woensdag 30 mei 2012

P.J.M. Aalberse -- 31 mei 1892

31 mei 1892
Hoera! Mijn wraak is gelukt! Vanmorgen ontving ik een brief van pater Alberdingk Thijm. Hij meldde mij, dat hij ‘met groot genoegen’ de beide versjes, die Van der Lans zoo erg meende te moeten afkeuren, gelezen had en dat hij ze ‘ongetwijfeld volgaarne zou opnemen’ in den Volksalmanak. Hij voegt erbij: ‘uw verzen verraden veel poëtischen zin en gemak van taal’. Van der Lans vond diezelfde verzen ‘weinig beduidend van inhoud’ en ‘niet genoeg geacheveerd van vorm’! Dus juist omgekeerd! ‘Wat al onheils broedt een wrok’!!
Pater Thijm slaat me echter drie veranderingen voor; bijvoorbeeld vindt hij ‘nimmer’ wel wat germanistisch; nu, de verandering in ‘nooit’ levert geen bezwaren op. Evenmin de beide andere voorgestelde kleinere veranderingen. Wat zal Van der Lans leuk opzien, als hij ze in de Volksalmanak ziet opgenomen; ’t is toch bekend, dat ze in den laatsten tijd daar zeer nauw toezien.
Gisteren kreeg ik onverwacht bezoek van Jumbo senior. ’k Zal daar kort over zijn: op den laatsten dag der Mariamaand ben ik nu juist niet in de stemming om dáárover veel te schrijven. Hij verzekerde me dan op zijn eerewoord, dat er van ‘het zaakje’ over hem hoegenaamd niets waar was: ik moest toch begrijpen, dat hij het anders aan mij als aan zijn ouden, intimen vriend, wel zou bekennen, etc. Nu weet ik zeker, dat hij gelogen heeft: ’t is wèl waar! … O sancta amicitia!!


P.J.M. Aalberse (1871-1948) was politicus. Hij hield een dagboek bij van 1891-1947.

dinsdag 29 mei 2012

Christopher Isherwood -- 30 mei 1956

May 30. Felt sick again last night and weary this morning, but always just able to do my stint for the day, which is something. So far, I have kept up with all my chores.
Last night, Marguerite [Lamkin] came to supper with Ivan Moffat. Marguerite was on her way to the airport for another trip to New York. [Montgomery] Clift, it now seems, won't be well till July. Everybody is on half-pay. The picture [Raintree County] will cost fortunes. Marguerite, meanwhile, has a Long Island millionaire interested in her.
Ivan tells us that Giant is a masterpiece, and he feels that this is all due to George Stevens [regisseur] - no one else. James Dean's selfishness as an actor; he did nothing whatever to help the girl [Elizabeth Taylor]. Meanwhile, old Edna Ferber [auteur van Giant] is writing a novel about the Esquimos in Alaska.
What an interesting figure Ivan is! I feel I would like to know much more about him - what he really wants, what he hopes for. Is it to be a good writer? A good director? He seems to be avoiding marriage, and he repeatedly says that one of the great advantages of his house up on Adelaide is that you couldn't possibly share it with anyone else.
I think he is prey to great terrors. Last night he talked about his horror of planes. Whenever he's in them, he expects to be burried alive.
The Duquettes' birthday party and dance for Beegle on the 27th was a sensation. Marion Davies' husband threatened to shoot down the chandelier while Agnes Moorhead was reciting. "It'll be like Booth and Lincoln," he said. Later at Pickfair [huis van Mary Pickford en Douglas Fairbanks], he somehow or other fired two shots, one of which grazed Mary Pickford's forehead.
Heard from Gerald Hamilton yesterday, confirming the news that Peter Watson is dead. But still no details.


Christopher Isherwood (1904-1986) was een Britse, in de VS wonende schrijver. Hij hield het grootste deel van zijn leven een dagboek bij.

Elisabeth von Heyking -- 29 mei 1900

29. Mai. Unendlich melancholische Tage. Je mehr ich von dieser Stadt [Mexico City] sehe, desto schrecklicher finde ich sie in ihrem namenlosen Schmutz, ihrem Staub, der alles durchdringt, und der furchtbaren zerlumpten Bevölkerung. Eine italienische Stadt dritter Güte ist Gold im Vergleich damit. Die Straßen sind entsetzlich lärmend durch das schlechte Pflaster. Für die nächsten Jahre ist außerdem alles in besonders chaotischem Zustand, weil alle Straßen aufgerissen werden, um endlich eine Kanalisation einzurichten. Daher soll besonders viel Fieber und Typhus herrschen, und deutsche Ärzte raten, Herbst und Winter fortzugehen. Nirgends sieht man etwas Augenerfreuendes, denn die paar grünen Plätze sind gänzlich verstaubt durch die Staubwirbelsäulen, die fortwährend aufsteigen. Erfreulich war die Bekanntschaft von Sir Henry und Lady Dering zu machen, die entsetzlich über Mexiko und die hiesige Gesellschaft klagen. Der Präsident gibt bei jeder seiner Neuwahlen, also alle vier Jahre, ein Diner, zu dem er auch die Gesandten einlädt, und damit ist die Geselligkeit erschöpft. Die Minister oder reichen Mexikaner erwidern kaum die Karten, die man bei ihnen abgibt. Sie sollen die Fremden detestieren und sich mehr und mehr abschließen, besonders seit so viele Yankees ins Land strömen, und sie wollen vor allem nicht, daß ihre Frauen in Kontakt mit fremden Frauen kommen. Der italienische Gesandte ist der einzige, der hier etwas zu tun hat, wegen italienischer Arbeiter, die hier einen Strike begonnen haben. Er ist aber, kaum angekommen, infolge des furchtbaren Staubes, an einer schlimmen Augenkrankheit erkrankt. Mit ihm und dem niederländischen Baron Gevers, dem belgischen Geschäftsträger, Herrn Peltzer, wohnen wir hier in dem schlechten, teuren Hotel Sanz und bilden eine kleine mißvergnügte diplomatische Kolonie.


Elisabeth von Heyking (1861-1925) was een Duitse schrijfster, en getrouwd met een diplomaat. Haar dagboeken werden na haar dood uitgegeven als Tagebücher aus vier Weltteilen.

maandag 28 mei 2012

Erich Kästner -- 28 mei 1945

Mayrhofen, 28 mei
De mannen van de Ufa zonder loon en kostgeld, zijn aangewezen op dat, wat ze met zwarte handel verdienen. Ze verkopen een pond boter voor 130 mark en een pond kaas voor 50 mark. Hoeveel winst ze er op maken weet ik niet. In elk geval hebben ze genoeg om te leven. Ze zijn slim. In de hel zouden ze met water leuren. Een van hen houdt zelfs nog tijd over om blijspelen te schrijven. Onderwijl drinkt hij sterke vruchtenbrandewijn. Als zijn dramatisch talent net zo groot is als zijn koopmansgaven, dan zal ons toneel binnenkort op een Duitse Molière mogen rekenen. Hijzelf, een briljant rekenaar, rekent er vast op.
De bode, die ons de groeten van Eberhard overbracht, was geen gewone bode maar de gevolmachtigde voor de film bij het Amerikaanse hoofdkwartier in Beieren, een zeker mr. Kennedy uit New York, tijdelijk woonachtig in München. Een aardige blonde man die zich, aan de hand van een adreslijst, in zijn jeep laat rondrijden om Duitse cineasten te leren kennen en elke keer als hij zich voorstelt bloost, omdat hij de hand die hem wordt toegestoken niet mag aannemen. Shakehands tussen Amerikanen en Duitsers is door het hoofdkwartier ten strengste verboden. Jammer dat wij dat niet wisten. Wij zouden hem en onszelf de pijnlijke situatie graag hebben bespaard. De Amerikaanse etiquette voor de omgang met de Duitse mannen schijnt nogal af te wijken van die voor het verkeer met Duitse meisjes.
Ondanks de pijnlijke situatie kwam het toch tot een soort gesprek. De aardige blonde Kennedy, die ons geen hand mocht geven, gaf te verstaan dat er misschien al in de herfst Duitse speelfilms zullen worden gemaakt en hij vroeg mij of ik tijd en zin had in München mee te werken. Ik was beleefd en gereserveerd. Bij het afscheid hield iedereen zijn hand netjes bij zich. Je moet overwinnaars die blozen niet in verlegenheid brengen.
Vandaag is het 28 mei. En volgens Kennedy zal er in het najaar misschien iets te doen zijn. De herfst begint op 21 september. Vier maanden niemandstijd. Mijn portefeuille wordt met het uur magerder. Om te leven moet je, onder andere, ook kunnen eten. Het is niet voldoende dat je het allemaal overleefd hebt. En de nieuwsgierigheid wat er nu zal gebeuren kent geen grenzen. Wat een bof dat ik een nieuwsgierig mens ben.


Erich Kästner (1899-1974) was een Duitse schrijver. "Anfang 1945 gelang es ihm, mit einem Filmteam zu angeblichen Dreharbeiten nach Mayrhofen in Tirol zu reisen und dort das Kriegsende abzuwarten. Diese Zeit hielt er in einem 1961 unter dem Titel Notabene 45 veröffentlichten Tagebuch fest."

zondag 27 mei 2012

Sarah Morgan Dawson -- 27 mei 1862

May 27th.
The cry is "Ho! for Greenwell!" Very probably this day week will see us there. I don't want to go. If we were at peace, and were to spend a few months of the warmest season out there, none would be more eager and delighted than I: but to leave our comfortable home, and all it contains, for a rough pine cottage seventeen miles away even from this scanty civilization, is sad. It must be! We are hourly expecting two regiments of Yankees to occupy the Garrison, and some fifteen hundred of our men are awaiting them a little way off, so the fight seems inevitable. And we must go, leaving what little has already been spared us to the tender mercies of Northern volunteers, who, from the specimen of plundering they gave us two weeks ago, will hardly leave us even the shelter of our roof. O my dear Home! How can I help but cry at leaving you forever? For if this fight occurs, never again shall I pass the threshold of this house, where we have been so happy and sad, the scene of joyous meetings and mournful partings, the place where we greeted each other with glad shouts after even so short a parting, the place where Harry and father kissed us good-bye and never came back again!

I know what Lavinia has suffered this long year, by what we have suffered these last six weeks. Poor Lavinia, so far away! How easier poverty, if it must come, would be if we could bear it together! I wonder if the real fate of the boys, if we ever hear, can be so dreadful as this suspense? Still no news of them. My poor little Jimmy! And think how desperate Gibbes and George will be when they read Butler's proclamation, and they not able to defend us! Gibbes was in our late victory of Fredericksburg, I know.

In other days, going to Greenwell was the signal for general noise and confusion. All the boys gathered their guns and fishing-tackle, and thousand and one amusements; father sent out provisions; we helped mother pack; Hal and I tumbled over the libraries to lay in a supply of reading material; and all was bustle until the carriage drove to the door at daylight one morning, and swept us off. It is not so gay this time. I wandered around this morning selecting books alone. We can only take what is necessary, the rest being left to the care of the Northern militia in general. I never knew before how many articles were perfectly "indispensable" to me. This or that little token or keepsake, piles of letters I hate to burn, many dresses, etc., I cannot take conveniently, lie around me, and I hardly know which to choose among them, yet half must be sacrificed; I can only take one trunk.



Sarah Morgan Dawson (1842-1909) woonde tijdens de Amerikaanse burgeroorlog in Louisiana en hield in die periode een dagboek bij.

zaterdag 26 mei 2012

Steven Le Poole -- 26 mei 2000

Wakker worden met een kater
"Het is definitief over. Twee keer moeten terugkeren. De berg heeft me niet de kans gegeven om te laten zien wat ik in me had. Vreselijk jammer maar dat is Everest.
Afdalen was helaas ook nu weer de goede beslissing. De lucht ziet er winterachtig grauw uit en het waait keihard. Onze sherpa's, Manbatur en Kawang, moeten op hun knieën afdalen over de North Ridge, zo hard waait het. Een toppoging zou vandaag onmogelijk zijn geweest. Wachten op goed weer op 8300 meter is ook geen optie. Je kan niet te lang rondhangen op die hoogte. Later blijkt een Spanjaard het geprobeerd te hebben op de 28e, onze theoretische topdag. Hij heeft moeten bivakkeren boven de Second Step en heeft zware bevriezingsverschijnselen. En dan mag hij nog blij zijn dat hij het heeft overleefd.
We mogen niet klagen. Van de twee kaaskoppen (Frits en ikzelf) heeft één de top gehaald en de ander twee keer bijna. Dat is heel netjes voor de Everest North Ridge met een slaagkans van 15 procent. Ik troost mezelf met de gedachte dat ik weliswaar meerdere keren ontzettende pech heb gehad maar dat geen enkele keer fataal is geweest. Ik heb 'alleen maar' de top gemist, hoe zuur dat ook voelt. De berg ligt vol met stoffelijke overschotten van degenen die 'harde' pech hadden.
Vroeg opstaan, spullen pakken en wegwezen naar Base Camp. Daar zit Joke erg opgelucht te zijn dat ik in ieder geval niet meer omhoog ga. Voor haar is het stressen over. Gek idee: gisteren zat ik nog op 7800 meter te hopen op een (weer)wonder. Nu Mike en ik afgedaald zijn is de expeditie definitief over. We denken weer aan ons leven in Nederland. Ik verheug me erop om mijn vrienden en familie thuis weer te ontmoeten. Vrijdag hopen we vrienden te ontmoeten in Singapore, zaterdag het pensioensfeest van Joke's vader te vieren en zondag logé's uit San Francisco te ontvangen. Zalig."


Steven Le Poole beklom in april en mei 2000 de Mount Everest via de North Face en Noordgraat. Hij en anderen hielden een expeditiedagboek bij.

donderdag 24 mei 2012

Wim Kan -- 25 mei 1983

Woensdag 25 mei 24.00 uur
Laat geworden! Boeiende uitzending gezien. ‘Een gebaar’ vanuit Carré. Uitverkocht. Koot en Bie en Freek voor Amnesty International! Mooi! mooi. mooi. Met Herman en Joop Visser die zong voor misschien wel vijf miljoen kijkers: als hij ooit zo seniel werd om een ridderorde aan te nemen, hij die in de Westeinder zou gooien, naast die van Corry en Wim... Ontroerde me toch heel erg, naast Tuf zittend, dit te horen. Samen uitgerangeerd en dan ineens, op een totaal andere manier tot leven te worden geroepen. Heel erg aardig van die Joop Visser! Verder vanmiddag op Middachten twee herten gezien. Eén hinde en één bok met mooi gewei. Frans en Franco liepen vrij ver achter mij. Ze hebben alles maar half gezien! Ontroerend moment. Tweemaal dus vandaag. Verder ben ik ook niet veel meer waard. Overal last van, maar weet niet wat het is. Toch geweldige dag geweest in de stortregens. Het regent nog. Ik ga een ark bouwen...

Wim Kan (1911-1983) was cabarètier. Zijn dagboeken zijn te lezen bij de dbnl.

woensdag 23 mei 2012

Justin Jin -- 24 mei 2004

24 mei 2004

Rodericks verjaardag begint met een bezoek aan de kapper samen met zijn vader. Intussen krijgt hij een dringend telefoontje van het hockeyveld. Hij moet fluiten, maar dat was hij vergeten. Zijn vader roept: ,,Het enige wat Roderick niet vergeet is zijn mobieltje en zijn jongeheer; maar dat is omdat zijn jongeheer vastzit. Anders zou hij die ook vergeten.'' 's Middags treffen ze voorbereidingen voor een feestelijke barbecue. Uren later zijn de meeste vrienden niet komen opdagen. Roderick huilt.


Justin Jin (1974) is fotograaf. Voor de NRC hield hij in 2003-2004 een dagboek bij.

dinsdag 22 mei 2012

Vera Beths -- 23 mei 1974

Donderdag
Vanochtend tot twee keer toe geprobeerd een amandeltaart te bakken, die in het kookboek als 'wel heel erg gemakkelijk' staat omschreven. Totaal mislukt. Er moet een fout in het recept gestaan hebben. 's Avonds naar het programma van Netty Rosenfeld over minister Duisenberg gekeken. Werner had voor deze gelegenheid strijdliederen bewerkt voor het Blazersensemble, die als achtergrond gebruikt werden. Vond het geheel erg leuk en Duisenberg een aardige man. Netty en ik hebben laatst een gemeenschappelijke eigenschap ontdekt: we kunnen alletwee ongeacht tijd en plaats van het ene moment op het andere in slaap vallen. Het is ontdekt tijdens een oorverdovend nachtconcert van de Soft Machine, toen we allebei heerlijk zaten te pitten.
Naderhand nog leuk Heifetz-platen gedraaid. Wat een fenomeen. Gek dat je dat van bijna niemand ander zegt in de klassieke wereld - ik bedoel 'Heifetz-platen'. Ik ken er nog één - Horowitz.


Vera Beths (1946) is violiste. Van 22-28 mei 1974 hield ze een 'Hollands Dagboek' bij voor NRC Handelsblad.

maandag 21 mei 2012

Friedrich Hebbel -- 22 mei 1842

22 mei
Met iedere gedachte begint hoe dan ook een nieuwe wereld. En zelfs indien ze slechts veroorzaakt wordt door de wrijving tussen de ene hersenvezel met een andere, dan nog ontstaat er toch iets anders dan zulk een hersenvezel of dan de materie waarvan die vezels gemaakt zijn.

Buik en ledenen kan men van voedsel voorzien, men kan ze zelfs vetmesten. Maar dat geldt niet voor de hersenen.


Friedrich Hebbel (1813-1863) was een Duitse schrijver. Een keuze uit zijn dagboeken is in het Nederlands verschenen als Een blinde bij zonsopgang.

zondag 20 mei 2012

Theodor Herzl -- 21 mei 1901

21 mei
We hebben net de Bosporus verlaten, die met zijn schoonheid onze middag verkortte, en daarmee is het eerste deel van mijn onderneming, die ik voor niet ongevaarlijk hield, gelukkig afgesloten.
Ik ben in dit dagboek vaak gedwongen de indrukken die ik opdoe te vervormen, omdat ze door spionage of een boosaardig toeval belastend materiaal kunnen opleveren. Maar nu, op dit Roemeense schip op de Zwarte Zee, voel ik me volkomen vrij en veilig. Daarom heeft het positieve oordeel over sultan Abdul Hamid dat ik hier voor het nageslacht uitspreek, het volle gewicht van de waarheid. De sultan maakte op mij de indruk van een zwak, laf, maar door en door goed mens. Hij lijkt mij wreed noch doortrapt, doch een allerongelukkigste gevangene, in wiens naam een schandelijke, haveloze camarilla (hofkliek, red.) de ergste wandaden begaat. Als de zionistische beweging me niet opeiste, zou ik nu een artikel schrijven om de arme gevangene zijn vrijheid terug te bezorgen. Abdul Hamid Khan II is de verzamelnaam voor de schofterigste roverskliek die ooit een land in het ongeluk heeft gestort. Het schaamteloze vragen om fooien, dat bij de paleispoort begint en pas eindigt voor de troon, is nog het minste. Alles gaat om geld, iedere beambte en functionaris is een ladelichter.
Ik kan het alleen met een kluwen giftige slangen vergelijken. De zwakste, ziekste en ongevaarlijkste slang heeft een kroontje op. Maar de kluwen zit zo in elkaar, dat het lijkt alsof de gekroonde kop alles bijt en vergiftigt.
Ik zie hem nog voor me, de sultan van dit op het einde afstevenende boevenimperium. Klein, sjofel, met een slecht geverfde baard. De haakneus van Jan Klaassen, lange gele tanden met een gat rechts bovenin. De fez diep over het kale voorhoofd getrokken, de flaporen die fungeren als 'broekbeschermer' (zo noemde ik die vroeger: opdat de fez niet op de broek tuimelt). Krachteloze handen in te grote witte handschoenen, waaronder slecht passende, bonte manchetten. De mekkerende stem, de beperktheid van elk woord, de vrees in elke blik. En dat regeert dan!


Theodor Herzl (1860-1904) was journalist en grondlegger van de zionistische beweging, die ijverde voor een eigen joodse staat in toenmalig Palestina. Van 1895-1904 hield hij een dagboek bij.

G.H.C. Hart -- 20 mei 1940

20 mei 1940
Een avond in de lounge van Grosvenor House is op het oogenblik noch opwekkend voor de stemming, noch streelend voor den vaderlandschen trots.
Daar zitten, droevig voor zich uitstarend, de leden van H.M.'s Regeering: ‘net een troep natgeregende musschen’ noemde Peekema het terecht.
Ze zijn meerendeels volkomen verslagen en lijken op alles, behalve op de leiders van een staat, die zijn onafhankelijkheid moet herwinnen.
Ik moet bekennen, dat ik mij toen al afvroeg: ‘ben ik weggegaan, heb ik mijn gezin in den steek gelaten, om deze menschen te dienen’?
't Was ontzettend deprimeerend.
Enkelen zijn flink en tegen de situatie opgewassen: Steenberghe, Welter, Van Kleffens, Dyxhoorn, doch de rest is, zij het in gradaties, abominabel. ‘C. en A.’ noemde Michiels het stel nogal plastisch. Waar moet dat heen? Premier de Geer is de oudste grijsaard: moeten we onder zulke leiding ons land herwinnen en ons wereldrijk besturen?


George Henry Charles Hart (1893-1943) was een hoge bestuursambtenaar. Tijdens het eerste oorlogsjaar hield hij een dagboek bij.

vrijdag 18 mei 2012

Guillaume Groen van Prinsterer -- 19 mei 1822

19 mei 1822
Deze dag was voor mij alleraangenaamst. Ik ging ter kerke bij prof. van der Palm, waar wij naar aanleiding van 1 J[oh]. 19 v. 19-21 eene heerlijke preek over het karakter der oude godsgezanten hoorden, welke de tegenwoordige nietsbeduidendheid tot staatkundige veinsaards zoekt te verlagen, terwijl zij door hunne hoogere stemming niet alleen boven het gros der menschen, maar boven de braafsten zelfs onder hen verheven waren en schenen de perken der stoffelijkheid reeds te hebben overschreden. Om half twaalf reed ik met [Jaap Elout] naar Den Haag in de hoop van [zijne Mathilde?] aldaar te zullen vinden; daar deze reeds vertrokken was, reden wij, na bij ons wafelen met madera gebruikt te hebben, wederom af en kwamen om3V4 uur op Blankenburg, de plaats van den heer Elout, aan. Wij vonden aldaar de heeren Smissaert. Met Henriette Elout en de freule Asthbeck, twee allerliefste meisjes, deden wij voor het dîner eene mooije wandeling. Na den eten wandelden de heeren naar de boerderij, waar alles naauwkeurig opgenomen werd. De heer Cambier met zijne vrouw en de heer van Lennep, alsmede de heer Rengers kwamen eene visite doen. Met den laatsten en de dames, drie jufvrouwen Elout, want Santje logeerde te Haarlem, de freule Asthbeck en de freule Kempenaar; wier broeder ook met ons gedineerd had, deden wij weder een zeer aangenaam tourtje. Om 9 uur reden wij af en toen ik te Leijden op de sociëteit kwam, vond ik tot mijn groóte verwondering Henri Hoffman, die mij een paar dagen tevoren geschreven had, dat de koorts het hem onmogelijk maakte mij te komen opzoeken. Met dezen onverwachten logeergast soupeerde ik bij mevrouw Fremery, 't geen dezen dag op eene pleizierige wijze besloot en om 12 uur gingen wij naar huis. Het overheerlijke weder had tot de genoegens door mij gesmaakt niet weinig toegebragt.


Guillaume (Willem) Groen van Prinsterer (1801-1876) was een Nederlands politicus en historicus. Zijn dagboeken 1821-1876 staan online bij Historici.nl.

donderdag 17 mei 2012

Mary Ames -- 18 mei 1865

MAY 18.
Mr. Blake made a blackboard for us, wasting several eggs and nearly all our ink before he succeeded.
Jim killed a snake, which he called a chicken snake, as they come where there are chickens. Our neighbors have many chickens so tame that they are in our house constantly. Last week a big rattlesnake was killed in our garden, and a huge black snake in our yard. We have seen only one, and that the children called a glass snake, for when struck it flew into many pieces all wriggling and alive. We see lizards everywhere.
Six new scholars. A woman came with a prayer-book, asking to be taught to read it. We told her we would teach her willingly, but it would be some time before she could read that. She was satisfied, and as she was leaving, put her hand under her apron and brought out two eggs--one she put in Emily's lap, the other in mine.
Our first rations came to-day, brought by the men from headquarters. A large box--a soap-box--with beans at the bottom, covered by a piece of dirty paper, then a layer of brown sugar, and on top of all a bar of soap and six candles. Some ground coffee in a paper, a smaller bag with fat bacon and salt pork, and a half barrel of flour.
Emily came down and viewed the lot, burst into tears and wished that the grave we had seen hoed out at the church was to lay her in. Poor Emily! I was disheartened, but knew we must make the best of it. We walked up to the sutler's, who said he would take all we did not want, and give us in exchange from his stores. We got condensed milk, butter, cornmeal, and other things, and Sarah cooked us a royal supper. We felt better after a decent meal, and Emily concluded to live a while longer.
Later a woman came in suffering severe pain. We administered cayenne tea sweetened with brown sugar, and she was relieved.
The evening was delightfully cool. We had our first evening school for men and women on our piazza. It was well attended, all sitting on the floor and steps. One woman, who was much bent with rheumatism, and seemed very old, said she was "Mighty anxious to know something."
Late in the evening Dr. Mason came to tell us that Jefferson Davis, Stevens, and Clay had been taken prisoners in Georgia and sent North.


Mary Ames (1831-1903) was onderwijzeres in een school voor voormalige slaven. In het eerste jaar daar hield ze een dagboek bij: From a New England Woman's Diary in Dixie in 1865.

Jules Renard -- 17 mei 1900

17 mei
Prototype van een dorpsburgemeester. Klompen, twee grote lappen op iedere knie, de gulp wijd open alsof dat nu juist netjes was, een hemd met strepen die zijn verschoten, een grijze trui, daar overheen een vest waar de trui onderuit komt, en, als laatste kledingstuk, nóg een dikke roodbruine trui. Een piepklein stro¬hoedje met een zwart lint. Alles even versleten, en toch niet te vervangen.
Hij vindt het een kostbare zaak, om burgemeester te zijn.
'Hoe je ook op je tellen past,' zegt hij, 'zo af en toe moet je toch wel eens over de brug komen. Het kost allemaal een hoop duiten, nietwaar!'
Aan het touw van de koe worden een paar haren vastgemaakt die uit de staart zijn geknipt van het kalf dat bij haar wordt weg-gehaald. Dat lijkt me zinnig. De geur sust haar, zoals de kleren van een dode het verdriet sussen van degenen die achterblijven. Een merrie in de wei zoekt, om haar veulen te werpen, altijd het water op, als dat er is, rivier, of poel. Je moet haar in de ga¬ten houden, anders vind je het veulen als het al is verdronken. Als het wordt geboren zit het in een vlies als in een soort zak. Het gaat dood als het er niet uit wordt gehaald. In de stal kan zijn moeder, die in haar bewegingen wordt gehinderd door de halster, het daarbij niet helpen.
Een kalf dat gras heeft gegeten is, voor de slager, minder waardevol dan een kalf dat alleen maar melk heeft gedronken.


