donderdag 26 april 2012

C.O. Jellema -- 26 april 1965

Maandag, 26 april 1965
Hoe heelt de tijd een wond? De gebeurtenis, die je oog in oog met het niets, het onaanvaardbare deed staan, die je terugwierp op jezelf, die het bestaan ontkleedde van dromen, hoop, verwachting, die jouw ik dat in de ander verlegd was terugwierp in jezelf, die gebeurtenis, die grenssituatie van het tekort, van de absolute vergankelijkheid, van de eenzaamheid - wordt ingekapseld in dromen, argumenten, herinneringen, wordt een verhaal, dat verteld kan worden, a.h.w. gedemonteerd, uitgeschakeld, geïsoleerd: een ingekapselde cel in de ziel.
Misschien heb ik dit nodig gehad - achteraf zal het blijken: het zal zin hebben door wat eruit voortkomt. Het leven is zijn eigen zin.
Het lijkt nu een droom vanaf die eerste nacht in Dubbeldam tot die laatste nacht in Dubbeldam, een droom van geluk en vrees, van hoop en twijfel, van overgave en pijn.
Als ik eraan terugdenk: toen heb ik werkelijk geleefd, dat was werkelijk leven. Ik ben uit het werkelijke leven ontwaakt in de droom, de droom die ik droomde voor ik Henk leerde kennen.
Niet de twee jaar met Henk waren een droom, want toen was ik verbonden met een werkelijk, levend mens. Wat nu begonnen is, is een droom, een kale, grauwe droom-van-mijzelf. Waarin ik misschien gedichten kan schrijven, maar nooit zo buiten mijzelf zal treden als in mijn overgave aan Henk.
Hoeveel aan innerlijk isolement is er in mijn contact met Henk niet doorbroken, alles wat ik beleefde was op hem betrokken. Nu hij er niet meer is, ontbreekt het knooppunt van die betrekkingen, valt alles uiteen in een losse reeks van indrukken, verbandloos. Dat is het erge: ik heb deze dagen gemerkt: nu Henk er niet meer is, leef ik weer in het oude isolement, in mijzelf, in de droom.
In de communicatie met Henk communiceerde ik met de wereld.
Daarom kan ik jou niet missen, Henk.
Maar als ik voor jou niet was wat jij voor mij was, dan moet ik onze breuk aanvaarden. In de allereerste brief die ik je schreef: ik wil niet dat mijn liefde jou tot last zal zijn.


C.O. Jellema (1936-2003) was dichter en essayist. In 2009 verscheen een keuze uit zijn dagboeken onder de titel Een web van dromen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen