before speaking time and then signed some programs for those who had helped with the arrangements.

The Governor of V[irgini]a made a very, very nice welcoming speech as did Mr. Houston, Pres[ident] of the Jefferson foundation, just before I spoke.

Road to the U[niversity] of V[irgini]a in the car with Mayor Adams of Charlottesville, Gov[ernor] Tuck of V[irgini]a and Hon[orable] Colgate Darden, Pres[ident] of the U[niversity] of V[irgini]a and a former Governor of V[irgini]a.

Mrs. Astor-Lady Astor came to the car just before we started from Monticello to say to me that she liked my policies as President but that she thought I had become rather too much "Yankee."

I couldn't help telling her that my purported "Yankee" tendencies were not half so bad as her ultra conservative British leanings. She almost had a stroke.


Harry S. Truman (1884-1972) was de 33ste president van de Verenigde Staten (1945-1953). In 1947 hield hij een dagboek bij.

dinsdag 2 juli 2013

Willem Pieterse Poort -- 3 juli 1710

Den 3 Iuly smorgens stilletjes, het lughje n. w. en in de voormiddag z. w. bevonden ons op de breette van 72 graden 15 minuten, savonts het wintje z. snaghts stil.

Den 4 dito het wintje Westelijck, nu wast ys wel soo ry als voor deesen, maeckten onse Touwen los en Zeylen by: maer door de stilte konden wy geen schossen verzeylen, en derhalven niet avanseeren. In de voormiddagh het lughje n. o . burgen onse Zeylen weeder.

Den 5 dito smorgens mooy stil weer, bevonden ons nogh al weer op de breete van 72 graden 15 minuten, waren in 2 Etmael niet verdreeven, na de middagh een bramzeyls koeltje, de Wint z. w. met mist, het Schip de Swaan niet ver van ons van daen, + deeden groote forsse om by ons te koomen. Wy hadden nu al 5 Weeken onder Godts hant in deese bedroefde gevanckenis met ons tween geleegen, en 't was al vier Weeken dat wy 't laest andere Scheepen of menschen gesien hadden; en wy sagen voor menschen oogen noch geen uytkomst. +Het Schip de Swaan soght by ons te komen.

Den 6 dito smorgens en Marszeyls koelt uyt den zuyd. met mist. Het Schip de Swaen was met groote moeyte tot ontrent 2 Walvislynen lengte aen ons toegekoomen, daer most hy doe blyven leggen, soo digt lagh het ys.

Den 7 dito smorgens het lughje z. z. o. In de voor-middagh stil en mistigh.

Den 8 dito smorgens een Marszeyls koelt, de Wint o. n. o. In de voormiddagh de Wint n. n. o. een deysige lught.

Den 9 dito een lughje uyt den n. al deysigh.

Den 10 dito smorgens een Marszeyls koelt uyt den n. n. o. vernamen vry wat perssingh, + vreesden voor ongemack aen de Scheepen, maer de goede Godt was met ons, en bewaerde ons voor onheyl. Wy sagen dagelijks vry wat Vis maer konden niet doen. Savonts quammer een Vis niet veer van 't Schip, liepen met een Herpoen over 't ys daer na toe, schooten op hem, maer het was niet vast.


Willem Pieterse Poort: Het Journaal en Daghregister van Dirk Jacobsz. Tayses Avontuurelyke Reyse na Groenlandt, gedaen met het Schip Den Dam, in 't Jaar 1710.

maandag 1 juli 2013

Nina d'Aubigny von Engelbrunner -- 2 juli 1790

Vrijdag, 2 juli
Na het opstaan liet onze neef ons ontbijten op zijn belvédère. Toen de paarden waren ingespannen bracht hij ons in twee rijtuigen naar Aspeln, een mooi landgoed dicht bij Rees, dat te koop staat. De heer D'Ammon, die door de kapper was opgehouden, haalde ons halverwege met losse teugel in. Mama, Susette en Beughem zaten in één rijtuig, en de heer D'Ammon, vader en ik in het andere. Op Aspeln aten we nog eens. Mijn vader wilde dat we naar Amsterdam vertrokken, maar D'Ammon en Beughem deden alles om hem te doen besluiten via Emmerik te gaan. Teruggekeerd in Rees dineerden we in de herberg met vele Resenaren. Na afscheid te hebben genomen van mevrouw Keer, begaven we ons op de grote weg naar Emmerik. De Hütte is een mooi landgoed, en 2 uur na Rees gebruikten we daar de thee. Er is een zeer fraaie concertzaal alwaar we hebben gezongen. De nederlaag van de heer D'Ammon staat vast. Bij aankomst te Emmerik werden we door een vreselijk onweer overvallen. De dochter van de hotelier bood ons pijpen en stoven aan, wat ons erg deed lachen. Aan tafel kwam het gesprek op de vraag wat precies het verschil is tussen wrok en haat. Onze kamer was erg lelijk. Heel Emmerik is vol mensen die morgen de processie willen zien. Vader, Charles, Beughem en D'Ammon hebben samen maar één kamer.


Nina d’Aubigny (1770–1847) was een Duitse zangeres en schrijfster van een dagboek over haar verblijf in Nederland.