Jules Renard (1864-1910) was een Franse schrijver. Zijn Dagboek 1900-1910 is verschenen in de Privé Domein-reeks.

dinsdag 15 mei 2012

Sergej Diaghilev -- 16 mei 1907

(16 mei 1907) My first concert ended with an appalling scandal. [The Prince Galitzky scene] was so extra-ordinary successful that the applause went on and on and there seemed no limit to the number of times the excited public would recall Chaliapine. Nikisch got ready to begin conducting 'Kamarinskaya' which was to conclude the program. Several times he raised his arms, ready to start, but the public, by now quite out of hand, refused to be silenced. Then, mortally offended, he threw down his baton and walked out of the orchestra pit. The audience was taken by surprise. Several people began to make their way out. Upstairs in the gallery the din continued, then, in a sudden hush, we heard a deep bass voice thundering out from the remotest heights of the house, in Russian, the words 'Ka-ma-rinska-ya! I screwed your mother'. Grand Duke Vladimir, who was sitting beside me in the box, got up and said to the Grand Duchess, "Well, I think it's time we went home."
Certain incidents attendant on the first staging of 'Boris' in 1874 are well known; such as that the scenes in Pimen's cell and the revolutionary scene with the Innocent were banned, and that the direction of the Imperial Theatres insisted on Mussorgsky's adding the Polish scenes to the Opera. In the autograph score of Mussorgsky, which has never been recopied and ofcourse never published - the score used in the earliest productions of the Opera, before the editing of Rimsky-Korsakov - the scenes in Pimen's cell is not included: but I found it among Rimsky-Korsakov's papers. Much has been said about Mussorgsky's inspired idea of ending the opera not with the death of Boris, but with the scene of revolution and the Innocent's song, as was published in the first edition of Rimsky's version. But in Mussorgsky's manuscript the opera ends with the death of Boris, and on the last page the composer wrote "End of the opera".
When I came to put on 'Boris' in Paris Rimsky-Korsakov restored certain numbers which had been suppressed from the start, including the famous peal of bells, which was to cause a sensation in Paris. I was terrified at the opera's length and worried about the running order. My friends and I had endless discussions with Rimsky-Korsakov about transposing certain scenes. Among other questions we considered whether we could place the coronation after Pimen's cell, so as to separate the two crowd scenes and end the first act with the Coronation Scene - which was chronologically possible (I asked the advice of the historian N.P.Kondakov about this) and theatrically a great improvement. This first year in Paris I gave neither the Inn-scene nor the scene in Marina's bedroom, so afraid was I of dragging out the opera, which anyway most people said the French would never understand!
I persuaded Rimsky-Korsakov of top of his other alterations to revise the coronation scene, which struck me as too short, and to complete and elaborate some of the carillons. He threw himself excitedly into this work; and the last word I had from him just before his death was a telegram to Paris from Russia asking me "How do my new bits sound?"
I had been hearing 'Boris' for nearly twenty years at the Mariinksy, but it was given as seldom as possible, not even every year, and it was the least popular opera in the repertory.
Latterly, since Chaliapine had begun to sing it, his scenes were the only ones ever greeted by applause.
Tchaikovsky's 'Eugene Onegin' had always been the most popular opera in Russia, and when I was organizing my Paris season the Court urged me to present it before any other. When the Empress heard that I was putting on 'Boris', she asked me "Couldn't you find anything more boring to give them?"


Sergej Pavlovitsj Diaghilev (1872–1929) was een Russische impresario. Op deze website zijn een aantal dagboekfragmenten van hem te vinden.

maandag 14 mei 2012

Stijn Streuvels -- 15 mei 1917

15 mei 1917
We zijn nu zover gesteld dat, al wie naar de smid gaat - kolen en ijzer moet meedragen - al wie naar de bakker gaat meel, gist en hout moet meedragen. Sommige prijzen zijn ook merkweerdig en onze kleinkinderen zullen er later van spreken - tarwe wordt hier verkocht in 't gebuurte 2,50 fr. de kilo - 60 ctm de kilo voor 't leveren (smokkelen) van aardappelen 1 fr. de kilo - peerdebonen 4,50 de kilo, vlees (niet te krijgen tenzij het rantsoen elke week) - een stukje toiletzeep - 5 fr. - een paar schoenen 75 fr., wollen en andere stoffen - à la merci van de handelaar! en toch gaat het leven voort alsof er niets gebeurde.



Stijn Streuvels (1871–1969) was een Vlaamse schrijver. Tijdens de Eerste Wereldoorlog hield hij een dagboek bij.

zondag 13 mei 2012

Erich Mühsam -- 14 mei 1911

München, Sonntag, d. 14. Mai 1911.
(...) Nach Tisch war ich wieder mit Lotte und Uli im Hofgarten zusammen, die viel netter waren als vorgestern. Zuerst waren noch Seewald, Strich und der Zeichner Bolz dabei. Die beiden Mädels haben eine schreckliche Angst vor dem Dickwerden, und das Puma neigt wirklich dazu. Ich mußte mit ihnen zur Automatenwage des Café Luitpold gehn, die sie, weil sie zu hohes Gewicht anzeigte, als unzuverlässig ablehnten. Uli erzählte mir aus Ascona eine köstliche Geschichte: Lotte hatte ein Gewicht von 118 Pfund konstatiert, und war vor Verzweiflung darüber tagelang unsichtbar. Als Uli endlich zu ihr ging, stand sie nackt im Zimmer und maß mit einem Zentimetermaß den Bauchumfang. Schließlich stellte sich heraus, das die Wage 6 Pfund zugelogen hatte und Uli forderte und erhielt für jedes Pfund 1 Franken Freudengeld.
Die Lasker-Schüler-Geschichte nimmt allmählich die Formen einer komischen Groteske an. Meinen Brief, in dem ich ihr die Freundschaft kündigte, schickte sie mir zerrissen zurück, mit der Aufschrift, sie verbitte sich strengstens (dick unterstrichen) jede weitere Belästigung. Morax übergab mir die Fetzen und bestellte mir zugleich die spätere Mitteilung der Dame an mich, sie habe es nicht so gemeint. Und nun beteiligt sich auch die Ichenhäuser – Emmy nennt sie unhöflich Frl. Siechenhäuser – an der Korrespondenz. Gestern bekam ich einen total verstiegenen Brief von ihr. Wenn ihr Diener Jehovah ermittle, daß ich ein Hurerich sei, so müsse ich Millionen Meilen weit von ihrem Lande fortgehn. Scheißtrommel! – Inzwischen hat Emmy selbständig Schritte unternommen, um die Dichterin Tino loszuwerden. Sie hat veranlaßt, daß ihr von Berlin aus ein Telegramm ins Café Bauer geschickt wurde, wonach sie sofort nachhause zurückkommen möge. Natürlich ist sie darauf nicht hereingefallen und hat angeblich das ganze Material der Polizei übergeben. Wenn das wahr ist, wäre sie als Käsehändlerin entlarvt. Die Zeit ihres Münchner Aufenthalts kann immerhin noch recht unterhaltende Intermezzi bringen.


Erich Mühsam (1878-1934) was een schrijver en beeldbepalende anarchist en activist tegen het nationaalsocialisme. Zijn dagboeken 1910-1912 staan hier.

Katja Staartjes -- 13 mei 1999

13 MEI. Het grootste gedeelte van de topklim heb ik achter de rug. Vanaf de Zuidtop op 8750 meter, kijk ik naar de rest van de route met de Hillary Step, de beroemde twaalf meter hoge rotspassage. Technisch gezien is dit het lastigste onderdeel van de hele Everest-beklimming. Ik draai de zuurstofregelaar van twee naar drieënhalve liter per minuut en verlaat de Zuidtop. De top van de wereld kan me bijna niet meer ontgaan. Ik ga de Moedergodin Chomolungma nu echt een hand geven.
Eerst een stukje omlaag. Valt niet mee. Hier viel de Amerikaanse Lauri een week geleden dus tien meter naar beneden. Zomaar door dit gat in de sneeuw. Blijven opletten. Daar zijn de touwen. Ik klim in mijn eigen tempo door. Ja, hier moet het zijn, de Hillary Step. Opstoppingen? Niets van te merken. Mijn hand zoekt steun tegen de rots en ik spreid mijn voeten met de logge schoenen. Weer een stapje verder. Ik tuur omhoog. Kan ik dit touw wel vertrouwen? Naast me bungelen enigszins luguber nog drie andere touwen, waarvan er twee met zekerheid van vorige jaren zijn. Behoedzaam zoek ik met mijn rechterhand opnieuw goed houvast in de rots. Zoveel mogelijk op mijn eigen handen en voeten vertrouwen en niet te veel in het touw hangen. Het gaat eigenlijk uitstekend zo. Is dit alles? Me voor niks zenuwachtig gemaakt of ik deze klim wel aankan. Natuurlijk kan ik dit! Ik kijk heel even naar links. Meer dan twee kilometer lager ligt kamp 2. Nee, ik ga niet vallen. Geen sprake van. Ook niet naar rechts, want dan lig ik drie kilometer lager in Tibet.
Gelukt. Ik ben weer op de sneeuw, nu nog het laatste stukje topgraat. Geen touw, blijven concentreren. Daar is het groepje, ik kom steeds dichterbij. Ineens mist. Een rood pak. Dave Rodney. We lachen naar elkaar. Ga maar voor, gebaart hij met zijn arm. Ik ga hem voorbij. Slechts heel licht stijg je hier nog. De laatste corniche voorbij, flauw naar rechts en daar ... Hoe ver is het nog? Veertig meter? Ik weet dat ik de afstanden hier niet goed meer kan inschatten. Op het topplateau van de Cho Oyu zat ik er helemaal naast. Ik zie een aantal donspakken. Dat moet de top zijn. Ik voel tranen opkomen. Wat jammer dat ik dit niet meer aan mijn vader kan vertellen. Rusten na een paar passen hoeft niet meer. In één ruk ga ik door, het gaat als vanzelf. Ik zweef, net als lang geleden tijdens een hardloopwedstrijd. Vermoeidheid bestaat niet meer.
Ik sta op de top! Het hoogste punt ter wereld, 8848 meter boven zeeniveau. Er staan een stuk of tien andere klimmers, onder wie Cos, Augusto, Lhakpa Gelu plus nog een drietal van onze Sherpa's. Ze kijken blij verrast dat ik het ben. We omhelzen elkaar. Rugzak af. Bobby zit onder de ijskristallen. Zou hij het eerste teddybeertje zijn op de top van de Everest? Ik doe mijn zuurstofmasker af. Wat een gevoel van vrijheid. Pak de fles uit mijn jaszak. Een slok. Bah, ijsthee. Nee, niets eten. Te veel werk. Jammer, weer voor niets meegesleept. Dave roept dat het half tien is. Ik reken en moeizaam kom ik tot de conclusie dat ik elf uur over de beklimming heb gedaan.
Nu nog op de foto, als bewijs. Hoe kom ik er in mijn eentje op, met dit samengepakte groepje? Maar even naar de andere kant van het kleine topje. Dan gaat het mis. Ik struikel over een rugzak. Val languit op mijn gezicht. Schuif drie meter naar voren. De mannen schrikken zich een ongeluk. Beduusd krabbel ik weer overeind. Je zult maar van de top vallen. Ik neem een paar foto's. Als ik het toestel weer wil wegstoppen, zie ik dat het niet goed ingesteld was: onderbelicht. Een nieuwe poging. Tweemaal klik. Het moet maar goed zijn zo. Op hoop van zegen.


Katja Staartjes (1963) bereikte in 1999 als eerste Nederlandse vrouw de top van de Mount Everest. Haar dagboek van die expeditie is te vinden in Hoog spel.

vrijdag 11 mei 2012

John Dee -- 12 mei 1591

May 12th, I payd goodwife Welder xijs. for vij. wekes ending then next from the Wensday before Ester-day last. May 25th, of the old Kalander, Sir Thomas Jones Knight (unaxed) offred me his castell of Emlyn in Wales to dwell in so long as he had any interest in it, whose lease dureth yet twelve yeres, freely, with commodityes adjoining unto it; and allso to have as much mow land for rent, as myght pleasure me sufficiently. The 27th day he confirmed the same his offer agayn before Mr. John Harbert, Master of the Requestes, in his hall in Mortlak; which his offers I did accept of, and he was glad thereof. May 31st, Bartilmew [Hickman] cam up and browght Jane his dowghter with him. Mr. R. Ed. his boke and letter. June 8th, William Aspland of Essex and Th. Collen. June 12th, lent Chronica Hollandiæ Magna to Mr. Beale on Saterday manuscript, which Mr. Webb lent me. June 14th, Jane Hikman to goodwife Tyndall’s to lern. June 27th, Arthur wownded on his hed by his own wanton throwing of a brik-bat upright, and not well avoyding the fall of it agayn, at Mr. Harberts abowt sonn-setting. The half-brik weighed 2½ lb. June 30, Madinia was taken home from goodwife Welder.



John Dee (1527–1608 of 1609) was een Engels humanist, filosoof, wiskundige, geograaf, astroloog en adviseur van koningin Elizabeth I. Hij hield van 1577 tot 1601 een dagboek bij.

donderdag 10 mei 2012

J.G. Koppe -- 11 mei 1940

Ochtend Zondag 11 Mei 1940
En zo breek de ochtend van 1e Pinksterdag van het jaar 1940 voor ons aan. Het zal velen van ons het levenlang waarschijnlijk bijblijven. In de ochtend is het verbazend rustig. De zon staat hoog aan de hemel en er is weinig bewolking. Vogels doen schijnbaar hun best om ons te doen vergeten wat er aan de hand is en lijken niet gevlucht te zijn voor het gebulder de afgelopen nacht. Na een half uur word het onrustig in het voorterrein. Duitse patrouilles hebben zich schijnbaar s' nachts overal verplaats en houden zich schuil. De zogenaamde stoottroepen verschuilen zich in de kippenhokken, bossages en achter de diverse houtstapels die dit gebied rijk is. Geregeld fluiten er mitrailleurkogels over onze hoofden zodra er ook maar iets beweegt of boven de loopgraaf uitkomt. Ook word er gewerkt met granaatwerpers.
Geregeld komen er Duitsche vliegtuigen over die blijkbaar samenwerken met de stoottroepen in de omgeving. In den namiddag word het dan weer rustiger. Er komen allerlei berichten binnen, oa dat er Engelse jagers en bommenwerpers in aantocht zijn, de Fransen zouden de Duitschers bij Nijmegen met groot materieel in de rug aanvallen. Er zouden pakjes met voedsel uit de Duitsche vliegtuigen gegooid worden, hiervan mag niet gegeten worden omdat het mogelijk vergiftigd is. Totdat er in de namiddag II-10 RI terugtrekt vanuit haar stelling in Ederveen. Verschillende stellingen zijn daar door verraad van een kapitein finaal aan gruzelementen gebombardeerd door de Duitsche bommenwerpers.
De spanning op het Heitje stijgt nu ten top. II-10 R.I. word echter teruggestuurd en zo breekt na een tamelijk zenuwachtige avond weer een nacht aan. Wat zal die brengen ? De nacht verloopt tamelijk onrustig, er word veel geschoten en in de verte horen we de zware artillerie blaffen. In de verschillende stellingen zijn schijnwerper aangebracht, gemaakt van autolampen en batterijen met een schakelaar. Hiermee word geregeld het voorterrein beschenen, teneinde eventuele verrassingen te voorkomen. Er gebeurt echter niet veel verder, ook de daarop volgende ochtend niet.


Soldaat J.G. Koppe diende tijdens de mobilisatieperiode 1939-1940 in het 22e Regiment Infanterie bij Renswoude, en hield in mei 1940 een dagboek bij.

Juan Labrador -- 10 mei 1942

Baguio, May 10, 1942
Last night, Radio San Francisco announced the arrival of President Quezon in that city. And to prove the veracity of such assertion, it also announced that the dead Quezon who was “killed” by Radio Tokyo was going on the air. True enough, Quezon spoke over Radio San Francisco. His voice and energetic diction were unmistakeable. He affirmed that he had established a government in exile in Washington, and that he and his government will work day and night to effect a return to Manila with the help of the American forces. Unfortunately, it was not to be as soon as we were hoping for.
Together with President Quezon were Vice-President Osmeña, General Valdes, Carlos P. Romulo, Don Andres Soriano, Major Nieto, and Doña Aurora Quezon and their three children.
The same radio station announced that the number of officers, soldiers, and marines, who had surrendered in Corregidor amounted to eleven thousand, mostly Americans.


Juan Labrador was een Filippijnse geestelijke. Bij The Philippine Diary Project zijn dagboekfragmenten van hem te lezen.

dinsdag 8 mei 2012

Raymond Queneau -- 9 mei 1958

Taxichauffeurs vind ik walgelijk, met hun agressieve gaulisme. Ik heb besloten alleen nog met het openbaar vervoer te reizen. In lijn 83 dacht ik vandaag (9 mei) heel stilletjes dat ik zo bovendien het een en ander zou besparen; twee taxi's voor 450 franc per dag maak 900 franc en dat is aan het eind van de maand vijftien- tot twintigduizend ballen. Van die gedachte zat ik wellustig te genieten toen ik een oude burgerdame voor me tegen een soortgenote hoorde zeggen: 'Als het niet zo duur was zou ik altijd de bus nemen, dat is prettiger dan de metro.'
Na aldus met mijn materialisme te zijn geconfronteerd sla ik af in de richting van bespiegelingen over de metro. Die nam ik niet meer vanwege de trappen. Maar sinds ik afgevallen ben (zowel door het dieet als door mijn ziekte) heb ik hem weer genomen: één keer. Zaterdag. En de dag ervoor, toen ik de trappen van de rue du Mont-Cenis beklom merkte ik dat het nog ging.
Dat kan ook verband houden met mijn verwoede pogingen Zazie in de metro weer op te nemen. Natuurlijk zie ik ook wel de min of meer onbewuste gevoelsmatige bases van openbaar en individueel vervoer. In genoemde bus zaten behalve deze twee dames een blinde vrouw, een kerel met een panamahoeed (zeldzaam tafereel) een een Dominicaan (minder zeldzaam).


Raymond Queneau (1903-1976) was een Frans schrijver, dichter, dramaturg en wiskundige. Notities en fragmenten uit zijn dagboeken zijn opgenomen in Mijn moeder zong.

maandag 7 mei 2012

Edgar Rickard -- 8 mei 1945

Tuesday, May 8
To Tucker for injection. President Truman announces official capitulation of Germany at 9 A.M. It comes as anti-climax and his pronouncement sounded very flat, with neither warmth or enthusiasm. Most shops close, and people mill about in streets, but spontaneity is lacking.
H.H. feels as I do; says he has been told by at least three responsible people that if he (H.H.) should ask to see Truman he would be cordially received and a big job in Europe offered. H.H. says he will not go to see Truman unless Truman asks him, and then he will gladly give all the information and help that he can.



Edgar Rickard (1874-1951) was bijna heel zijn leven lang een vriend en vertrouweling van de Amerikaanse president Herbert Hoover. De vriendschap tussen Hoover en Harry S Truman wordt bij de Truman Library gedocumenteerd met onder meer dagboekfragmenten van Rickard.

zondag 6 mei 2012

Herman Abcouwer -- 7 mei 1945

Maandag 7 Mei
Nadat het eenige dagen koud en regenachtig is geweest, is vandaag de zomer weer in het land gekomen en is het zelfs warm.
Nog altijd is Ederveen niet geheel vrijgegeven en wel in verband met losloopende S.S.ers.
Vanmiddag kregen we de zoon van Mudde uit Veenendaal op bezoek, waaruit bleek dat de Veenendaalers zich ook weer vrij kunnen bewegen. Zij hebben daar een slechte tijd meegemaakt, weinig eten, zoo nu en dan granaatvuur en weinig bewegingsvrijheid. Het grootste gedeelte van de dag moesten ze in huis doorbrengen. Gelukkig is er in Veenendaal niet gevochten met de Hollandsche S.S., zooals wij oorspronkelijk dachten. Thans zijn zij tewerkgesteld bij het opruimen van mijnen. De ontploffingen, die wij gisteren en vandaag hoorden zijn dan ook vermoedelijk daarvan afkomstig.
In de loop van de avond werd per radio bekend gemaakt dat alle Duitsche legers gecapituleerd hebben en hiermede is een belangrijk hoofdstuk van de geschiedenis afgesloten.
Mussert, de man die eens verkondigd heeft dat Nederland zonder hem geen toekomst had, is in zijn hoofdkwartier gevangen genomen en hiermede is weer een leider, zij het dan een halve, van het toneel verdwenen.
Sinds vanmorgen is een aanvang gemaakt met de bezetting van West-Nederland en groote troepenmachten passeerden, naar wij vernamen, vandaag Zeist.


Herman Abcouwer (1890-1953) was amanuensis in Wageningen en hield van 1944-1945 een dagboek bij.

H. Romers -- 6 mei 1940

Maandag 6 mei vertrok ik 's morgens uit Utrecht samen met twee schoolvrienden naar de School voor dienstplichtige onderofficieren-administrateur te Middelburg. Aangekomen vonden wij enkele sergeants bij het station, die ons min of meer in het gelid zetten. Daarna liepen we naar de kazerne, een oud gebouw. Het was inmiddels 1 uur geworden; wij kregen de lunch, bestaande uit brood, boter, kaas en goor uitziend water, aldaar “koffie” genoemd. Het maal moest in een hoog tempo worden genuttigd. (Het is mij opgevallen, dat alles in dienst even gehaast moest gebeuren, terwijl anderzijds veel tijd wordt verknoeid) Vervolgens werden we ingeschreven en konden we de omgeving verkennen. Mijn belangstelling werd gewekt door de prachtige gevels van oude koopmanshuizen enz. De rest van de dag werd besteed aan het beslaapbaar maken van de strozak. De sectie, waarbij ik werd ingedeeld, bestond overwegend uit prettige, behulpzame kameraden; m'n slapie was een aardige jongen, doch zag er niet al te zindelijk uit.


Op 6 mei 1940 trad H. Romers in dienst bij de School voor Dienstplichtige Onderofficieren-administrateur te Middelburg. Tussen 6 mei en 26 mei hield hij in een agenda aantekeningen bij van zijn ervaringen en de gebeurtenissen.

vrijdag 4 mei 2012

Edmond de Goncourt -- 5 mei 1877

Zaterdag 5 mei
Gisteren, tijdens het diner ter gelegenheid van het vertrek van Toergenjev naar Rusland, hebben we over de liefde gesproken, over de liefde zoals er in boeken over geschreven wordt.
Ik zei dat tot nu toe de liefde niet wetenschappelijk in een roman was behandeld en dat wij er alleen maar de poëtische kanten van hadden laten zien. Zola, die het gesprek op dit onderwerp had gebracht om ons uit te horen met het oog op zijn nieuwe boek, beweerde dat liefde niet iets bijzonders was, dat de mensen er niet zo totaal door gegrepen werden als men het wel wil doen voorkomen, dat de symptomen die men erin aantreft, ook gevonden worden in vriendschap, in vaderlandsliefde enzovoorts, en dat de grotere intensiteit van het gevoel alleen maar wordt veroorzaakt door het vooruitzicht op de coïtus.
Toergenjev zei dat dat niet waar was, dat liefde een gevoel was met een heel bijzondere kleur en dat Zola zich ernstig vergiste, als hij die kleur, dat kwalitatieve verschil, niet wilde erkennen. Hij zei dat liefde een effect op de mens heeft dat door geen enkel ander gevoel wordt veroorzaakt en dat iemand die echt verliefd is, als het ware van zijn persoonlijkheid wordt beroofd. Hij sprak over een zwaarte in je hart die niets menselijks meer heeft. Hij sprak over de ogen van de eerste vrouw van wie hij gehouden had als over iets volstrekt onstoffelijks, iets wat in het geheel niets meer met de materie te maken had...
Een ongelukkige omstandigheid bij dit alles was dat noch Flaubert, ondanks al zijn opschepperij op dit gebied, noch Zola, noch ikzelf ooit heel zwaar verliefd zijn geweest en dat wij niet in staat zijn de liefde te beschrijven. Alleen Toergenjev zou het kunnen; maar hem ontbreekt nu juist weer de kritische zin die wij zouden kunnen aanwenden, als wij verliefd waren geweest zoals hij het is geweest.



Edmond de Goncourt(1822-1896)was een Frans schrijver en criticus, en initiatiefnemer van de zeer prestigieuze Prix Goncourt. Met zijn broer Jules (1830-1870) hield hij een (inmiddels zeer beroemd) dagboek bij, dat hij na diens dood in zijn eentje voortzette.

donderdag 3 mei 2012

George Templeton Strong -- 4 mei 1861

May 4. No national news of much importance today. There are signs, more or less reliable, of collapse and intimidation in Virginia and Maryland. A strong party in Kentucky and western Virginia seems certainly arming for the nation against state secession. The twenty days within which the President’s proclamation called upon all rebels to disperse expire tomorrow, and there are vague rumors of decisive steps thereupon to be taken. We shall see. We are generally hopeful and in high spirits today. But our levies are very raw; the rebel commanders have the energy and freshness that belong to revolutionary leaders. Worse than the loss of three pitched battles would be overtures of compromise and negotiation from the swindling chivalry – “the felon knights” of Jefferson Davis’s Round Table. That would divide and weaken us again. I fear the subtle, knavish, desperate leaders of the South have some such move in reserve.


George Templeton Strong (1820-1875) was een Amerikaanse advocaat, vooral bekend vanwege zijn dagboeken. Op de site van de New York Times worden daar gedeelten uit gepubliceerd uit de periode van de Amerikaanse burgeroorlog.

woensdag 2 mei 2012

Carel Alphenaar -- 3 mei 1984

Donderdag
Om 9.30 uur directievergadering. We staan niet te lang stil bij een mogelijke opheffing. Wat doet Amsterdam? Noord-Holland? Wat zegt straks de Tweede Kamer die Brinkman vandaag op de vingers tikt vanwege het VN-interview?

Ik herinner me hoe we gehoord zijn door de Commissie De Boer, waarin al die collega's van ons zitten. Jan Kassies als een dikke Cyperse kater, gapend in het raamkozijn, wachtend op de nacht. Hans Croiset, een tikkeltje high. Erik Vos driftig beamend hoe inconsequent het advies van de Raad voor de Kunst wel was. Een maand later zou hij het opvolgen. Slechts twee mannen hadden iets te vragen: de ambtenaar Lawson en Hans de Boer - de laatste koos partij voor Centrum, maar dat behoor ik niet te weten. En wij maar uitleggen hoe goed we wel zijn.

In de directievergadering worden verder beslissingen genomen over het repertoire voor het komend seizoen. Dan komt Wim T. Schippers de laatste versie inleveren van zijn toneelstuk Kutzwagers - zo noem je mannen die met dezelfde vrouw geslapen hebben. Voor de schouwburg in Utrecht is de titel te gortig. Ze nemen het stuk niet af. Maar daar plakken ze, als er een kindervoorstelling draait, al een sticker over een blote tepel. Schippers heeft een vrouw met een kinderwagen in het stuk ingelast. Dat zat er wel in. Hij wil nog iets veranderen en belooft het zondag in te leveren.

Haarlems Dagblad gelezen: zachtjes gebraakt bij het interview met Jan Knopper, de nieuwe Haarlemse schouwburgdirecteur. Ik lees een Nederlands toneelstuk van Arthur Japin. Gezelschapsvergadering. De leden van de groep reageren beheerst op de nieuwe feiten. De strategie wordt doorgenomen. Ik word opgevrolijkt tijdens het eten met drie beauties in De Smoeshaan. Daarna fiets ik snel naar huis. NRC Handelsblad breekt hoofdredactioneel een lans voor Centrum. Beter laat dan nooit.

Nu gedurende drie uur een interview met de Haagse Post, afgenomen door Martin Schouten en gelukkig niet door hun toneelmedewerkster Dirkje Houtman. Wat een belangstelling voor de dramaturg van een eventueel te slachten groep. Ik lees een flink stuk uit de biografie van de Braziliaanse componist Villa-Lobos.



Carel Alphenaar (1940) is regisseur, schrijver, theatermaker en cellist. In 1984 hield hij op verzoek van de NRC een 'Hollands Dagboek' bij toen toneelgroep Centrum, waar hij aan verbonden was, met stopzetting van subsidie bedreigd werd.

dinsdag 1 mei 2012

Richard van den Broeke -- 2 mei 1942

2 mei 1942
De reis met de Christiaan Huygens eindigde met de aankomst in de haven van Liverpool. Eindelijk in Engeland! Met het oog op het gevaar van eventuele luchtaanvallen moest alles zo gauw mogelijk nog dezelfde dag van boord.
Om 15.00 uur na aankomst zaten wij al in de trein, die ons bracht naar Wolverhampton, een aardige plaats in de Midlands. Buiten het station van Wolverhampton stonden bussen met Nederlandse soldaten als chauffeurs te wachten. Wij stapten in deze bussen en werden naar het Nederlandse Prinses Irenekamp gebracht in Wrottesley Park, 8 mijl buiten Wolverhampton gelegen. Wij hadden ontzettend veel bekijks in de stad want zulke ´orangs´ hadden zij blijkbaar nog nooit gezien in Wolverhampton en zeer zeker geen marine-mensen!


Richard van de Broeke (1914-1980) hield als reserve-officier bij de marine een dagboek bij van 2 maart tot 2 mei 1942, kort na de Japanse inval in Indonesië